Japans grammatica
Verken 112 grammaticaconcepten — van beginner tot gevorderd.
Dit is de grammaticaboom die Settemila Lingue aandrijft — elk concept wordt een gerichte oefendeck met AI-gegenereerde flashcards.
Geen resultaten gevonden
A1 (37)
Hiragana (ひらがな) is een Japans lettergrepenschrift met 46 basistekens. Een teken noteert meestal één korte klankeenheid, zoals あ (a), き (ki) of ん (n). Met dakuten (゛), handakuten (゜), kleine や・ゆ・よ en kleine っ kun je bovendien klanken als が (ga), ぽ (po), きょ (kyo) en een verdubbelde medeklinker schrijven.
Katakana is een van de twee Japanse lettergrepenschriften. De 46 basistekens geven dezelfde klanken weer als hiragana, maar hebben andere vormen: ア is a, カ is ka en ン is n. Je ziet katakana vooral in leenwoorden, buitenlandse namen, klankwoorden en tekst die extra moet opvallen.
Met です maak je een beleefde zin als これは本です, ‘Dit is een boek’. In de gewone stijl staat vaak だ, zoals 私は学生だ, ‘Ik ben student’. Beide vormen verbinden vooral een zelfstandig naamwoord of een な-bijvoeglijk naamwoord met waarover je iets zegt; ze veranderen niet naar persoon of aantal zoals ben, bent, is en zijn in het Nederlands.
Japanse partikels staan na een woordgroep en laten zien welke rol die groep in de zin heeft. は geeft het gespreksthema aan, が markeert meestal het grammaticale subject, を het lijdend voorwerp en に onder meer een bestemming, ontvanger, bestaansplaats of precies tijdstip. Leer ze niet als vier losse Nederlandse voorzetsels: hun functie hangt af van de hele Japanse zin.
Gebruik で voor de plaats waar een handeling gebeurt, に voor de plaats waar iets of iemand zich bevindt en voor een concrete bestemming, en へ voor de richting waarin iemand gaat. Denk dus eerst aan de betekenis van het werkwoord: gebeurt er ergens iets, bevindt er zich ergens iets, of is er beweging naar een plek?
Gebruik と voor een volledige opsomming: A en B, en niets anders dat voor de mededeling meetelt. Met や noem je slechts voorbeelden uit een ruimere groep: A, B enzovoort. か verbindt alternatieven als ‘of’ en staat aan het einde van een beleefde vraag.
Met の verbind je twee zelfstandige naamwoorden (woorden voor mensen, dingen, plaatsen of begrippen): A の B. Het laatste deel, B, is het belangrijkste woord; A vertelt van wie B is of wat voor B je bedoelt. Zo betekent 私の本 ‘mijn boek’ en 日本の食べ物 ‘Japans eten’.
Japanse persoonlijke voornaamwoorden zoals 私, あなた, 彼, 彼女 en 私たち verwijzen naar personen, maar worden veel minder vaak uitgesproken dan Nederlandse woorden als “ik”, “jij” en “hij”. Als uit de situatie duidelijk is wie bedoeld wordt, laat je het voornaamwoord meestal weg. Vooral あなた is niet in elke zin een natuurlijke vertaling van “jij” of “u”: een naam met een aanspreektitel, of helemaal geen genoemd onderwerp, klinkt vaak beter.
Japanse aanwijzende woorden vormen een vast systeem van vier reeksen: こ- wijst naar iets dicht bij de spreker, そ- naar iets dicht bij de gesprekspartner, あ- naar iets dat van beiden verwijderd is en ど- maakt er een vraagwoord van. De uitgang bepaalt waarnaar je verwijst: これ is ‘dit’, ここ is ‘hier’ en この本 is ‘dit boek’.
Het Japans gebruikt vooral いち・に・さん (ichi, ni, san) om getallen te vormen, maar voor één tot en met tien voorwerpen bestaat ook de reeks ひとつ・ふたつ・みっつ. Getallen worden regelmatig opgebouwd: 二十 is 20 en 二十一 is 21. Bij het tellen van concrete zaken komt er meestal een telwoord achter het getal; de uitgang つ is de handigste algemene keuze voor beginners.
In het Japans zet je na een getal meestal een teller die past bij wat je telt: 人 voor mensen, 個 voor kleine voorwerpen, 枚 voor platte dingen, 本 voor lange dingen, 匹 voor kleine dieren en 冊 voor boeken. Zo is ‘drie mensen’ 三人 (さんにん), maar ‘drie boeken’ 三冊 (さんさつ). Let vooral op klankveranderingen zoals 一本 (いっぽん), 三本 (さんぼん) en 六本 (ろっぽん).
Een Japans tijdstip bouw je op als getal + 時 (uur) en eventueel getal + 分 (minuten): 三時十五分 betekent 3.15 uur. 半 na het uur betekent ‘halfuur voorbij dat uur’, dus 十時半 is 10.30 uur — niet ‘half tien’ zoals in het Nederlands. Bij een precies tijdstip staat vaak het partikel に, maar na 今日 (vandaag), 明日 (morgen) en 昨日 (gisteren) juist niet.
Bij een godan-werkwoord verandert de laatste kana wanneer je het werkwoord vervoegt: 書く wordt bijvoorbeeld 書きます en 書かない. Het werkwoord verandert niet naar persoon of aantal zoals in het Nederlands; dezelfde vorm kan dus „ik schrijf”, „jij schrijft” of „zij schrijven” betekenen. Welke betekenis bedoeld is, blijkt uit de context.
Bij een Japans ichidanwerkwoord haal je de laatste る van de woordenboekvorm weg en zet je de gewenste uitgang achter wat overblijft. Zo wordt 食べる ‘eten’ bijvoorbeeld 食べます, 食べない, 食べて of 食べた. Veel werkwoorden op -いる en -える volgen dit patroon, maar er zijn belangrijke uitzonderingen.
Het Japans heeft twee echt onregelmatige basiswerkwoorden: する (doen) en 来る(くる, komen). Hun beleefde vormen zijn します en 来ます(きます). Met する maak je bovendien talloze werkwoorden van zelfstandige naamwoorden, zoals 勉強する (studeren) en 運動する (sporten).
Met ます maak je een Japans werkwoord beleefd: 食べます betekent, afhankelijk van de context, ‘eet’, ‘zal eten’ of ‘eten’. De vier basisuitgangen zijn ます (bevestigend, niet-verleden), ません (ontkennend, niet-verleden), ました (bevestigend, verleden) en ませんでした (ontkennend, verleden). De vorm blijft hetzelfde bij ik, jij, u, hij, wij en zij.
Gebruik いる voor mensen en dieren en ある voor voorwerpen, planten, plaatsen en abstracte zaken. Het basispatroon is [plaats] に [wie/wat] が いる・ある: 公園に子供がいます betekent ‘Er zijn kinderen in het park.’ Met dezelfde werkwoorden kun je ook zeggen dat iemand bijvoorbeeld kinderen, geld of tijd heeft.
Een Japans い形容詞 eindigt in de basisvorm meestal op い en staat zonder extra woord vóór een zelfstandig naamwoord: 大きい犬 betekent ‘een grote hond’. Het bijvoeglijk naamwoord verandert zelf voor ontkenning en verleden tijd: 高い → 高くない → 高かった → 高くなかった. De belangrijkste uitzondering is いい (‘goed’), dat in alle veranderde vormen de stam よ- gebruikt.
Een Japans な-bijvoeglijk naamwoord krijgt な wanneer het direct vóór een zelfstandig naamwoord staat: 静かな町 betekent ‘een rustige stad’. Aan het einde van een beleefde zin gebruik je juist geen な, maar bijvoorbeeld 静かです (‘het is rustig’), 静かじゃないです (‘het is niet rustig’) of 静かでした (‘het was rustig’).
Om met een Japans bijvoeglijk naamwoord te zeggen hoe iets gebeurt, verander je bij een い-bijvoeglijk naamwoord de laatste い in く: 速い → 速く. Bij een な-bijvoeglijk naamwoord zet je に achter de stam: 静か → 静かに. Zo krijg je bijvoorbeeld 速く走る, ‘snel rennen’, en 静かに話す, ‘rustig praten’.
Een Japans vraagwoord blijft meestal staan op de plek waar in het antwoord de ontbrekende informatie komt: 駅はどこですか。 betekent ‘Waar is het station?’, maar heeft letterlijk ongeveer de volgorde ‘Het station is waar?’. Kies vervolgens het deeltje dat bij de functie hoort, bijvoorbeeld 誰が voor ‘wie’ als onderwerp, 何を voor ‘wat’ als lijdend voorwerp en どこで voor de plaats waar een handeling gebeurt. Een beleefde vraag eindigt gewoonlijk op か.
In het Japans bestaat er niet één los woord dat altijd met Nederlands niet of geen overeenkomt. De ontkenning zit meestal in het laatste woord: 行きます wordt 行きません, 高い wordt 高くない en 学生です wordt 学生じゃありません. Welke vorm je kiest, hangt dus af van het soort woord aan het einde van de zin en van de gewenste beleefdheid.
Vraag om een ding met zelfstandig naamwoord + をください: 水をください betekent ‘Water, alstublieft’. Vraag iemand iets te doen met de て-vorm van een werkwoord + ください: 待ってください betekent ‘Wacht alstublieft’. Beide patronen zijn beleefd, maar てください kan afhankelijk van de situatie nog steeds als een duidelijke instructie klinken.
Om te zeggen dat je iets wilt doen, neem je de stam vóór ます en voeg je たい toe: 食べます → 食べたいです (“ik wil eten”). たい gedraagt zich daarna als een Japans い-bijvoeglijk naamwoord: たくない betekent “niet willen”, たかった “wilde” en たくなかった “wilde niet”. Gebruik deze vorm vooral voor je eigen wens of in een vraag naar de wens van de gesprekspartner.
Voor een eenvoudige voorkeur gebruik je [datgene waar het om gaat] が好きです: 音楽が好きです betekent “ik houd van muziek”. Voor afkeer gebruik je 嫌い, en met 大好き en 大嫌い maak je het gevoel sterker. 好き en 嫌い zijn geen werkwoorden, maar gedragen zich als な形容詞: ze krijgen bijvoorbeeld な voor een zelfstandig naamwoord.
Japanse matebijwoorden staan gewoonlijk vóór het woord waarvan ze de sterkte aangeven: とても面白い betekent ‘heel interessant’ en 少し疲れました ‘ik ben een beetje moe geworden’. あまり en 全然 leer je eerst als combinaties met een ontkennende vorm: あまり分かりません (‘ik begrijp het niet zo goed’) en 全然分かりません (‘ik begrijp er helemaal niets van’).
Met いつも, よく, 時々 en たまに zeg je dat iets altijd, vaak, soms of af en toe gebeurt. あまり en 全然 staan in de basisregel juist bij een ontkennend werkwoord: あまり行きません betekent ‘ik ga niet vaak’ en 全然行きません ‘ik ga nooit’ of ‘ik ga helemaal niet’.
In een Japanse vergelijking staat より direct achter datgene waarmee je vergelijkt: 東京は大阪より大きいです betekent ‘Tokio is groter dan Osaka’. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt geen aparte vergrotende vorm. Bij een keuze tussen twee mogelijkheden vraag je met どちらが ‘welke van de twee?’ en wijs je de gekozen kant vaak aan met 〜のほうが.
Met そして, でも, だから, それから en または leg je een duidelijk verband tussen twee Japanse zinnen: toevoeging, tegenstelling, gevolg, tijdsvolgorde of keuze. Zet op A1-niveau eerst een punt na de eerste zin en begin de volgende zin met het passende voegwoord: 雨です。だから家にいます。 Beginners hoeven deze woorden niet te vervoegen of aan de voorafgaande zin vast te plakken.
Aan het einde van een Japanse zin geeft か meestal een vraag aan, zoekt ね gedeelde instemming, vestigt よ de aandacht op informatie en geeft の in informele gesprekken een vraag of uitleg een verklarende toon. Nederlandse woorden als “hè”, “hoor” en “toch” kunnen soms ongeveer hetzelfde effect hebben, maar zijn geen vaste vertalingen.
Japanse begroetingen zijn vaak vaste formules: je kiest de uitdrukking die past bij het tijdstip, de situatie en je verhouding tot de ander. Leer daarom niet alleen een Nederlandse vertaling, maar ook wanneer je een vorm gebruikt: おはようございます is een beleefde ochtendgroet, すみません kan zowel ‘pardon’ als ‘sorry’ betekenen en いただきます zeg je zelf vóór je begint te eten.
Het Japans heeft vaak twee woorden voor hetzelfde familielid: een bescheiden vorm voor je eigen familie wanneer je met buitenstaanders praat, zoals 母 en 父, en een respectvolle vorm voor de familie van de ander, zoals お母さん en お父さん. Spreek je je eigen moeder of vader rechtstreeks aan, dan zijn juist お母さん en お父さん normaal. Bij broers en zussen moet je bovendien meestal aangeven wie ouder of jonger is.
Het partikel も betekent in de basis ‘ook’ of ‘eveneens’ en staat direct achter het woord waarop die toevoeging slaat: 私も is ‘ik ook’ en これも is ‘dit ook’. Het vervangt daarbij meestal は, が of を. Na 何 (‘wat’) en 誰 (‘wie’) vormt het samen met een ontkennend gezegde betekenissen als ‘niets’ en ‘niemand’.
Zet から na een beginpunt: ‘vanaf’, ‘van’ of ‘sinds’. Zet まで na een eindpunt: ‘tot’, ‘tot aan’ of ‘tot en met’. Je kunt ze samen gebruiken, zoals in 九時から五時まで: ‘van negen tot vijf’, maar elk van beide kan ook zelfstandig voorkomen.
Zet に na een concreet tijdstip dat je op een klok of kalender kunt aanwijzen: 七時に ‘om zeven uur’, 月曜日に ‘op maandag’ en 2020年に ‘in 2020’. Bij relatieve tijdwoorden zoals 今日 ‘vandaag’ en 明日 ‘morgen’, en bij frequentiewoorden zoals 毎日 ‘elke dag’, blijft に normaal weg.
In alledaagse gesprekken zet je って achter een uitspraak of woord om te laten horen: “dit is wat er gezegd, genoemd of bedoeld wordt”. Zo betekent 山田さんが来るって。 ongeveer “Ik hoorde dat Yamada komt”, terwijl 「寿司」って何ですか? vraagt wat sushi is of betekent. Vaak is って een informele vorm van と in een citaat, of van de langere constructie って言う.
Zowel だけ als しか kan ‘alleen’, ‘maar’ of ‘slechts’ betekenen. だけ begrenst iets op een neutrale manier en kan met een bevestigende zin staan: 水だけ飲みます (‘Ik drink alleen water’). しか benadrukt dat er niets anders of niet meer is en vereist altijd een ontkennende vorm: 水しか飲みません (‘Ik drink niets anders dan water’).
A2 (22)
De て-vorm maak je bij ichidan-werkwoorden door る te vervangen door て: 食べる → 食べて. Bij godan-werkwoorden bepaalt de laatste kana de uitgang: 書く → 書いて, 読む → 読んで en 話す → 話して. De belangrijkste losse uitzonderingen zijn 行く → 行って, する → して en 来る → 来て.
Zet いる achter de て-vorm van een werkwoord om te zeggen dat iets bezig is of dat een toestand voortduurt: 読んでいる betekent ‘aan het lezen’ en 結婚している ‘getrouwd zijn’. Welke betekenis past, hangt vooral af van het werkwoord en de context. In beleefde taal wordt dit 〜ています.
Zet elk werkwoord behalve het laatste in de て-vorm om handelingen in één natuurlijke reeks te verbinden: 起きて、食べて、出かけました betekent ‘ik stond op, at en ging weg’. Alleen het laatste werkwoord laat normaal gesproken tijd, beleefdheid en zinssoort zien. Dezelfde vorm kan ook aangeven hoe iemand iets doet, zoals 歩いて行く, ‘lopend gaan’.
Met ても zeg je dat de uitkomst niet verandert door een bepaalde voorwaarde: 雨が降っても行きます betekent ‘Ik ga, zelfs als het regent’. Zet も achter de て-vorm van een werkwoord; bij een い-bijvoeglijk naamwoord krijg je くても, en bij een な-bijvoeglijk naamwoord of naamwoord でも. Met een vraagwoord ontstaat vaak de betekenis ‘ongeacht …’ of ‘… ook’.
De woordenboekvorm is de bevestigende niet-verleden vorm van een werkwoord, zoals 食べる ‘eten’ en 行く ‘gaan’. De gewone vorm is een grotere reeks van vier niet-beleefde vormen: 食べる, 食べない, 食べた en 食べなかった. Je gebruikt die vormen aan het einde van informele zinnen, maar ook midden in een beleefde zin vóór patronen zoals と思います en vóór een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, ding of begrip).
Met de ない-vorm maak je de gewone ontkenning van een Japans werkwoord: 書く wordt 書かない en 食べる wordt 食べない. Bij godan-werkwoorden verander je de laatste kana naar de bijbehorende a-klank en voeg je ない toe; bij ichidan-werkwoorden vervang je る door ない. De belangrijkste onregelmatige vormen zijn する → しない, 来る → 来ない en ある → ない.
De た-vorm is bij werkwoorden de bevestigende verleden vorm van de gewone stijl: 見る wordt 見た, 書く wordt 書いた en 読む wordt 読んだ. Ken je de て-vorm al, vervang dan aan het einde て door た en で door だ. Je gebruikt deze vorm niet alleen in informele zinnen, maar ook vóór een naamwoord en in patronen zoals たことがある.
In het Japans staat een beschrijvende bijzin vóór het zelfstandig naamwoord: 昨日買った本 betekent ‘het boek dat ik gisteren heb gekocht’. Je gebruikt geen apart woord voor Nederlands die, dat, wie of waar; de ontbrekende rol blijkt uit de bijzin en de context. Het werkwoord in de bijzin staat normaal in de gewone vorm, ook als de hele zin beleefd eindigt.
Met と markeer je de inhoud van een uitspraak, gedachte of bericht. De basisbouw is [inhoud in de gewone vorm] + と + 言う・思う・聞く: 明日は雨だと思います betekent ‘Ik denk dat het morgen regent’. Bij een letterlijk citaat zet je de gesproken woorden meestal tussen Japanse aanhalingstekens: 「行く」と言いました.
Met de た-vorm + ことがある zeg je dat iemand iets ooit heeft gedaan of meegemaakt: 日本に行ったことがあります betekent ‘Ik ben weleens in Japan geweest’. Voor ‘nooit’ gebruik je de た-vorm + ことがない. In beleefde taal worden dat respectievelijk ことがあります en ことがありません.
Zet de woordenboekvorm van een werkwoord + ことができる om te zeggen dat iemand iets kan doen: 日本語を話すことができます betekent “Ik kan Japans spreken.” Alleen できる verandert voor beleefdheid, tijd en ontkenning; het eerste werkwoord blijft in de woordenboekvorm. Voor een vaardigheid die je als zelfstandig naamwoord noemt, kan ook naamwoord + ができる: 料理ができます betekent “Ik kan koken.”
Met とき maak je van een handeling, toestand of levensfase een tijdsaanduiding: 暇なとき betekent ‘als ik vrij ben’ en 子供のとき ‘toen ik kind was’. Bij een werkwoord laat de vorm vóór とき vooral zien of die handeling op het bedoelde moment nog niet voltooid was, zoals 行くとき, of al voltooid was, zoals 行ったとき.
Gebruik de woordenboekvorm van een werkwoord met 前に voor ‘voordat’: 食べる前に (‘voordat je eet’). Voor ‘nadat’ staat het werkwoord juist in de た-vorm met 後で of 後に: 食べた後で (‘nadat je hebt gegeten’). Bij een zelfstandig naamwoord komt の: 仕事の前に en 仕事の後で.
Met de stam van de ます-vorm + ながら zeg je dat één persoon twee handelingen tegelijk uitvoert: 音楽を聞きながら勉強します betekent ‘Ik studeer terwijl ik naar muziek luister.’ De handeling na ながら is gewoonlijk de hoofdhandeling; alleen het laatste werkwoord geeft tijd en beleefdheid aan.
Maak de たら-vorm door ら achter de た-vorm te zetten: 行った → 行ったら (‘als/wanneer iemand gaat’) en 食べた → 食べたら (‘als/wanneer iemand eet’). De eerste situatie is de voorwaarde; wat in de hoofdzin staat, gebeurt pas als die voorwaarde vervuld is. Hoewel de vorm op een verleden tijd lijkt, kan de hele zin ook over het heden of de toekomst gaan.
Met なる beschrijf je dat iemand of iets een nieuwe toestand bereikt: 暖かくなる ‘warm worden’ en 医者になる ‘dokter worden’. Met する laat je zien dat iemand die toestand teweegbrengt of bewust kiest: 部屋を暖かくする ‘de kamer warm maken’ en コーヒーにする ‘koffie kiezen’. De vorm vóór het werkwoord is ~く bij een い-bijvoeglijk naamwoord en ~に bij een な-bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord.
Bij あげる volgt de zin het perspectief van de gever: iemand geeft iets aan een ander. くれる gebruik je wanneer iemand iets aan jou geeft, of aan iemand die je vanuit jouw perspectief als nauw verbonden voorstelt. Bij もらう staat juist de ontvanger centraal: iemand krijgt iets van een ander.
Zet een werkwoord in de て-vorm voor あげる, くれる of もらう om een handeling als een dienst of gunst voor te stellen. てあげる kijkt vanuit degene die helpt, てくれる vanuit jou of jouw kring als begunstigde, en てもらう vanuit degene die de hulp ontvangt. De gebeurtenis kan dus dezelfde zijn; het gekozen werkwoord bepaalt vanuit welk gezichtspunt je haar vertelt.
Gebruik naamwoord + が欲しい als je iets wilt hebben: 新しいパソコンが欲しいです betekent “Ik wil een nieuwe computer.” Gebruik werkwoord in de て-vorm + ほしい als je wilt dat iemand iets doet: 手伝ってほしいです betekent “Ik wil graag dat je helpt.” Noem je die persoon uitdrukkelijk, dan krijgt die meestal に: 田中さんに手伝ってほしいです.
Zet そうです achter de gewone vorm om informatie van een andere bron door te geven: 明日は雨だそうです betekent ‘Ik heb gehoord dat het morgen regent’. Bij een zelfstandig naamwoord of een な-bijvoeglijk naamwoord blijft だ staan. Verwar dit patroon niet met een andere そう, die betekent dat iets er op een bepaalde manier uitziet.
Met そう beschrijf je wat iets lijkt op grond van waarneembare aanwijzingen: おいしそうです betekent “het ziet er lekker uit” en 雨が降りそうです “het ziet ernaar uit dat het gaat regenen”. Zet そう achter de stam: おいしい → おいしそう, 元気 → 元気そう, 降ります → 降りそう. Bij deze vorm geef je dus een eigen indruk, niet iets wat je van iemand anders hebt gehoord.
Met ように druk je onder meer een gewenst resultaat uit: 忘れないように書きます betekent ‘ik schrijf het op zodat ik het niet vergeet’. Voor zo’n doel staat vóór ように vaak een ontkennende vorm of een potentiaalvorm (de vorm voor ‘kunnen’). ように kan ook ‘zoals’ of ‘op de manier waarop’ betekenen; na een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip) gebruik je のように, bijvoorbeeld 彼のように ‘zoals hij’.
B1 (21)
Met de potentiaalvorm zeg je dat iemand iets kan doen of dat een handeling mogelijk is. Je verandert het werkwoord zelf: 書く ‘schrijven’ wordt 書ける ‘kunnen schrijven’ en 食べる ‘eten’ wordt 食べられる ‘kunnen eten’. De twee belangrijkste uitzonderingen zijn する → できる en 来る → 来られる.
De Japanse passieve vorm, 受身形(うけみけい), laat zien dat iemand of iets een handeling ondergaat: 先生が私を褒めた, ‘de leraar prees mij’, wordt 私は先生に褒められた, ‘ik werd door de leraar geprezen’. Bij godan-werkwoorden verander je de laatste kana naar de a-reeks en voeg je れる toe; bij ichidan-werkwoorden vervang je る door られる. De handelende partij krijgt meestal に.
Met de causatieve vorm, de 使役形(しえきけい), laat je iemand iets doen of zorg je ervoor dat iemand iets doet: 食べる wordt 食べさせる en 行く wordt 行かせる. Dezelfde vorm kan zowel toestemming als een opdracht of dwang uitdrukken; de situatie, de partikels に en を en aanvullende woorden maken duidelijk welke betekenis bedoeld is.
Met de 使役受身形 beschrijf je dat iemand door een ander tot een handeling wordt aangezet: 飲まされました betekent bijvoorbeeld ‘ik moest drinken’ of ‘ik werd gedwongen te drinken’. De vorm combineert de causatief met het passief en klinkt vaak alsof de handelende persoon weinig keuze had. Bij veel 五段-werkwoorden is een verkorte vorm zoals 飲まされる gebruikelijk.
Met ば geef je een voorwaarde aan: als aan X wordt voldaan, volgt Y. Bij een godan-werkwoord verander je de laatste klank naar de e-rij en voeg je ば toe (書く → 書けば); bij een ichidan-werkwoord vervang je る door れば (食べる → 食べれば). Een い-bijvoeglijk naamwoord krijgt ければ: 安い → 安ければ.
Met なら reageer je vaak op een situatie die al genoemd, bekend of verondersteld is: 日本に行くなら、京都がおすすめです betekent ‘Als je naar Japan gaat, raad ik Kyoto aan.’ Zet なら direct na een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord in de gewone vorm, of na een zelfstandig naamwoord. De hoofdgedachte is: als dat inderdaad het geval is, dan ...
Zet と achter de gewone niet-verleden vorm wanneer het tweede zinsdeel als een vast, automatisch of telkens terugkerend gevolg uit het eerste voortkomt: 春になると、桜が咲きます ‘Als het lente wordt, bloeien de kersenbomen’. Ook routes en onverwachte ontdekkingen worden vaak zo beschreven. Voor een verzoek, uitnodiging of eenmalig voornemen gebruik je doorgaans niet と, maar bijvoorbeeld たら of なら.
De Japanse 命令形(めいれいけい) geeft een rechtstreeks en krachtig bevel: 書く wordt 書け en 食べる wordt 食べろ. Een verbod maak je met de woordenboekvorm plus な: 触るな betekent ‘Niet aanraken!’ Deze vormen klinken meestal veel harder dan de Nederlandse gebiedende wijs en passen vooral bij noodsituaties, waarschuwingen, sportkreten, leuzen en bewust ruwe taal.
De Japanse wilsvorm (意向形, ikōkei) drukt een eigen voornemen of een voorstel aan anderen uit: 行こう kan zowel “ik ga” in de zin van “ik neem me voor te gaan” als “laten we gaan” betekenen. Bij godan-werkwoorden verandert het laatste kana-teken (een Japans letterteken) naar de お-rij plus う; bij ichidan-werkwoorden vervang je る door よう. Voor een beleefd voorstel gebruik je meestal de stam vóór ます plus ましょう: 行きましょう.
Zet een Japans werkwoord in de wilsvorm en voeg と思う toe om een voornemen op een zachte manier uit te drukken: 日本に行こうと思います betekent ‘Ik denk erover om naar Japan te gaan’ of ‘Ik ben van plan naar Japan te gaan’. Gebruik ようと思っています wanneer het plan al enige tijd in je hoofd zit en nog steeds geldt.
Met werkwoord + つもり druk je een duidelijke, al gevormde intentie uit: 来年結婚するつもりです。 betekent “Ik ben van plan volgend jaar te trouwen.” Voor “ik ben van plan niet te gaan” gebruik je 行かないつもりです; 行くつもりはありません betekent nadrukkelijker “ik ben niet van plan te gaan” of “ik heb geen intentie om te gaan”. Voor つもり staat altijd een gewone werkwoordsvorm, ook als de hele zin beleefd eindigt op です.
Met はずだ zeg je dat iets volgens bekende feiten of een redenering te verwachten is: 彼は来るはずです betekent ‘Hij zou moeten komen’ of ‘Als alles klopt, komt hij’. Het drukt geen plicht uit. Voor ‘dat kan onmogelijk’ gebruik je vaak はずがない.
らしい heeft twee belangrijke functies. Na een gewone vorm betekent het meestal ‘naar het schijnt’, ‘blijkbaar’ of ‘kennelijk’ op basis van informatie of aanwijzingen van buitenaf: 明日は寒くなるらしい ‘Morgen wordt het blijkbaar koud.’ Na een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) kan het ook ‘typisch voor’ of ‘passend bij’ betekenen: 彼女らしい選択 ‘een keuze die echt bij haar past’.
Met ようだ en みたい geef je een voorzichtige conclusie weer (“het lijkt erop dat”) of vergelijk je iets met iets anders (“als een…”). ようだ is neutraal tot verzorgd, terwijl みたい vooral bij gewone spreektaal hoort. Na een zelfstandig naamwoord zeg je 夢のようだ, maar 夢みたいだ.
敬語(けいご), meestal keigo genoemd, is het Japanse systeem waarmee je respect en sociale afstand in je taalgebruik verwerkt. De basis bestaat uit 尊敬語 (de ander en diens handelingen respectvol verhogen), 謙譲語 (jezelf of je eigen groep bescheiden voorstellen) en 丁寧語 (beleefd spreken met です en ます). Welke vorm past, hangt dus niet alleen af van wat er gebeurt, maar ook van wie handelt, over wie je spreekt en tegen wie je spreekt.
Met 尊敬語(そんけいご) plaats je de handeling of toestand van de persoon aan wie je respect toont als het ware hoger. Dat doe je vaak met お/ご + werkwoordstam + になる, bijvoorbeeld お帰りになる, of met een speciaal werkwoord zoals いらっしゃる, おっしゃる of 召し上がる. Gebruik deze vormen voor de handelingen van een klant, leidinggevende, docent of andere persoon die in de situatie respect verdient — niet voor je eigen handelingen.
Met 謙譲語 (けんじょうご) beschrijf je een handeling van jezelf of van je eigen groep op een bescheiden manier, zodat de persoon op wie die handeling gericht is respect krijgt. Je gebruikt bijvoorbeeld 伺います in plaats van 行きます wanneer je een klant bezoekt, en 拝見します in plaats van 見ます wanneer je iets van een gerespecteerde persoon bekijkt. Een veelgebruikt patroon is お/ご + werkwoordstam + する, zoals お持ちします en ご説明します, maar veel alledaagse werkwoorden hebben een vaste bijzondere vorm.
Met のに verbind je een feit met een uitkomst die niet aan de verwachting voldoet: 薬を飲んだのに、まだ熱があります。 betekent ‘Ik heb medicijnen ingenomen, maar ik heb nog steeds koorts.’ のに komt meestal na de gewone vorm en klinkt vaak verbaasd, teleurgesteld of verwijtend. Na een zelfstandig naamwoord of een な-bijvoeglijk naamwoord gebruik je なのに: 休みなのに, 静かなのに.
Zowel ので als から verbindt een reden met een gevolg: reden + ので/から、gevolg. ので presenteert de reden meestal als een gegeven omstandigheid en klinkt daardoor zachter; から zet de reden nadrukkelijker als argument of persoonlijke motivatie neer. Bij een zelfstandig naamwoord of een な-bijvoeglijk naamwoord gebruik je なので, maar だから.
Met し zet je redenen, omstandigheden of kenmerken naast elkaar: 安いし、おいしいし、人気があります betekent “het is goedkoop én lekker, en daarom is het populair”. Vóór し staat in de basis de gewone vorm. Ook één enkele reden met し is mogelijk; dan klinkt vaak mee dat dit niet de enige reden is.
ために kan zowel een doel als een oorzaak aangeven. Gebruik voor een doel meestal werkwoord in de woordenboekvorm + ために of zelfstandig naamwoord + のために; bij een oorzaak staat er een gewone vorm of zelfstandig naamwoord + のために voor. De context maakt duidelijk of je het vertaalt als ‘om te’, ‘voor’ of ‘door/wegens’.
B2 (14)
Met het Japanse indirecte passief presenteer je iemand als getroffene van een gebeurtenis, ook als de handeling niet rechtstreeks op die persoon gericht is. In 私は雨に降られた betekent 雨が降った gewoon ‘het regende’, maar de passieve vorm voegt het perspectief toe: ‘ik werd door de regen overvallen’ of natuurlijker: ‘ik kreeg regen over me heen’. De constructie drukt vaak hinder, machteloosheid of een ongewenst gevolg uit.
De Japanse causatief op 〜(さ)せる kan niet alleen ‘iemand dwingen iets te doen’ betekenen, maar ook ‘iemand iets laten doen’ in de zin van toestemming geven. Of de zin vriendelijk, neutraal of dwingend klinkt, blijkt vooral uit de situatie, het gebruikte partikel en vormen als 〜させてあげる, 〜させてくれる, 〜させてもらう en 〜させてください.
Met ところ zoom je in op één precies stadium van een handeling. De vorm vóór ところ bepaalt het moment: 食べるところ is ‘op het punt staan te eten’, 食べているところ is ‘midden in het eten zijn’ en 食べたところ is ‘net gegeten hebben’.
De betekenis van ばかり hangt af van wat ervoor staat. た + ばかり betekent dat iets pas is gebeurd, て + ばかりいる dat iemand steeds hetzelfde doet, en ばかりか of ばかりでなく betekent ‘niet alleen … maar ook’. Bij een zelfstandig naamwoord kan ばかり bovendien ‘alleen maar’ of ‘voornamelijk’ uitdrukken.
Met werkwoord + ようにする zeg je dat iemand er bewust voor zorgt iets te doen of niet te doen: 毎日歩くようにしています, ‘Ik zorg dat ik elke dag wandel.’ Met werkwoord + ようになる beschrijf je juist een verandering die is ontstaan: 毎日歩くようになりました, ‘Ik ben elke dag gaan wandelen.’ Kort gezegd legt する de nadruk op bewuste inzet, en なる op het nieuwe resultaat.
わけ verwijst naar een reden, verklaring of logische samenhang. In わけだ trek je een begrijpelijke conclusie, met わけがない sluit je iets nadrukkelijk uit, met わけではない ontken je een te simpele uitleg en met わけにはいかない zeg je dat omstandigheden of verantwoordelijkheden een handeling onmogelijk maken. De juiste Nederlandse vertaling hangt daarom sterk af van het patroon: bijvoorbeeld ‘vandaar’, ‘dat kan onmogelijk’, ‘het is niet zo dat’ of ‘ik kan het niet maken om’.
もの krijgt in vaste patronen veel meer betekenis dan het letterlijke ‘ding’. Aan het einde van een zin geeft もの/もん vaak een emotionele reden, ものだ een algemene norm of natuurlijke gang van zaken, ものか een krachtige ontkenning en ものなら een moeilijk vervulbare voorwaarde. De informele samentrekking もん klinkt doorgaans persoonlijker en nadrukkelijker dan もの.
Met こと maak je van een werkwoordelijke inhoud iets waarover je kunt besluiten, wat geregeld kan worden of waarover je advies kunt geven. De vier kernpatronen zijn ことにする voor een eigen besluit, ことになる voor een besluit of uitkomst die niet als jouw persoonlijke keuze wordt voorgesteld, ことはない voor ‘het is niet nodig’ en ことだ voor nadrukkelijk advies.
Zet しまう achter de て-vorm van een werkwoord om uit te drukken dat een handeling helemaal wordt afgemaakt of dat iets helaas, per ongeluk of uiteindelijk gebeurt: 食べてしまった kan zowel “ik heb het helemaal opgegeten” als “ik heb het helaas opgegeten” betekenen. In informele spreektaal wordt てしまう meestal ちゃう en でしまう meestal じゃう: 食べちゃった, 読んじゃった. De situatie en de houding van de spreker bepalen de precieze nuance.
Met werkwoord in de て-vorm + おく zeg je dat je iets vooraf doet met het oog op later, of dat je iets bewust in een bepaalde toestand laat: 予約しておく is ‘alvast reserveren’ en 窓を開けておく is ‘het raam openlaten’. In informele spreektaal trekt deze vorm vaak samen tot とく of, na で, どく: 調べておいた wordt bijvoorbeeld 調べといた.
Zet een werkwoord in de て-vorm en voeg みる toe om aan te geven dat je iets doet bij wijze van proef en kijkt wat het oplevert: 食べてみる is “eens proeven” en 日本語で話してみる is “eens proberen in het Japans te praten”. Alleen みる wordt daarna vervoegd: 食べてみます (“ik zal het eens proeven”), 食べてみた (“ik heb het geprobeerd”) en 食べてみたい (“ik zou het eens willen proberen”).
Zet いく ‘gaan’ of くる ‘komen’ achter de て-vorm van een werkwoord. ~ていく richt de beweging van een gekozen punt af of laat een ontwikkeling vanaf dat punt verdergaan; ~てくる richt haar naar dat punt toe of beschrijft een ontwikkeling die dat punt heeft bereikt. Dat punt is vaak hier bij echte beweging en nu bij verandering in de tijd.
Met 〜ていただく en お/ご〜いただく stel je de handeling van de ander voor als een gunst die jij of jouw groep ontvangt. Met 〜させていただく beschrijf je je eigen handeling beleefd als iets waarvoor je toestemming of ruimte krijgt. Nederlandse vertalingen als ‘wilt u …?’, ‘dank u dat …’ en ‘ik zal …’ klinken veel eenvoudiger, maar drukken in de juiste context dezelfde sociale verhouding uit.
際(さい) past bij een concrete gelegenheid in zakelijke mededelingen en nette instructies, terwijl 折(おり) literairder en persoonlijker klinkt en vaak een welkome gelegenheid aanduidt. 時(とき) is de neutrale, brede keuze; een zin met 時 kan heel beleefd zijn, maar 時 zelf is niet formeel. Kies dus niet alleen op basis van het Nederlandse ‘wanneer’, maar vooral op basis van situatie en stijl.
C1 (10)
べし, ごとし, たり en なり geven een zin een klassieke, plechtige of literair aandoende toon. Op C1-niveau is vooral herkenning belangrijk: 知るべし betekent ongeveer ‘men dient dit te weten’, 夢のごとし ‘als een droom’ en 堂々たる姿 ‘een waardige verschijning’. Gebruik deze vormen niet zomaar als deftige vervangers van alledaags Japans; hun bouw en gevoelswaarde verschillen per vorm.
In zakelijke, verklarende en academische teksten gebruikt het Japans vaak de である体: zelfstandige naamwoorden en な-bijvoeglijke naamwoorden eindigen dan bijvoorbeeld op である, ではない en であった. Werkwoorden en い-bijvoeglijke naamwoorden krijgen geen である, maar staan in hun gewone neutrale vorm. Constructies als における en に関して maken relaties tussen onderwerpen compact en formeel.
Samengestelde partikels bestaan uit meerdere elementen die samen één grammaticale functie hebben. Ze leggen nauwkeurig verbanden uit zoals waarbinnen iets gebeurt (において), waarop iets gericht is (に対して), waarover iets gaat (について), waardoor iets gebeurt (によって), vanuit wiens standpunt iets geldt (にとって) en waarop informatie is gebaseerd (をもとに). Vooral in formele gesprekken, nieuws, verslagen en zakelijke teksten maken ze de verhouding tussen zinsdelen expliciet.
Met ものの, つつ, ながらも, すなわち, いわば en とはいえ geef je precies aan hoe twee gedachten samenhangen: als onverwacht contrast, gelijktijdigheid, herformulering, beeldspraak of voorbehoud. Ze zijn niet onderling verwisselbaar: ものの, つつ(も) en ながらも verbinden vooral zinsdelen, terwijl すなわち, いわば en とはいえ de lezer vaak door een hele redenering leiden.
Met ところ, 上(じょう), 限り(かぎり), 以上(いじょう) en 反面(はんめん) maak je van een handeling, toestand of gezichtspunt een bouwsteen in een grotere redenering. Ze geven onder meer aan waarop een conclusie berust, binnen welke grens iets geldt, vanuit welk oogpunt je spreekt of welke keerzijde iets heeft. Een vaste Nederlandse vertaling is er zelden; kies het patroon op grond van de logische relatie.
Met ではないか presenteer je een oordeel als vraag of dring je aan op instemming; てならない verwoordt een gevoel dat zich onbedwingbaar opdringt. ずにはいられない betekent dat iemand een handeling niet kan nalaten, terwijl といったところだ een voorzichtige schatting of samenvatting geeft. De Nederlandse vertaling kan bij twee vormen op ‘ik kan het niet helpen’ lijken, maar hun Japanse grammatica en blikrichting verschillen.
Met Japanse indirecte rede geef je niet alleen de inhoud van een uitspraak door, maar vaak ook waar de informatie vandaan komt en hoeveel afstand je ertoe bewaart. Gebruik bijvoorbeeld 〜ということだ voor een ontvangen mededeling of samenvatting, 〜とのことだ voor informatie uit een herkenbare bron, 〜と伝えられている voor een overgeleverd of algemeen gerapporteerd bericht en 〜によると om de bron uitdrukkelijk te noemen. Anders dan in het Nederlands verschuift de werkwoordstijd daarbij niet automatisch.
Met ようものなら, としたら/とすれば, ないことには en 限り geef je niet alleen een voorwaarde aan, maar ook hoe je die voorwaarde beoordeelt. Je kunt een gevreesd scenario oproepen, een aanname onderzoeken, een noodzakelijke eerste stap noemen of een grens aangeven waarbinnen iets geldt. De Nederlandse vertaling begint vaak met als, maar de Japanse vorm laat veel preciezer zien wat voor soort als bedoeld is.
Zakelijk Japans maakt een verzoek vaak minder direct door eerst de belasting voor de ander te erkennen, daarna de handeling beleefd te noemen en ten slotte waardering uit te spreken. Een veelgebruikt patroon is お忙しいところ恐れ入りますが + verzoek + いただければ幸いです: je erkent dat iemand druk is, formuleert wat je nodig hebt en zegt dat je diens hulp op prijs zou stellen.
Japanse nieuwsberichten maken zorgvuldig onderscheid tussen een vastgesteld feit, een conclusie en informatie van een bron. Formules als ことが分かった (‘uit onderzoek is gebleken’), とみられている (‘wordt vermoed’) en という (‘naar verluidt’) geven aan hoe zeker de informatie is en waar die vandaan komt. Vooral in koppen worden partikels, de koppelwerkwoorden だ/です en andere voorspelbare delen vaak weggelaten.
C2 (8)
De vormen ぬ・ず, し, けり en らむ drukken in klassiek Japans onder meer ontkenning, verleden tijd en vermoeden uit. Ze leven voort in spreekwoorden, vaste uitdrukkingen, historische teksten en bewust plechtige taal. Voor moderne communicatie hoef je ze meestal niet zelf te gebruiken, maar op C2-niveau moet je ze wel naar hun functie kunnen lezen.
Met 修辞技法 (しゅうじぎほう, retorische stijlmiddelen) wijkt een schrijver of spreker bewust af van een neutrale formulering om nadruk, ritme, spanning of suggestie te creëren. Vier veelvoorkomende middelen zijn 倒置 (omkering), 体言止め (eindigen met een naamwoord), 反語 (een vraag die een bewering uitdrukt) en 対句 (parallel gebouwde delen). Op C2-niveau is vooral belangrijk dat je het bedoelde effect herkent en registerbewust beslist of je zo'n vorm zelf gebruikt.
Japanse dialecten verschillen niet alleen in uitspraak, maar ook in woordenschat en grammatica. Bij Kansai-ben vallen onder meer や, へん en おる op; in delen van Tohoku hoor je vaak べ en んだ; in delen van Kyushu zijn ばい, たい en けん herkenbare aanwijzingen. Zie zulke vormen als luistersignalen, niet als regels die overal binnen een hele regio hetzelfde werken.
Academisch Japans gebruikt doorgaans de zakelijke である体, vaste formuleringen voor doel en opbouw, zorgvuldige bronverwijzingen en conclusies die niet stelliger zijn dan het bewijs toelaat. Typische zinnen zijn 本稿では〜について検討する ‘in dit artikel onderzoeken we …’, 〜と考えられる ‘het is aannemelijk dat …’ en 田中(2020)によれば〜 ‘volgens Tanaka (2020) …’. Een goede tekst is niet alleen formeel, maar maakt ook duidelijk wie iets beweert, waarop een conclusie berust en hoe de onderdelen samenhangen.
Juridisch en officieel Japans gebruikt vaste formuleringen om plichten, rechten, uitzonderingen en de reikwijdte van regels zo precies mogelijk vast te leggen. ものとする stelt vaak een norm of juridische afspraak vast, ことができる verleent een bevoegdheid, この限りでない maakt een uitzondering en 妨げない zegt dat een andere mogelijkheid openblijft. Vertaal zulke vormen niet woord voor woord: bepaal eerst welke juridische functie de hele bepaling heeft.
Japans literair proza krijgt zijn werking niet door één speciale grammaticale vorm, maar door een samenspel van perspectief, aspect, weglating, register en ritme. Een schrijver kan met た en ていた gebeurtenissen ordenen, onderwerpen onuitgesproken laten, zinnen afbreken en de woordkeus aan een personage aanpassen. Op C2-niveau gaat het er vooral om zulke keuzes te herkennen en hun effect te verklaren, niet om elke roman in dezelfde ‘literaire’ stijl te imiteren.
Bij Japanse idiomen moet je niet de losse woorden vertalen, maar de hele combinatie leren als één betekenisvolle eenheid. 虫がいい bekritiseert eigenbelang, 腹が立つ drukt ergernis of boosheid uit, 目が高い prijst iemands beoordelingsvermogen en 口が堅い zegt dat iemand een geheim kan bewaren. De juiste uitdrukking hangt niet alleen af van de betekenis, maar ook van je houding tegenover de gesprekspartner en de persoon over wie je spreekt.
In het Japans ligt de bedoelde boodschap vaak niet volledig in de woorden zelf, maar in de situatie, de relatie en wat bewust onuitgesproken blijft. Een zin als ちょっと難しいですね betekent letterlijk ongeveer ‘Dat is een beetje moeilijk’, maar kan in de juiste context een duidelijke afwijzing zijn. Gevorderde taalvaardigheid houdt daarom in dat je niet alleen correcte zinnen maakt, maar ook gevolgtrekkingen, stiltes en registerwisselingen passend interpreteert.
Klaar om Japans te leren? Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Oefen met AI-gegenereerde flashcards als je klaar bent om rond te kijken.
Gratis beginnen