A1

Hiragana in het Japans

ひらがな

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Japans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Hiragana (ひらがな) is een Japans lettergrepenschrift met 46 basistekens. Een teken noteert meestal één korte klankeenheid, zoals あ (a), き (ki) of ん (n). Met dakuten (゛), handakuten (゜), kleine や・ゆ・よ en kleine っ kun je bovendien klanken als が (ga), ぽ (po), きょ (kyo) en een verdubbelde medeklinker schrijven.

Overzicht

Japans wordt gewoonlijk met drie schriften geschreven: hiragana, katakana en kanji. Hiragana gebruik je onder meer voor grammaticale deeltjes, werkwoords- en bijvoeglijke uitgangen en veel woorden die niet met kanji worden geschreven. Ook naast een kanji staat vaak hiragana: in 食べます (tabemasu, eten) is 食 de kanji en べます de hiragana-uitgang. Hiragana is dus geen tijdelijk beginnersschrift dat later verdwijnt.

Dit is een van de eerste onderwerpen op A1-niveau. Wie de tekens automatisch herkent, kan echte Japanse woordvormen lezen zonder voortdurend op Latijnse letters te steunen. Dat is belangrijk, want een transcriptie zoals romaji geeft niet altijd goed weer hoe Japanse woorden zijn opgebouwd.

Voor een Nederlandstalige leerder is het grootste verschil dat hiragana niet werkt als ons alfabet. Je spelt さくら (sakura, kersenbloesem) niet met losse letters, maar met drie tekens: さ・く・ら. Elk daarvan vormt een mora: een korte ritmische eenheid. Een mora lijkt op een lettergreep, maar ook ん, een kleine っ en het tweede deel van een lange klinker tellen als een eigen ritmische tel. Dat Japanse ritme verdient evenveel aandacht als de vorm van de tekens.

Hoe het werkt

De vijf klinkers

De hele tabel is opgebouwd rond vijf klinkers. De onderstaande uitspraak is slechts een benadering vanuit het Nederlands; luister altijd naar moedertaalsprekers om de precieze klank te leren.

Hiragana Transcriptie Benadering voor Nederlandstaligen
a een heldere a, ongeveer als in kat
i ongeveer de ie van fiets, maar kort
u een korte oe, met minder geronde lippen
e ongeveer de e van bed
o een korte, heldere o

In het Japans worden klinkers niet vanzelf tweeklanken zoals de Nederlandse ij, ui en ou. Spreek あい daarom uit als twee tellen, a-i, en niet als één Nederlandse tweeklank.

De 46 basistekens

De traditionele ordening heet 五十音 (gojūon, ‘vijftig klanken’). In het moderne hiragana zijn er 46 basistekens. Lees de tabel per rij van links naar rechts; lege plaatsen hebben geen modern basisteken.

Rij a i u e o
klinkers a i u e o
k ka ki ku ke ko
s sa shi su se so
t ta chi tsu te to
n na ni nu ne no
h ha hi fu he ho
m ma mi mu me mo
y ya yu yo
r ra ri ru re ro
w wa o
los teken n

De transcripties shi, chi, tsu en fu laten zien dat し, ち, つ en ふ niet helemaal volgens het eenvoudige raster worden uitgesproken. De ふ begint met een zachte luchtstroom tussen de lippen en is niet precies de Nederlandse f. De klanken van de ら-rij liggen tussen wat Nederlanders als een korte r en een l horen: de tong maakt één snelle tik. Probeer die klanken niet te forceren op basis van de Latijnse spelling.

Het losse teken ん is bijzonder. Het vormt een eigen mora en past zich in de uitspraak enigszins aan de volgende klank aan. Voor een b, m of p kan het bijvoorbeeld bijna als een m klinken. De spelling blijft ん.

Dakuten en handakuten

Dakuten zijn de twee kleine streepjes ゛ rechtsboven een teken. Ze maken bepaalde medeklinkers stemhebbend: de stembanden trillen mee. Het principe lijkt op het Nederlandse verschil tussen t en d, al hebben niet alle Japanse klankparen een nette Nederlandse tegenhanger. Handakuten is het kleine rondje ゜ en komt alleen bij de h-rij voor.

Basis Met dakuten of handakuten Klanken
か き く け こ が ぎ ぐ げ ご ga gi gu ge go
さ し す せ そ ざ じ ず ぜ ぞ za ji zu ze zo
た ち つ て と だ ぢ づ で ど da ji zu de do
は ひ ふ へ ほ ば び ぶ べ ぼ ba bi bu be bo
は ひ ふ へ ほ ぱ ぴ ぷ ぺ ぽ pa pi pu pe po

In het moderne standaard-Japans klinken じ en ぢ meestal hetzelfde, net als ず en づ. Toch is de spelling niet vrij te kiezen. じ en ず zijn veel gebruikelijker; ぢ en づ komen onder meer voor wanneer een samenstelling of klankverandering daarom vraagt, zoals はなぢ (hanaji, bloedneus) en つづく (tsuzuku, doorgaan). Leer bij een woord dus meteen de juiste kana-spelling.

Combinatieklanken met kleine や, ゆ en よ

Na een teken uit de i-kolom kan een kleine ゃ, ゅ of ょ staan. Zo ontstaat één gecombineerde klank, een yōon. きゃ is één mora en klinkt kya. Een gewone や maakt er twee morae van: きや is ki-ya. Het verschil in grootte verandert dus zowel de klank als het ritme.

Basis Met kleine ゃ Met kleine ゅ Met kleine ょ
ki きゃ kya きゅ kyu きょ kyo
shi しゃ sha しゅ shu しょ sho
chi ちゃ cha ちゅ chu ちょ cho
ni にゃ nya にゅ nyu にょ nyo
hi ひゃ hya ひゅ hyu ひょ hyo
mi みゃ mya みゅ myu みょ myo
ri りゃ rya りゅ ryu りょ ryo
gi ぎゃ gya ぎゅ gyu ぎょ gyo
ji じゃ ja じゅ ju じょ jo
bi びゃ bya びゅ byu びょ byo
pi ぴゃ pya ぴゅ pyu ぴょ pyo

Kleine っ: een korte afsluiting

De kleine っ heet sokuon. Hij geeft aan dat je de volgende medeklinker kort vasthoudt of vooraf laat gaan door een korte afsluiting. In きって (kitte, postzegel) houd je vóór de t één tel in: ki-t-te. Vergelijk きて (kite, kom) zonder kleine っ. In transcriptie zie je meestal een dubbele medeklinker.

Verwar っ niet met de grote つ (tsu). De grootte is betekenisvol:

Vorm Lezing Ritme
きて kite き・て: twee morae
きって kitte き・っ・て: drie morae
きつて kitsute き・つ・て: drie volledig uitgesproken morae

Lange klinkers

Een lange klinker duurt twee morae. In hiragana schrijf je die meestal met een tweede klinkerteken; je gebruikt niet standaard het lange streepje ー dat vaak in katakana staat.

Veelvoorkomende spelling Voorbeeld Lezing en betekenis
ああ おかあさん okāsan, moeder
いい おにいさん onīsan, oudere broer
うう くうき kūki, lucht
えい せんせい vaak sensē, leraar
おう とうきょう vaak Tōkyō, Tokio

Bij えい en おう hoor je in veel woorden een lange e of o, maar de spelling blijft えい of おう. Schrijf dus niet alleen wat een Nederlands oor denkt te horen. Sommige woorden gebruiken werkelijk ええ of おお, zoals おおきい (ōkii, groot); woordkennis blijft nodig.

Hiragana in echte zinnen

Hiragana kan een volledig woord schrijven, maar staat ook naast kanji. De kana na een kanji die de grammaticale vorm aangeven, heten okurigana (meeschrijvende kana): 高い (takai, hoog/duur), 高かった (takakatta, was hoog/duur). Daarnaast schrijft hiragana deeltjes: korte woorden die de functie van een zinsdeel aangeven.

Drie veelvoorkomende deeltjes hebben een traditionele spelling die niet overeenkomt met hun gewone lezing:

Geschreven deeltje Uitspraak als deeltje Functie in eenvoudige woorden
wa markeert waar de zin over gaat
e geeft een richting aan
o markeert wat de handeling ondergaat

Buiten die deeltjes lees je は doorgaans als ha en へ als he. De spelling わ voor het deeltje wa is daarom een typische beginnersfout.

Voorbeelden in context

Japans Transcriptie Nederlands Aandachtspunt
あさ asa ochtend twee morae: あ・さ
いぬ inu hond de klinkers い en う
さくら sakura kersenbloesem drie morae: さ・く・ら
がくせい gakusei student が heeft dakuten; せい bevat vaak een lange e
ぱん pan brood ぱ heeft handakuten; ん is een eigen mora
きって kitte postzegel kleine っ verdubbelt de volgende medeklinker
きょう kyō vandaag きょ is één mora; う verlengt de o
りょこう ryokō reis combinatieklank りょ en lange o in こう
おちゃをのみます。 Ocha o nomimasu. Ik drink thee. ちゃ is een combinatieklank; を is het lijdend-voorwerpdeeltje
わたしはがくせいです。 Watashi wa gakusei desu. Ik ben student. het deeltje は wordt uitgesproken als wa
がっこうへいきます。 Gakkō e ikimasu. Ik ga naar school. kleine っ, lange o en へ uitgesproken als e
ねこがいます。 Neko ga imasu. Er is een kat. een korte zin die volledig in hiragana kan
日本語をべんきょうします。 Nihongo o benkyō shimasu. Ik studeer Japans. kanji en hiragana staan natuurlijk naast elkaar

De transcriptie dient hier alleen als uitspraakhulp. Probeer bij een tweede lezing eerst rechtstreeks van het hiragana naar de klank en betekenis te gaan.

Veelgemaakte fouten

Romaji blijven lezen in plaats van hiragana

  • Niet doen: eerst sakura lezen en dat daarna aan さくら koppelen.
  • Wel doen: さ・く・ら direct als drie klankeenheden herkennen.
  • Waarom: Latijnse letters voelen voor Nederlanders vertrouwd en trekken daardoor steeds de aandacht. Bedek de transcriptie zodra je een tekenreeks eenmaal hebt gehoord.

Kleine en grote tekens verwarren

  • Fout: きや lezen als kya of きゅ als kiyu.
  • Goed: きや is ki-ya; きゅ is kyu.
  • Waarom: een kleine ゃ, ゅ of ょ vormt samen met het vorige teken één mora. Een groot teken blijft zelfstandig.

De kleine っ overslaan

  • Fout: きって lezen als kite.
  • Goed: きって is kitte, met een korte afsluiting vóór de t.
  • Waarom: de kleine っ telt mee in het ritme en kan woorden van elkaar onderscheiden. Klap desnoods drie tellen: き・っ・て.

Dakuten en handakuten als versiering zien

  • Fout: かぎ (kagi, sleutel) lezen als kaki.
  • Goed: let bij ぎ op de twee streepjes: kagi.
  • Waarom: ゛ en ゜ veranderen de medeklinker. Bestudeer か/が, は/ば/ぱ en vergelijkbare groepen naast elkaar.

Deeltjes schrijven zoals ze klinken

  • Fout: わたしわがくせいです。
  • Goed: わたしはがくせいです。
  • Waarom: het onderwerpdeeltje klinkt als wa, maar wordt als は geschreven. Hetzelfde soort verschil zie je bij へ (e) en を (o).

Lange klinkers inkorten

  • Fout: おばさん schrijven wanneer je おばあさん bedoelt.
  • Goed: おばあさん (obāsan, grootmoeder).
  • Waarom: おばさん (obasan) betekent tante of een vrouw van middelbare leeftijd. Klinkerlengte is in het Japans geen onbelangrijk accentverschil, maar kan de betekenis veranderen.

Gebruiksnotities

Hiragana heeft gedrukte en handgeschreven vormen. Een lettertype kan een haal verbonden of los tonen, en in handschrift ontstaan kleine vormverschillen. Leer daarom niet alleen van één digitaal lettertype. De basisverhoudingen en de volgorde van de pennenstreken blijven wel belangrijk: die maken je schrift leesbaar en helpen je onderdelen van een teken te onthouden.

In kinderboeken en lesmateriaal staat soms kleine hiragana boven of naast kanji om de lezing te tonen. Die leeshulp heet furigana. Het is geen vierde schrift, maar hiragana dat als uitspraaksteun wordt gebruikt: 日本語 kan bijvoorbeeld worden voorzien van にほんご.

Een tekst die volledig in hiragana staat, is technisch vaak leesbaar maar niet altijd prettig. Japans gebruikt normaal geen spaties tussen woorden; kanji helpen daardoor ook om woordgrenzen en betekenissen snel te herkennen. Schrijf als beginner gerust onbekende kanji in hiragana, maar verwacht niet dat volwassen Japans uiteindelijk geheel uit hiragana bestaat.

Verder dan de basis

Je hoeft de volgende punten op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

  • Klankverandering in samenstellingen: een tweede woorddeel kan een dakuten-klank krijgen. 紙 (kami, papier) wordt bijvoorbeeld がみ in 手紙 (tegami, brief). Dit heet rendaku. Het verschijnsel is niet volledig voorspelbaar, dus leer de uitspraak per woord.
  • Wegvallende klinkers: い en う klinken tussen bepaalde stemloze medeklinkers soms zeer zwak. です wordt daardoor vaak ongeveer als des gehoord. Het teken verdwijnt niet uit de spelling en de mora-structuur blijft relevant.
  • De speciale spelling ぢ en づ: deze kana klinken in de standaardtaal meestal als じ en ず, maar blijven in bepaalde woorden staan vanwege hun woordopbouw. Vervang ze niet op gehoor.
  • Ongewone combinaties: moderne leenwoorden en speelse schrijfwijzen kunnen combinaties bevatten die niet in de klassieke yōon-tabel staan. Zulke klanken verschijnen vaker in katakana; leer eerst de gewone hiragana-combinaties.
  • Historische kana: in oudere teksten kun je verouderde tekens en spellingen aantreffen. Voor modern Japans zijn de 46 basistekens en de huidige spelling voldoende.
  • Stijlkeuze: woorden die normaal kanji hebben, worden soms bewust in hiragana geschreven om zachter, eenvoudiger of minder formeel over te komen. Dat is een schrijfkeuze, geen andere uitspraak.

Let later ook op toonhoogteaccent: Japanse woorden hebben geen klemtoon zoals Nederlandse woorden, maar patronen van hoge en lage toon. Hiragana zelf noteert die patronen niet. Correct kana kunnen lezen is dus noodzakelijk, maar luisteren blijft nodig voor een natuurlijke uitspraak.

Oefentips

  1. Leer in kleine rijen, maar oefen door elkaar. Begin bijvoorbeeld met あいうえお en かきくけこ. Zodra je ze kent, schud je kaartjes zodat je niet alleen de volgorde van de tabel opdreunt.
  2. Schrijf, lees en luister tegelijk. Spreek elke mora uit terwijl je het teken in de juiste streekvolgorde schrijft. Neem daarna korte woorden op en vergelijk je ritme met audio van een moedertaalspreker.
  3. Maak contrastgroepjes. Oefen か・が, は・ば・ぱ, きや・きゃ en つ・っ naast elkaar. Juist de kleine verschillen veroorzaken de meeste leesfouten.
  4. Bouw romaji snel af. Lees dagelijks vijf minuten een korte lijst of zin zonder Latijnse transcriptie. Noteer alleen de tekens die nog niet automatisch gaan en herhaal die later gespreid.

Verwante onderwerpen

  • Volgende stap: Katakana — dezelfde basisset klanken in een ander schrift, vooral gebruikt voor leenwoorden, klanknabootsingen en nadruk.

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen ひらがな in Japans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Japans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen