A2

Relatieve bijzinnen in het Japans

関係節

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Japans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

In het Japans staat een beschrijvende bijzin vóór het zelfstandig naamwoord: 昨日買った本 betekent ‘het boek dat ik gisteren heb gekocht’. Je gebruikt geen apart woord voor Nederlands die, dat, wie of waar; de ontbrekende rol blijkt uit de bijzin en de context. Het werkwoord in de bijzin staat normaal in de gewone vorm, ook als de hele zin beleefd eindigt.

Overzicht

Een relatieve bijzin is een zinsdeel dat meer vertelt over een zelfstandig naamwoord. In het Nederlands staat zo’n bijzin meestal erachter: de persoon die ik gisteren heb ontmoet. Het Japans bouwt dit in de omgekeerde volgorde op: 昨日会った人 — letterlijk in de volgorde ‘gisteren ontmoet + persoon’. is hier het zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) dat door alles ervoor wordt beschreven.

Dit patroon kom je voortdurend tegen: in gesprekken, berichten, nieuws, menu’s en productbeschrijvingen. Al op A2-niveau kun je er veel nauwkeuriger mee zeggen over welke persoon of zaak je het hebt: niet alleen ‘een winkel’, maar 駅の近くにある店 ‘de winkel die bij het station ligt’.

Voor Nederlandstaligen zijn vooral twee verschillen belangrijk. Ten eerste gaat de hele beschrijving vóór het zelfstandig naamwoord. Ten tweede heeft het Japans geen betrekkelijk voornaamwoord nodig. Je vertaalt afhankelijk van de zin dus met ‘de persoon die’, ‘de persoon aan wie’ of ‘de persoon met wie’, maar in het Japans verschijnt zo’n Nederlands verbindingswoord niet.

Zo werkt het

Het basispatroon

De eenvoudigste formule is:

[bijzin in de gewone vorm] + [zelfstandig naamwoord]

Japans Nederlands Opbouw
昨日買った本 het boek dat ik gisteren heb gekocht 昨日買った beschrijft 本
日本語を話す人 iemand die Japans spreekt 日本語を話す beschrijft 人
駅の近くにある店 de winkel die bij het station ligt 駅の近くにある beschrijft 店
母が作ったケーキ de taart die mijn moeder heeft gemaakt 母が作った beschrijft ケーキ

In 母が作ったケーキ is het onderwerp (wie de handeling uitvoert) van 作った. ケーキ is wat zij heeft gemaakt, maar krijgt binnen de bijzin geen partikel . Je zegt dus niet 母がケーキを作ったケーキ. De plaats van ケーキ na de bijzin maakt al duidelijk dat het de ontbrekende zaak is.

De rol van het beschreven woord blijft leeg

Het Nederlandse betrekkelijk voornaamwoord laat vaak zien welke rol het beschreven woord heeft: die kwam, dat ik kocht, met wie ik sprak. In het Japans laat je op die plek een ‘gat’. Alleen de andere zinsdelen behouden hun partikel.

Japans Nederlands Ontbrekende rol in de bijzin
来た人 de persoon die kwam 人 is het onderwerp van 来た
私が会った人 de persoon die ik ontmoette 人 is het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat) van 会った
私が話した人 de persoon met wie ik sprak bij 話した wordt de gesprekspartner uit de context aangevuld
本を置いた机 het bureau waarop ik het boek legde 机 is de plaats van de handeling

Bij het laatste voorbeeld staat 本を wel in de bijzin, omdat het lijdend voorwerp van 置いた is. Het beschreven woord komt pas erna. Welk partikel bij de ontbrekende rol zou horen, leer je samen met het werkwoord en leid je af uit de betekenis.

Gebruik de gewone vormen

Een werkwoord in een relatieve bijzin staat normaal niet in de ます-vorm, maar in een gewone vorm. Dat geldt ook wanneer de hoofdzin — de zin waarin de hele woordgroep wordt gebruikt — beleefd eindigt.

Betekenis Vorm vóór het zelfstandig naamwoord Voorbeeld
niet-verleden, bevestigend woordenboekvorm 読む本 ‘het boek dat ik lees/ga lezen’
niet-verleden, ontkennend ない-vorm 読まない本 ‘een boek dat ik niet lees’
verleden, bevestigend た-vorm 読んだ本 ‘het boek dat ik heb gelezen’
verleden, ontkennend なかった-vorm 読まなかった本 ‘het boek dat ik niet heb gelezen’
bezig of resulterende toestand ている-vorm 読んでいる本 ‘het boek dat ik aan het lezen ben’

De hele zin kan wel beleefd zijn:

昨日買った本を読んでいます。

‘Ik lees het boek dat ik gisteren heb gekocht.’

Hier is 買った gewoon, terwijl 読んでいます beleefd is. Beleefdheid wordt vooral aan het einde van de hoofdzin uitgedrukt; je hoeft haar niet in elk ingebed zinsdeel te herhalen.

Tijd: kijk vanuit de bijzin

Kies de vorm op grond van wat de beschrijving betekent. De niet-verleden vorm kan een gewoonte, huidige toestand of toekomstige handeling aangeven. De verleden vorm geeft doorgaans een voltooide of vroegere handeling aan.

Japans Nederlands Tijd of aspect
毎日使う電車 de trein die ik elke dag neem gewoonte
今使っているパソコン de computer die ik nu gebruik handeling die bezig is
来週泊まるホテル het hotel waar ik volgende week verblijf toekomst
去年泊まったホテル het hotel waar ik vorig jaar verbleef verleden

Het Nederlands voegt woorden als ‘nu’, ‘zal’ of een passende werkwoordstijd toe. Het Japans vertrouwt sterk op de werkwoordsvorm en op tijdsaanduidingen zoals , 来週 en 去年.

Werkwoorden, い-bijvoeglijke naamwoorden en な-bijvoeglijke naamwoorden

Niet alleen werkwoordzinnen kunnen vóór een zelfstandig naamwoord staan. Een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt) kan hetzelfde doen.

Soort beschrijving Patroon Voorbeeld
werkwoord gewone vorm + zelfstandig naamwoord よく笑う人 ‘iemand die vaak lacht’
い-bijvoeglijk naamwoord vorm op い + zelfstandig naamwoord 面白い本 ‘een interessant boek’
ontkennend い-bijvoeglijk naamwoord ~くない + zelfstandig naamwoord 高くない店 ‘een winkel die niet duur is’
な-bijvoeglijk naamwoord stam + な + zelfstandig naamwoord 静かな町 ‘een rustige stad’
ontkennend な-bijvoeglijk naamwoord ~ではない + zelfstandig naamwoord 静かではない町 ‘een stad die niet rustig is’
verleden な-bijvoeglijk naamwoord ~だった + zelfstandig naamwoord 静かだった町 ‘een stad die rustig was’

Let vooral op in 静かな町. Je kunt een beleefde zin 町は静かです niet rechtstreeks vóór zetten. Voor een eenvoudige eigenschap gebruik je 静かな町, niet 静かです町.

Een zelfstandig naamwoord kan een ander zelfstandig naamwoord eenvoudig met bepalen: 日本の会社 ‘een Japans bedrijf’ of ‘een bedrijf in Japan’. Voor een vroegere identificatie kan een echte bijzin nodig zijn, bijvoorbeeld 昔学校だった建物 ‘het gebouw dat vroeger een school was’.

Het onderwerp binnen de bijzin

Het onderwerp van een relatieve bijzin krijgt vaak :

  • 私が作った料理 — het gerecht dat ik heb gemaakt
  • 父が働いている会社 — het bedrijf waar mijn vader werkt

In veel naamwoordbeschrijvingen kan ook het onderwerp markeren: 私の作った料理. Dat klinkt vooral natuurlijk in compacte beschrijvingen. Voor A2 is de veiligste, duidelijkste keuze. Verwar dit onderwerpmarkerende niet met bezits- in bijvoorbeeld 私の料理 ‘mijn gerecht’.

De hele woordgroep krijgt een partikel

Nadat je de relatieve bijzin en het zelfstandig naamwoord hebt samengevoegd, functioneert het geheel als één woordgroep in de hoofdzin. Het partikel na het beschreven zelfstandig naamwoord geeft de rol van die hele groep aan.

Japans Nederlands Rol in de hoofdzin
昨日会った人先生です。 De persoon die ik gisteren ontmoette, is docent. onderwerp/thema met は
母が作った料理食べました。 Ik heb het gerecht gegeten dat mijn moeder maakte. lijdend voorwerp met を
日本語を話す人聞きました。 Ik heb het aan iemand gevraagd die Japans spreekt. ontvanger met に
駅の近くにある店買いました。 Ik heb het gekocht in de winkel die bij het station ligt. plaats van handeling met で

Voorbeelden in context

Japans Nederlands Toelichting
あそこで待っている人は田中さんです。 De persoon die daar staat te wachten, is Tanaka. lopende handeling met 待っている
これは昨日会議で使った資料です。 Dit zijn de stukken die we gisteren tijdens de vergadering hebben gebruikt. voltooide handeling
私が作った料理を食べてください。 Proef alstublieft het gerecht dat ik heb gemaakt. 私が is het onderwerp van de bijzin
日本語を話す人を探しています。 Ik zoek iemand die Japans spreekt. 人 is degene die spreekt
駅の近くにある店は夜十時まで開いています。 De winkel die bij het station ligt, is tot tien uur ’s avonds open. plaats met にある
兄が住んでいる町に行きました。 Ik ben naar de stad gegaan waar mijn broer woont. 町 krijgt に in de hoofdzin
まだ見ていない映画があります。 Er is een film die ik nog niet heb gezien. ontkennende ている-vorm
来月始まるコースに申し込みました。 Ik heb me ingeschreven voor de cursus die volgende maand begint. toekomstige gebeurtenis
子供が安全に遊べる公園を知っていますか。 Kent u een park waar kinderen veilig kunnen spelen? mogelijkheid met 遊べる
友達にもらったカップを毎日使っています。 Ik gebruik elke dag de beker die ik van een vriend heb gekregen. herkomst met 友達に
辛くない料理をお願いします。 Graag een gerecht dat niet pittig is. ontkennend い-bijvoeglijk naamwoord
週末に静かだった通りも、今日はにぎやかです。 Zelfs de straat die in het weekend rustig was, is vandaag levendig. verleden van een な-bijvoeglijk naamwoord
机の上に置いてある鍵は私のです。 De sleutel die op het bureau is klaargelegd, is van mij. resulterende toestand met てある

Merk op dat Nederlandse vertalingen woorden als die, dat, waar en soms waarop gebruiken. De Japanse bouw blijft in al deze gevallen hetzelfde: beschrijving eerst, zelfstandig naamwoord daarna.

Veelgemaakte fouten

Een Japans woord voor ‘die’ of ‘dat’ invoegen

  • Onjuist: 昨日会った誰人
  • Juist: 昨日会った人
  • Waarom: betekent ‘wie?’ in een vraag; het is geen betrekkelijk voornaamwoord. Het Japans verbindt de bijzin rechtstreeks met .

De Nederlandse woordvolgorde volgen

  • Onjuist: 人昨日会った
  • Juist: 昨日会った人
  • Waarom: De volledige beschrijving moet vóór het zelfstandig naamwoord staan. Wacht bij het lezen dus tot het laatste woord om te zien wat er precies wordt beschreven.

De ます-vorm vóór het zelfstandig naamwoord gebruiken

  • Onjuist: 昨日買いました本
  • Juist: 昨日買った本
  • Waarom: In een relatieve bijzin gebruik je normaal de gewone vorm. De hoofdzin mag daarna beleefd eindigen: 昨日買った本です.

Het beschreven woord in de bijzin herhalen

  • Onjuist: 私が料理を作った料理
  • Juist: 私が作った料理
  • Waarom: 料理 vult na de bijzin al de ontbrekende rol in. Alleen als er werkelijk twee verschillende gerechten bedoeld worden, zou een extra zelfstandig naamwoord inhoudelijk nodig kunnen zijn.

は gebruiken waar が duidelijker is

  • Minder natuurlijk als neutrale beschrijving: 私は作った料理
  • Juist: 私が作った料理
  • Waarom: Binnen een compacte relatieve bijzin markeert normaal wie de handeling uitvoert. zet een thema of contrast neer en kan daardoor de grens van de bijzin onduidelijk maken. Gevorderde contrastieve gevallen met bestaan wel.

な of だ verkeerd gebruiken

  • Onjuist: 静かだ町 / 静か町
  • Juist: 静かな町
  • Waarom: Een な-bijvoeglijk naamwoord krijgt in de eenvoudige niet-verleden bevestigende vorm vóór een zelfstandig naamwoord. In verleden tijd is 静かだった町 wel correct.

Gebruiksnotities

Een relatieve bijzin kan heel kort zijn, zoals 買った本, maar ook verscheidene bepalingen bevatten: 先週駅前の新しい店で買った本 ‘het boek dat ik vorige week in de nieuwe winkel voor het station kocht’. In geschreven Japans zijn zulke lange beschrijvingen gewoon. Als leerder houd je ze aanvankelijk beter kort, zodat duidelijk blijft welk zelfstandig naamwoord door welk zinsdeel wordt bepaald.

Het Japans gebruikt geen lidwoorden die precies overeenkomen met Nederlands de, het en een. 日本語を話す人 kan daarom, afhankelijk van de situatie, ‘iemand die Japans spreekt’, ‘de persoon die Japans spreekt’ of ‘mensen die Japans spreken’ betekenen. Aantal en bepaaldheid komen uit de context.

Plaats in een Nederlandse vertaling niet automatisch waar. 住んでいる町 wordt natuurlijk ‘de stad waar iemand woont’, maar 買った店 kan zonder extra context zowel ‘de winkel waar iemand iets kocht’ als iets anders suggereren. Zorg in het Japans dat de andere zinsdelen genoeg informatie geven: この本を買った店 is duidelijk ‘de winkel waar ik dit boek kocht’.

In gewone gesprekken worden bekende onderwerpen vaak weggelaten. 昨日買った本、もう読んだ? betekent natuurlijk ‘Heb je het boek dat je gisteren kocht al gelezen?’ De relatieve bijzin zelf verandert niet door die informele stijl.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.

が en の als onderwerpmarkering

Naast 私が作った料理 hoor en lees je 私の作った料理. De vervanging van door komt vooral voor in bijzinnen die een zelfstandig naamwoord bepalen. blijft algemener en kan nadruk of een duidelijke nieuwe actor geven; kan de beschrijving compacter laten klinken. Niet elk kan zomaar door worden vervangen: heeft ook andere functies, bijvoorbeeld bij woorden die iets als kunnen, begrijpen of nodig hebben uitdrukken. Gebruik daarom zelf eerst consequent .

Betrekkelijk en aanvullend gebruik zien er hetzelfde uit

Het Nederlands onderscheidt soms een noodzakelijke beperking van extra informatie: de studenten die slaagden tegenover de studenten, die allemaal slaagden. Japans markeert dat verschil niet simpelweg met komma’s of een ander betrekkelijk voornaamwoord. De context, woordkeus en intonatie bepalen of de beschrijving selecteert over wie je praat of alleen achtergrondinformatie toevoegt.

De relatie kan impliciet zijn

Niet elke Japanse naamwoordbeschrijving laat zich woord voor woord als een Nederlandse betrekkelijke bijzin ontleden. In 魚を焼く匂い betekent 匂い niet het onderwerp of lijdend voorwerp van 焼く; het is ‘de geur van vis die wordt gebakken’. Ook 頭が痛くなる話 kan ‘een verhaal waar je hoofdpijn van krijgt’ betekenen. De relatie tussen beschrijving en zelfstandig naamwoord wordt ruim uit de betekenis afgeleid. Dat maakt Japanse naamwoordgroepen compact, maar soms ook dubbelzinnig.

Zeer lange beschrijvingen

In formele teksten kan bijna een hele mededeling vóór één zelfstandig naamwoord staan. Zoek bij het lezen eerst het kernwoord aan het einde van de woordgroep en werk dan terug. In 政府が昨日発表した新しい計画 is 計画 het kernwoord, 新しい beschrijft dat plan, en 政府が昨日発表した vertelt welk plan bedoeld wordt. Deze leesstrategie voorkomt dat je de eerste woorden te vroeg als een afgeronde hoofdzin opvat.

Oefentips

  1. Bouw van achteren naar voren. Kies eerst een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld , of . Voeg dan een korte beschrijving ervoor: 働く人, 読んだ本, よく行く店. Maak de groep pas daarna onderdeel van een volledige zin.
  2. Keer Nederlandse zinnen bewust om. Neem ‘het boek dat mijn vriend kocht’. Zoek eerst de Japanse kern , maak vervolgens 友達が買った, en zet ze samen: 友達が買った本. Laat dat helemaal onvertaald.
  3. Markeer bij het lezen de grenzen. Onderstreep het zelfstandige naamwoord aan het einde en zet haakjes om wat ervoor staat: [昨日図書館で借りた] 本. Controleer daarna welke rol bij het kernwoord in de bijzin ontbreekt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Gewone vorm en woordenboekvorm in het JapansA2

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen 関係節 in Japans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Japans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen