Betrekkelijke voornaamwoorden in het Italiaans
Pronomi Relativi
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Met een betrekkelijk voornaamwoord verbind je twee zinnen die over dezelfde persoon of zaak gaan. Gebruik che zonder voorzetsel als onderwerp of lijdend voorwerp, voorzetsel + cui na een voorzetsel en voorzetsel + il quale/la quale/i quali/le quali als formeler of duidelijker alternatief. Anders dan Nederlands die en dat verandert che niet volgens het geslacht of getal van het voorafgaande woord.
Overzicht
Een betrekkelijk voornaamwoord verwijst terug naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, zaak of plaats). Dat eerdere woord heet het antecedent: in la collega che arriva is la collega het antecedent en verwijst che daarnaar terug. De woorden na het betrekkelijk voornaamwoord vormen een betrekkelijke bijzin: een zinsdeel dat extra informatie over het antecedent geeft.
Met zulke bijzinnen vermijd je korte, herhalende zinnen. Conosco una ragazza. La ragazza vive a Bologna wordt bijvoorbeeld Conosco una ragazza che vive a Bologna: ‘Ik ken een meisje dat in Bologna woont.’ Dit onderwerp hoort bij niveau B1, omdat je er preciezer en natuurlijker mee leert vertellen wie of wat je bedoelt.
Voor Nederlandstaligen lijkt de constructie vertrouwd, maar de verdeling van de vormen is anders. Het Nederlands kiest vaak die na een de-woord en dat na een het-woord. In het Italiaans gebruik je in beide gevallen gewoon che. Zodra de Italiaanse bijzin een voorzetsel nodig heeft, zoals di, a, con of in, schakel je meestal over op cui of een vorm van il quale.
Hoe het werkt
Eerst bepalen: welke functie heeft het verwijswoord?
Kijk niet naar de Nederlandse vertaling, maar naar de taak van het verwijswoord binnen de Italiaanse bijzin.
- Is het verwijswoord het onderwerp (wie of wat de handeling uitvoert)? Gebruik che.
- Is het het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat), zonder voorzetsel? Gebruik che.
- Hoort er volgens het werkwoord of de betekenis een voorzetsel bij? Gebruik voorzetsel + cui of voorzetsel + een vorm van il quale.
| Italiaans | Nederlands | Functie in de bijzin |
|---|---|---|
| La donna che parla è la direttrice. | De vrouw die praat, is de directrice. | Che is onderwerp van parla. |
| La donna che vedo è la direttrice. | De vrouw die ik zie, is de directrice. | Che is lijdend voorwerp van vedo; io is het verzwegen onderwerp. |
| La donna con cui lavoro è la direttrice. | De vrouw met wie ik werk, is de directrice. | Lavorare con vereist con. |
Bij de eerste twee zinnen kan de vorm dus hetzelfde zijn, ook al verschilt de functie. Een handige controle is de persoonsvorm. In che parla voert het antecedent zelf de handeling uit. In che vedo staat er al een ander, impliciet onderwerp: ‘ik’ zie de vrouw.
Che: onderwerp of lijdend voorwerp
Che is onveranderlijk: het heeft geen mannelijke, vrouwelijke, enkelvoudige of meervoudige vorm. Het kan naar mensen, dieren en zaken verwijzen.
| Italiaans patroon | Nederlands | Wat blijft gelijk? |
|---|---|---|
| il ragazzo che arriva | de jongen die aankomt | mannelijk enkelvoud |
| la ragazza che arriva | het meisje dat aankomt | vrouwelijk enkelvoud |
| i treni che arrivano | de treinen die aankomen | mannelijk meervoud |
| le lettere che arrivano | de brieven die aankomen | vrouwelijk meervoud |
De persoonsvorm past wel bij het antecedent: il treno che arriva maar i treni che arrivano. Che zelf verandert niet. Ook voor een lijdend voorwerp blijft het che: il film che guardiamo en le serie che guardiamo.
Er staat geen voorzetsel direct vóór dit relatieve che. Zeg dus niet con che wanneer je ‘met wie’ bedoelt. Daarvoor gebruik je con cui of con il quale / con la quale.
Cui: na een voorzetsel
Cui is eveneens onveranderlijk en volgt normaal op een voorzetsel. Welk voorzetsel je nodig hebt, wordt bepaald door het werkwoord, de uitdrukking of de bedoelde relatie:
| Combinatie | Voorbeeld | Betekenis en reden |
|---|---|---|
| di cui | il progetto di cui parliamo | het project waarover we praten; parlare di |
| a cui | la persona a cui scrivo | de persoon aan wie ik schrijf; scrivere a |
| con cui | gli amici con cui viaggio | de vrienden met wie ik reis |
| in cui | il quartiere in cui abito | de wijk waarin ik woon |
| per cui | il motivo per cui parto | de reden waarom ik vertrek |
| su cui | il tavolo su cui poso il libro | de tafel waarop ik het boek leg |
| da cui | la città da cui proviene | de stad waar hij of zij vandaan komt |
| tra/fra cui | tre candidati, tra cui Anna | drie kandidaten, onder wie Anna |
Hier ligt een belangrijke valkuil voor Nederlandstaligen. In het Nederlands kan een voorzetsel achteraan staan: ‘de collega met wie ik werk’, maar ook informeel ‘de collega waar ik mee werk’. In standaard-Italiaans blijven voorzetsel en cui bij elkaar: la collega con cui lavoro. Je kunt con niet achteraan zetten.
Leer bovendien het Italiaanse werkwoord samen met zijn vaste voorzetsel. Nederlands ‘denken aan’ is bijvoorbeeld pensare a, dus ‘de vakantie waaraan ik denk’ wordt la vacanza a cui penso. Een letterlijke omzetting van het Nederlandse voorzetsel levert niet altijd de juiste combinatie op.
Il quale en de andere vormen
Il quale heeft vier vormen. Het lidwoord en quale stemmen overeen met het antecedent in geslacht en getal:
| Antecedent | Vorm | Voorbeeld zonder voorzetsel |
|---|---|---|
| mannelijk enkelvoud | il quale | il direttore, il quale... |
| vrouwelijk enkelvoud | la quale | la direttrice, la quale... |
| mannelijk meervoud | i quali | i documenti, i quali... |
| vrouwelijk meervoud | le quali | le proposte, le quali... |
Deze vormen klinken formeler en zwaarder dan che en cui. Als onderwerp komen ze vooral in verzorgde schrijftaal voor, vaak in een toelichtende bijzin tussen komma’s: La direttrice, la quale conosce bene il problema, interverrà domani. Als gewoon lijdend voorwerp zijn ze mogelijk maar ongebruikelijk; daar is che vrijwel altijd natuurlijker.
Na een voorzetsel kan il quale juist nuttig zijn. Het voorzetsel en het lidwoord trekken waar nodig samen, net als elders in het Italiaans:
| Met cui | Met quale | Nederlands |
|---|---|---|
| l'uomo a cui telefono | l'uomo al quale telefono | de man die ik bel / aan wie ik telefoneer |
| la donna di cui parlo | la donna della quale parlo | de vrouw over wie ik praat |
| i clienti con cui lavoriamo | i clienti con i quali lavoriamo | de klanten met wie we werken |
| le città in cui viviamo | le città nelle quali viviamo | de steden waarin we wonen |
Cui laat geslacht en getal niet zien; de vormen van quale wel. Daardoor kan il quale soms onduidelijkheid voorkomen. Vergelijk Ho parlato con la sorella di Marco, che vive a Torino: zonder context kan che grammaticaal naar de zus of naar Marco verwijzen. Met la quale of il quale maak je expliciet welk antecedent je bedoelt.
Beperkende en toelichtende bijzinnen
Een beperkende bijzin bepaalt over welke persoon of zaak je spreekt. Zonder die informatie verandert de bedoelde groep. Er staan normaal geen komma’s omheen:
Gli studenti che hanno finito possono uscire.
Alleen de studenten die klaar zijn, mogen weg.
Een toelichtende bijzin geeft aanvullende informatie over een al geïdentificeerd antecedent. Die informatie staat tussen komma’s:
Giulia, che ha già finito, può uscire.
Giulia, die al klaar is, mag weg.
De keuze tussen komma’s en geen komma’s is dus niet alleen een kwestie van adempauze; ze kan de betekenis veranderen. In spraak hoor je bij een toelichtende bijzin meestal korte pauzes.
Voorbeelden in context
| Italiaans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| La ragazza che ho visto è mia cugina. | Het meisje dat ik heb gezien, is mijn nicht. | Che is lijdend voorwerp. |
| Cerco un autobus che va in centro. | Ik zoek een bus die naar het centrum gaat. | Che is onderwerp. |
| I vicini che abitano sopra di noi sono gentili. | De buren die boven ons wonen, zijn aardig. | Het meervoud i vicini bepaalt abitano. |
| Hai letto il messaggio che ti ho mandato? | Heb je het bericht gelezen dat ik je heb gestuurd? | Zaken krijgen ook che. |
| Il libro di cui ti ho parlato è finalmente uscito. | Het boek waarover ik je heb verteld, is eindelijk verschenen. | Parlare di. |
| Marta è la collega con cui lavoro più spesso. | Marta is de collega met wie ik het vaakst werk. | Con cui blijft bij elkaar. |
| Questa è la città in cui sono nato. | Dit is de stad waar ik geboren ben. | Bij een plaats kan ook dove. |
| Non conosco la persona a cui hai scritto. | Ik ken de persoon aan wie je hebt geschreven niet. | Scrivere a qualcuno. |
| È una decisione su cui dobbiamo riflettere. | Het is een beslissing waarover we moeten nadenken. | Riflettere su. |
| Spiegami il motivo per cui sei partito. | Leg me uit waarom je bent vertrokken. | Il motivo per cui is een vaste, veelgebruikte combinatie. |
| Ho ritrovato la chiave senza cui non potevo entrare. | Ik heb de sleutel teruggevonden zonder welke ik niet naar binnen kon. | Ook senza kan vóór cui. |
| Paolo, il quale conosce già la situazione, ci aiuterà. | Paolo, die de situatie al kent, zal ons helpen. | Formele, toelichtende formulering. |
| La società per la quale lavoro apre una sede a Roma. | Het bedrijf waarvoor ik werk, opent een vestiging in Rome. | La quale verwijst naar la società. |
| Abbiamo visitato due musei, uno dei quali era gratuito. | We hebben twee musea bezocht, waarvan er één gratis was. | Dei quali verwijst naar het mannelijke meervoud. |
| Il quartiere dove abito è molto tranquillo. | De wijk waar ik woon, is heel rustig. | Dove is een natuurlijk alternatief voor in cui bij plaatsen. |
Veelgemaakte fouten
1. Che laten meebuigen zoals Nederlands die en dat
- Fout: La casa cha abbiamo comprato è vecchia.
- Goed: La casa che abbiamo comprato è vecchia.
- Waarom: Che heeft altijd dezelfde vorm. Het Nederlandse onderscheid tussen die en dat bestaat hier niet.
2. Che na een voorzetsel zetten
- Fout: La persona con che lavoro è simpatica.
- Goed: La persona con cui lavoro è simpatica.
- Ook goed, formeler: La persona con la quale lavoro è simpatica.
- Waarom: Na een voorzetsel gebruik je normaal cui of een passende vorm van il quale.
3. Cui gebruiken zonder het vereiste voorzetsel
- Fout: Il libro cui ti ho parlato è interessante.
- Goed: Il libro di cui ti ho parlato è interessante.
- Waarom: Het werkwoord is parlare di qualcosa. Cui vervangt het voorzetsel niet; het volgt erop.
4. Aannemen dat elk Nederlands voorzetsel ook Italiaans nodig is
- Fout: La musica a cui ascolto ogni mattina.
- Goed: La musica che ascolto ogni mattina.
- Waarom: Het Nederlands zegt ‘luisteren naar muziek’, maar Italiaans gebruikt ascoltare qualcosa zonder voorzetsel. Het verwijswoord is daardoor een gewoon lijdend voorwerp en krijgt che. Kies de constructie vanuit het Italiaanse werkwoord.
5. Verkeerde overeenstemming bij il quale
- Fout: La scuola nella quale studiavo schrijven als la scuola nel quale studiavo.
- Goed: La scuola nella quale studiavo.
- Waarom: Scuola is vrouwelijk enkelvoud, dus je hebt la quale nodig; in + la wordt nella.
6. Een Italiaans betrekkelijk voornaamwoord weglaten
- Fout: Il film abbiamo visto ieri era lungo.
- Goed: Il film che abbiamo visto ieri era lungo.
- Waarom: In deze betrekkelijke bijzin moet che aanwezig zijn. Ook als de betekenis zonder het woord nog te raden is, is de Italiaanse zin grammaticaal onvolledig.
Gebruiksnotities
In alledaagse taal zijn che en voorzetsel + cui meestal de beste keuzes. Il quale en zijn andere vormen komen vaker voor in formele correspondentie, journalistiek, administratieve teksten en zorgvuldig opgebouwde uitleg. Overmatig gebruik ervan maakt een gewoon gesprek onnatuurlijk zwaar. Kies dus standaard la collega con cui parlo en gebruik con la quale vooral wanneer de stijl of duidelijkheid daarom vraagt.
Bij plaatsen is dove vaak een natuurlijk alternatief voor in cui: la casa dove vivo en la casa in cui vivo zijn beide normaal. Dove heeft een duidelijke plaatsbetekenis. Voor abstracte antecedenten is in cui veiliger: una situazione in cui è difficile decidere (‘een situatie waarin het moeilijk is te beslissen’).
Che maakt geen onderscheid tussen personen en zaken. Waar het Nederlands wie gebruikt na een voorzetsel en vaak waar + voorzetsel bij zaken, gebruikt het Italiaans in beide gevallen cui: la persona con cui parlo en il problema di cui parlo. Dat maakt het Italiaanse systeem op dit punt juist regelmatiger.
Let bij vertalen ook op de woordvolgorde. In een Italiaanse bijzin staat een onbeklemtoond voornaamwoord gewoon vóór de persoonsvorm: la mail che mi hai mandato (‘de mail die je mij hebt gestuurd’). Het betrekkelijke che neemt alleen de rol van het antecedent over; andere zinsdelen blijven nodig.
Verder dan de basis
De volgende vormen bouwen voort op che, cui en il quale. Ze behoren vooral tot een volgende leerfase, maar komen vaak genoeg voor om ze alvast te herkennen.
- chi heeft geen uitgesproken antecedent en betekent ‘wie’, ‘degene die’ of ‘wie dan ook’: Chi arriva tardi aspetta fuori (‘Wie te laat komt, wacht buiten’). Je zegt dus la persona che arriva, maar simpelweg chi arriva als er geen voorafgaand zelfstandig naamwoord staat.
- quello che en ciò che betekenen ‘wat’ of ‘datgene wat’: Non capisco quello che dici (‘Ik begrijp niet wat je zegt’). Ciò che klinkt doorgaans formeler en abstracter.
- il che verwijst naar een hele voorafgaande mededeling, niet naar één zelfstandig naamwoord: Ha rifiutato l'offerta, il che mi ha sorpreso (‘Hij heeft het aanbod geweigerd, wat mij verbaasde’).
- il cui, la cui, i cui, le cui drukken bezit uit: la scrittrice i cui romanzi leggo (‘de schrijfster wier romans ik lees’). Het lidwoord stemt hier overeen met wat bezeten wordt — i romanzi — en niet met de bezitter la scrittrice. Dit patroon vraagt daarom extra aandacht.
- Een combinatie als uno dei quali, molte delle quali of alcuni dei quali selecteert een deel uit een eerder genoemde groep: Ho tre sorelle, due delle quali vivono all'estero (‘Ik heb drie zussen, van wie er twee in het buitenland wonen’).
In verzorgde stijl helpt de keuze van de relatieve vorm ook om dubbelzinnigheid te vermijden. Toch is een grammaticaal zwaardere vorm niet automatisch beter. Als che ondubbelzinnig en natuurlijk is, verdient het meestal de voorkeur.
Oefentips
- Voeg telkens twee zinnen samen. Begin met Ho un vicino. Il vicino lavora di notte en maak Ho un vicino che lavora di notte. Doe daarna hetzelfde met een lijdend voorwerp en met een voorzetsel.
- Noteer werkwoorden met hun voorzetsel. Maak kleine paren zoals parlare di → di cui, scrivere a → a cui en lavorare con → con cui. Zo voorkom je dat je vanuit het Nederlands gokt.
- Controleer in drie stappen. Onderstreep het antecedent, bepaal de functie in de bijzin en kies pas daarna che, cui of il quale. Lees ten slotte hardop of de persoonsvorm bij het antecedent past.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Onderwerpvoornaamwoorden — helpt je herkennen wie de handeling in de bijzin uitvoert.
- Volgende stap: Gevorderde betrekkelijke voornaamwoorden — behandelt onder meer chi, ciò che, il che en bezittelijk cui uitgebreider.
- Later: Gespleten zinnen — gebruikt constructies als è Marco che... en quello che... è... om één zinsdeel nadruk te geven.
Vereiste kennis
Onderwerpsvoornaamwoorden in het ItaliaansA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer B1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Pronomi Relativi in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen