B2

Geavanceerde betrekkelijke voornaamwoorden in het Italiaans

Pronomi Relativi Avanzati

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Gebruik chi voor ‘wie’ of ‘degene die’, ciò che en quello che voor ‘wat’ of ‘datgene wat’, en il che om naar een hele voorafgaande mededeling te verwijzen. Bezit druk je compact uit met il cui, la cui, i cui, le cui; het lidwoord past zich daarbij aan het bezeten zelfstandig naamwoord aan, niet aan de bezitter.

Overzicht

Een betrekkelijk voornaamwoord verbindt informatie met een persoon, zaak of mededeling die al genoemd is. In La collega che lavora a Roma verwijst che bijvoorbeeld terug naar la collega. Op B1-niveau leer je vooral zulke constructies met che, prepositie + cui en il quale. Op B2-niveau komen vormen aan bod die méér doen: ze kunnen zelf een ongenoemde voorloper bevatten, naar een hele zin terugwijzen of bezit binnen een betrekkelijke bijzin uitdrukken.

Dat verschil is belangrijk omdat het Nederlands vaak eenvoudig wie of wat gebruikt waar het Italiaans uit meerdere constructies kiest. Nederlands wat je zegt kan bijvoorbeeld quello che dici of ciò che dici worden, maar wat ik behoefte aan heb vereist in het Italiaans een prepositie: ciò di cui ho bisogno. De functie van het betrekkelijk element ín de bijzin bepaalt dus mede de vorm.

In dit artikel betekent voorloper het woord of de hele mededeling waarnaar een betrekkelijke vorm verwijst. Een bijzin is een zinsdeel dat niet als zelfstandige hoofdzin wordt gepresenteerd. Je hoeft die termen niet uit het hoofd te leren; het praktische uitgangspunt is steeds: verwijst de vorm naar een persoon, een zaak, een hele uitspraak of een bezitsrelatie?

Hoe werkt het?

Chi: ‘wie’, ‘degene die’ of ‘wie dan ook’

Chi kan tegelijk de voorloper én het betrekkelijk voornaamwoord bevatten. Chi cerca betekent dus letterlijk niet alleen ‘die zoekt’, maar ‘degene die zoekt’ of gewoon ‘wie zoekt’. Daarom staat er geen zelfstandig naamwoord vóór chi.

Betekenis Patroon Voorbeeld Nederlandse weergave
algemene persoon chi + werkwoord Chi cerca trova. Wie zoekt, vindt.
bepaalde maar niet genoemde persoon chi + werkwoord Ho ringraziato chi mi ha aiutato. Ik heb degene bedankt die mij heeft geholpen.
na een prepositie prepositie + chi Parla con chi vuoi. Praat met wie je wilt.
bestaande groep binnen een situatie c’è chi / ci sono quelli che C’è chi preferisce aspettare. Er zijn mensen die liever wachten.

Chi is onveranderlijk en verwijst in deze constructie naar personen. Bij een algemene uitspraak staat het werkwoord dat rechtstreeks bij chi hoort meestal in het enkelvoud: Chi sa la risposta alzi la mano. De rest van de zin kan natuurlijk een andere grammaticale functie hebben: in Aiuto chi ne ha bisogno is de hele groep chi ne ha bisogno het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat) van aiuto.

Zet chi niet achter een uitdrukkelijk genoemd zelfstandig naamwoord. ‘De vrouw die belt’ is la donna che telefona, niet la donna chi telefona. Het Nederlands maakt dit onderscheid duidelijk met wie tegenover die, maar in langere zinnen kan die Nederlandse intuïtie toch gemakkelijk verloren gaan.

Quello che en ciò che: ‘wat’ of ‘datgene wat’

Als er geen concreet zelfstandig naamwoord als voorloper staat en het om een zaak, idee of handeling gaat, zijn quello che en ciò che de belangrijkste vormen:

  • Quello che dici è vero. — Wat je zegt, is waar.
  • Ciò che conta è il risultato. — Wat telt, is het resultaat.

In deze neutrale betekenis zijn beide groepen grammaticaal enkelvoud. Quello che komt heel natuurlijk voor in gesprekken en alledaagse teksten. Ciò che is compacter en klinkt vaak iets verzorgder, abstracter of schriftelijker. Het verschil is meestal een kwestie van stijl, niet van waarheid of nadruk.

Quello kan daarnaast werkelijk ‘degene/datgene’ betekenen en zich aanpassen wanneer een concrete selectie bedoeld is:

  • Prendo quello che costa meno. — Ik neem degene die minder kost.
  • Le sedie nuove sono quelle che vedi in cucina. — De nieuwe stoelen zijn die welke je in de keuken ziet.
  • Quelli che hanno prenotato possono entrare. — Degenen die gereserveerd hebben, mogen naar binnen.

Hier zijn quella, quelli en quelle dus niet zomaar varianten van het neutrale ‘wat’; ze verwijzen naar herkenbare vrouwelijke of meervoudige personen of zaken.

De prepositie die bij het werkwoord hoort, moet behouden blijven. Vergelijk:

Italiaans patroon Betekenis Waarom?
quello che penso wat ik denk / mijn mening pensare qualcosa: geen prepositie
quello a cui penso datgene waaraan ik denk pensare a qualcosa
ciò di cui ho bisogno wat ik nodig heb avere bisogno di qualcosa
quello con cui lavoro datgene waarmee ik werk lavorare con qualcosa

Na een prepositie gebruik je dus niet ciò che, maar ciò + prepositie + cui; op dezelfde manier krijg je quello a cui, quello di cui, quello con cui, enzovoort.

Il che: terugwijzen naar een hele mededeling

Il che betekent ongeveer ‘wat’, ‘hetgeen’ of ‘en dat’. Het verwijst niet naar één zelfstandig naamwoord, maar naar de inhoud van een volledige voorafgaande zin of zinsgroep:

È arrivato tardi, il che mi ha sorpreso.

Wat verraste de spreker? Niet alleen tardi en ook niet één persoon, maar het feit dat hij of zij te laat kwam. In geschreven tekst staat vóór il che daarom vaak een komma, puntkomma of gedachtestreepje. Il verandert hier niet van vorm: het is altijd il che, omdat de constructie naar een feit of situatie als geheel verwijst.

In gewoon gesproken Italiaans is cosa che vaak een natuurlijk alternatief: Ha cambiato idea, cosa che non mi aspettavo. Il che klinkt doorgaans bondiger en iets formeler. Het is bijzonder bruikbaar wanneer je commentaar geeft op een voorafgaande bewering: il che significa che..., il che dimostra che..., il che non è vero.

Bezit met il cui, la cui, i cui, le cui

Bij bezit staat cui tussen een bepaald lidwoord en het bezeten zelfstandig naamwoord:

voorloper + il/la/i/le + cui + bezeten zelfstandig naamwoord + bijzin

In la donna il cui figlio conosco is la donna de bezitter en figlio wat bij haar hoort. Het lidwoord richt zich uitsluitend naar figlio:

Vorm Bezeten woord Voorbeeld Betekenis
il cui mannelijk enkelvoud l’uomo il cui fratello vive qui de man wiens broer hier woont
la cui vrouwelijk enkelvoud l’uomo la cui sorella vive qui de man wiens zus hier woont
i cui mannelijk meervoud la donna i cui figli studiano qui de vrouw van wie de zonen hier studeren
le cui vrouwelijk meervoud la donna le cui figlie studiano qui de vrouw van wie de dochters hier studeren

Let op wat níét verandert: cui blijft altijd gelijk. Ook het geslacht van de bezitter bepaalt de vorm niet. Zowel la donna il cui figlio... als l’uomo il cui figlio... heeft il cui, omdat figlio mannelijk enkelvoud is.

Het Nederlands gebruikt tegenwoordig vaak van wie of waarvan en soms wiens. Daardoor zijn Nederlandstaligen geneigd de Italiaanse vorm aan de bezitter te koppelen. Denk liever: ‘welk lidwoord zou vóór het bezeten woord staan?’ La macchina geeft la cui macchina; i documenti geeft i cui documenti.

Een constructie met di cui kan vaak hetzelfde verband minder compact uitdrukken:

  • la donna il cui figlio conosco
  • la donna di cui conosco il figlio

Beide kunnen ‘de vrouw van wie ik de zoon ken’ betekenen. Il cui legt de bezitsrelatie rechtstreeks vóór figlio en is typerend voor verzorgde schrijftaal. Di cui volgt het gewone patroon conoscere il figlio di qualcuno en klinkt dikwijls neutraler.

Gewoon cui voor specificatie en andere relaties

Cui drukt niet zelf één vaste relatie uit. De prepositie laat zien welke band er is:

  • il libro di cui parliamo — het boek waarover we praten;
  • la persona a cui ho scritto — de persoon aan wie ik heb geschreven;
  • la città in cui abita — de stad waarin hij of zij woont;
  • il motivo per cui sono partito — de reden waarom ik ben vertrokken;
  • il collega con cui lavoro — de collega met wie ik werk.

Bij personen kan Nederlands met wie, aan wie of van wie gebruiken; bij zaken kiest het vaak een voornaamwoordelijk bijwoord als waarmee, waaraan of waarover. Italiaans maakt dat onderscheid niet: cui kan naar personen én zaken verwijzen. In formele stijl wordt a soms weggelaten bij een meewerkend voorwerp (de persoon aan wie iets wordt gegeven of gezegd): la persona cui ho scritto. Voor leerders is a cui meestal de duidelijkste en veiligste vorm.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Chi cerca trova. Wie zoekt, vindt. Algemene wijsheid met chi.
Inviteremo chi ha partecipato al progetto. We nodigen degenen uit die aan het project hebben deelgenomen. De personen zijn niet apart genoemd.
Puoi venire con chi vuoi. Je mag komen met wie je wilt. Chi staat na con.
C’è chi lavora meglio la mattina. Er zijn mensen die ’s ochtends beter werken. Veelvoorkomend patroon c’è chi.
Quello che dici è vero. Wat je zegt, is waar. Neutraal en alledaags.
Ciò che mi preoccupa è il silenzio. Wat mij zorgen baart, is de stilte. Iets verzorgdere, abstracte formulering.
Non capisco ciò a cui alludi. Ik begrijp niet waarop je zinspeelt. Alludere a vereist a cui.
Questo è esattamente quello di cui avevamo bisogno. Dit is precies wat we nodig hadden. Avere bisogno di vereist di cui.
Hanno cancellato il treno, il che ha causato molti problemi. Ze hebben de trein geschrapt, wat veel problemen heeft veroorzaakt. Il che verwijst naar het hele voorafgaande feit.
Non ha risposto, il che non significa che sia arrabbiato. Hij heeft niet geantwoord, wat niet betekent dat hij boos is. Commentaar op een volledige mededeling.
Ho incontrato una scrittrice i cui romanzi sono tradotti in molte lingue. Ik heb een schrijfster ontmoet van wie de romans in veel talen zijn vertaald. I cui hoort bij romanzi.
È un’azienda la cui sede si trova a Bologna. Het is een bedrijf waarvan het hoofdkantoor in Bologna staat. La cui hoort bij sede.
La questione di cui discutiamo è complessa. De kwestie waarover we discussiëren, is ingewikkeld. Discutere di bepaalt de prepositie.
Questa è la ragione per cui ho rifiutato. Dit is de reden waarom ik heb geweigerd. Vaste en zeer gewone combinatie per cui.

Veelgemaakte fouten

Chi gebruiken na een genoemd persoon

  • Onjuist: La ragazza chi mi ha chiamato è Marta.
  • Juist: La ragazza che mi ha chiamato è Marta.
  • Waarom: Chi bevat zelf al de betekenis ‘degene die’. Na la ragazza is er al een voorloper en gebruik je che.

Een noodzakelijke prepositie weglaten

  • Onjuist: Questo è ciò che ho bisogno.
  • Juist: Questo è ciò di cui ho bisogno.
  • Waarom: Het Italiaans zegt avere bisogno di qualcosa. Die di blijft ook in de betrekkelijke constructie staan. Het Nederlandse ‘wat ik nodig heb’ laat deze relatie niet zichtbaar zien.

Il che naar één zelfstandig naamwoord laten verwijzen

  • Onjuist: Ho comprato il libro, il che è sul tavolo.
  • Juist: Ho comprato il libro che è sul tavolo.
  • Waarom: Il che verwijst naar een heel feit. Voor alleen il libro is gewoon che nodig. Ho comprato il libro, il che mi è costato molto kan wel: dan verwijst il che naar het kopen van het boek.

Het lidwoord bij cui aan de bezitter aanpassen

  • Onjuist: La donna la cui figlio conosco.
  • Juist: La donna il cui figlio conosco.
  • Waarom: Het lidwoord hoort bij figlio, niet bij donna. Daarom staat er il cui.

Een extra lidwoord vóór de bezitsgroep zetten

  • Onjuist: L’autore del cui libro ho letto...
  • Juist: L’autore il cui libro ho letto...
  • Waarom: In de gewone bezitsconstructie staat direct il/la/i/le cui + zelfstandig naamwoord. Cui wordt hier niet voorafgegaan door di.

Ciò che en il che verwisselen

  • Onjuist: Ciò che mi ha sorpreso. als losse toevoeging na een volledige zin, wanneer ‘en dat verraste me’ bedoeld is.
  • Juist: Ha accettato subito, il che mi ha sorpreso.
  • Waarom: Ciò che introduceert zelf een zinsdeel: Ciò che mi ha sorpreso è stata la sua calma. Il che kijkt terug naar de volledige voorafgaande mededeling.

Gebruiksnotities

Quello che is in gesprekken vaak de vanzelfsprekendste keuze voor neutraal ‘wat’: Dimmi quello che pensi. Ciò che is zeker niet uitsluitend literair, maar verschijnt relatief vaak in uiteenzettingen, nieuwsberichten en formele teksten. In spontaan spreken hoor je ook quello che waar een verzorgde tekst ciò che zou kunnen kiezen.

Il che is productief in geschreven redeneringen, omdat het een gevolg of beoordeling netjes aan de vorige zin koppelt. In een gesprek klinkt e questo of cosa che soms losser: Ha pagato lui, e questo mi ha sorpreso. De keuze verandert het basisverband niet, maar wel het register.

De bezitsvorm il cui en zijn varianten zijn correct en precies, maar klinken formeler dan een omschrijving met di cui. Vooral wanneer de zin door meerdere zelfstandige naamwoorden dubbelzinnig dreigt te worden, is het verstandig de zin te herschrijven. Grammaticale compactheid is niet altijd hetzelfde als duidelijkheid.

Per cui verdient extra aandacht. Na een voorloper betekent het vaak ‘waarom’ of ‘waardoor’: il motivo per cui.... Zonder expliciete voorloper kan per cui in gesproken taal ook als verbindende uitdrukking ‘dus, waardoor’ functioneren. Dat bredere gebruik ligt buiten de kern van betrekkelijke voornaamwoorden, maar verklaart waarom je de combinatie vaak hoort.

Verder dan de basis: geavanceerd gebruik

Chi in vaste en verdelende patronen

Met chi kun je groepen tegenover elkaar zetten: Chi rideva, chi parlava, chi guardava il telefono — ‘sommigen lachten, anderen praatten, weer anderen keken op hun telefoon’. Dit is een stilistisch patroon dat vooral in beschrijvende teksten voorkomt. Ook chiunque betekent ‘wie dan ook/iedereen die’, maar legt nadrukkelijker de betekenis ‘ongeacht wie’ vast: Chiunque può partecipare.

Een betrekkelijke groep met chi kan verschillende functies in de hoofdzin hebben:

  • Chi arriva per primo apre la porta. — de groep is het onderwerp (wie de handeling uitvoert);
  • Premiamo chi ha lavorato meglio. — de groep is het lijdend voorwerp;
  • Darò il biglietto a chi ne ha bisogno. — de groep volgt op a.

Kijk dus niet alleen naar chi binnen zijn eigen bijzin, maar ook naar de functie van de hele groep in de hoofdzin.

Keuze tussen een neutrale en een concrete voorloper

Vergelijk quello che è successo met la cosa che è successa. De eerste vorm behandelt de gebeurtenis als een neutraal geheel: ‘wat er gebeurd is’. De tweede noemt expliciet la cosa en het voltooid deelwoord successa past zich daaraan aan. Een voltooid deelwoord is hier de werkwoordsvorm zoals successo/successa die samen met essere de voltooide tijd vormt. De keuze voor een expliciet zelfstandig naamwoord kan nuttig zijn als je later met een bijvoeglijk naamwoord of een preciezere omschrijving verder wilt gaan.

Voorzetsels met il quale voor maximale duidelijkheid

Na een prepositie kan cui vaak worden vervangen door een vorm van il quale: la collega con cui lavoro / la collega con la quale lavoro. De tweede mogelijkheid is formeler en maakt geslacht en getal zichtbaar. Dat kan een dubbelzinnige zin verduidelijken. De bezitsvorm il cui wordt echter niet mechanisch vervangen door del quale zonder de zinsbouw opnieuw te bekijken; la donna il cui figlio conosco en la donna della quale conosco il figlio hebben een andere interne structuur.

Oefentips

  1. Sorteer op het soort voorloper. Neem korte Nederlandse zinnen en label eerst ‘persoon’, ‘zaak/idee’, ‘hele mededeling’ of ‘bezit’. Kies pas daarna tussen chi, quello/ciò che, il che en il/la/i/le cui.
  2. Leer werkwoord en prepositie samen. Noteer niet alleen avere bisogno, pensare en alludere, maar avere bisogno di, pensare a en alludere a. Maak daarna telkens een zin met ciò di cui of quello a cui.
  3. Oefen de vier bezitsvormen als één reeks. Vul hetzelfde voorbeeld aan met il cui figlio, la cui figlia, i cui figli en le cui figlie. Zo train je jezelf om naar het bezeten woord te kijken in plaats van naar de bezitter.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste voorkennis: Betrekkelijke voornaamwoorden — de basis met che, cui en il/la quale, waarop deze uitgebreidere constructies voortbouwen.

Vereiste kennis

Betrekkelijke voornaamwoorden in het ItaliaansB1

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronomi Relativi Avanzati in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen