Condizionale passato in het Italiaans
Condizionale Passato
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Het condizionale passato bestaat uit avrei of sarei in de juiste persoonsvorm plus een voltooid deelwoord: avrei parlato, sarei partito. Je gebruikt het vooral voor iets dat onder andere omstandigheden gebeurd zou zijn, voor spijt of kritiek achteraf en voor een gebeurtenis die vanuit een moment in het verleden nog toekomst was: Ha detto che sarebbe venuto.
Overzicht
Het condizionale passato is de verleden vorm van de Italiaanse voorwaardelijke wijs. Het drukt dus niet simpelweg uit dát iets in het verleden gebeurde. Het presenteert een gebeurtenis als afhankelijk van een voorwaarde, gewenst maar niet verwezenlijkt, achteraf wenselijk of toekomstig vanuit een eerder moment. Op B2-niveau kom je deze vorm veel tegen in gesprekken over gemiste kansen, verklaringen, nieuwsberichten en indirecte rede.
Voor Nederlandstaligen lijkt de basis herkenbaar. Avrei accettato komt vaak overeen met ik zou hebben aanvaard en sarei rimasto met ik zou zijn gebleven. Toch kun je niet altijd woord voor woord vertalen. Het Nederlands zegt bijvoorbeeld heel natuurlijk je had het eerder kunnen zeggen, terwijl het Italiaans daarvoor avresti potuto dirlo prima gebruikt. Bovendien betekent sarebbe arrivato in indirecte rede vaak gewoon hij zou aankomen, niet noodzakelijk hij zou aangekomen zijn.
Om de vorm goed te gebruiken, moet je drie dingen combineren: de tegenwoordige voorwaardelijke wijs van avere of essere, het voltooid deelwoord en de Italiaanse keuze van het hulpwerkwoord. Een voltooid deelwoord is de vorm zoals parlato, visto of partito, vergelijkbaar met gesproken, gezien en vertrokken.
Hoe het werkt
De basisformule
De opbouw is:
condizionale presente van avere of essere + participio passato
Het participio passato is het Italiaanse voltooid deelwoord. Het hulpwerkwoord draagt de persoonsuitgang; het hoofdwerkwoord staat als voltooid deelwoord:
- avrei mangiato — ik zou hebben gegeten
- avremmo capito — wij zouden hebben begrepen
- saresti partito — jij zou zijn vertrokken
- sarebbero rimaste — zij zouden zijn gebleven
De twee hulpwerkwoorden
| Persoon | avere | essere |
|---|---|---|
| io | avrei | sarei |
| tu | avresti | saresti |
| lui / lei / Lei | avrebbe | sarebbe |
| noi | avremmo | saremmo |
| voi | avreste | sareste |
| loro | avrebbero | sarebbero |
Deze vormen zijn dezelfde als in het condizionale presente, maar hier staan ze als hulpwerkwoord vóór een voltooid deelwoord. Let vooral op avremmo / saremmo en avrebbero / sarebbero: de dubbele m en b horen bij de spelling.
Regelmatige voltooid deelwoorden worden als volgt gevormd:
| Infinitief | Uitgang | Voltooid deelwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| parlare | -are | parlato | avrei parlato |
| credere | -ere | creduto | avresti creduto |
| dormire | -ire | dormito | avrebbe dormito |
De infinitief is de onverbogen vorm van het werkwoord, zoals spreken in het Nederlands en parlare in het Italiaans. Veel frequente Italiaanse werkwoorden hebben een onregelmatig deelwoord: fare → fatto, dire → detto, vedere → visto, scrivere → scritto, prendere → preso, mettere → messo, aprire → aperto en venire → venuto.
Wanneer gebruik je avere en wanneer essere?
De hulpwerkwoordkeuze volgt in beginsel dezelfde regels als bij andere samengestelde tijden, zoals het passato prossimo:
- De meeste overgankelijke werkwoorden gebruiken avere: avrei comprato, avresti visto. Een overgankelijk werkwoord kan een lijdend voorwerp hebben, dus iemand of iets dat de handeling rechtstreeks ondergaat.
- Veel werkwoorden van beweging, aankomst, vertrek, verandering of toestand gebruiken essere: sarei arrivato, sarebbe nata, saremmo rimasti.
- Wederkerende werkwoorden gebruiken essere: mi sarei svegliato, si sarebbe vestita.
Leer de keuze daarom bij voorkeur samen met het werkwoord: niet alleen partire, maar ook essere partito; niet alleen telefonare, maar ook avere telefonato.
Overeenkomst van het voltooid deelwoord
Na essere past het voltooid deelwoord zich aan het onderwerp aan in geslacht en getal:
| Onderwerp | Voorbeeld |
|---|---|
| mannelijk enkelvoud | Marco sarebbe partito. |
| vrouwelijk enkelvoud | Giulia sarebbe partita. |
| mannelijk of gemengd meervoud | Loro sarebbero partiti. |
| vrouwelijk meervoud | Le ragazze sarebbero partite. |
Hetzelfde geldt bij wederkerende werkwoorden: Mi sarei alzata prima als de spreker een vrouw is; Ci saremmo divertiti voor een mannelijke of gemengde groep.
Na avere blijft het deelwoord normaal onveranderd: Maria avrebbe comprato due libri. Staat er echter vóór het werkwoord een lijdendvoorwerpspronomen — een kort woord dat het lijdend voorwerp vervangt — dan treedt overeenkomst op met lo, la, li, le:
- La lettera? L'avrei scritta ieri.
- Quei libri? Li avremmo comprati online.
Het pronomen staat vóór het vervoegde hulpwerkwoord. Dat verschilt zichtbaar van de Nederlandse volgorde: te l'avrei detto betekent ik zou het je hebben gezegd.
Een niet-vervulde voorwaarde
In een onwerkelijke voorwaardelijke zin over het verleden staat het condizionale passato in het gevolg. De voorwaarde met se krijgt het congiuntivo trapassato, een aanvoegende wijs waarmee de spreker de situatie hier als niet-werkelijk voorstelt:
se + congiuntivo trapassato, condizionale passato
- Se avessi avuto tempo, sarei venuto. — Als ik tijd had gehad, zou ik zijn gekomen.
- Se fossimo partiti prima, non avremmo perso il treno. — Als we eerder waren vertrokken, zouden we de trein niet hebben gemist.
De volgorde van de twee zinsdelen mag omgekeerd worden: Sarei venuto se avessi avuto tempo. De werkwoordsvormen veranderen daardoor niet.
Vaak wordt de voorwaarde niet uitgesproken omdat ze uit de context blijkt:
- Ti avrei aiutato, ma non sapevo nulla. — Ik zou je hebben geholpen, maar ik wist van niets.
- Saremmo rimasti più a lungo, però l'ultimo treno partiva alle dieci. — We zouden langer zijn gebleven, maar de laatste trein vertrok om tien uur.
Modale werkwoorden: dovere, potere en volere
Met een modaal werkwoord — een werkwoord dat noodzaak, mogelijkheid of wil uitdrukt — krijg je drie werkwoorden bij elkaar:
hulpwerkwoord + voltooid deelwoord van het modale werkwoord + infinitief
- avrebbe dovuto chiamare — hij/zij had moeten bellen
- avresti potuto avvertirmi — je had me kunnen waarschuwen
- avremmo voluto restare — we hadden willen blijven
Bij modale werkwoorden kan de keuze tussen avere en essere ingewikkelder zijn. In de traditionele regel volgt het modale werkwoord het hulpwerkwoord van de infinitief: avrei dovuto telefonare, maar sarei dovuto partire. Bij essere past ook het deelwoord zich aan: sarei dovuta partire voor een vrouwelijke spreker. In hedendaags gebruik is avere bij modale constructies eveneens zeer verbreid, vooral wanneer er geen onbeklemtoond pronomen bij staat. Voor actief gebruik is de traditionele keuze een helder uitgangspunt; wees niet verbaasd als je daarnaast avrei dovuto partire hoort of leest.
Voorbeelden in context
| Italiaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Sarei venuto, ma ero malato. | Ik zou zijn gekomen, maar ik was ziek. | Niet-verwezenlijkte handeling; mannelijke spreker. |
| Sarei venuta anch'io, se me l'avessi detto. | Ik zou ook zijn gekomen als je het me had verteld. | Vrouwelijke spreker; de voorwaarde staat na het gevolg. |
| Se avessimo prenotato prima, avremmo pagato meno. | Als we eerder hadden geboekt, zouden we minder hebben betaald. | Onwerkelijke situatie in het verleden. |
| Avrebbe dovuto chiamare. | Hij of zij had moeten bellen. | Kritiek of verwachting achteraf met dovere. |
| Avresti potuto dirmelo prima! | Je had het me eerder kunnen zeggen! | Verwijt met potere; me lo wordt melo aan de infinitief. |
| Avrei voluto studiare medicina. | Ik had graag geneeskunde willen studeren. | Een niet-vervulde wens. |
| Senza il tuo aiuto, non ce l'avrei fatta. | Zonder jouw hulp zou het me niet zijn gelukt. | Senza il tuo aiuto vervangt een volledige voorwaarde. |
| Al posto tuo, non avrei accettato. | In jouw plaats zou ik het niet hebben aanvaard. | Advies of beoordeling achteraf. |
| La proposta? L'avremmo accettata subito. | Het voorstel? Dat zouden we meteen hebben aanvaard. | Overeenkomst met het voorafgaande vrouwelijke pronomen la. |
| Mi sarei alzata prima, ma la sveglia non ha suonato. | Ik zou eerder zijn opgestaan, maar de wekker ging niet. | Wederkerend werkwoord; vrouwelijke spreker. |
| Ha detto che sarebbe arrivato alle tre. | Hij zei dat hij om drie uur zou aankomen. | Toekomst gezien vanuit het verleden. |
| Sapevamo che prima o poi avresti capito. | We wisten dat je het vroeg of laat zou begrijpen. | Het begrijpen lag nog na het vroegere weten. |
| Secondo la stampa, il ministro si sarebbe dimesso ieri. | Volgens de pers zou de minister gisteren zijn afgetreden. | De spreker presenteert het bericht als niet zelf bevestigd. |
| Avrei desiderato parlarLe un momento. | Ik had u graag even willen spreken. | Formele, voorzichtige formulering. |
Veelgemaakte fouten
Het condizionale na se zetten
- Onjuist: Se avrei saputo, sarei rimasto a casa.
- Juist: Se avessi saputo, sarei rimasto a casa.
- Waarom: In een standaard onwerkelijke voorwaarde over het verleden staat na se het congiuntivo trapassato. Het condizionale passato hoort in het gevolg: wat er dan gebeurd zou zijn.
Het verkeerde hulpwerkwoord kiezen
- Onjuist: Avrei partito prima.
- Juist: Sarei partito prima.
- Waarom: Partire vormt samengestelde tijden met essere. De keuze is dus dezelfde als in sono partito.
De overeenkomst na essere vergeten
- Onjuist: Giulia sarebbe arrivato tardi.
- Juist: Giulia sarebbe arrivata tardi.
- Waarom: Na essere volgt het voltooid deelwoord het onderwerp. Bij een vrouwelijk enkelvoud eindigt het hier op -a.
Een Nederlandse tijd letterlijk overnemen
- Onjuist: Ha detto che verrebbe alle tre.
- Juist: Ha detto che sarebbe venuto alle tre.
- Waarom: In hedendaags standaarditaliaans wordt de toekomst vanuit een verleden doorgaans met het condizionale passato weergegeven. Het Nederlands gebruikt hier zou komen, maar het Italiaans kiest de samengestelde vorm.
De woordvolgorde van korte pronomina verwisselen
- Onjuist: Avrei te lo detto.
- Juist: Te l'avrei detto.
- Waarom: Onbeklemtoonde pronomina zoals te en lo staan vóór het vervoegde hulpwerkwoord. Vóór avrei wordt lo afgekort tot l'. Aan een infinitief kunnen ze juist vast komen te zitten: avresti potuto dirmelo.
Avrebbe dovuto te letterlijk vertalen
- Misleidend: Avrebbe dovuto chiamare altijd weergeven als zou hebben moeten bellen.
- Natuurlijk: Vaak is hij/zij had moeten bellen de beste Nederlandse vertaling.
- Waarom: Het Italiaans gebruikt het condizionale passato voor kritiek achteraf waar het Nederlands dikwijls de voltooid verleden tijd met een modaal werkwoord kiest.
Gebruiksnotities
Spijt, verwijt en gemiste mogelijkheid
De gevoelswaarde hangt sterk af van het modale werkwoord en de intonatie. Avrei voluto... klinkt meestal als een persoonlijke wens of beleefde verzachting. Avresti potuto... kan neutraal vaststellen dat iets mogelijk was, maar met nadruk klinkt het snel verwijtend. Avresti dovuto... zegt dat iets volgens de spreker de juiste of verwachte handelwijze was.
Het Italiaans hoeft de voorwaarde daarbij niet te noemen. In Avrei voluto chiamarti kan de verzwegen aanvulling bijvoorbeeld zijn “maar ik had je nummer niet”. De context maakt duidelijk welke belemmering er was.
Niet elke vorm zegt dat iets werkelijk níét gebeurde
Bij een tegenfeitelijke zin is de uitkomst normaal niet verwezenlijkt: Se avessi studiato, avresti superato l'esame suggereert dat je niet genoeg studeerde en niet slaagde. Maar in toekomst-in-het-verleden zegt het condizionale passato alleen iets over het tijdsperspectief. Ha detto che sarebbe arrivato alle tre laat op zichzelf open of hij uiteindelijk echt om drie uur aankwam.
Gesproken en geschreven taal
De vorm is heel gewoon in zowel spreken als schrijven. Lange combinaties als me l'avresti potuto dire zijn niet overdreven formeel; moedertaalsprekers gebruiken ze ook in alledaagse verwijten en uitleg. In verzorgde schrijftaal is nauwkeurige overeenkomst na essere en met voorafgaande lo, la, li, le extra zichtbaar.
De beleefde formulering Avrei voluto chiederLe... komt vooral voor in formele gesprekken, e-mails en dienstverlening. In een gewone informele situatie klinkt Volevo chiederti... vaak spontaner. Beide kunnen een verzoek in het heden inleiden, ook al staat het werkwoord grammaticaal in een verleden vorm.
Verdieping: gevorderd gebruik
Toekomst vanuit een verleden
Het Italiaanse tijdsperspectief is hier anders georganiseerd dan het Nederlandse. Neem:
Ieri Luca ha detto: «Arriverò lunedì».
In de rechtstreekse woorden van Luca staat arriverò, de toekomende tijd. Maak je er indirecte rede van, dan wordt het:
Ieri Luca ha detto che sarebbe arrivato lunedì.
Maandag was toekomst ten opzichte van het spreken van gisteren. Daarom gebruikt het hedendaagse Italiaans sarebbe arrivato. De Nederlandse vertaling Luca zei gisteren dat hij maandag zou aankomen bevat geen equivalent van hebben of zijn, hoewel de Italiaanse vorm samengesteld is. Dit gebruik is zo belangrijk dat het verder wordt uitgewerkt bij het verwante onderwerp futuro nel passato.
Voorbehoud bij onbevestigde informatie
In nieuws- en journalistieke taal kan het condizionale passato afstand scheppen tussen de schrijver en een bewering:
- L'azienda avrebbe nascosto i risultati. — Het bedrijf zou de resultaten hebben verzwegen.
- I due si sarebbero incontrati a Roma. — De twee zouden elkaar in Rome hebben ontmoet.
De schrijver zegt dan in feite: dit wordt gemeld, maar ik bevestig het niet uit eigen kennis. In het Nederlands gebruiken we eveneens vaak zou(den) hebben/zijn, meestal met een bronvermelding als volgens de krant. Zonder context kan dezelfde Italiaanse vorm ook gewoon een onwerkelijk gevolg uitdrukken; de tekst eromheen bepaalt de lezing.
Gemengde tijdsrelaties
Niet elke voorwaardelijke zin houdt verleden en heden strikt gescheiden. Een vroegere oorzaak kan een huidig gevolg hebben:
Se avessi accettato quel lavoro, ora vivrei a Milano. — Als ik die baan had aangenomen, zou ik nu in Milaan wonen.
De voorwaarde staat in het verleden, maar het gevolg is nu geldig en krijgt daarom het condizionale presente (vivrei), niet avrei vissuto. Omgekeerd kan een blijvende eigenschap als voorwaarde worden verbonden met een vroeger gevolg:
Se fossi più prudente, non avresti fatto quell'errore. — Als je voorzichtiger was, zou je die fout niet hebben gemaakt.
Kies de tijd dus voor elk zinsdeel op basis van het bedoelde tijdstip, niet door automatisch twee verleden vormen naast elkaar te zetten.
Plaatsing bij modale werkwoorden en pronomina
Met een infinitief na potere, dovere of volere bestaan vaak twee plaatsen voor een onbeklemtoond pronomen:
- Te lo avrei potuto dire.
- Avrei potuto dirtelo.
Beide betekenen ik had het je kunnen zeggen. In de eerste zin staan de pronomina vóór het hulpwerkwoord; in de tweede zitten ze vast aan de infinitief dire. Kies één patroon en houd de volgorde van de pronomina correct: te lo wordt vóór een klinker te l', en aan dire ontstaat dirtelo.
Oefentips
- Bouw steeds drie vormen naast elkaar. Maak van partire bijvoorbeeld partire → sono partito/a → sarei partito/a en van vedere vedere → ho visto → avrei visto. Zo oefen je tegelijk het hulpwerkwoord en het deelwoord.
- Maak gevolgen van gemiste kansen. Schrijf vijf zinnen die beginnen met Se avessi... en voeg een echt gevolg toe: Se avessi preso l'ombrello, non mi sarei bagnato. Controleer bewust dat na se geen condizionale staat.
- Vertel uitspraken een dag later na. Zet Marco dice: «Verrò domani» om in Marco ha detto che sarebbe venuto il giorno dopo. Dit voorkomt dat je de Nederlandse vorm zou komen letterlijk als verrebbe overneemt.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Condizionale presente — de vormen avrei en sarei zijn vervoegingen van deze voorwaardelijke wijs.
- Verdere verdieping: Futuro nel passato — behandelt uitgebreid waarom het Italiaans sarebbe venuto gebruikt voor wat vanuit een verleden nog moest gebeuren.