A1

Tijdsuitdrukkingen in het Japans

時間の表現

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Japans op Settemila Lingue.

In het kort

Een Japans tijdstip bouw je op als getal + 時 (uur) en eventueel getal + 分 (minuten): 三時十五分 betekent 3.15 uur. na het uur betekent ‘halfuur voorbij dat uur’, dus 十時半 is 10.30 uur — niet ‘half tien’ zoals in het Nederlands. Bij een precies tijdstip staat vaak het partikel , maar na 今日 (vandaag), 明日 (morgen) en 昨日 (gisteren) juist niet.

Overzicht

Tijdsaanduidingen kom je in het Japans al op A1-niveau overal tegen: op stationsborden, in openingstijden, bij het maken van een afspraak en in vragen over je week. De basis is overzichtelijk. Je zet een achtervoegsel na een getal: maakt er een uur van, maakt er minuten van en maakt er een kalendermaand van. De uitspraak verandert op een paar vaste plaatsen; die vormen moet je als geheel leren.

Voor Nederlandstaligen zijn vooral twee verschillen belangrijk. Ten eerste telt het Japans bij vanaf het genoemde uur: 八時半 is letterlijk ‘acht uur plus een halfuur’, dus 8.30 uur. Het Nederlandse ‘half negen’ werkt precies andersom. Ten tweede gebruikt het Japans geen voorzetsel zoals om of op, maar een partikel: een kort grammaticaal woord dat de functie van wat ervoor staat aangeeft. Voor een exact tijdstip is dat meestal .

Je hoeft nog geen moeilijke werkwoordsvormen te kennen om tijd te kunnen noemen. Met です (‘is’) kun je al zeggen hoe laat of welke dag het is. In een zin met een handeling plaats je de tijd meestal vóór het werkwoord: 七時に起きます, ‘ik sta om zeven uur op’.

Hoe het werkt

Hele uren met 時

wordt na een getal uitgesproken als (ji). De meeste uren volgen gewoon de bekende Japanse getallen, maar 4, 7 en 9 hebben een vaste klokuitspraak.

Tijd Japans Uitspraak
1.00 一時 いちじ (ichiji)
2.00 二時 にじ (niji)
3.00 三時 さんじ (sanji)
4.00 四時 よじ (yoji)
5.00 五時 ごじ (goji)
6.00 六時 ろくじ (rokuji)
7.00 七時 しちじ (shichiji)
8.00 八時 はちじ (hachiji)
9.00 九時 くじ (kuji)
10.00 十時 じゅうじ (jūji)
11.00 十一時 じゅういちじ (jūichiji)
12.00 十二時 じゅうにじ (jūniji)

Let vooral op 四時 (yoji), niet yonji of shiji, en op 九時 (kuji), niet kyūji. ‘Hoe laat?’ is 何時 (nanji). Een eenvoudige vraag en antwoord zijn:

  • 今、何時ですか。 — Hoe laat is het nu?
  • 三時です。 — Het is drie uur.

Minuten met 分

Bij minuten heeft twee hoofduitspraken, ふん (fun) en ぷん (pun). Bij 1, 6, 8 en 10 wordt bovendien de medeklinker verdubbeld. Dat hoor je als een heel korte onderbreking vóór de p.

Minuten Japans Uitspraak
1 minuut 一分 いっぷん (ippun)
2 minuten 二分 にふん (nifun)
3 minuten 三分 さんぷん (sanpun)
4 minuten 四分 よんぷん (yonpun)
5 minuten 五分 ごふん (gofun)
6 minuten 六分 ろっぷん (roppun)
7 minuten 七分 ななふん (nanafun)
8 minuten 八分 はっぷん (happun)
9 minuten 九分 きゅうふん (kyūfun)
10 minuten 十分 じゅっぷん / じっぷん (juppun / jippun)

Tijden lopen van groot naar klein: eerst het uur, dan de minuten.

  • 三時五分 — 3.05 uur
  • 七時二十分 — 7.20 uur
  • 十一時四十五分 — 11.45 uur

Voor ‘hoeveel minuten?’ of ‘welke minuut?’ gebruik je 何分 (nanpun). In 十分 kan dezelfde schrijfwijze in een andere context ook jūbun betekenen, ‘voldoende’. Bij een kloktijd maakt de omgeving duidelijk dat het om tien minuten gaat.

Halve uren met 半

(han) betekent ‘half’ en komt direct na het uur:

  • 十時半 — 10.30 uur
  • 午後六時半 — 18.30 uur

Dit is een belangrijk struikelblok vanuit het Nederlands. 十時半 is ‘half na tien’, dus Nederlands half elf. Zeg je in gedachten eerst ‘tien uur en een half’, dan voorkom je de verwarring.

Voor kwartieren gebruikt het Japans in de basis gewoon minuten. 九時十五分 is 9.15 uur en 九時四十五分 is 9.45 uur. Je hoeft dus geen aparte constructie voor ‘kwart over’ of ‘kwart voor’ te leren.

Voor de middag en na de middag

午前 (gozen) betekent ‘voor de middag’ en 午後 (gogo) ‘na de middag’. Ze staan vóór het tijdstip, anders dan a.m. en p.m. in sommige westerse notaties.

Japans Betekenis
午前九時 9.00 uur ’s morgens
午後三時 15.00 uur
午後七時半 19.30 uur

In dienstregelingen en andere formele overzichten zie je ook de 24-uursnotatie, bijvoorbeeld 18時30分. In een gewoon gesprek zijn 午前 en 午後 met een tijd van 1 tot 12 heel gebruikelijk.

Weekdagen

Alle weekdagen eindigen op 曜日 (yōbi). Vaak wordt in informele context weggelaten: 月曜 in plaats van 月曜日. De lange vorm is voor beginners altijd een veilige keuze.

Nederlands Japans Uitspraak
maandag 月曜日 げつようび (getsuyōbi)
dinsdag 火曜日 かようび (kayōbi)
woensdag 水曜日 すいようび (suiyōbi)
donderdag 木曜日 もくようび (mokuyōbi)
vrijdag 金曜日 きんようび (kin’yōbi)
zaterdag 土曜日 どようび (doyōbi)
zondag 日曜日 にちようび (nichiyōbi)

‘Welke dag van de week?’ is 何曜日 (nan’yōbi). Met maak je van een tijdsaanduiding het onderwerp waarover je iets zegt. Dit partikel wordt hier geschreven als は, maar uitgesproken als wa:

  • 今日は月曜日です。 — Vandaag is het maandag.
  • 休みは何曜日ですか。 — Op welke weekdag ben je vrij?

Maanden met 月

Voor kalendermaanden zet je het nummer vóór , dat hier がつ (gatsu) wordt uitgesproken. Ook hier zijn 4, 7 en 9 bijzonder.

Maand Japans Uitspraak
januari 一月 いちがつ (ichigatsu)
februari 二月 にがつ (nigatsu)
maart 三月 さんがつ (sangatsu)
april 四月 しがつ (shigatsu)
mei 五月 ごがつ (gogatsu)
juni 六月 ろくがつ (rokugatsu)
juli 七月 しちがつ (shichigatsu)
augustus 八月 はちがつ (hachigatsu)
september 九月 くがつ (kugatsu)
oktober 十月 じゅうがつ (jūgatsu)
november 十一月 じゅういちがつ (jūichigatsu)
december 十二月 じゅうにがつ (jūnigatsu)

Let op het verschil met kloktijden: 四時 is yoji, maar 四月 is shigatsu. ‘Welke maand?’ is 何月 (nangatsu). Het teken 月 kan los ook ‘maan’ of ‘maand’ betekenen en krijgt dan andere lezingen, maar bij een genummerde kalendermaand is het altijd gatsu.

Vandaag, morgen, gisteren en nu

Deze veelgebruikte woorden leer je het best als vaste eenheden:

Japans Uitspraak Nederlands
いま (ima) nu
今日 きょう (kyō) vandaag
明日 あした (ashita) morgen
昨日 きのう (kinō) gisteren
毎日 まいにち (mainichi) elke dag
今朝 けさ (kesa) vanmorgen
今晩 こんばん (konban) vanavond

De kanji geven niet altijd elk klankdeel voorspelbaar weer. Probeer 今日, 明日 en 昨日 daarom niet teken voor teken te ontcijferen, maar onthoud woordbeeld en uitspraak samen.

Wanneer gebruik je に?

Het partikel markeert vaak het precieze moment waarop een handeling plaatsvindt. Het lijkt dan op Nederlands om, op of in:

  • 七時に起きます。 — Ik sta om zeven uur op.
  • 月曜日に働きます。 — Ik werk op maandag.
  • 五月に日本へ行きます。 — Ik ga in mei naar Japan.

Na relatieve tijdswoorden — woorden waarvan de betekenis afhangt van het moment waarop je spreekt — staat normaal geen に. Dat geldt onder meer voor 今日, 明日, 昨日, 今 en 毎日:

  • 明日、勉強します。 — Morgen studeer ik.
  • 昨日、働きました。 — Gisteren heb ik gewerkt.
  • 毎日、六時に起きます。 — Elke dag sta ik om zes uur op.

In de laatste zin krijgt 毎日 geen に, maar het precieze tijdstip 六時 wel. Een tijdsaanduiding kan ook met als gespreksonderwerp of contrast worden neergezet: 月曜日は働きません betekent ‘maandag werk ik niet’ of ‘wat maandag betreft: dan werk ik niet’.

Voorbeelden in context

Japans Uitspraak Nederlands Toelichting
今、三時です。 Ima, sanji desu. Het is nu drie uur. 今 krijgt geen に.
今、何時ですか。 Ima, nanji desu ka. Hoe laat is het nu? 何時 vraagt naar het uur.
電車は七時十分です。 Densha wa shichiji juppun desu. De trein is om 7.10 uur. Uur komt vóór minuten.
十時半に会いましょう。 Jūji han ni aimashō. Laten we om 10.30 uur afspreken. 半 is een halfuur ná tien.
午後二時十五分に始まります。 Gogo niji jūgofun ni hajimarimasu. Het begint om 14.15 uur. 午後 staat vóór de tijd.
毎朝、六時に起きます。 Maiasa, rokuji ni okimasu. Elke ochtend sta ik om zes uur op. Alleen het exacte tijdstip krijgt に.
今日は月曜日です。 Kyō wa getsuyōbi desu. Vandaag is het maandag. は wordt uitgesproken als wa.
明日、何をしますか。 Ashita, nani o shimasu ka. Wat ga je morgen doen? Na 明日 staat geen に.
昨日、友達に会いました。 Kinō, tomodachi ni aimashita. Gisteren heb ik een vriend ontmoet. 昨日 is een relatief tijdswoord.
金曜日に映画を見ます。 Kin’yōbi ni eiga o mimasu. Vrijdag kijk ik een film. に markeert de dag van de handeling.
休みは何曜日ですか。 Yasumi wa nan’yōbi desu ka. Op welke weekdag ben je vrij? 何曜日 vraagt naar een weekdag.
四月に日本へ行きます。 Shigatsu ni Nihon e ikimasu. In april ga ik naar Japan. 四月 is shigatsu.
誕生日は何月ですか。 Tanjōbi wa nangatsu desu ka. In welke maand ben je jarig? 何月 vraagt naar de maand.
店は九時から五時までです。 Mise wa kuji kara goji made desu. De winkel is open van negen tot vijf. から … まで geeft begin en einde aan.
三時ごろ、電話します。 Sanji goro, denwa shimasu. Rond drie uur bel ik. ごろ maakt het tijdstip bij benadering.

Veelgemaakte fouten

Het Nederlandse ‘half’ letterlijk overnemen

  • Fout: 九時半 gebruiken voor Nederlands ‘half negen’.
  • Goed: 八時半 voor 8.30 uur, dus Nederlands ‘half negen’.
  • Waarom: Het Japanse 半 telt een halfuur op bij het genoemde uur. 九時半 is daarom 9.30 uur.

De gewone getallezing bij elk uur gebruiken

  • Fout: よんじ voor 四時 en きゅうじ voor 九時.
  • Goed: よじ (yoji) en くじ (kuji).
  • Waarom: 4 en 9 hebben bij klokuren een vaste afwijkende lezing. Ook 7 uur is standaard しちじ (shichiji).

分 altijd als ふん uitspreken

  • Fout: いちふん voor 一分 of ろくふん voor 六分.
  • Goed: いっぷん (ippun) en ろっぷん (roppun).
  • Waarom: De uitspraak wisselt tussen fun en pun; bij enkele getallen ontstaat ook een korte verdubbeling. Leer de reeks hardop als ritme.

に toevoegen na elk tijdswoord

  • Fout: 明日に行きます。 als je gewoon ‘ik ga morgen’ bedoelt.
  • Goed: 明日、行きます。
  • Waarom: Na 明日, 今日, 昨日, 今 en 毎日 staat normaal geen に. Bij een vast punt op de klok of kalender staat に vaak wel: 三時に, 月曜日に, 七月に.

午前 en 午後 achter de tijd zetten

  • Fout: 三時午後
  • Goed: 午後三時
  • Waarom: In het Japans komt de aanduiding ‘voor/na de middag’ vóór uur en minuten.

De maanduitspraak met de klokuitspraak verwarren

  • Fout: よんがつ voor april of きゅうがつ voor september.
  • Goed: 四月 (shigatsu) en 九月 (kugatsu).
  • Waarom: De uitzonderingen verschillen per teller. Vergelijk 四時 (yoji) met 四月 (shigatsu).

Gebruiksnotities

In gesprekken laat men informatie weg die al duidelijk is. Op de vraag 何時ですか kan het antwoord simpelweg 七時半です zijn. Ook 午前 of 午後 hoeft niet te worden genoemd als de situatie geen twijfel laat. Bij een afspraak is het juist verstandig die aanduiding wel toe te voegen.

De 12-uursnotatie met 午前 en 午後 klinkt gewoon in alledaagse gesprekken. De 24-uursnotatie komt veel voor op digitale klokken, kaartjes, dienstregelingen en zakelijke roosters. Een tijd als 18時 is duidelijk in schrift, maar in een los gesprek klinkt 午後六時 vaak natuurlijker.

Japanse tekst gebruikt zowel kanji als Arabische cijfers: 午後三時半 en 午後3時半 betekenen hetzelfde. In roosters zie je vaak compacte vormen als 9:00〜17:00. Voor je eigen schriftelijke productie zijn beide cijfersystemen bruikbaar; zorg vooral dat 時 en 分 correct staan.

Voor een tijdsduur kan 分 zonder kloktijd worden gebruikt: 二十分勉強します betekent ‘ik studeer twintig minuten’. Een duur krijgt normaal niet に. Vergelijk 二時に勉強します (‘ik studeer om twee uur’) met 二時間勉強します (‘ik studeer twee uur lang’). Bij een duur in uren gebruik je dus 時間 (jikan), niet alleen 時.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze al snel tegenkomen.

Van … tot … en rond een tijdstip

から geeft het beginpunt aan en まで het eindpunt:

  • 九時から五時まで働きます。 — Ik werk van negen tot vijf.
  • 月曜日から金曜日までです。 — Het is van maandag tot en met vrijdag.

Voor een benadering zet je ごろ na een tijdstip: 七時ごろ is ‘rond zeven uur’. ぐらい kan eveneens een benadering aangeven, maar wordt vooral veel gebruikt bij hoeveelheden en tijdsduren: 二時間ぐらい is ‘ongeveer twee uur lang’. Als eenvoudige vuistregel gebruik je ごろ bij wanneer en ぐらい bij hoelang.

Middag en middernacht

正午 (shōgo) betekent precies ‘twaalf uur ’s middags’. Voor middernacht kun je 午前零時 (gozen reiji, letterlijk ‘0 uur voor de middag’) of 夜中の十二時 (yonaka no jūniji, ‘twaalf uur ’s nachts’) tegenkomen. Alleen 十二時 kan zonder context dubbelzinnig zijn.

‘Morgen’ heeft meer dan één lezing

明日 wordt in gewone gesprekken meestal あした (ashita) gelezen. あす (asu) klinkt neutraler of wat formeler en komt veel voor in aankondigingen en nieuws. De lezing みょうにち (myōnichi) is formeel, bijvoorbeeld in zakelijke taal. Voor beginners is ashita de beste standaardvorm.

Toekomst zonder aparte toekomende tijd

Het Japans heeft in gewone werkwoorden geen afzonderlijke toekomende tijd zoals Nederlands zal gaan. De niet-verleden vorm kan zowel gewoonte als toekomst uitdrukken. 明日、行きます betekent door 明日 vanzelf ‘morgen ga ik’. Je hoeft dus geen extra woord voor ‘zullen’ toe te voegen.

De volgorde van meerdere tijdsdelen

Als je meerdere gegevens noemt, gaat het Japans doorgaans van groot naar klein:

  • 五月十日の午前九時 — 10 mei om 9.00 uur ’s morgens
  • 月曜日の午後三時 — maandag om 15.00 uur

verbindt hier de grotere tijdseenheid met de kleinere. De precieze Japanse kalenderdatums hebben eigen lezingen en vormen een volgend leeronderwerp; probeer die niet automatisch af te leiden uit de maandvormen.

Oefentips

  1. Oefen met je Nederlandse ‘half’-reflex. Schrijf vijf tijden op, waaronder 7.30 en 10.30 uur. Zeg eerst ‘zeven plus een half’ en ‘tien plus een half’ en maak er dan 七時半 en 十時半 van.
  2. Leer uitzonderingen in kleine groepjes. Herhaal dagelijks 四時・七時・九時 en daarnaast 一分・六分・八分・十分. Hardop oefenen helpt meer dan alleen naar de kanji kijken, omdat de veranderingen vooral in de uitspraak zitten.
  3. Vertel je echte weekplanning. Maak zinnen als 月曜日に働きます, 金曜日は休みです en 毎日七時に起きます. Controleer bij elk tijdswoord bewust of に nodig is.

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Getallen en tellen — nodig om uren, minuten en genummerde maanden op te bouwen.

Vereiste kennis

Getallen en tellen in het JapansA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen 時間の表現 in Japans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Japans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen