A1

Tijd en datums in het Italiaans

Ora e Data

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Vraag naar de tijd met Che ore sono? of Che ora è? en antwoord met È l'una voor één uur, maar met Sono le due, le tre enzovoort. Bij weekdagen maakt het lidwoord verschil: lunedì kan één bepaalde maandag betekenen, terwijl il lunedì meestal „op maandagen” betekent. Een datum krijgt doorgaans il en een hoofdtelwoord: il 15 agosto.

Overzicht

Tijd en datums behoren tot de eerste onderwerpen op A1-niveau. Je hebt ze voortdurend nodig: om een trein te nemen, een afspraak vast te leggen, openingstijden te begrijpen of te vertellen wanneer je jarig bent. De getallen vormen de basis, maar alleen een getal kennen is niet genoeg. Je moet ook weten welk lidwoord en welk voorzetsel erbij horen.

Voor Nederlandstaligen lijkt een deel vertrouwd. De klok kan met „over” en „voor” worden opgebouwd en een Italiaanse datum heeft, net als een Nederlandse cijferdatum, de volgorde dag-maand-jaar. Toch zijn er belangrijke verschillen. Het Nederlands zegt bijvoorbeeld „half vier”, maar het Italiaans rekent vanaf het verstreken uur: le tre e mezza, letterlijk „drie uur en een half”. Ook schrijft het Italiaans namen van dagen en maanden normaal met een kleine letter.

In dit artikel leer je eerst de eenvoudige patronen die je meteen kunt gebruiken. Daarna volgen nuances over lidwoorden, voorzetsels, dienstregelingen en enkele formuleringen die je later vaker zult tegenkomen.

Hoe het werkt

Naar de tijd vragen

De twee gewone vragen zijn:

  • Che ore sono? — Hoe laat is het?
  • Che ora è? — Hoe laat is het?

Beide zijn correct en gangbaar. Ora betekent hier „uur” of „tijdstip”; ore is het meervoud. Wil je weten wanneer iets gebeurt, dan gebruik je A che ora ...?:

  • A che ora parte il treno? — Hoe laat vertrekt de trein?
  • A che ora cenate? — Hoe laat eten jullie 's avonds?

Quando? betekent ruimer „wanneer?” en kan dus ook naar een dag of datum vragen. A che ora? vraagt specifiek om een kloktijd.

Hele uren: één uur is enkelvoud

Bij één uur staat het werkwoord in het enkelvoud; bij alle andere uren staat het in het meervoud.

Tijd Italiaans Nederlands
1:00 È l'una. Het is één uur.
2:00 Sono le due. Het is twee uur.
7:00 Sono le sette. Het is zeven uur.
12:00 È mezzogiorno. Het is twaalf uur 's middags.
0:00 È mezzanotte. Het is middernacht.

In l'una is l' het bepaald lidwoord (het woord dat in het Nederlands meestal „de” of „het” is). Het hoort bij het verzwegen vrouwelijke woord ora. Om dezelfde reden staan bij de andere uren le en het meervoud sono. Zeg dus niet simpelweg è uno wanneer je bedoelt dat het één uur is.

Minuten na en vóór het uur

Voor minuten na het uur gebruik je e („en”). Voor minuten vóór het volgende uur gebruik je meno („min”).

Kloktijd Gebruikelijke vorm Letterlijk patroon
3:05 le tre e cinque drie en vijf
3:15 le tre e un quarto drie en een kwart
3:30 le tre e mezza drie en een half
3:40 le quattro meno venti vier min twintig
3:45 le quattro meno un quarto vier min een kwart

Je kunt mezzo ook horen in le tre e mezzo. De vorm mezza sluit aan bij het verzwegen ora en is zeer gebruikelijk. Voor een beginnende leerder is e mezza een veilige vaste combinatie.

Het grootste struikelblok voor Nederlandstaligen is het halve uur. Nederlands half vier is Italiaans le tre e mezza, niet le quattro e mezza. Denk: in het Italiaans is er een halfuur verstreken ná drie uur.

Voor exacte tijden, vooral in aankondigingen, afspraken en dienstregelingen, worden de minuten gewoon achter e gezet: le nove e ventisette. In informele spraak schakelt men na het halve uur vaak over op meno: 9:50 wordt le dieci meno dieci.

Zeggen wanneer iets gebeurt

Voor „om” gebruik je a met het lidwoord. Die combinatie trekt samen: a + la = alla en a + le = alle.

Tijdstip Italiaans
om één uur all'una
om twee uur alle due
om halfacht alle sette e mezza
om twaalf uur 's middags a mezzogiorno
om middernacht a mezzanotte

Vergelijk dus:

  • Sono le otto. — Het is acht uur.
  • Parto alle otto. — Ik vertrek om acht uur.

Voor een tijdsperiode gebruik je vaak da ... a ..., met dezelfde samentrekkingen:

  • dalle nove alle cinque — van negen tot vijf
  • dall'una alle tre — van één tot drie

Verso le otto betekent „rond acht uur”. Prima delle otto en dopo le otto betekenen „vóór acht uur” en „na acht uur”.

Dagdelen en de 24-uursklok

Om onduidelijkheid te voorkomen kun je een dagdeel toevoegen:

  • le otto di mattina — acht uur 's morgens
  • le due del pomeriggio — twee uur 's middags
  • le otto di sera — acht uur 's avonds
  • le due di notte — twee uur 's nachts

De grenzen tussen pomeriggio, sera en notte zijn niet wiskundig vast; ze hangen af van situatie en gewoonte. In dienstregelingen, officiële berichten en digitale tijden is de 24-uursnotatie normaal: Il treno parte alle 18:35, uitgesproken als alle diciotto e trentacinque. In een informeel gesprek kan hetzelfde tijdstip alle sette meno venticinque of ongeveer alle sei e trentacinque di sera worden genoemd.

De dagen van de week

Italiaans Nederlands
lunedì maandag
martedì dinsdag
mercoledì woensdag
giovedì donderdag
venerdì vrijdag
sabato zaterdag
domenica zondag

Dagen krijgen in het Italiaans een kleine letter. De namen van lunedì tot en met venerdì eindigen met een beklemtoonde en veranderen niet in het meervoud. Sabato en domenica hebben wel de meervoudsvormen sabati en domeniche.

Het lidwoord bepaalt vaak of je één gelegenheid of een gewoonte bedoelt:

  • Lunedì lavoro a casa. — Maandag werk ik thuis; het gaat om een bepaalde, uit de context bekende maandag.
  • Il lunedì lavoro a casa. — Op maandagen werk ik thuis; dit is een gewoonte.
  • La domenica dormiamo fino a tardi. — Op zondagen slapen we uit.

Voor lunedì tot en met sabato is het enkelvoudige lidwoord il; bij het vrouwelijke domenica staat la. Ook een meervoud is mogelijk: tutti i lunedì („elke maandag”) en le domeniche d'estate („de zondagen in de zomer”). Anders dan in het Nederlands is een voorzetsel als „op” vóór een losse weekdag meestal niet nodig.

De maanden

Italiaans Nederlands Italiaans Nederlands
gennaio januari luglio juli
febbraio februari agosto augustus
marzo maart settembre september
aprile april ottobre oktober
maggio mei novembre november
giugno juni dicembre december

Ook maanden schrijf je met een kleine letter. Om alleen een maand aan te geven is a de eenvoudigste en zeer gebruikelijke keuze: a marzo, a settembre. Voor een begrensde periode gebruik je bijvoorbeeld da maggio a luglio. Wanneer je over een specifieke maand als periode spreekt, kan een lidwoord of een andere constructie verschijnen, maar in een gewone datum staat er geen lidwoord direct vóór de maand.

Datums vragen en geven

Vraag Che giorno è oggi? („Welke dag/datum is het vandaag?”) of specifieker Qual è la data di oggi? („Wat is de datum van vandaag?”). Een volledig antwoord heeft meestal dit patroon:

Oggi è + il + daggetal + maand.

  • Oggi è il 15 agosto. — Vandaag is het 15 augustus.
  • Oggi è il 2 febbraio. — Vandaag is het 2 februari.

Voor de eerste dag van de maand gebruik je gewoonlijk het rangtelwoord primo („eerste”): il primo maggio. Voor de overige dagen gebruik je hoofdtelwoorden: il due maggio, il ventuno maggio, niet standaard il secondo maggio.

Een jaartal kan er zonder extra voorzetsel achter staan:

  • il 15 agosto 2026 — 15 augustus 2026
  • Sono nato il 3 novembre 1992. — Ik ben op 3 november 1992 geboren.

Bij een los jaar staat vaak nel („in het”): nel 2026. In cijfers is de gebruikelijke volgorde dag-maand-jaar, bijvoorbeeld 15/08/2026. Dat is vertrouwd voor Nederlandstaligen, maar kan afwijken van formulieren die een andere internationale conventie gebruiken.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Opmerking
Che ore sono? Hoe laat is het? Algemene vraag naar de tijd.
È l'una e dieci. Het is tien over één. Enkelvoud bij één uur.
Sono le tre e mezza. Het is halfvier. Letterlijk: drie uur en een half.
Sono le sette meno un quarto. Het is kwart voor zeven. Je telt terug vanaf zeven.
A che ora parti? Hoe laat vertrek je? A che ora vraagt om een kloktijd.
Il museo apre alle nove. Het museum gaat om negen uur open. Alle betekent hier „om”.
L'ufficio è aperto dalle otto alle quattro. Het kantoor is open van acht tot vier. Begin- en eindtijd.
Ci vediamo verso le sei di sera. We zien elkaar rond zes uur 's avonds. Verso geeft een benadering aan.
Martedì ho un appuntamento dal dentista. Dinsdag heb ik een afspraak bij de tandarts. Eén bepaalde dinsdag, dus geen lidwoord.
Il lunedì lavoro da casa. Op maandag werk ik thuis. Terugkerende gewoonte.
La domenica i negozi sono chiusi. Op zondag zijn de winkels gesloten. Gewoonte met de vrouwelijke dagnaam.
Il corso va da settembre a dicembre. De cursus loopt van september tot december. Periode tussen twee maanden.
Oggi è il 15 agosto. Vandaag is het 15 augustus. Hoofdtelwoord in de datum.
La festa è il primo maggio. Het feest is op 1 mei. Alleen de eerste wordt meestal primo.
Sono nata il 21 giugno 1998. Ik ben op 21 juni 1998 geboren. Nata wordt gebruikt door een vrouwelijke spreker.

Veelgemaakte fouten

Het Nederlandse halve uur letterlijk overnemen

  • Fout: Sono le quattro e mezza voor 3:30.
  • Goed: Sono le tre e mezza.
  • Waarom: Italiaans noemt het uur dat al begonnen is. Nederlands „half vier” kijkt juist vooruit naar vier uur.

Bij één uur het meervoud gebruiken

  • Fout: Sono le una.
  • Goed: È l'una.
  • Waarom: Eén uur is enkelvoud: è en l'una. Vanaf twee uur gebruik je sono le.

Het voorzetsel vergeten bij een afspraak

  • Fout: La lezione comincia le dieci.
  • Goed: La lezione comincia alle dieci.
  • Waarom: Voor „om tien uur” is a + le = alle nodig. Alleen bij het noemen van de huidige tijd zeg je sono le dieci.

Altijd een lidwoord vóór een weekdag zetten

  • Fout: Il venerdì parto per Roma als je één aanstaande vrijdag bedoelt.
  • Goed: Venerdì parto per Roma.
  • Waarom: Zonder lidwoord gaat het doorgaans om één vrijdag; il venerdì klinkt meestal als een terugkerende gebeurtenis.

Hoofdletters gebruiken zoals in sommige andere talen

  • Fout: Lunedì 15 Agosto
  • Goed: lunedì 15 agosto
  • Waarom: Italiaanse dag- en maandnamen krijgen normaal een kleine letter, ook in een datum.

Rangtelwoorden voor elke datum gebruiken

  • Fout: il quindicesimo agosto voor 15 augustus.
  • Goed: il 15 agosto of uitgesproken il quindici agosto.
  • Waarom: Alleen de eerste dag wordt normaal met primo gezegd; daarna gebruikt het Italiaans hoofdtelwoorden.

Gebruiksnotities

In gesprekken is zowel Che ora è? als Che ore sono? natuurlijk. Je hoeft geen kunstmatig verschil in betekenis te zoeken. Bij een balie, op een station of in een zakelijke afspraak is een exacte 24-uursvorm vaak het duidelijkst; onder vrienden zijn vormen met un quarto, mezza en meno heel gewoon.

Het lidwoord bij weekdagen drukt vooral herhaling uit, maar de context blijft belangrijk. Op een rooster kan lunedì als een kolomkop algemeen bedoeld zijn. En il lunedì prossimo verwijst door prossimo juist naar één concrete maandag. Leer daarom niet alleen „lidwoord = altijd gewoonte”, maar gebruik dat als de betrouwbare basisregel voor eenvoudige zinnen.

Voor maanden hoor je zowel constructies zonder lidwoord als constructies waarin de maand nader wordt bepaald: a gennaio, maar bijvoorbeeld nel gennaio del 1990 in een formelere historische formulering. Voor dagelijks A1-gebruik zijn a + maand en il + datum + maand voldoende.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende vormen hoef je nog niet actief te beheersen, maar ze maken de tijdsaanduiding later preciezer.

Hoe lang iets duurt en vanaf wanneer

Da kan niet alleen het begin van een bereik aangeven, maar ook het beginpunt van iets dat nog voortduurt:

  • Studio italiano da tre mesi. — Ik studeer sinds drie maanden Italiaans.
  • Aspetto dalle otto. — Ik wacht al sinds acht uur.

Voor een afgeronde duur gebruik je andere zinsbouw, bijvoorbeeld Ho studiato per due ore („Ik heb twee uur lang gestudeerd”). Het Nederlandse „voor” mag je dus niet automatisch als Italiaans per vertalen; de werkwoordstijd en de vraag of de situatie nog voortduurt zijn belangrijk.

Alternatieven met mancare

Voor „het is vijf voor acht” kun je behalve Sono le otto meno cinque ook horen:

  • Mancano cinque minuti alle otto. — Het is nog vijf minuten tot acht uur.
  • Manca un quarto alle otto. — Het is nog een kwartier tot acht uur.

Het werkwoord is enkelvoud bij un quarto en meervoud bij cinque minuti. Deze constructie is nuttig om te herkennen, maar meno is voor beginners eenvoudiger.

Datums in formele taal

In brieven en documenten kan een plaats met een voluit geschreven datum staan, bijvoorbeeld Roma, 15 agosto 2026. Eeuwen worden in het Italiaans vaak met Romeinse cijfers geschreven en als rangtelwoord gelezen, zoals il XXI secolo („de 21e eeuw”). Dat is een apart, gevorderder gebruik van getallen en niet nodig om een gewone afspraak of geboortedatum te geven.

Let ook op scorso en prossimo:

  • lunedì scorso — afgelopen maandag
  • venerdì prossimo — komende vrijdag
  • il mese prossimo — volgende maand
  • l'anno scorso — vorig jaar

Het Italiaans gebruikt hier geen rechtstreekse kopie van Nederlands „aanstaande” of „vorige”; leer deze combinaties als vaste tijdsaanduidingen.

Oefentips

  1. Zet je eigen dag in het Italiaans. Lees vijf willekeurige tijden op je telefoon hardop en maak daarna zinnen met alle: Sono le sette e venti; parto alle sette e venti. Neem bewust ook 1:00, een halfuur en een tijd met meno mee.
  2. Maak twee weekplanningen. Schrijf eerst een eenmalige week zonder lidwoord: Martedì vado a Milano. Schrijf daarna je vaste gewoonten met lidwoord: Il martedì vado in palestra. Zo oefen je het betekenisverschil in plaats van alleen een woordenlijst.
  3. Koppel datums aan echte gebeurtenissen. Zeg vandaag, je geboortedatum en drie komende afspraken hardop. Controleer telkens: il vóór het daggetal, primo alleen voor de eerste dag en een kleine letter bij de maand.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste voorkennis: Hoofdtelwoorden — nodig om uren, minuten, dagen en jaartallen correct te vormen en uit te spreken.

Vereiste kennis

Hoofdtelwoorden in het ItaliaansA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Ora e Data in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen