A1

Onregelmatige werkwoorden する en 来る in het Japans

不規則動詞(する・来る)

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Japans op Settemila Lingue.

In het kort

Het Japans heeft twee echt onregelmatige basiswerkwoorden: する (doen) en 来る(くる, komen). Hun beleefde vormen zijn します en 来ます(きます). Met する maak je bovendien talloze werkwoorden van zelfstandige naamwoorden, zoals 勉強する (studeren) en 運動する (sporten).

Overzicht

する en 来る behoren tot de meest gebruikte Japanse werkwoorden. Je hebt ze al op A1-niveau nodig om over dagelijkse bezigheden, studie, werk, plannen en bezoek te praten. Ze passen niet volledig in de gewone vervoegingspatronen van de Japanse godan- en ichidan-werkwoorden. Daarom leer je hun vormen het best als twee kleine, afzonderlijke rijtjes.

する betekent in de kern doen, maar is veel breder inzetbaar dan het Nederlandse doen. Het kan zelfstandig voorkomen, zoals in 何をしますか (Wat ga je doen?), en het kan van een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, ding, activiteit of begrip) een werkwoord maken. 勉強 betekent bijvoorbeeld studie; 勉強する betekent studeren. Daardoor levert één vervoeging meteen honderden bruikbare werkwoorden op.

来る betekent komen: iemand of iets beweegt naar de spreker, naar de gesprekspartner of naar een plek die in het gesprek als uitgangspunt geldt. Vooral de wisselende lezingen van het teken 来 vragen aandacht: het is in 来る, maar in 来ます en in 来ない. Anders dan in het Nederlands verandert geen van beide werkwoorden naar persoon of aantal. します kan dus, afhankelijk van de context, ik doe, jij doet, zij doet of wij doen betekenen.

Zo werkt het

De vier beleefde basisvormen

Voor een beginner zijn de vormen op ます het belangrijkst. Ze klinken neutraal-beleefd en zijn veilig in gesprekken met onbekenden, collega's en mensen die je niet goed kent.

Betekenis する 来る
niet-verleden, bevestigend します 来ます(きます)
niet-verleden, ontkennend しません 来ません(きません)
verleden, bevestigend しました 来ました(きました)
verleden, ontkennend しませんでした 来ませんでした(きませんでした)

De Japanse niet-verleden tijd dekt zowel gewoonten als toekomstige handelingen. 毎日勉強します betekent Ik studeer elke dag, terwijl 明日勉強します Ik ga morgen studeren betekent. Er is dus geen aparte uitgang zoals het Nederlandse zal; tijdwoorden en context maken duidelijk wat bedoeld wordt.

Let bij 来る op de uitspraak. 来ます lees je als きます, niet als くります. De volledige beleefde vorm moet je als één geheel onthouden.

Gewone vormen

De gewone vorm wordt gebruikt in informele gesprekken, in bijzinnen en in veel grammaticale constructies. De woordenboekvorm is de vorm waaronder een werkwoord in een woordenboek staat.

Functie する 来る
woordenboekvorm / niet-verleden する 来る(くる)
ontkennend しない 来ない(こない)
verleden した 来た(きた)
ontkennend verleden しなかった 来なかった(こなかった)
て-vorm して 来て(きて)

Deze vormen laten goed zien waarom de werkwoorden onregelmatig heten. Bij する verschijnen onder meer , en in de vervoeging; bij 来る wisselt de lezing tussen , en . Probeer deze veranderingen niet af te leiden van een Nederlandse vertaling, maar verbind elke Japanse vorm rechtstreeks met zijn functie.

する als zelfstandig werkwoord

Wanneer する gewoon doen betekent, staat het vaak bij een vraagwoord of een algemeen benoemde activiteit:

  • 何をしますか。— Wat ga je doen?
  • 今日は何もしません。— Vandaag doe ik niets.
  • 宿題をしました。— Ik heb mijn huiswerk gemaakt.

Het partikel markeert meestal het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). In 宿題をする is 宿題 dus wat je doet. De Nederlandse vertaling hoeft niet letterlijk doen te bevatten: 宿題をする vertaal je natuurlijker als huiswerk maken.

する kan ook een gekozen activiteit aanduiden. Zo betekent テニスをする tennissen en 料理をする koken. De combinatie moet wel gangbaar zijn; niet elk willekeurig zelfstandig naamwoord kan automatisch met する een natuurlijk werkwoord vormen.

Zelfstandig naamwoord + する

Veel woorden voor activiteiten en processen worden rechtstreeks met する verbonden:

Zelfstandig naamwoord Werkwoord met する Nederlandse betekenis
勉強(べんきょう) 勉強する studeren
運動(うんどう) 運動する sporten, bewegen
連絡(れんらく) 連絡する contact opnemen
電話(でんわ) 電話する bellen
予約(よやく) 予約する reserveren
旅行(りょこう) 旅行する reizen, een reis maken
練習(れんしゅう) 練習する oefenen
コピー コピーする kopiëren

Zo'n combinatie gedraagt zich als één werkwoord. Alleen する wordt vervoegd: 勉強します, 勉強しない, 勉強しました, 勉強して. Dat is handig, want je hoeft voor al deze woorden maar één patroon te kennen.

Bij veel activiteiten zijn zowel 勉強する als 勉強をする mogelijk. De eerste vorm voelt duidelijk als één samengesteld werkwoord; in de tweede is 勉強 een zelfstandig naamwoord met を. Het verschil is vaak klein. Als er al een lijdend voorwerp met を staat, gebruik je gewoonlijk de compacte combinatie:

  • 日本語勉強する — Japans studeren
  • 日本語勉強する — de studie van het Japans doen
  • niet: 日本語勉強する

Twee keer を voor dezelfde werkwoordelijke kern klinkt hier niet goed. Dit is een belangrijk verschil met het Nederlands: vertaal niet woord voor woord, maar kijk welke rol elk zinsdeel in de Japanse zin heeft.

来る en de richting van de beweging

Bij 来る is niet alleen de bestemming belangrijk, maar ook het gezichtspunt. Gebruik of voor de bestemming:

  • 日本に来る — naar Japan komen
  • うちへ来ます — bij mij/ons thuis komen
  • 駅に来ました — naar het station gekomen

geeft de bestemming vrij precies aan; legt meer nadruk op de richting. In veel eenvoudige zinnen zijn beide mogelijk.

Het Nederlandse komen en gaan worden niet altijd vanuit hetzelfde gezichtspunt gekozen als 来る en 行く. Als je in Tokio bent en zegt dat een vriend naar Tokio beweegt, is 友達が東京に来ます logisch. Vertel je vanuit Nederland dat jij morgen naar Tokio vertrekt, dan is 東京に行きます (ik ga naar Tokio) meestal natuurlijker. Kies dus niet alleen op basis van het Nederlandse werkwoord, maar vraag jezelf af: beweegt iemand naar het relevante hier, of ervan weg?

Het onderwerp blijft vaak onuitgesproken

Japans laat het onderwerp vaak weg als de context duidelijk is. Een onderwerp is degene of datgene waarover de zin iets zegt. Daarom kan 明日来ますか zowel Kom je morgen? als, in een andere situatie, Komt hij/zij morgen? betekenen. Voeg 私, あなた of 彼 niet automatisch toe omdat het Nederlands een persoonlijk voornaamwoord nodig heeft.

Voorbeelden in context

Japans Nederlands Toelichting
毎日勉強します。 Ik studeer elke dag. Gewoonte met de beleefde vorm
運動をします。 Ik sport. Activiteit met を + します
今日は何をしますか。 Wat ga je vandaag doen? する als zelfstandig werkwoord
日曜日は仕事をしません。 Op zondag werk ik niet. Beleefde ontkenning
昨日、宿題をしました。 Gisteren heb ik mijn huiswerk gemaakt. Beleefd verleden
図書館で日本語を勉強します。 Ik studeer Japans in de bibliotheek. De plaats van de activiteit krijgt で
ホテルを予約しました。 Ik heb een hotel gereserveerd. Samenstelling met 予約する
友達に電話しませんでした。 Ik heb mijn vriend(in) niet gebeld. Ontkennend verleden; de gebelde persoon krijgt に
友達が来ます。 Er komt een vriend(in). が markeert wie er komt
明日、うちに来ますか。 Kom je morgen bij mij thuis? Vraag; het onderwerp is weggelaten
日本に来ました。 Ik ben naar Japan gekomen. に markeert de bestemming
田中さんはまだ来ていません。 Tanaka is nog niet gekomen. 来ていません drukt uit dat de aankomst nog niet heeft plaatsgevonden
何もしない。 Ik doe niets. Gewone, informele vorm
一緒に勉強しよう。 Laten we samen studeren. Informeel voorstel met しよう
ここに来てください。 Kom alstublieft hierheen. Verzoek met 来てください

Veelgemaakte fouten

来ます verkeerd lezen

  • Onjuist: 来ます(くります)
  • Juist: 来ます(きます)
  • Waarom: het teken 来 heeft in dit werkwoord verschillende lezingen. Leer くる, きます en こない als een vast drietal.

する als een regelmatig werkwoord vervoegen

  • Onjuist: 勉強すます。
  • Juist: 勉強します。
  • Waarom: voor de beleefde vorm verandert する in します. Je plakt ます niet rechtstreeks achter す.

Een Nederlandse hulpconstructie letterlijk overnemen

  • Onjuist bedoeld: 毎日勉強をやります。
  • Juist: 毎日勉強します。
  • Waarom: Nederlands gebruikt uitdrukkingen als studie doen niet als gewoon werkwoord, maar Japans heeft juist de vaste combinatie 勉強する. やる kan ook doen betekenen, maar is informeler en past niet automatisch in elke する-combinatie.

を dubbel gebruiken

  • Onjuist: 日本語を勉強をします。
  • Juist: 日本語を勉強します。
  • Ook juist: 日本語の勉強をします。
  • Waarom: in de eerste juiste zin is 勉強する één werkwoord met 日本語 als lijdend voorwerp. In de tweede wordt 日本語の勉強 als één naamwoordgroep behandeld.

来る gebruiken waar 行く nodig is

  • Onjuist in Nederland, over je vertrek naar Japan: 明日、日本に来ます。
  • Juist: 明日、日本に行きます。
  • Waarom: 行く betekent bewegen van het relevante hier vandaan; 来る betekent ernaartoe bewegen. De plaats van waaruit spreker en luisteraar de situatie bekijken, bepaalt de keuze.

Altijd een persoonlijk voornaamwoord toevoegen

  • Minder natuurlijk zonder nadruk: あなたは明日来ますか。
  • Natuurlijker: 明日来ますか。
  • Waarom: als duidelijk is tegen wie je spreekt, laat het Japans jij meestal weg. あなた is geen neutrale, verplichte tegenhanger van het Nederlandse jij.

Gebruiksnotities

Beleefd en gewoon

します en 来ます zijn beleefd, maar niet plechtig. Ze zijn een goede standaardkeuze wanneer je de sociale verhouding nog niet goed kent. する en 来る zijn gewone vormen. Onder vrienden en familie kunnen ze een volledige zin afsluiten, maar tegenover een klant of onbekende kunnen ze te direct klinken. De gewone vormen zijn niet per definitie onbeleefd: je hebt ze ook nodig binnen langere zinnen, zelfs wanneer de hele zin beleefd eindigt.

Schrift en uitspraak

する wordt vrijwel altijd in hiragana geschreven. 来る wordt vaak met kanji geschreven, maar くる komt eveneens voor, vooral in informeel materiaal of wanneer de beweging een meer grammaticale betekenis krijgt. Furigana of woordenboeken kunnen de lezing tonen; in gewone tekst moet je die uit de vervoeging herkennen.

する, やる en 致す

Voor de A1-basis is する de neutrale keuze voor doen. やる kan in informele taal eveneens doen betekenen en komt in vaste combinaties voor, maar kan ruwer of losser klinken. Vervang する daarom niet gedachteloos door やる. 致す(いたす) is juist een nederige, formele variant van する en hoort bij beleefd taalgebruik dat je later leert.

来ている is niet altijd letterlijk ‘aan het komen’

Bij een activiteit als 勉強する geeft 勉強している vaak een bezigheid aan die bezig is: aan het studeren zijn. Bij 来る wijst 来ている dikwijls op het resultaat van de beweging: iemand is gekomen en is er nu. 田中さんはもう来ています betekent meestal Tanaka is er al, niet dat Tanaka nog onderweg is. Dit verschil ontstaat doordat komen een aankomstmoment heeft.

Verder dan de basis

De volgende vormen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.

Mogelijkheid

De mogelijkheid van する wordt gewoonlijk uitgedrukt met できる:

  • 今日は勉強できません。— Ik kan vandaag niet studeren.
  • 日本語ができます。— Ik kan Japans / Ik beheers Japans.

Voor 来る is de standaardvorm 来られる(こられる): 明日来られますか (Kunt u morgen komen?). In informele spreektaal hoor je ook 来れる(これる), zonder ら. Die verkorte vorm is wijdverbreid, maar in zorgvuldig of formeel taalgebruik is 来られる de veilige keuze.

Voorstellen, opdrachten en verzoeken

De wilsvorm (een vorm voor een voornemen of voorstel) is しよう en 来よう(こよう):

  • 休憩しよう。— Laten we pauze nemen.
  • また来よう。— Laten we nog eens komen.

De directe gebiedende vormen しろ en 来い(こい)klinken krachtig en kunnen grof overkomen. Beginners gebruiken beter een verzoek met de て-vorm: してください (doe het alstublieft) en 来てください (kom alstublieft).

Eerbiedige en nederige alternatieven

In keigo (Japans beleefd taalgebruik dat de onderlinge verhouding uitdrukt) worden beide werkwoorden vaak vervangen:

Gewone betekenis Eerbiedig over de ander Nederig over jezelf
する なさる 致す(いたす)
来る いらっしゃる / お越しになる 参る(まいる)

Deze vormen zijn belangrijk in winkels en op het werk, maar staan los van de eenvoudige A1-regel. Gebruik voorlopig します en 来ます correct; dat is beter dan een ingewikkelde beleefdheidsvorm half beheersen.

てくる als grammaticaal patroon

来る kan na de て-vorm van een ander werkwoord staan: 買ってくる betekent bijvoorbeeld gaan kopen en terugkomen. Op hoger niveau krijgt ~てくる ook abstracte betekenissen, zoals een ontwikkeling die tot nu toe doorgaat: 日本語が少し分かってきました (Ik begin het Japans een beetje te begrijpen). Hier kun je 来る niet meer simpelweg als Nederlands komen vertalen.

Oefentips

  1. Leer de vormen in contrasterende setjes. Zeg hardop: する・します・しない・した・して en daarna くる・きます・こない・きた・きて. Vooral de klinkerwisseling bij 来る blijft zo beter hangen.
  2. Bouw een persoonlijk する-lijstje. Kies tien activiteiten uit je eigen week, bijvoorbeeld 勉強する, 仕事をする, 料理をする en 運動する. Maak van elke activiteit een bevestigende, ontkennende en verleden zin.
  3. Teken de richting van 来る. Zet een stip voor ‘hier’ en teken pijlen ernaartoe voor 来る en ervandaan voor 行く. Formuleer vervolgens echte plannen: 友達がうちに来ます en 私は学校に行きます.

Verwante onderwerpen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen 不規則動詞(する・来る) in Japans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Japans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen