A2

Verleden tijd (pretérito perfeito) in het Portugees

Pretérito Perfeito Simples

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

Overzicht

De pretérito perfeito is de meest gebruikte verleden tijd in het Portugees voor voltooide handelingen in het verleden. Hij komt overeen met de Nederlandse voltooide tegenwoordige tijd (ik heb gedaan) én de gewone verleden tijd (ik deed) — één Portugese tijd dekt twee Nederlandse tijden.

Gebruik de pretérito perfeito voor: voltooide, afgeronde handelingen in het verleden, specifieke momenten in het verleden en opeenvolgende handelingen in een verhaal.

Hoe het werkt

Regelmatige vervoegingen:

Persoon -AR (falar) -ER (comer) -IR (partir)
eu falei comi parti
tu falaste comeste partiste
ele/você falou comeu partiu
nós falámos/falamos comemos partimos
eles/vocês falaram comeram partiram

Noot: in Portugal nós -AR = falámos (accent); in Brazilië = falamos (zelfde als tegenwoordige tijd — context maakt duidelijk welke tijd).

Veel gebruikte tijdsindicatoren:

  • ontem (gisteren), há dois dias (twee dagen geleden)
  • em 2020 (in 2020), na semana passada (vorige week)
  • (al), nunca (nooit)

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Falei com ela ontem. Ik sprak gisteren met haar. voltooide handeling
Comemos no restaurante. Wij aten in het restaurant. 1e persoon mv.
Ela partiu às três. Zij vertrok om drie uur. specifiek moment
Trabalhei muito hoje. Ik heb vandaag veel gewerkt. vandaag voltooid
Estudaste? Heb jij gestudeerd? vraag
Nunca fui a Portugal. Ik ben nooit naar Portugal geweest. ervaring
O que aconteceu? Wat is er gebeurd? vraag verleden
Já chegaram. Zij zijn al aangekomen. resultaat

Veelgemaakte fouten

Nós-vorm in Brazilië (verleden vs tegenwoordige tijd)

  • Falamos kan zowel "wij spreken" (tegenwoordige tijd) als "wij spraken" (Brazilië, verleden) zijn — de context maakt duidelijk welke tijd.

Onregelmatige werkwoorden vergeten

  • ser/irfui, foste, foi, fomos, fostes, foram (zelfde vervoegingen!)
  • tertive, tiveste, teve, tivemos, tiveram
  • estarestive, estiveste, esteve, estivemos, estiveram

Oefentips

  1. Oefen de regelmatige vervoegingen voor alle drie groepen (-AR, -ER, -IR) met dezelfde werkwoorden.
  2. Beschrijf je gisteren: wat deed je, at je, ging je? — gebruik de pretérito perfeito.
  3. Leer de meest gebruikte onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd apart.

Verwante concepten

Over dit concept

Simple past for completed actions. Regular endings: -AR (-ei, -aste, -ou, -ámos, -astes, -aram), -ER/-IR (-i, -este, -eu/-iu, -emos/-imos, -estes/-istes, -eram/-iram).

In Settemila Lingue genereert dit concept een oefendeck van ~50 kaarten op niveau A2.

Voorbeelden

Ontem comi pizza.Yesterday I ate pizza.
Viajei para Espanha no ano passado.I traveled to Spain last year.
O que fizeste ontem?What did you do yesterday?
Chegaram às oito.They arrived at eight.

Vereiste kennis

Regelmatige -AR werkwoorden in het PortugeesA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.

Gratis beginnen