Pretérito perfeito simples in het Portugees
Pretérito Perfeito Simples
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.
In het kort
Met de pretérito perfeito simples vertel je dat een handeling of gebeurtenis in het verleden is afgerond: Ontem trabalhei betekent ‘Gisteren heb ik gewerkt’ of ‘Gisteren werkte ik’. Bij regelmatige werkwoorden vervang je -ar, -er of -ir door een persoonsuitgang. Anders dan in het Nederlands heb je daarbij geen hulpwerkwoord als hebben of zijn nodig.
Overzicht
De pretérito perfeito simples is de gewone enkelvoudige verleden tijd voor gebeurtenissen die de spreker als voltooid en afgebakend voorstelt. Denk aan iets wat gisteren gebeurde, een reis die vorig jaar plaatsvond, of een reeks handelingen in een verhaal. Chegaram às oito zegt bijvoorbeeld dat zij om acht uur aankwamen: de aankomst is één afgerond moment.
Deze tijd wordt meestal op A2-niveau geleerd. Je kent dan al de infinitief (de woordenboekvorm, zoals falar, comer en partir) en enkele vormen in de tegenwoordige tijd. Nu leer je nieuwe uitgangen voor drie werkwoordgroepen. Het onderwerp (wie de handeling uitvoert) staat vaak niet uitgeschreven, omdat de uitgang al veel informatie geeft: viajei kan op zichzelf ‘ik reisde’ of ‘ik heb gereisd’ betekenen.
Voor Nederlandstaligen is vooral de vertaling belangrijk. Eén Portugese vorm kan in het Nederlands overeenkomen met zowel de onvoltooid verleden tijd (ik at) als de voltooid tegenwoordige tijd (ik heb gegeten). Kies in het Nederlands wat in de situatie natuurlijk klinkt; probeer niet aan elke Portugese vorm één vaste Nederlandse tijd te koppelen.
Zo werkt het
De basisregel
Neem de infinitief, haal de laatste -ar, -er of -ir weg en voeg de passende uitgang toe. De stam is wat overblijft: fal- van falar, com- van comer en part- van partir.
| Persoon | falar — spreken | comer — eten | partir — vertrekken |
|---|---|---|---|
| eu | falei | comi | parti |
| tu | falaste | comeste | partiste |
| ele/ela/você | falou | comeu | partiu |
| nós | falámos | comemos | partimos |
| vós | falastes | comestes | partistes |
| eles/elas/vocês | falaram | comeram | partiram |
De uitgangen op een rij:
| Persoon | Werkwoorden op -ar | Werkwoorden op -er | Werkwoorden op -ir |
|---|---|---|---|
| eu | -ei | -i | -i |
| tu | -aste | -este | -iste |
| ele/ela/você | -ou | -eu | -iu |
| nós | -ámos | -emos | -imos |
| vós | -astes | -estes | -istes |
| eles/elas/vocês | -aram | -eram | -iram |
Leer vooral de klankrijke verschillen bij de derde persoon: -ou, -eu en -iu. Zo hoor je het onderscheid tussen falou (hij/zij sprak), comeu (hij/zij at) en partiu (hij/zij vertrok). De klemtoon valt in deze vormen op de laatste lettergreep.
Persoonsvormen en voornaamwoorden
In het Portugees kun je het onderwerpsvoornaamwoord vaak weglaten:
- Falei com a Ana. — Ik heb met Ana gesproken.
- Partimos cedo. — We vertrokken vroeg.
- Chegaram às oito. — Ze kwamen om acht uur aan.
Toch is de uitgang niet altijd ondubbelzinnig. Falou kan horen bij ele, ela of você; falaram kan horen bij eles, elas of vocês. Noem het onderwerp als de context niet duidelijk genoeg is: A Marta falou primeiro of Vocês falaram com ele?
Você gebruikt dezelfde werkwoordsvorm als ele/ela en vocês dezelfde vorm als eles/elas. In Brazilië zijn você en vocês zeer gebruikelijk. In Portugal hoor je in informele enkelvoudige aanspreking vaak tu. De vormen met vós bestaan, maar zijn in het hedendaagse dagelijkse taalgebruik beperkt tot bepaalde streken, plechtige taal en oudere teksten.
Wanneer gebruik je deze tijd?
Eén afgeronde gebeurtenis
Gebruik de tijd voor een gebeurtenis met een duidelijk eindpunt:
- O comboio chegou às nove. — De trein kwam om negen uur aan.
- Terminei o relatório ontem. — Ik heb het verslag gisteren afgemaakt.
Een afgebakende periode
Ook een activiteit die enige tijd duurde kan voltooid zijn. Het gaat niet om de lengte, maar om het feit dat de periode als afgesloten wordt gezien:
- Morei em Coimbra durante dois anos. — Ik heb twee jaar in Coimbra gewoond.
- Trabalhámos toda a manhã. — We hebben de hele ochtend gewerkt.
Een reeks opeenvolgende handelingen
In een verhaal zet de pretérito perfeito de gebeurtenissen vooruit:
- Entrei, fechei a porta e telefonei à Rita. — Ik kwam binnen, deed de deur dicht en belde Rita.
Elke vorm noemt hier een nieuwe, voltooide stap. Voor een achtergrondbeschrijving of een gewoonte in het verleden gebruik je vaak het pretérito imperfeito, dat later aan bod komt.
Tijdsaanduidingen die vaak voorkomen
Woorden als ontem (gisteren), anteontem (eergisteren), na semana passada (vorige week), no ano passado (vorig jaar), há dois dias (twee dagen geleden), em 2024 en às oito maken de afgeronde periode duidelijk. Ze zijn nuttig, maar niet verplicht. De context kan voldoende zijn:
- Já almoçaste? — Heb je al geluncht?
- Sim, almocei. — Ja, ik heb geluncht.
Ontkenningen en vragen
Voor een ontkenning zet je não vóór de persoonsvorm:
- Não trabalhei ontem. — Ik heb gisteren niet gewerkt.
- Eles não chegaram a tempo. — Ze kwamen niet op tijd.
Voor een vraag blijft de werkwoordsvorm hetzelfde. Het Portugees gebruikt geen apart hulpwerkwoord zoals Nederlands hebben in heb je gebeld?:
- Telefonaste à tua mãe? — Heb je je moeder gebeld?
- Quando partiram? — Wanneer zijn ze vertrokken?
De vraag O que fizeste ontem? bevat fizeste, een onregelmatige vorm van fazer. Zulke zeer frequente vormen horen bij de volgende leerstap; de functie van de verleden tijd blijft dezelfde.
Spelling blijft de uitspraak beschermen
Sommige regelmatige werkwoorden veranderen een letter in de eu-vorm. Dat is geen nieuwe tijdsuitgang, maar een spellingaanpassing om dezelfde medeklinkerklank te behouden.
| Infinitief | Eu-vorm | Wat gebeurt er? |
|---|---|---|
| ficar — blijven | fiquei | c wordt qu vóór e |
| chegar — aankomen | cheguei | g wordt gu vóór e |
| começar — beginnen | comecei | ç wordt c vóór e |
| pagar — betalen | paguei | g wordt gu vóór e |
Schrijf dus niet ficei of chegei. Spreek eerst het hele werkwoord uit en controleer daarna of de spelling vóór -ei dezelfde klank bewaart.
Voorbeelden in context
| Portugees | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Ontem comi pizza. | Gisteren heb ik pizza gegeten. | Afgeronde handeling met een werkwoord op -er. |
| Viajei para Espanha no ano passado. | Vorig jaar ben ik naar Spanje gereisd. | -ei markeert de eerste persoon enkelvoud. |
| O que fizeste ontem? | Wat heb je gisteren gedaan? | Informele tu-vorm; fazer is onregelmatig. |
| Chegaram às oito. | Ze kwamen om acht uur aan. | Meervoudig onderwerp, af te leiden uit de context. |
| A Leonor falou com o médico. | Leonor heeft met de arts gesproken. | Eén voltooid gesprek. |
| Vendemos o carro em março. | We hebben de auto in maart verkocht. | Vendemos is hier verleden tijd door de tijdsaanduiding. |
| Partiste sem dizer nada. | Je vertrok zonder iets te zeggen. | Regelmatige tu-vorm van een werkwoord op -ir. |
| Eles abriram a janela. | Ze deden het raam open. | Derde persoon meervoud op -iram. |
| Estudei durante três horas. | Ik heb drie uur gestudeerd. | De duur is begrensd en afgelopen. |
| Primeiro tomámos café e depois visitámos o museu. | Eerst dronken we koffie en daarna bezochten we het museum. | Twee opeenvolgende gebeurtenissen. |
| Não recebeste a minha mensagem? | Heb je mijn bericht niet ontvangen? | não staat vóór de persoonsvorm. |
| Quando é que vocês decidiram partir? | Wanneer hebben jullie besloten te vertrekken? | vocês krijgt de vorm van de derde persoon meervoud. |
| Fiquei em casa porque choveu. | Ik bleef thuis omdat het regende. | fiquei heeft een spellingaanpassing; choveu is een afgeronde weersgebeurtenis. |
| Já acabaram o trabalho? | Hebben jullie het werk al afgemaakt? | já vraagt hier of het resultaat bereikt is. |
Veelgemaakte fouten
Een Nederlands hulpwerkwoord letterlijk overnemen
- Onjuist: Eu tenho comi ontem.
- Juist: Eu comi ontem.
- Waarom: de enkelvoudige Portugese vorm comi drukt de voltooide gebeurtenis al uit. Je bouwt deze tijd niet met een vorm van ter plus een vervoegd werkwoord.
De tegenwoordige tijd gebruiken omdat het Nederlands ‘heb’ gebruikt
- Onjuist: Ontem eu como pizza.
- Juist: Ontem eu comi pizza.
- Waarom: in ‘ik heb gisteren pizza gegeten’ staat het Nederlandse hulpwerkwoord in de tegenwoordige tijd, maar de hele werkwoordsvorm verwijst naar het verleden. Het Portugees kiest daarom comi.
De drie werkwoordgroepen door elkaar halen
- Onjuist: Ela partiu? is goed, maar niet ela parteu.
- Juist: Ela partiu?
- Waarom: partir is een werkwoord op -ir en krijgt bij ela de uitgang -iu. -eu hoort bij regelmatige werkwoorden op -er, zoals comeu.
De persoon verkeerd aflezen
- Onjuist: Nós falaram com o professor.
- Juist: Nós falámos com o professor.
- Waarom: nós vraagt de eerste persoon meervoud. Falaram hoort bij eles/elas/vocês.
Spellingveranderingen overslaan
- Onjuist: Eu chegei cedo.
- Juist: Eu cheguei cedo.
- Waarom: vóór e is gu nodig om de harde g-klank van chegar te bewaren. Hetzelfde beginsel geeft fiquei en paguei.
Elke situatie in het verleden met deze tijd vertellen
- Minder passend: Quando era criança, joguei futebol todos os dias als je een algemene jeugdgewoonte bedoelt.
- Passender: Quando era criança, jogava futebol todos os dias.
- Waarom: de pretérito perfeito presenteert een afgeronde gebeurtenis of periode. Voor een gewoonte, achtergrond of voortgaande toestand in het verleden is vaak het pretérito imperfeito nodig.
Gebruiksnotities
Europees en Braziliaans Portugees
De kernbetekenis van de tijd is in Portugal en Brazilië hetzelfde. Er zijn wel verschillen in aanspreekvormen en in enkele geschreven vormen. In Europees Portugees onderscheidt het accent vaak falámos (we spraken/hebben gesproken) van falamos (we spreken). In Braziliaans Portugees wordt doorgaans falamos voor beide tijden geschreven en moet de context het verschil aangeven.
Ook comemos en partimos kunnen zonder verdere context zowel tegenwoordige als verleden tijd zijn. Een woord als ontem, een eerder genoemd tijdstip of de loop van het verhaal maakt de bedoeling meestal helder. Dit is vergelijkbaar met Nederlandse vormen die pas door de context volledig duidelijk worden, maar het precieze patroon is anders.
In Portugal is tu falaste in veel informele situaties gewoon. In grote delen van Brazilië hoor je vaker você falou. Regionaal komen ook mengvormen voor, maar als leerder kun je het best één consequent standaardpatroon gebruiken.
De Nederlandse vertaling volgt de context
Morei em Lisboa durante um ano kan natuurlijk worden vertaald als ‘Ik heb een jaar in Lissabon gewoond’. In een vertellende tekst kan ‘Ik woonde een jaar in Lissabon’ beter passen. Het Portugese verschil zit niet in het Nederlandse onderscheid tussen woonde en heb gewoond, maar in de voorstelling van die periode als afgesloten geheel.
Let ook op recente gebeurtenissen. Zolang de spreker een handeling als voltooid ziet, is de enkelvoudige vorm mogelijk: Hoje falei com a diretora — ‘Vandaag heb ik met de directrice gesproken.’ De dag hoeft dus niet voorbij te zijn; de handeling zelf is dat wel.
Verder dan de basis
De volgende verschillen hoef je op A2-niveau nog niet volledig te beheersen, maar je zult ze al snel tegenkomen.
Pretérito perfeito tegenover pretérito imperfeito
Het belangrijkste contrast is niet simpelweg ‘kort’ tegenover ‘lang’. Het gaat om het perspectief:
| Pretérito perfeito | Pretérito imperfeito |
|---|---|
| Afgeronde gebeurtenis of begrensde periode | Achtergrond, gewoonte of voortgaande situatie |
| Choveu durante duas horas. — Het regende twee uur lang. | Chovia quando saí. — Het regende toen ik wegging. |
| Morei lá três anos. — Ik heb daar drie jaar gewoond. | Morava lá naquela época. — Ik woonde daar in die tijd. |
Een lange handeling kan dus gewoon in de pretérito perfeito staan als begin en einde als één geheel worden gezien. Omgekeerd kan een korte handeling in het imperfeito staan als ze herhaaldelijk plaatsvond.
De samengestelde vorm betekent niet hetzelfde als in het Nederlands
Portugees tenho falado lijkt uiterlijk op ‘ik heb gesproken’, maar het is meestal geen gewone vertaling daarvan. De pretérito perfeito composto met ter plus het voltooid deelwoord (een vorm als falado) duidt doorgaans op iets wat zich herhaaldelijk of gedurende een periode tot nu toe voordoet:
- Tenho falado com ela ultimamente. — Ik spreek haar de laatste tijd geregeld.
- Falei com ela ontem. — Ik heb haar gisteren gesproken.
Dit verschil voorkomt een van de hardnekkigste fouten van Nederlandstaligen: gebruik niet automatisch ter omdat de Nederlandse vertaling hebben bevat.
Voorgrond en achtergrond in verhalen
Gevorderde sprekers wisselen tijden om een verhaal te structureren. Het imperfeito schetst wat al gaande was; de pretérito perfeito noemt de nieuwe gebeurtenis:
- Eu lia na sala quando o telefone tocou. — Ik zat in de woonkamer te lezen toen de telefoon ging.
Lia vormt de achtergrond, tocou laat het verhaal verdergaan. Door bij het lezen deze twee functies te markeren, ontwikkel je een beter gevoel voor beide tijden dan door alleen Nederlandse vertalingen te vergelijken.
Onregelmatige vormen zijn frequent
Veel alledaagse werkwoorden hebben in deze tijd een afwijkende stam of uitgang: fui van ir/ser, tive van ter, estive van estar, fiz van fazer en disse van dizer. Ze drukken dezelfde voltooide betekenis uit, maar moeten als patroon apart worden geleerd. De regelmatige tabellen in dit artikel kun je er niet rechtstreeks op toepassen.
Oefentips
- Werk per groep en per persoon. Neem elke dag drie gewone werkwoorden, bijvoorbeeld falar, comer en abrir. Zeg eerst de zes persoonsvormen en maak daarna één echte zin met eu, tu en nós. Zo leer je uitgangen in plaats van losse rijtjes.
- Maak een kort dagboek van gisteren. Schrijf vijf zinnen met een duidelijke volgorde: Acordei, tomei o pequeno-almoço, trabalhei, cozinhei e telefonei a um amigo. Controleer of elke handeling werkelijk als afgerond wordt voorgesteld.
- Vergelijk functie, niet woord voor woord. Onderstreep in een Portugese tekst de gebeurtenissen die het verhaal vooruitzetten. Noteer daarnaast achtergronden en gewoonten in een andere kleur. Kijk pas daarna hoe je beide soorten zinnen natuurlijk in het Nederlands zou formuleren.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Regelmatige werkwoorden op -AR — helpt je stammen en persoonsuitgangen herkennen.
- Volgende stap: Onregelmatige vormen in de pretérito perfeito — voor veelgebruikte vormen als fui, tive en fiz.
- Belangrijk contrast: Pretérito imperfeito — voor gewoonten, achtergronden en voortgaande situaties in het verleden.
- Uitbreiding: Wederkerende werkwoorden in het verleden — combineert verleden vormen met wederkerende voornaamwoorden.
- Later: Mais-que-perfeito — drukt uit dat iets al vóór een ander moment in het verleden was gebeurd.
- Later: Lijdende vorm — verschuift de aandacht van de uitvoerder naar wat de handeling ondergaat.
Vereiste kennis
Regelmatige werkwoorden op -ar in het PortugeesA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Pretérito Perfeito Simples in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen