A1

Regelmatige -AR werkwoorden in het Portugees

Verbos Regulares em -AR

Overzicht

De regelmatige -AR werkwoorden zijn de grootste groep werkwoorden in het Portugees. Werkwoorden als falar (spreken), trabalhar (werken), morar (wonen) en estudar (studeren) volgen allemaal hetzelfde patroon. Zodra je dit patroon kent, kun je honderden werkwoorden vervoegen.

Verwijder de uitgang -ar van de infinitief en voeg de persoonsuitgangen toe. Doordat de uitgang al aangeeft wie de handeling uitvoert, is het voornaamwoord vaak niet nodig. Dit is een van de meest productieve grammaticaregels die je leert: meteen bruikbaar in heel veel situaties.

Hoe het werkt

Persoon Uitgang Voorbeeld (falar)
eu -o falo
tu -as falas
ele/ela/você -a fala
nós -amos falamos
vós -ais falais
eles/elas/vocês -am falam

Veelgebruikte -AR werkwoorden:

Portugees Nederlands
falar spreken
trabalhar werken
morar wonen
estudar studeren
comprar kopen
escutar luisteren
viajar reizen
gostar leuk vinden

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Falo português. Ik spreek Portugees. voornaamwoord weggelaten
Ela trabalha muito. Zij werkt veel. 3e persoon
Moramos em Lisboa. Wij wonen in Lissabon. 1e persoon mv.
Estudas todos os dias? Studeer jij elke dag? 2e persoon, vraag
Eles compram muito. Zij kopen veel. 3e persoon mv.
Viajo em julho. Ik reis in juli. 1e persoon enkelvoud
Não falam inglês. Zij spreken geen Engels. ontkenning
Trabalhamos juntos. Wij werken samen. 1e persoon mv.

Veelgemaakte fouten

Uitgang -o vergeten bij eu

  • Fout: Eu fala português.
  • Correct: Eu falo português.
  • Waarom: De eerste persoon enkelvoud eindigt altijd op -o bij -AR werkwoorden.

-am en -ão door elkaar halen

  • Fout: Eles falão
  • Correct: Eles falam
  • Waarom: De derde persoon meervoud eindigt op -am, niet op -ão (dat is de uitgang voor andere werkwoorden).

Vós in het modern Portugees

  • Vós en -ais worden nauwelijks gebruikt; gebruik vocês + -am in de praktijk.

Oefentips

  1. Kies vijf -AR werkwoorden die je dagelijks nodig hebt en vervoeg ze in alle personen.
  2. Beschrijf je dagelijkse routine in het Portugees met -AR werkwoorden.
  3. Luister naar Portugese audio en let op de werkwoordsuitgangen — je herkent het patroon snel.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Persoonlijke voornaamwoorden in het PortugeesA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Wil je Regelmatige -AR werkwoorden in het Portugees en meer Portugees-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen