Basisontkenning in het Portugees
Negação Básica
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Zet voor een gewone ontkennende zin não direct vóór het vervoegde werkwoord: Não entendo betekent ‘Ik begrijp het niet’. Staat een woord als nada, ninguém of nunca ná het werkwoord, dan blijft não meestal nodig: Não vejo ninguém. Staat zo’n ontkennend woord vóór het werkwoord, dan vervalt não: Ninguém veio.
Overzicht
Ontkennen is in het Portugees in de basis eenvoudig. Het woord não kan ‘nee’ betekenen, maar vóór een werkwoord betekent het meestal ‘niet’ of zorgt het voor een Nederlandse ontkenning met geen: Não trabalho hoje (‘Ik werk vandaag niet’) en Não tenho dinheiro (‘Ik heb geen geld’). Dit is een van de eerste zinsbouwregels op A1-niveau en je kunt hem meteen gebruiken bij vrijwel ieder werkwoord.
Voor Nederlandstaligen zit het grootste verschil in de plaats. In het Nederlands staat niet vaak na het werkwoord — ‘ik begrijp het niet’ — of gebruiken we geen vóór een zelfstandig naamwoord. In het Portugees staat não normaal juist vóór het vervoegde werkwoord, ongeacht of de Nederlandse vertaling niet of geen bevat. Je hoeft dus niet eerst te kiezen tussen twee Portugese woorden die precies met niet en geen overeenkomen.
Daarnaast kent het Portugees negatieve congruentie: meerdere ontkennende woorden in één zin drukken samen één ontkenning uit. In Não vi nada (‘Ik heb niets gezien’) heffen não en nada elkaar niet op. Zo’n combinatie klinkt in het standaard-Portugees volkomen normaal.
Zo werkt het
De basisregel: não vóór het vervoegde werkwoord
Het vervoegde werkwoord is de werkwoordsvorm die zich aanpast aan persoon en tijd, zoals falo (‘ik spreek’), falamos (‘wij spreken’) of falou (‘hij/zij sprak’). Zet não er direct vóór:
| Bevestigend | Ontkennend | Nederlands |
|---|---|---|
| Eu trabalho hoje. | Eu não trabalho hoje. | Ik werk vandaag niet. |
| Ela fala português. | Ela não fala português. | Zij spreekt geen Portugees. |
| Temos tempo. | Não temos tempo. | We hebben geen tijd. |
Het onderwerp — degene die iets doet of over wie de zin gaat — mag zoals gewoonlijk worden weggelaten als de werkwoordsvorm en de context duidelijk genoeg zijn. Zowel Eu não entendo als Não entendo betekent ‘Ik begrijp het niet’. Het weglaten van eu verandert de plaats van não niet.
Ook tijds- en plaatsbepalingen veranderen de basisregel niet:
- Hoje não trabalho. — Vandaag werk ik niet.
- Em casa não falamos inglês. — Thuis spreken we geen Engels.
- A Maria não mora aqui. — Maria woont hier niet.
Anders dan in het Nederlands veroorzaakt een vooropgeplaatst woord als hoje geen omkering van onderwerp en werkwoord. Vergelijk ‘Vandaag werk ik niet’ met Hoje eu não trabalho. Het Portugese onderwerp kan verdwijnen, maar komt niet vanwege die Nederlandse inversieregel achter het werkwoord te staan.
Não bij meerdere werkwoordsvormen
Bij een werkwoordsgroep staat não vóór het vervoegde deel. Een infinitief is de hele werkwoordsvorm op bijvoorbeeld -ar, -er of -ir, zoals falar, comer en partir.
| Patroon | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| não + vervoegd werkwoord + infinitief | Não quero sair. | Ik wil niet weggaan. |
| não + hulpwerkwoord + deelwoord | Não tenho dormido bem. | Ik heb de laatste tijd niet goed geslapen. |
| om/zonder + não + infinitief | Anoto tudo para não esquecer. | Ik schrijf alles op om het niet te vergeten. |
De plaats kan de betekenis beïnvloeden. Não posso ir betekent gewoonlijk ‘Ik kan niet gaan’. In Posso não ir hoort não bij ir: ‘Ik kan eventueel niet gaan’ of ‘Misschien ga ik niet’. Dit verschil in bereik (welk deel van de zin door de ontkenning wordt geraakt) is vooral iets om later te leren herkennen.
Nada, ninguém en nunca
Drie zeer frequente ontkennende woorden zijn:
| Portugees | Gebruik | Vaak in het Nederlands |
|---|---|---|
| nada | voor dingen of hoeveelheden | niets |
| ninguém | voor personen | niemand |
| nunca | voor tijd of frequentie | nooit |
Hun plaats bepaalt of não nodig is.
Na het werkwoord: gebruik normaal não vóór het werkwoord.
- Não comprei nada. — Ik heb niets gekocht.
- Não conheço ninguém aqui. — Ik ken hier niemand.
- Ela não chega nunca a horas. — Ze komt nooit op tijd.
Vóór het werkwoord: het ontkennende woord is zelf voldoende; voeg geen não toe.
- Nada mudou. — Niets is veranderd.
- Ninguém respondeu. — Niemand antwoordde.
- Nunca como carne. — Ik eet nooit vlees.
Je kunt dit onthouden als een eenvoudige controle: staat de eerste ontkennende uitdrukking vóór het werkwoord, dan ontkent die de zin al. Komt nada, ninguém of nunca pas erna, zet dan não vóór het werkwoord.
Bij nada is de functie in de zin belangrijk. In Nada aconteceu is nada het onderwerp: niets heeft plaatsgevonden. In Não fiz nada is nada het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat): ik heb niets gedaan. In beide gevallen is de vertaling ‘niets’, maar de woordvolgorde verschilt.
Andere veelgebruikte combinaties
Met een paar vaste patronen kun je veel dagelijkse betekenissen uitdrukken:
| Patroon | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|
| ainda não | Ainda não sei. | Ik weet het nog niet. |
| já não | Já não moro lá. | Ik woon daar niet meer. |
| não ... mais | Não moro lá mais. | Ik woon daar niet meer. |
| não ... nenhum/nenhuma | Não tenho nenhuma dúvida. | Ik heb geen enkele twijfel. |
| não ... nem ... | Não bebo café nem chá. | Ik drink geen koffie en ook geen thee. |
| nem sequer | Ele nem sequer telefonou. | Hij heeft niet eens gebeld. |
Nenhum en nenhuma passen zich aan het zelfstandig naamwoord aan: nenhum problema (‘geen enkel probleem’), nenhuma pergunta (‘geen enkele vraag’). Het meervoud bestaat ook, maar komt minder vaak voor omdat ‘geen enkele’ meestal een enkelvoudige formulering oplevert.
Nem betekent afhankelijk van de zin ‘ook niet’, ‘noch’ of ‘zelfs niet’. Na een al ontkend werkwoord verbindt het vaak twee delen: Não compro carne nem peixe (‘Ik koop geen vlees en ook geen vis’).
Não als zelfstandig antwoord
Los gebruikt betekent não eenvoudig ‘nee’:
- Queres café? — Não, obrigado. — Wil je koffie? — Nee, bedankt.
- A reunião é hoje? — Não, é amanhã. — Is de vergadering vandaag? — Nee, ze is morgen.
Schrijf altijd não met de tilde boven de a. Nao is geen correcte spelling. De tilde geeft bovendien aan dat de klinker nasaal wordt uitgesproken; não rijmt dus niet simpelweg op een Nederlands woord als nou.
Voorbeelden in context
| Portugees | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Não entendo. | Ik begrijp het niet. | De gewone basisstructuur. |
| Não tenho dinheiro. | Ik heb geen geld. | Portugees não kan Nederlands geen opleveren. |
| Hoje não trabalhamos. | Vandaag werken we niet. | Não blijft vóór het werkwoord. |
| A Sofia não fala alemão. | Sofia spreekt geen Duits. | Geen apart woord voor Nederlands geen nodig. |
| Não vejo ninguém na estação. | Ik zie niemand op het station. | Ninguém staat na het werkwoord, dus não blijft staan. |
| Ninguém sabe a resposta. | Niemand weet het antwoord. | Ninguém vóór het werkwoord ontkent zelfstandig. |
| Não há nada no frigorífico. | Er ligt niets in de koelkast. | Nada volgt op het werkwoord. |
| Nada acontece por acaso. | Niets gebeurt toevallig. | Nada is het onderwerp. |
| Nunca como carne. | Ik eet nooit vlees. | Nunca staat vóór het werkwoord; geen não. |
| Eu não viajo nunca no inverno. | Ik reis nooit in de winter. | Achter het werkwoord combineert nunca met não. |
| Ainda não terminei o relatório. | Ik heb het verslag nog niet af. | Ainda não betekent ‘nog niet’. |
| Já não moramos no Porto. | We wonen niet meer in Porto. | Já não geeft aan dat iets vroeger wel zo was. |
| Não quero mais sopa. | Ik wil geen soep meer. | Não ... mais betekent hier ‘niet/geen meer’. |
| Não comprei pão nem leite. | Ik heb geen brood en ook geen melk gekocht. | Nem voegt een tweede ontkend element toe. |
| Ela não conhece nenhum restaurante aqui. | Ze kent hier geen enkel restaurant. | Nenhum versterkt de afwezigheid. |
Veelgemaakte fouten
Não op de Nederlandse plaats zetten
- Fout: Eu entendo não.
- Goed: Eu não entendo.
- Waarom: Nederlands niet staat vaak later in de zin, maar neutraal Portugees zet não vóór het vervoegde werkwoord. Een los não aan het einde komt in sommige spreektaalvarianten voor, maar is niet de veilige basisstructuur.
Não weglaten vóór een ontkennend woord achter het werkwoord
- Fout: Vejo ninguém.
- Goed: Não vejo ninguém.
- Waarom: Ninguém staat na het werkwoord en heeft in de standaardtaal não vóór het werkwoord nodig. De twee ontkennende woorden vormen samen één ontkenning.
Een extra não toevoegen na een ontkennend onderwerp
- Fout: Ninguém não veio.
- Goed: Ninguém veio.
- Waarom: Ninguém staat al vóór het werkwoord en ontkent de hele zin. De foute versie kan in bijzondere regionale of contrasterende constructies iets anders suggereren, maar hoort niet bij de neutrale basisregel.
Niet en geen woord voor woord vertalen
- Fout: zoeken naar één vast Portugees woord dat altijd Nederlands geen vervangt.
- Goed: Não tenho carro. voor ‘Ik heb geen auto’ en Não falo russo. voor ‘Ik spreek geen Russisch’.
- Waarom: Het Portugees ontkent hier het werkwoord met não. De Nederlandse keuze tussen niet en geen voorspelt dus niet automatisch een andere Portugese constructie.
Nunca combineren met een overbodig voorafgaand não
- Fout: Não nunca como carne.
- Goed: Nunca como carne. of Não como carne nunca.
- Waarom: Als nunca vóór het werkwoord staat, is het zelf de ontkenning. Staat het erna, dan gebruik je não vóór het werkwoord.
Het accentteken vergeten
- Fout: Nao sei.
- Goed: Não sei.
- Waarom: De tilde is een verplicht onderdeel van de spelling en markeert een nasale klinker. Op een Portugees toetsenbord of met een geschikte toetsenbordindeling is ã rechtstreeks beschikbaar.
Gebruiksnotities
De basisregels gelden zowel in Portugal als in Brazilië. Wel verschillen voorkeuren en spreektaal. Voor ‘niet meer’ hoor je in Portugal vaak já não, terwijl não ... mais bijzonder gewoon is in Brazilië; beide patronen zijn breed begrijpelijk en komen in beide varianten voor. Let bij plaatsing van mais op de natuurlijke context: Não quero mais kan ‘Ik wil niet meer’ of ‘Ik hoef niets meer’ betekenen.
In spontane gesprekken kan não worden herhaald om nadruk, tegenspraak of twijfel uit te drukken: Não sei, não betekent ongeveer ‘Ik weet het zo net nog niet’ of een nadrukkelijk ‘Ik weet het niet’. Vooral in Braziliaanse spreektaal bestaan ook regionale patronen met não aan het einde. Gebruik als leerder voorlopig de algemene vorm não + werkwoord; die is overal correct en neutraal.
Een korte controlevraag eindigt vaak op não é?, letterlijk ‘is het niet?’: É longe, não é? (‘Het is ver, hè?’). In snelle omgangstaal hoor je verkorte vormen, maar não é? is de duidelijke vorm om eerst te leren.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later wel tegenkomen.
Ontkenning en voornaamwoorden
Een objectvoornaamwoord is een kort woord dat verwijst naar iemand of iets waarop de handeling gericht is, zoals o in de betekenis ‘hem’ of ‘het’. Vooral in Europees Portugees trekt een ontkenning zo’n voornaamwoord vóór het werkwoord:
- Vejo-o. — Ik zie hem/het.
- Não o vejo. — Ik zie hem/het niet.
Niet não vejo-o is hier de neutrale standaardvorm. In Brazilië zijn de plaatsing en de gekozen voornaamwoorden in de spreektaal anders, maar in verzorgde schrijftaal blijft não o vejo een belangrijk patroon.
Ontkennende bevelen
Een ontkennend bevel begint ook met não: Não fale! (‘Praat niet!’) en Não se esqueçam! (‘Vergeet het niet!’ tegen meerdere personen). De werkwoordsvorm hoort bij de aanvoegende wijs, een vorm waarmee onder andere wensen, onzekerheid en bevelen worden uitgedrukt. Dat vervoegingssysteem is leerstof voor later; onthoud nu vooral dat je een positief bevel niet altijd alleen maar van não kunt voorzien zonder de werkwoordsvorm te controleren.
Nadruk en correctie
Não kan ook slechts één zinsdeel corrigeren, vaak met een contrast:
- Quero chá, não café. — Ik wil thee, geen koffie.
- Ele chegou na terça, não na segunda. — Hij kwam dinsdag, niet maandag.
- Não eu, mas a Ana fez isso. — Niet ik, maar Ana heeft dat gedaan.
Hier ontken je niet noodzakelijk de hele gebeurtenis; je vervangt één keuze door een andere. Intonatie en context maken duidelijk waarop não betrekking heeft.
Vooropplaatsing voor stijl of nadruk
Nada sei sobre isso (‘Daar weet ik niets van’) is grammaticaal, maar kan formeler of nadrukkelijker klinken dan het alledaagse Não sei nada sobre isso. Hetzelfde verschil kan optreden bij andere ontkennende woorden. De twee plaatsingsregels blijven echter gelijk: vóór het werkwoord zonder não, erna gewoonlijk met não.
Oefentips
- Maak elke dag vijf bevestigende zinnen ontkennend. Begin met Trabalho hoje, Tenho tempo of Conhecemos a cidade en zet não direct vóór de vervoegde vorm. Vertaal daarna terug naar natuurlijk Nederlands; soms krijg je niet, soms geen.
- Oefen de plaatswissel. Maak paren als Não veio ninguém / Ninguém veio en Não faço isso nunca / Nunca faço isso. Zo leer je tegelijk wanneer não nodig is en wanneer niet.
- Luister gericht naar vaste groepjes. Noteer in gesprekken of geluidsmateriaal voorbeelden met ainda não, já não, não ... mais en não é?. Leer deze als complete bouwstenen in plaats van als losse woorden.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Regelmatige werkwoorden op -ar — helpt je de vervoegde werkwoordsvorm te herkennen waar não vóór komt.
- Voor later: Informeel taalregister — behandelt spreektaal, verkortingen en regionale patronen, waaronder afwijkende nadruk bij ontkenningen.
Vereiste kennis
Regelmatige werkwoorden op -ar in het PortugeesA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Negação Básica in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen