A1

Ir (gaan) in het Portugees

O Verbo Ir

Overzicht

Ir (gaan) is een van de meest gebruikte werkwoorden in het Portugees. Het is volledig onregelmatig en moet van buiten worden geleerd. Naast de letterlijke betekenis "gaan" is ir ook essentieel als hulpwerkwoord om de nabije toekomst te vormen: ir + infinitief betekent "gaan + doen" en drukt plannen of intenties uit.

Als A1-beginner heb je ir meteen nodig: om te zeggen waar je naartoe gaat en om te praten over wat je gaat doen.

Hoe het werkt

Vervoeging ir (tegenwoordige tijd):

Persoon Portugees Nederlands
eu vou ik ga
tu vais jij gaat
ele/ela/você vai hij/zij gaat
nós vamos wij gaan
vós ides jullie gaan (archaïsch)
eles/elas/vocês vão zij/jullie gaan

Ir + voorzetsel a (naar):

  • Vou a Lisboa. — Ik ga naar Lissabon.
  • Vai ao supermercado. — Hij/zij gaat naar de supermarkt. (a + o = ao)

Ir + infinitief (nabije toekomst):

  • Vou estudar. — Ik ga studeren.
  • Vamos comer. — Wij gaan eten.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Vou a Lisboa. Ik ga naar Lissabon. bestemming
Vais ao cinema? Ga jij naar de bioscoop? vraag
Ela vai trabalhar. Zij gaat werken. nabije toekomst
Vamos à praia. Wij gaan naar het strand. a + a = à
Vão para o Brasil. Zij gaan naar Brazilië. richting
Vou comprar pão. Ik ga brood kopen. nabije toekomst
Onde vais? Waar ga jij naartoe? vraag
Não vou agora. Ik ga nu niet. ontkenning

Veelgemaakte fouten

Voorzetsel a vergeten

  • Fout: Vou Lisboa.
  • Correct: Vou a Lisboa.
  • Waarom: Na ir gebruik je het voorzetsel a voor de bestemming.

Samentrekking ao/à vergeten

  • Fout: Vou a o mercado.
  • Correct: Vou ao mercado. (a + o = ao)
  • Waarom: a + o trekt altijd samen tot ao, a + a tot à.

Ir verwarren met regelmatige -IR werkwoorden

  • Ir volgt het patroon van -IR werkwoorden NIET — de vormen vou, vais, vai... zijn volledig anders.

Oefentips

  1. Memoriseer de zes vormen: vou, vais, vai, vamos, ides, vão.
  2. Oefen ir + infinitief voor toekomstplannen: beschrijf wat je morgen gaat doen.
  3. Oefen de samentrekkingen: ao (a + o), à (a + a), aos (a + os), às (a + as).

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige -AR werkwoorden in het PortugeesA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Wil je Ir (gaan) in het Portugees en meer Portugees-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen