A1
Het Werkwoord Gaan in het Nederlands
Het Werkwoord Gaan
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.
Overzicht
Gaan (to go) is een van de meest gebruikte werkwoorden in het Nederlands. Het heeft twee hoofdfuncties: als zelfstandig werkwoord voor beweging, en als hulpwerkwoord voor de toekomst (gaan + infinitief). In die tweede functie lijkt het op het Engelse "going to".
Gaan is onregelmatig in de tegenwoordige tijd, maar de vormen zijn snel geleerd.
Hoe het werkt
Vervoeging tegenwoordige tijd
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | ga | Ik ga naar huis. |
| jij / je | gaat | Jij gaat morgen. |
| u | gaat | U gaat rechtdoor. |
| hij / zij / het | gaat | Hij gaat met de fiets. |
| wij / we | gaan | Wij gaan zwemmen. |
| jullie | gaan | Jullie gaan mee. |
| zij / ze | gaan | Ze gaan vanavond uit. |
Toekomstig gebruik: gaan + infinitief
Gaan + infinitief = plannen voor de toekomst:
- Ik ga morgen werken.
- Ze gaan volgend jaar trouwen.
- Hij gaat straks eten.
Beweging aanduiden
Met een richting: gaan naar, gaan + plaatsbepaling:
- Ik ga naar het centrum.
- Ze gaat naar huis.
- We gaan naar de supermarkt.
Voorbeelden in context
| Nederlands | Vertaling | Opmerking |
|---|---|---|
| Ik ga morgen naar Amsterdam. | I am going to Amsterdam tomorrow. | Beweging |
| Ga jij ook mee naar het feest? | Are you coming to the party too? | Inversievraag |
| Hij gaat volgende week op vakantie. | He is going on holiday next week. | Plan |
| We gaan vanavond een film kijken. | We are going to watch a film tonight. | Gaan + infinitief |
| Ze gaan een nieuw huis kopen. | They are going to buy a new house. | Toekomstplan |
| Hoe gaat het? | How are you? | Vaste uitdrukking |
| Het gaat goed, dank je. | It's going well, thank you. | Antwoord |
Veelgemaakte fouten
| Fout | Correct | Waarom |
|---|---|---|
| Ik gaan naar school. | Ik ga naar school. | 1e persoon enkelvoud = ga. |
| Gaat jij? | Ga jij? | Inversie met jij/je → geen -t. |
| Ik ga naar kopen. | Ik ga kopen. of Ik ga naar de winkel. | Gaan als hulpwerkwoord: direct + infinitief. |
Oefentips
- Plannen formuleren. Schrijf vijf dingen die je deze week gaat doen: Ik ga... Ik ga morgen...
- Bewegingszinnen. Oefen routes: Ik ga naar [plek]. Daarna ga ik naar [andere plek].
- Hoe gaat het? Oefen deze vaste uitdrukking en verschillende antwoorden: Goed, dank je. Heel goed. Niet zo goed.
Verwante concepten
- Vereiste: Regelmatige Werkwoorden (Tegenwoordige Tijd) — nodig als basis voor dit onderwerp
Vereiste kennis
Regelmatige Werkwoorden (Tegenwoordige Tijd) in het NederlandsA1Meer A1-concepten
Persoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp) in het NederlandsPersoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp)Het Werkwoord Zijn in het NederlandsHet Werkwoord ZijnHet Werkwoord Hebben in het NederlandsHet Werkwoord HebbenDe- en Het-woorden in het NederlandsDe- en Het-woordenOnbepaald Lidwoord in het NederlandsOnbepaald Lidwoord
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.
Gratis beginnen