A1

Regelmatige Werkwoorden (Tegenwoordige Tijd) in het Nederlands

Regelmatige Werkwoorden (Tegenwoordige Tijd)

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.

Overzicht

Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd volgen een vast patroon. Zodra je de stam van een werkwoord bepaalt en de uitgangen kent, kun je honderden werkwoorden correct vervoegen. Dit is een van de meest fundamentele vaardigheden in het Nederlands.

Het systeem werkt in twee stappen: (1) bepaal de stam (infinitief minus -en), en (2) voeg de juiste uitgang toe. Let ook op de inversieregel: bij jij/je na het werkwoord verdwijnt de -t.

Hoe het werkt

Stap 1: De stam

Stam = infinitief − -en:

  • werkenwerk
  • wonenwoon
  • schrijvenschrijf (v → f aan het einde)

Stap 2: Uitgangen

Persoon Uitgang werken wonen
ik stam werk woon
jij / je stam + -t werkt woont
u stam + -t werkt woont
hij / zij / het stam + -t werkt woont
wij / we infinitief werken wonen
jullie infinitief werken wonen
zij / ze infinitief werken wonen

Inversieregel

Na een bijwoord of in vragen staat het onderwerp achter het werkwoord. Bij jij/je vervalt dan de -t:

  • Jij werkt hard. → Werk jij hard?
  • Morgen werk ik thuis.

Spellingregels

Stam eindigt op Aanpassing Voorbeeld
-v of -z (onmogelijk in stam) f/s → v/z bij infinitief schrijven → stam schrijf
Korte klinker Verdubbel niet in stam zetten → stam zet (niet zett)
-s Geen extra -t bij ik reizen → stam reis → ik reis

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Ik werk elke dag van negen tot vijf. De spreker werkt dagelijks van negen tot vijf. Stam = ik-vorm
Jij werkt heel hard. De aangesprokene werkt heel hard. Stam + -t
Hij woont in Den Haag. Hij heeft Den Haag als woonplaats. 3e persoon enkelvoud
Wij werken samen aan het project. De groep werkt samen aan het project. Meervoud = infinitief
Werk jij ook in het weekend? Er wordt gevraagd of jij ook in het weekend werkt. Inversie → geen -t
Ze speelt elke dag gitaar. Zij speelt dagelijks gitaar. Vrouwelijk enkelvoud
Ze spelen buiten in de tuin. Zij zijn buiten in de tuin aan het spelen. Meervoud
Ik fiets naar mijn werk. De spreker gaat met de fiets naar het werk. Stam eindigt op -s
Hij leest graag detective-romans. Hij leest graag detective-romans. Stam: lees + t

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
Ik werkt. Ik werk. 1e persoon enkelvoud = alleen de stam.
Werkt jij? Werk jij? Inversie met jij/je → geen -t.
Zij werkt (meervoud) Zij werken Meervoud → infinitief.
Ik fietst. Ik fiets. Stam eindigt al op -s, geen extra -t.

Oefentips

  1. Stammen bepalen. Neem vijf werkwoorden, schrijf de stam op en vervoeg alle personen systematisch.
  2. Inversievragen. Maak van elke zin een vraag: Jij werkt hardWerk jij hard?
  3. Hardop beschrijven. Vertel hardop wat je doet: Ik sta op. Ik maak koffie. Ik loop naar de badkamer.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Persoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp) in het NederlandsA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.

Gratis beginnen