A1
Het Werkwoord Komen in het Nederlands
Het Werkwoord Komen
Overzicht
Komen (to come) is een veelgebruikt onregelmatig werkwoord in het Nederlands. Het drukt beweging in de richting van de spreker of een referentiepunt uit. Je gebruikt het ook in vaste uitdrukkingen en als hulpwerkwoord in bepaalde constructies.
Hoe het werkt
Vervoeging tegenwoordige tijd
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | kom | Ik kom zo. |
| jij / je | komt | Jij komt morgen. |
| u | komt | U komt op het juiste moment. |
| hij / zij / het | komt | Hij komt laat thuis. |
| wij / we | komen | Wij komen ook. |
| jullie | komen | Jullie komen te laat. |
| zij / ze | komen | Ze komen uit Italië. |
Inversieregel
- Jij komt ook. → Kom jij ook?
Gebruiken van komen
| Gebruik | Voorbeeld | Vertaling |
|---|---|---|
| Beweging richting spreker | Ze komt naar mij toe. | She is coming to me. |
| Herkomst | Hij komt uit Duitsland. | He comes from Germany. |
| Aankomen | De trein komt om vijf uur. | The train comes at five. |
| Vaste uitdrukking | Dat komt goed. | That will be fine. |
Voorbeelden in context
| Nederlands | Vertaling | Opmerking |
|---|---|---|
| Ik kom zo naar beneden. | I'll be down in a moment. | Beweging naar beneden |
| Kom jij vanavond ook? | Are you coming tonight too? | Uitnodiging/vraag |
| Hij komt uit Polen. | He comes from Poland. | Herkomst |
| De bus komt over vijf minuten. | The bus comes in five minutes. | Dienstregeling |
| We komen morgen langs. | We'll drop by tomorrow. | Plan |
| Ze komen allemaal uit Amsterdam. | They all come from Amsterdam. | Herkomst meervoud |
| Dat komt door het slechte weer. | That is because of the bad weather. | Oorzaak |
Veelgemaakte fouten
| Fout | Correct | Waarom |
|---|---|---|
| Ik kommt. | Ik kom. | 1e persoon enkelvoud = kom. |
| Komt jij? | Kom jij? | Inversie → geen -t bij jij/je. |
| Hij komt van Duitsland. | Hij komt uit Duitsland. | Herkomst → uit, niet van. |
Oefentips
- Herkomst vragen. Oefen: Waar kom jij vandaan? en antwoorden: Ik kom uit [land/stad].
- Afspraken maken. Oefen: Ik kom morgen. Kom jij ook? We komen samen.
- Gaan vs. komen. Let op het verschil: gaan = weg van de spreker; komen = naar de spreker toe.
Verwante concepten
- Vereiste: Regelmatige Werkwoorden (Tegenwoordige Tijd) — nodig als basis voor dit onderwerp
Vereiste kennis
Regelmatige Werkwoorden (Tegenwoordige Tijd) in het NederlandsA1Meer A1-concepten
Persoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp) in het NederlandsPersoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp)Het Werkwoord Zijn in het NederlandsHet Werkwoord ZijnHet Werkwoord Hebben in het NederlandsHet Werkwoord HebbenDe- en Het-woorden in het NederlandsDe- en Het-woordenOnbepaald Lidwoord in het NederlandsOnbepaald Lidwoord
Wil je Het Werkwoord Komen in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen