A1

Onbepaald Lidwoord in het Nederlands

Onbepaald Lidwoord

Overzicht

Het onbepaalde lidwoord een gebruik je wanneer je voor het eerst over iets praat, of wanneer het niet uitmaakt welk specifiek exemplaar je bedoelt. Het goede nieuws: een is voor alle zelfstandige naamwoorden hetzelfde — je hoeft je geen zorgen te maken over de of het.

Een als lidwoord wordt uitgesproken als een zwakke "uh", niet als het telwoord één (dat sterk beklemtoond is). In schrijftaal zie je dit onderscheid soms gemaakt als een vs. één.

Hoe het werkt

Basisgebruik

Situatie Voorbeeld Uitleg
Eerste vermelding Ik zie een auto. Nog niet eerder over gesproken
Niet-specifiek Geef me een pen. Welke pen maakt niet uit
Soort aanduiden Hij is een goede vriend. Categorie/soort

Wanneer je een weglaat

In het Nederlands laat je een weg in situaties waar het Engels "a/an" wél gebruikt:

Situatie Nederlands Engels
Beroep na zijn Hij is leraar. He is a teacher.
Nationaliteit na zijn Zij is Française. She is a French woman.
Religie/overtuiging Hij is moslim. He is a Muslim.

Een vs. geen (ontkenning)

Positief Negatief
Ik heb een auto. Ik heb geen auto.
Er is een probleem. Er is geen probleem.

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Ik zie een fiets in de straat. I see a bicycle in the street. Eerste vermelding
Ze heeft een goede vraag. She has a good question. Niet-specifiek
Er is een nieuw restaurant open. There is a new restaurant open. Aankondiging
Hij is dokter. He is a doctor. Geen een bij beroep
Koop jij een brood bij de bakker? Are you buying a loaf at the bakery? Verzoek
Ik wil een kopje koffie. I want a cup of coffee. Met maatvorm
Ze woont in een klein appartement. She lives in a small apartment. Met bijvoeglijk naamwoord
Een goed boek is een cadeau. A good book is a gift. Algemene uitspraak

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
Hij is een leraar. Hij is leraar. Na zijn + beroep: geen lidwoord.
Ik heb niet een auto. Ik heb geen auto. Geen vervangt een bij ontkenning.
Een uitspreken als "één" Zeg "uh" Een (lidwoord) is onbeklemtoond.
De een dag... Een dag... Een als lidwoord staat zonder de.

Oefentips

  1. Beroepszinnen. Schrijf tien beroepen en maak zinnen: Zij is arts. Hij is timmerman. Wen aan het weglaten van een.
  2. Een/geen-paren. Maak van positieve zinnen negatieve versies: Ik heb een autoIk heb geen auto.
  3. Luister naar uitspraak. Let bewust op hoe Nederlanders een uitspreken in zinnen. Je hoort het verschil met het getelde één.

Verwante concepten

Vereiste kennis

De- en Het-woorden in het NederlandsA1

Meer A1-concepten

Wil je Onbepaald Lidwoord in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen