A1

Het Werkwoord Willen in het Nederlands

Het Werkwoord Willen

Overzicht

Willen is het Nederlandse modale werkwoord voor "willen" (to want). Je gebruikt het om wensen, verlangens of intenties uit te drukken. Het is een veelgebruikt werkwoord in dagelijkse gesprekken, van bestellingen in een café tot het uitdrukken van toekomstplannen.

Let op: willen is onregelmatig in de vervoeging en heeft een bijzondere 1e en 3e persoon enkelvoud (wil, niet wilt).

Hoe het werkt

Vervoeging tegenwoordige tijd

Persoon Vorm Voorbeeld
ik wil Ik wil een koffie.
jij / je wilt / wil Jij wilt mee.
u wilt U wilt een tafel reserveren.
hij / zij / het wil Hij wil thuis blijven.
wij / we willen Wij willen reizen.
jullie willen Jullie willen naar het concert.
zij / ze willen Ze willen helpen.

Wil is de informele/gesproken variant voor de 2e persoon enkelvoud; wilt is formeler.

Gebruiken

Gebruik Voorbeeld Vertaling
Verlangen Ik wil chocolade. I want chocolate.
Verzoek Wil jij de deur dichtdoen? Will you close the door?
Intentie Ze wil arts worden. She wants to become a doctor.
Aanbod (indirect) Wil je koffie? Do you want coffee?

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Ik wil graag een koffie met melk. I would like a coffee with milk. Bestelling
Jij wilt altijd de beste zijn. You always want to be the best. Karakter
Hij wil niet naar school vandaag. He doesn't want to go to school today. Weigering
We willen volgend jaar naar Italië. We want to go to Italy next year. Plan
Wil jij mij helpen met dit? Will you help me with this? Verzoek
Ze willen een huis kopen in de stad. They want to buy a house in the city. Plan
Wil je iets drinken? Do you want something to drink? Aanbod

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
Ik wilt koffie. Ik wil koffie. 1e én 3e persoon enkelvoud = wil.
Hij willen. Hij wil. 3e persoon enkelvoud = wil.
Ik wil te gaan. Ik wil gaan. Geen te na modale werkwoorden.
Wil je wil koffie? Wil je koffie? Geen dubbel wil.

Oefentips

  1. Bestellingen oefenen. Oefen in een cafésituatie: Ik wil graag een...
  2. Toekomstplannen. Schrijf vijf zinnen over wat je wilt doen: Ik wil [activiteit] leren. Ik wil naar [land].
  3. Wil vs. zou willen. Leer het verschil: Ik wil koffie (direct) vs. Ik zou koffie willen (beleefder). Oefen beide vormen.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige Werkwoorden (Tegenwoordige Tijd) in het NederlandsA1

Meer A1-concepten

Wil je Het Werkwoord Willen in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen