A1

Het Werkwoord Zullen in het Nederlands

Het Werkwoord Zullen

Overzicht

Zullen is het Nederlandse hulpwerkwoord voor de toekomst en voor beloftes, voorstellen en verwachtingen. Het werkt anders dan de andere modale werkwoorden: je gebruikt het niet voor verplichting of verlof, maar voor het aanduiden van toekomstplannen of als beleefde vraagvorm.

In de toekomende tijd gebruikt het Nederlands ook veel gaan + infinitief, maar zullen heeft zijn eigen nuances: formeler, zekerder, of voor beloftes en aankondigingen.

Hoe het werkt

Vervoeging tegenwoordige tijd

Persoon Vorm Voorbeeld
ik zal Ik zal je bellen.
jij / je zult / zal Jij zult het begrijpen.
u zult U zult tevreden zijn.
hij / zij / het zal Hij zal er zijn.
wij / we zullen Wij zullen helpen.
jullie zullen Jullie zullen zien.
zij / ze zullen Ze zullen binnenkort aankomen.

Gebruiken van zullen

Gebruik Voorbeeld Vertaling
Belofte Ik zal het doen. I will do it.
Aankondiging Ik zal nu uitleggen hoe het werkt. I will now explain how it works.
Voorstel Zullen we gaan? Shall we go?
Verwachting Dat zal wel lukken. That will probably work out.
Formele toekomst Het concert zal om acht uur beginnen. The concert will begin at eight.

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Ik zal je morgen bellen. I will call you tomorrow. Belofte
Zullen we een wandeling maken? Shall we go for a walk? Voorstel
Het feest zal om zeven uur beginnen. The party will start at seven. Aankondiging
Je zult zien dat het goed komt. You will see that it will be fine. Verwachting
Hij zal wel in de file staan. He is probably stuck in traffic. Speculatie
We zullen ons best doen. We will do our best. Belofte meervoud

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
Ik zullen. Ik zal. 1e persoon enkelvoud = zal.
Zullen jij mee? Zul jij mee? of Ga jij mee? Inversie met jijzul (informeel) of gebruik gaan.
Zullen voor verplichting Gebruik moeten Zullen is geen verplichting; dat is moeten.

Oefentips

  1. Beloftes formuleren. Schrijf drie beloftes aan jezelf voor volgende week met zullen.
  2. Voorstellen doen. Oefen: Zullen we...? Zullen jullie...? voor activiteiten.
  3. Zullen vs. gaan. Vergelijk: Ik ga morgen werken (plan) vs. Ik zal morgen werken (belofte/formeel).

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige Werkwoorden (Tegenwoordige Tijd) in het NederlandsA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Wil je Het Werkwoord Zullen in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen