B1

Toekomende Tijd in het Nederlands

Toekomende Tijd

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.

Overzicht

Het Nederlands heeft geen afzonderlijke toekomende tijd met een vaste uitgang. Er zijn drie manieren om de toekomst uit te drukken, elk met een eigen nuance: de tegenwoordige tijd, gaan + infinitief en zullen + infinitief.

Hoe het werkt

Drie manieren voor de toekomst

Manier Wanneer Voorbeeld
Tegenwoordige tijd Vaste afspraken, schema's De trein vertrekt om vijf uur.
Gaan + infinitief Plannen, intenties Ik ga morgen werken.
Zullen + infinitief Beloftes, aankondigingen, speculaties Ik zal je bellen. / Het zal wel lukken.

Nuanceverschillen

  • Tegenwoordige tijd = vaststaand, ingepland
  • Gaan = plan of voornemen
  • Zullen = belofte, voornemen (formeler), of verwachting

Gaan vs. zullen

Situatie Gaan Zullen
Persoonlijk plan Ik ga morgen studeren.
Belofte Ik zal het doen.
Voorstel Zullen we gaan?
Logische verwachting Dat zal wel kloppen.

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Ik ga morgen naar de tandarts. Ik ga morgen naar de tandarts. Plan
De vergadering begint om tien uur. De vergadering begint om tien uur. Vast schema
Ik zal je morgen bellen, beloofd. Ik zal je morgen bellen, beloofd. Belofte
Zullen we vanavond uit eten gaan? Zullen we vanavond uit eten gaan? Voorstel
Ze gaat volgend jaar afstuderen. Ze gaat volgend jaar afstuderen. Intentie
Het zal wel druk zijn op de weg. Het zal wel druk zijn op de weg. Verwachting
We vertrekken volgende week. We vertrekken volgende week. Vaste afspraak

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
Ik will gaan. Ik ga / zal gaan. Will bestaat niet in het Nederlands; gebruik ga of zal.
Ik ga te werken. Ik ga werken. Geen te na gaan als hulpwerkwoord.
Zullen voor verplichting Gebruik moeten Zullen = belofte/voorstel; moeten = verplichting.

Oefentips

  1. Drie manieren één zin. Schrijf één toekomstige situatie op drie manieren: ttt, gaan, zullen.
  2. Gaan voor intenties. Schrijf vijf persoonlijke plannen voor volgende week met gaan.
  3. Zullen voor beloftes. Schrijf drie beloftes aan iemand met zullen.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Het Werkwoord Zullen in het NederlandsA1

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.

Gratis beginnen