B1

Futuro simple in het Spaans

Futuro Simple

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

De Spaanse futuro simple maak je meestal door dezelfde uitgangen aan de hele infinitief (de onverbogen vorm, zoals hablar of comer) toe te voegen: -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án. Zo krijg je hablaré ‘ik zal spreken’ en comerán ‘zij zullen eten’. Een aantal veelgebruikte werkwoorden heeft een afwijkende stam, bijvoorbeeld tener → tendré en hacer → haré.

Overzicht

De futuro simple is een werkwoordstijd waarmee je vooral over toekomstige gebeurtenissen, verwachtingen, beloften en voorspellingen spreekt. Je leert deze tijd doorgaans rond niveau B1. De vorming is overzichtelijk: werkwoorden op -ar, -er en -ir krijgen allemaal dezelfde uitgangen. Anders dan in veel andere Spaanse tijden hoef je bij regelmatige werkwoorden dus geen aparte uitgangensets te onthouden.

Voor Nederlandstaligen is vooral dit verschil belangrijk: het Nederlands gebruikt vaak zullen + infinitief, maar ook heel vaak gewoon de tegenwoordige tijd: ‘Morgen werk ik thuis.’ Het Spaans heeft eveneens meerdere mogelijkheden. Mañana trabajaré en casa klinkt als een voorspelling, mededeling of besluit over morgen; Mañana trabajo en casa presenteert het eerder als een vaststaand plan. Je kunt Nederlandse zinnen met ‘zal’ daarom niet blindelings woord voor woord omzetten.

De futuro simple heeft bovendien een betekenis die het Nederlandse ‘zullen’ niet altijd dekt: hij kan een vermoeden over het heden uitdrukken. Estará en casa betekent dan niet ‘hij zal later thuis zijn’, maar ‘hij zal wel thuis zijn’. Deze gebruikswijze komt verderop uitgebreid aan bod.

Hoe het werkt

De regelmatige vorming

Neem de volledige infinitief en voeg daar de persoonsuitgang aan toe. Verwijder dus niet eerst -ar, -er of -ir.

Persoon Uitgang hablar (spreken) comer (eten) vivir (wonen/leven)
yo hablaré comeré viviré
-ás hablarás comerás vivirás
él / ella / usted hablará comerá vivirá
nosotros/as -emos hablaremos comeremos viviremos
vosotros/as -éis hablaréis comeréis viviréis
ellos / ellas / ustedes -án hablarán comerán vivirán

Let op de accenten: alleen -emos heeft geen geschreven accent. Die accenttekens zijn geen versiering; ze geven aan waar de klemtoon valt en horen bij de spelling van de vorm.

Het onderwerp (degene die de handeling uitvoert) hoeft meestal niet genoemd te worden, omdat de uitgang de persoon al aangeeft. Llegaremos a las ocho betekent dus vanzelf ‘we zullen om acht uur aankomen’. Voeg nosotros alleen toe als contrast of nadruk nodig is.

Ontkenningen en vragen

Voor een ontkenning zet je no vóór het vervoegde werkwoord:

  • No saldré esta noche. — Ik ga vanavond niet uit.
  • No lo olvidaremos. — We zullen het niet vergeten.

In een vraag blijft de werkwoordsvorm hetzelfde. In geschreven Spaans staan zowel een openings- als een sluitingsteken:

  • ¿Vendrás mañana? — Kom je morgen?
  • ¿Qué haréis este fin de semana? — Wat gaan jullie dit weekend doen?

Een objectvoornaamwoord (een kort woord dat verwijst naar iemand of iets dat de handeling ondergaat of ontvangt) staat vóór de vervoegde toekomstvorm: te llamaré, lo comprarán, nos ayudará. Je plakt het er niet achter.

Onregelmatige stammen

Bij onregelmatige werkwoorden blijven de gewone uitgangen behouden, maar verandert de stam. Het handige nieuws is dat dezelfde afwijkende stammen ook in de condicional simple terugkomen.

Infinitief Toekomststam Voorbeeld Betekenis
caber cabr- cabrá het zal passen
decir dir- diré ik zal zeggen
hacer har- haremos we zullen doen/maken
haber habr- habrá er zal zijn
poder podr- podrás je zult kunnen
poner pondr- pondrán ze zullen zetten
querer querr- querré ik zal willen
saber sabr- sabremos we zullen weten
salir saldr- saldrás je zult vertrekken/uitgaan
tener tendr- tendrá hij/zij zal hebben
valer valdr- valdrá het zal waard zijn
venir vendr- vendréis jullie zullen komen

Veel van deze stammen zijn goed in groepjes te leren. Bij tener, poner, salir, venir en valer verschijnt bijvoorbeeld een d vóór de r. Bij poder, querer, saber, caber en haber verdwijnt een klinker. Decir en hacer moet je afzonderlijk onthouden: dir- en har-.

Gewone spellingwisselingen uit de tegenwoordige tijd worden niet automatisch overgenomen. Het is bijvoorbeeld empezaré, niet een vorm met ie, omdat de infinitief als basis dient. Ook ir is regelmatig in deze tijd: iré, irás, irá, iremos, iréis, irán.

Wanneer kies je deze tijd?

De belangrijkste functies zijn:

  1. Een voorspelling of verwachting: Lloverá esta tarde. — Het zal vanmiddag regenen.
  2. Een belofte of toezegging: Te ayudaré. — Ik zal je helpen.
  3. Een spontane of stellige beslissing: De acuerdo, lo haré yo. — Goed, ik doe het wel.
  4. Een toekomstige gebeurtenis zonder nadruk op de voorbereiding: El curso empezará en septiembre. — De cursus begint in september.
  5. Een vermoeden over het heden: Serán las diez. — Het zal een uur of tien zijn.

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Toelichting
Mañana iré al cine. Morgen ga ik naar de bioscoop. Neutrale mededeling over de toekomst.
Tendrás que esperar. Je zult moeten wachten. Onregelmatige stam tendr-.
¿Vendrás a la fiesta? Kom je naar het feest? Vraag over een toekomstige keuze.
Haremos el trabajo juntos. We zullen het werk samen doen. Hacer krijgt de stam har-.
El tren saldrá a las siete y cuarto. De trein vertrekt om kwart over zeven. Toekomstig tijdstip; onregelmatig saldr-.
No te llamaré tan tarde. Ik zal je niet zo laat bellen. Te staat vóór llamaré.
Algún día conocerás América Latina. Ooit zul je Latijns-Amerika leren kennen. Voorspelling zonder vast plan.
Según el pronóstico, nevará mañana. Volgens de weersverwachting gaat het morgen sneeuwen. Verwachting op basis van informatie.
Os enviaremos los documentos por correo. We sturen jullie de documenten per post. Os is vooral gebruikelijk in Spanje.
¿Podré pagar con tarjeta? Zal ik met de kaart kunnen betalen? Beleefde vraag naar een mogelijkheid.
Habrá mucha gente en el concierto. Er zullen veel mensen bij het concert zijn. Onpersoonlijk haber blijft enkelvoud: habrá.
Prometo que no lo olvidaré. Ik beloof dat ik het niet zal vergeten. Belofte.
—¿Dónde está Ana? —Estará en el jardín. —Waar is Ana? —Ze zal wel in de tuin zijn. Vermoeden over het heden.
Serán unos treinta kilómetros. Het zal ongeveer dertig kilometer zijn. Schatting, niet letterlijk toekomstige tijd.
Cuando llegues, cenaremos. Als je aankomt, gaan we eten. Hoofdzin in de toekomst; na cuando staat hier de aanvoegende wijs.

Veelgemaakte fouten

De infinitiefuitgang verwijderen

  • Fout: Yo hablré con ella mañana.
  • Goed: Yo hablaré con ella mañana.
  • Waarom: Bij de regelmatige toekomst blijft de hele infinitief hablar staan. Voeg daar aan toe.

De verkeerde uitgang voor een onregelmatige stam gebruiken

  • Fout: Teneré más tiempo la semana que viene.
  • Goed: Tendré más tiempo la semana que viene.
  • Waarom: Tener gebruikt in de toekomst de stam tendr-. De persoonsuitgang zelf blijft regelmatig.

Hacer en decir te letterlijk opbouwen

  • Fout: Haceré la compra y deciré la verdad.
  • Goed: Haré la compra y diré la verdad.
  • Waarom: Deze twee veelgebruikte werkwoorden hebben de verkorte stammen har- en dir-.

Het accent vergeten

  • Fout: Mañana llegare temprano.
  • Goed: Mañana llegaré temprano.
  • Waarom: Llegaré heeft een accent op de laatste e. Zonder accent kan llegare bovendien als een zeldzame, andere werkwoordsvorm worden gelezen.

Een voornaamwoord achter de toekomstvorm plakken

  • Fout: Llamaréte mañana.
  • Goed: Te llamaré mañana.
  • Waarom: Bij een vervoegde vorm staat het onbeklemtoonde voornaamwoord ervoor. Achteraan vastplakken kan wel bij onder meer een infinitief (voy a llamarte), maar niet bij llamaré.

Na cuando twee toekomende tijden gebruiken

  • Fout: Cuando llegarás, cenaremos.
  • Goed: Cuando llegues, cenaremos.
  • Waarom: Verwijst een tijdsbijzin met cuando naar iets dat nog moet gebeuren, dan gebruikt het Spaans meestal de presente de subjuntivo, de aanvoegende wijs (een werkwoordsvorm voor onder meer nog niet gerealiseerde situaties). De hoofdzin kan wel in de futuro simple staan.

Gebruiksnotities

Futuro simple, ir a + infinitivo of tegenwoordige tijd?

Het Spaans kent geen absoluut, overal geldend onderscheid, maar deze vuistregels helpen:

Vorm Typische nuance Voorbeeld
futuro simple voorspelling, belofte, formelere of neutralere toekomstmededeling Te escribiré pronto.
ir a + infinitivo plan, voornemen of iets dat op het punt staat te gebeuren Voy a escribirle esta noche.
tegenwoordige tijd afspraak, rooster of vaststaand plan Mañana escribo el informe.

In alledaagse gesprekken is ir a + infinitivo zeer gewoon voor persoonlijke plannen. Esta noche voy a cocinar klinkt vaak natuurlijker als je al van plan bent vanavond te koken. Esta noche cocinaré kan stelliger, afstandelijker of meer als een belofte klinken, afhankelijk van de context. Dat is vergelijkbaar met het Nederlandse verschil tussen ‘ik ga koken’ en ‘ik zal koken’, maar de talen delen hun voorkeuren niet altijd precies hetzelfde in.

Onderwerp en aanspreekvorm

Omdat hablará zowel bij él, ella als usted hoort, kan het onderwerp nodig zijn om onduidelijkheid te voorkomen. ¿Vendrá mañana? kan betekenen ‘Komt hij/zij morgen?’ of, beleefd, ‘Komt u morgen?’ De situatie maakt meestal duidelijk welke lezing bedoeld is.

In Spanje hoor je voor informeel meervoud vaak vosotros: ¿Vendréis mañana? In het grootste deel van Latijns-Amerika gebruikt men ustedes: ¿Vendrán mañana? Beide vormen behoren tot correct Spaans; kies de vorm die past bij de regio waarin je communiceert.

Tijdsaanduidingen

Woorden als mañana, la semana que viene, dentro de dos años, algún día en pronto maken de toekomstige betekenis duidelijk, maar zijn grammaticaal niet verplicht. Lo conseguirás kan zonder tijdsaanduiding prima ‘Het zal je lukken’ betekenen.

Verder dan de basis

Vermoedens over het heden

Een belangrijke gevorderde functie is de futuro de probabilidad: de spreker trekt een voorzichtige conclusie over wat nú waarschijnlijk waar is. De tijdsvorm is toekomstig, maar het tijdstip niet.

  • ¿Qué hora será? — Hoe laat zou het zijn?
  • Estará trabajando. — Hij/zij zal wel aan het werk zijn.
  • ¿Quién llamará a estas horas? — Wie zou er op dit uur bellen?
  • Tendrán unos cincuenta años. — Ze zullen een jaar of vijftig zijn.

Het Nederlands gebruikt hier vaak ‘wel’, ‘waarschijnlijk’, ‘zou’ of ‘zullen’: ‘Waar zou ze zijn?’ en ‘Ze zal wel thuis zijn.’ Let dus op de context. Estará en Madrid kan zowel ‘Hij/zij zal in Madrid zijn’ over een toekomstig moment als ‘Hij/zij zal wel in Madrid zijn’ over nu betekenen.

Voor een vermoeden over een al afgeronde gebeurtenis gebruikt het Spaans later de futuro perfecto: Habrá perdido el tren — ‘Hij/zij zal de trein wel gemist hebben.’

Toekomst in tijdsbepalende bijzinnen

Na voegwoorden zoals cuando (wanneer/als), en cuanto (zodra) en hasta que (totdat) staat bij een nog niet gerealiseerde toekomstige gebeurtenis vaak de aanvoegende wijs, niet de futuro simple:

  • Cuando tengas tiempo, hablaremos. — Als je tijd hebt, praten we verder.
  • En cuanto llegue Marta, empezaremos. — Zodra Marta aankomt, beginnen we.
  • No saldré hasta que termine. — Ik vertrek niet voordat ik klaar ben.

Voor een Nederlandstalige voelt dat ongewoon, omdat wij in beide zinsdelen gemakkelijk een tegenwoordige of toekomstige betekenis lezen. Onthoud het patroon als twee rollen: de onzekere of nog af te wachten voorwaarde krijgt de aanvoegende wijs; de hoofdgebeurtenis kan in de toekomst staan.

Formele voorschriften en plechtige taal

In contracten, regels, aankondigingen en plechtige uitspraken kan de futuro simple een verplichting of zeer stellige instructie uitdrukken:

  • El cliente abonará el importe en un plazo de treinta días. — De klant betaalt het bedrag binnen dertig dagen.
  • No matarás. — Gij zult niet doden.

Dit gebruik klinkt formeler en dwingender dan een gewone toekomstmededeling. In alledaagse instructies zijn een gebiedende wijs of een constructie met tener que meestal natuurlijker.

Samenhang met de condicional simple

De condicional simple gebruikt dezelfde onregelmatige stammen, maar andere uitgangen: tendría, podría, haría, vendría. Wie tendr-, podr-, har- en vendr- voor de toekomst goed leert, heeft dus al een belangrijk deel van de voorwaardelijke wijs in handen. Vergelijk:

  • Vendré mañana. — Ik kom morgen.
  • Vendría mañana, pero tengo que trabajar. — Ik zou morgen komen, maar ik moet werken.

Oefentips

  1. Werk met twee kolommen. Schrijf dagelijks vijf infinitieven op en zet er eerst de toekomststam naast: salir → saldr-, comer → comer-. Vervoeg daarna pas alle personen. Zo scheid je de stamkeuze van de uitgangen.
  2. Maak drie versies van één plan. Vergelijk bijvoorbeeld Mañana estudio, Mañana voy a estudiar en Mañana estudiaré. Bedenk bij elke versie of het om een afspraak, voornemen, belofte of voorspelling gaat.
  3. Zoek toekomst én vermoeden. Luister in Spaanstalige nieuwsberichten, interviews of series naar vormen op -rá en -rán. Vraag telkens: gaat dit echt over later, of betekent het ‘zal wel’? Dat voorkomt dat je elke toekomstvorm automatisch letterlijk vertaalt.

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Nabije toekomst (ir a + infinitivo) — de veelgebruikte constructie voor plannen en nabije gebeurtenissen.
  • Volgende stap: Condicional simple — gebruikt dezelfde regelmatige en onregelmatige stammen voor onder meer hypothetische situaties en beleefde verzoeken.
  • Verdieping: Futuro perfecto — voor iets dat vóór een toekomstig moment voltooid zal zijn en voor vermoedens over het verleden.

Vereiste kennis

Futuro próximo in het SpaansA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Futuro Simple in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen