B1

De condicional simple in het Spaans

Condicional Simple

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

In het kort

De condicional simple drukt meestal uit wat iemand zou doen of wat er zou gebeuren. Je vormt hem door aan de infinitief (de onbepaalde vorm, zoals hablar) de uitgangen -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían toe te voegen: viajaría betekent ‘ik/hij/zij zou reizen’. Dezelfde vorm dient ook voor beleefde verzoeken en voor een toekomst gezien vanuit een moment in het verleden.

Overzicht

De condicional simple heet in het Nederlands vaak de onvoltooid verleden toekomende tijd of kortweg de conditionalis. Die lange Nederlandse naam hoef je niet te onthouden. Belangrijker is de kern: waar het Nederlands vaak zou/zouden + infinitief gebruikt, verwerkt het Spaans die betekenis in één vervoegde werkwoordsvorm. Compraríamos is dus ‘wij zouden kopen’.

Deze vorm komt vanaf B1 veel voor. Je hebt hem nodig om over denkbeeldige situaties te praten, voorzichtig advies te geven, wensen en voorkeuren uit te drukken en vriendelijk iets te vragen. Ook in verhalen en verslagen is hij belangrijk: Ana dijo que volvería betekent dat Ana zei dat ze zou terugkomen.

De naam ‘voorwaardelijke wijs’ kan misleidend zijn. Er hoeft namelijk niet altijd een uitgesproken voorwaarde bij te staan. In ¿Podrías cerrar la ventana? is geen ‘als’-zin aanwezig; de conditionalis maakt het verzoek eenvoudigweg minder direct.

Zo werkt het

De regelmatige vorming

Neem de hele infinitief en zet de uitgang erachter. Anders dan bij veel Spaanse tijden verwijder je -ar, -er of -ir dus niet. Alle drie de werkwoordsgroepen krijgen dezelfde uitgangen.

Persoon Uitgang hablar (praten) comer (eten) vivir (wonen/leven)
yo -ía hablaría comería viviría
-ías hablarías comerías vivirías
él/ella/usted -ía hablaría comería viviría
nosotros/nosotras -íamos hablaríamos comeríamos viviríamos
vosotros/vosotras -íais hablaríais comeríais viviríais
ellos/ellas/ustedes -ían hablarían comerían vivirían

Het accentteken op de í staat in elke persoon. Daardoor hoor je ook steeds de beklemtoonde í: ha-bla-RÍ-a. Laat dat accent in geschreven Spaans niet weg.

Omdat de uitgangen duidelijk maken wie het onderwerp (de persoon of zaak die iets doet) is, laat het Spaans het persoonlijk voornaamwoord vaak weg: Iríamos mañana is vanzelf ‘Wij zouden morgen gaan’. Voeg nosotros alleen toe als contrast of nadruk nodig is.

Onregelmatige stammen

De uitgangen blijven altijd regelmatig. Een beperkte groep veelgebruikte werkwoorden verandert alleen de stam. Deze stammen ken je mogelijk al van de futuro simple: de toekomstige tijd en de conditionalis gebruiken precies dezelfde onregelmatige stam.

Infinitief Stam Voorbeeld Betekenis
caber cabr- cabría zou passen
decir dir- diría zou zeggen
haber habr- habría er zou zijn / zou hebben
hacer har- haría zou doen/maken
poder podr- podría zou kunnen
poner pondr- pondría zou zetten/leggen
querer querr- querría zou willen
saber sabr- sabría zou weten
salir saldr- saldría zou uitgaan/vertrekken
tener tendr- tendría zou hebben
valer valdr- valdría waard zou zijn
venir vendr- vendría zou komen

Maak dus niet op basis van de Nederlandse vertaling een vorm met een apart hulpwerkwoord: yo tendría is één werkwoordsvorm en betekent ‘ik zou hebben’. Tenería bestaat niet; de juiste stam is tendr-.

Hoofdgebruik 1: een hypothetisch gevolg

De conditionalis noemt wat in een denkbeeldige situatie het gevolg zou zijn:

Si tuviera más tiempo, aprendería otro idioma.
Als ik meer tijd had, zou ik nog een taal leren.

Tuviera is een vorm van de imperfecto de subjuntivo (een werkwoordsvorm voor onder meer onwerkelijke of veronderstelde situaties). In het gevolg staat aprendería. Voor dit veelgebruikte patroon geldt:

si + imperfecto de subjuntivo → condicional simple

De Nederlandse gewoonte om aan beide kanten zou te gebruiken, veroorzaakt hier vaak fouten. Standaard Spaans zegt niet si tendría tiempo voor ‘als ik tijd zou hebben’, maar si tuviera tiempo.

Hoofdgebruik 2: beleefdheid, wensen en advies

Met de conditionalis klinkt een vraag of wens minder stellig. Vooral querer, gustar, poder en deber komen zo vaak voor:

  • Querría reservar una mesa. — Ik zou graag een tafel reserveren.
  • Me gustaría probar este plato. — Ik zou dit gerecht graag proberen.
  • ¿Podrías hablar más despacio? — Zou je wat langzamer kunnen praten?
  • Deberías descansar. — Je zou moeten uitrusten.

Let bij gustar op de zinsbouw. Letterlijk is Me gustaría un café ongeveer ‘Een koffie zou mij bevallen’. Daarom staat er me, en richt het werkwoord zich naar wat gewenst is: Me gustaría un café, maar Me gustarían dos entradas.

Hoofdgebruik 3: toekomst vanuit het verleden

Een gebeurtenis kan toekomstig zijn ten opzichte van een verleden moment. Het Nederlands gebruikt dan meestal zou/zouden; het Spaans gebruikt de condicional simple:

El lunes dijo que llegaría el viernes.
Maandag zei hij dat hij vrijdag zou aankomen.

De aankomst ligt na het zeggen, ook als beide gebeurtenissen inmiddels voorbij zijn. Deze functie heet soms ‘toekomst in het verleden’. Ze komt veel voor na werkwoorden als decir (zeggen), prometer (beloven), pensar (denken) en saber (weten).

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Toelichting
Me gustaría un café, por favor. Ik zou graag een koffie willen. Beleefde wens met gustar.
¿Podrías ayudarme con esta maleta? Zou je me met deze koffer kunnen helpen? Vriendelijk verzoek.
Querríamos una habitación para dos noches. Wij zouden graag een kamer voor twee nachten willen. Beleefde vraag, bijvoorbeeld in een hotel.
Yo, en tu lugar, hablaría con Marta. Ik zou in jouw plaats met Marta praten. Persoonlijk advies.
Deberías llamar al médico. Je zou de dokter moeten bellen. Aanbeveling met deber.
Si tuviera tiempo, viajaría por Sudamérica. Als ik tijd had, zou ik door Zuid-Amerika reizen. Denkbeeldige situatie in het heden.
Sin tu ayuda, no terminaríamos hoy. Zonder jouw hulp zouden we vandaag niet klaar zijn. De voorwaarde staat niet in een si-zin.
Dijo que vendría después del trabajo. Hij/zij zei na het werk te zullen komen. Toekomst vanuit een verleden moment.
Sabíamos que sería difícil. We wisten dat het moeilijk zou worden. Verwachting gezien vanuit het verleden.
Prometieron que nos escribirían. Ze beloofden dat ze ons zouden schrijven. Meervoudsvorm in de indirecte rede.
¿Habría una farmacia cerca de aquí? Zou er hier in de buurt een apotheek zijn? Voorzichtige informatievraag.
Serían las diez cuando salió. Het zal ongeveer tien uur zijn geweest toen hij/zij vertrok. Schatting over het verleden.
Nunca haría algo así. Ik zou zoiets nooit doen. Sterke uitspraak over een denkbeeldige handeling.
Con más espacio, cabrían todas las cajas. Met meer ruimte zouden alle dozen passen. Onregelmatige stam cabr-.

Veelgemaakte fouten

De infinitiefuitgang verwijderen

  • Fout: Yo habloía con ella.
  • Goed: Yo hablaría con ella.
  • Waarom: de conditionalis komt achter de hele infinitief: hablar + ía. Dit verschilt van tijden waarin je eerst -ar verwijdert.

Een onregelmatige stam zelf proberen te voorspellen

  • Fout: Tenería más paciencia.
  • Goed: Tendría más paciencia.
  • Waarom: tener gebruikt tendr-. Leer de onregelmatige stam samen met de infinitief: tener → tendr-, venir → vendr-.

Het accent op í vergeten

  • Fout: Me gustaria ir.
  • Goed: Me gustaría ir.
  • Waarom: alle zes uitgangen hebben een accent op í. Zonder accent is de spelling fout en is de bedoelde klemtoon niet correct weergegeven.

De conditionalis direct na si zetten

  • Fout: Si tendría dinero, compraría una casa.
  • Goed: Si tuviera dinero, compraría una casa.
  • Waarom: bij een onwerkelijke of weinig waarschijnlijke voorwaarde staat na si de imperfecto de subjuntivo, niet de conditionalis. Het gevolg krijgt compraría.

Gustaría behandelen als Nederlands ‘willen’

  • Fout: Yo gustaría dos entradas.
  • Goed: Me gustarían dos entradas.
  • Waarom: bij gustar is datgene wat bevalt grammaticaal het onderwerp. Twee kaartjes zijn meervoud, dus gebruik je gustarían; me geeft aan voor wie ze wenselijk zijn.

Conditionalis en verleden tijd verwarren

  • Fout: Ayer comeríamos a las ocho als je alleen ‘Gisteren aten we om acht uur’ bedoelt.
  • Goed: Ayer comimos a las ocho.
  • Waarom: comeríamos betekent ‘we zouden eten’ en vraagt om een voorwaarde, een verleden gezichtspunt of een andere modale betekenis. Voor een afgerond feit gebruik je hier de verleden tijd comimos.

Gebruiksnotities

Hoe beleefd is beleefd?

De conditionalis verzacht een verzoek, maar beleefdheid hangt ook af van intonatie, aanspreekvorm en woorden als por favor. ¿Puedes ayudarme? is in veel alledaagse situaties al een normale vraag. ¿Podrías ayudarme? klinkt voorzichtiger, bijvoorbeeld tegenover een onbekende of wanneer je om een grotere gunst vraagt.

Querría is correct en komt voor bij dienstverleningssituaties, maar Quisiera... is eveneens zeer gebruikelijk. Die laatste vorm is grammaticaal een verleden subjunctief van querer, hoewel hij als beleefde wens functioneert. Ook Me gustaría... klinkt natuurlijk. Er is dus niet één verplichte beleefdheidsformule.

Debería is vaak advies, geen harde plicht

Debes llamar klinkt als ‘Je moet bellen’; Deberías llamar is eerder ‘Je zou moeten bellen’. Net als in het Nederlands kan toon en context het verschil tussen vriendelijk advies en kritiek bepalen. De voorwaardelijke vorm maakt de boodschap zachter, maar niet automatisch vriendelijk.

Een voorwaarde hoeft niet met si te beginnen

Soms blijkt de voorwaarde uit de context of uit een uitdrukking met con of sin:

  • Con un poco más de tiempo, lo acabaría. — Met iets meer tijd zou ik het afmaken.
  • Sin gafas, no vería nada. — Zonder bril zou ik niets zien.
  • En tu lugar, no aceptaría. — In jouw plaats zou ik het niet aannemen.

Dat is vergelijkbaar met het Nederlands. Het Spaanse werkwoord blijft echter één vorm, terwijl het Nederlands doorgaans zou + infinitief gebruikt.

Verder dan de basis

Een vermoeden over het verleden

De condicional simple kan een schatting of onbevestigde mededeling over een verleden situatie weergeven:

  • Serían las ocho. — Het zal ongeveer acht uur zijn geweest.
  • Tendría unos treinta años. — Hij/zij zal een jaar of dertig zijn geweest.

Hier betekent de vorm niet letterlijk ‘zou zijn’ of ‘zou hebben’. De spreker geeft aan niet helemaal zeker te zijn. In journalistiek Spaans kan de conditionalis bovendien afstand scheppen tot onbevestigde informatie, ongeveer ‘zou volgens berichten’:

El acuerdo incluiría nuevas medidas. — De overeenkomst zou nieuwe maatregelen bevatten.

Gebruik dit niet als truc om elke onzekerheid uit te drukken. Voor een vermoeden over het heden gebruikt het Spaans vaak de futuro simple: Serán las ocho kan betekenen ‘Het zal wel acht uur zijn’. De conditionalis verschuift die schatting doorgaans naar het verleden.

Conditionalis of condicional compuesto?

De condicional simple gaat over een niet-voltooide, gelijktijdige of toekomstige handeling: Lo haría — ‘Ik zou het doen’. Voor een handeling die in het verleden niet is gebeurd of als voltooid wordt voorgesteld, gebruik je later de condicional compuesto: Lo habría hecho — ‘Ik zou het hebben gedaan’.

Spaans Nederlands Verschil
Con tiempo, lo haría. Met genoeg tijd zou ik het doen. Mogelijke of denkbeeldige handeling.
Con más tiempo, lo habría hecho ayer. Met meer tijd zou ik het gisteren hebben gedaan. Niet-gerealiseerde handeling in het verleden.
Dijo que vendría. Hij/zij zei te zullen komen. Toen nog toekomstige komst.
Dijo que habría venido antes. Hij/zij zei dat hij/zij eerder zou zijn gekomen. Voltooide, hypothetische komst.

Niet elke Nederlandse ‘zou’ wordt hetzelfde vertaald

Het Nederlandse zou heeft veel functies. Bij een hypothese of toekomst vanuit het verleden past vaak de Spaanse conditionalis, maar kijk altijd naar de betekenis. In een echte, haalbare voorwaarde gebruikt het Spaans bijvoorbeeld vaak tegenwoordige tijd na si en toekomstige tijd in het gevolg: Si tengo tiempo, iré — ‘Als ik tijd heb, ga/zal ik gaan’. Si tendría tiempo is ook daar niet de juiste standaardvorm.

Oefentips

  1. Werk met twee vaste rijtjes. Schrijf eerst de zes uitgangen uit en oefen daarna de onregelmatige stammen apart. Maak vervolgens combinaties als saldríamos, podrías en harían. Zo vermijd je dat je zowel stam als uitgang tegelijk probeert te raden.
  2. Maak Nederlandse paren met ‘zou’. Noteer elke dag drie zinnen: een verzoek (Zou je...?), een hypothese (Met meer tijd zou ik...) en toekomst vanuit het verleden (Ze zei dat ze zou...). Vertaal ze en benoem de functie. Dat leert je dat dezelfde Spaanse vorm meer dan één taak heeft.
  3. Oefen si-zinnen als één geheel. Zeg hardop: Si tuviera..., haría... en wissel de inhoud. Houd de twee helften bewust verschillend; zo voorkom je de typisch Nederlandse fout om de conditionalis ook direct na si te zetten.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Futuro simple in het SpaansB1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Condicional Simple in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen