B2

Futuro perfecto in het Spaans

Futuro Perfecto

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

In het kort

De futuro perfecto bestaat uit de toekomstige tijd van haber plus een voltooid deelwoord: habré terminado betekent ‘ik zal klaar zijn’ of ‘ik zal het hebben afgemaakt’. Je gebruikt deze tijd vooral voor iets dat vóór een toekomstig moment voltooid zal zijn, maar ook voor een vermoeden over het verleden: Habrá olvidado betekent dan ‘hij of zij zal het wel vergeten zijn’.

Overzicht

De futuro perfecto is een samengestelde werkwoordstijd: hij bevat een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord. Een voltooid deelwoord is de vorm die in het Nederlands voorkomt in gemaakt, gezien en geschreven. In het Spaans zijn dat vormen als hablado, comido, vivido, visto en escrito. Het hulpwerkwoord is altijd haber, niet ser of estar.

Deze tijd hoort bij niveau B2 en bouwt voort op de futuro simple. Je gebruikt dezelfde toekomstige uitgangen, maar nu op haber: habré, habrás, habrá, habremos, habréis, habrán. Daarna komt het deelwoord van het eigenlijke werkwoord. De kernbetekenis is terugkijken vanuit een later referentiepunt: tegen dat toekomstige moment is iets al gebeurd.

Voor Nederlandstaligen is de vorm vaak herkenbaar: Para entonces habremos llegado lijkt op ‘Tegen die tijd zullen we zijn aangekomen’. Toch loopt de overeenkomst niet altijd gelijk. Spaans gebruikt de futuro perfecto ook om een waarschijnlijk vermoeden over een voorbije gebeurtenis uit te drukken. In natuurlijk Nederlands zeg je dan meestal ‘zal wel ... hebben’, ‘moet wel ... hebben’ of gewoon ‘waarschijnlijk’.

Zo werkt het

De basisformule

De structuur is steeds:

onderwerp + toekomstige vorm van haber + voltooid deelwoord

Een onderwerp is degene die de handeling uitvoert of over wie de zin gaat. Omdat de vorm van haber al duidelijk maakt om welke persoon het gaat, laat het Spaans het onderwerp vaak weg:

  • (Yo) habré terminado — ik zal klaar zijn / ik zal het hebben afgemaakt
  • (Nosotros) habremos vuelto — wij zullen teruggekeerd zijn
  • (Ellos) habrán entendido — zij zullen het begrepen hebben

Vervoeging van haber

Persoon Vorm van haber Voorbeeld met terminar Nederlandse betekenis
yo habré habré terminado ik zal klaar zijn / hebben afgemaakt
habrás habrás terminado jij zult klaar zijn / hebben afgemaakt
él, ella, usted habrá habrá terminado hij, zij, u zal klaar zijn / hebben afgemaakt
nosotros/nosotras habremos habremos terminado wij zullen klaar zijn / hebben afgemaakt
vosotros/vosotras habréis habréis terminado jullie zullen klaar zijn / hebben afgemaakt
ellos, ellas, ustedes habrán habrán terminado zij, jullie zullen klaar zijn / hebben afgemaakt

Let op de stam habr-. Vormen als haberé of haberá bestaan niet. De accenten in habré, habrás, habrá, habréis en habrán horen bij de spelling en de uitspraak; habremos heeft geen accentteken.

Het voltooid deelwoord vormen

Bij regelmatige werkwoorden vervang je de uitgang van de infinitief (de woordenboekvorm van het werkwoord):

Infinitief Regel Deelwoord Voorbeeld
hablar -ar → -ado hablado habré hablado
comer -er → -ido comido habrás comido
vivir -ir → -ido vivido habrán vivido

Veelvoorkomende onregelmatige deelwoorden moet je apart leren:

Infinitief Deelwoord Betekenis
abrir abierto geopend
decir dicho gezegd
escribir escrito geschreven
hacer hecho gedaan, gemaakt
morir muerto gestorven
poner puesto gezet, gelegd
resolver resuelto opgelost
romper roto gebroken
ver visto gezien
volver vuelto teruggekeerd

Sommige regelmatige deelwoorden krijgen een accent om de klinkers afzonderlijk uit te spreken, bijvoorbeeld leído, oído en traído: Para mañana habré leído el informe.

Het deelwoord verandert niet

Na haber blijft het deelwoord onveranderlijk. Het past zich dus niet aan geslacht of getal aan:

  • Ella habrá llegado.
  • Ellas habrán llegado.
  • Los documentos habrán llegado.

Niet llegada of llegados. Dit verschilt van het gebruik van een deelwoord als bijvoeglijk naamwoord, zoals las puertas están cerradas, waar cerradas wel met puertas overeenkomt.

Ontkenning, voornaamwoorden en wederkerende werkwoorden

Nee/niet staat vóór de vorm van haber:

  • No habré terminado para las cinco. — Ik zal om vijf uur nog niet klaar zijn.

Een objectvoornaamwoord (een kort woord dat verwijst naar wie of wat de handeling ondergaat) staat eveneens vóór haber:

  • Ya lo habrás visto. — Je zult het al gezien hebben.
  • No se lo habrán contado. — Ze zullen het hem/haar wel niet verteld hebben.

Bij wederkerende werkwoorden staat me, te, se, nos, os, se vóór haber:

  • Para entonces ya me habré acostado. — Tegen die tijd zal ik al naar bed zijn gegaan.
  • Se habrán equivocado. — Ze zullen zich wel vergist hebben.

Je splitst haber en het deelwoord niet door er een voornaamwoord tussen te zetten.

Voltooid vóór een toekomstig ijkpunt

Het toekomstige ijkpunt kan een tijdstip, een deadline of een andere gebeurtenis zijn:

  • para las cinco — tegen vijf uur
  • para entonces — tegen die tijd
  • antes del viernes — vóór vrijdag
  • dentro de un año — over een jaar
  • cuando llegues — wanneer je aankomt

Woorden als ya (‘al’) versterken vaak het idee dat iets dan voltooid is: Cuando llegues, ya habré cenado.

Na cuando en vergelijkbare tijdswoorden staat bij een nog toekomstige gebeurtenis vaak de subjuntivo (een werkwoordsvorm waarmee Spaans onder meer nog niet gerealiseerde gebeurtenissen aanduidt): cuando llegues, niet cuando llegarás. De hoofdzin kan dan de futuro perfecto bevatten: Cuando llegues, habré salido.

Een vermoeden over het verleden

De tweede hoofdtoepassing gaat niet werkelijk over de toekomst. De spreker trekt een waarschijnlijke conclusie over iets dat al gebeurd is:

  • Habrá perdido el tren. — Hij/zij zal de trein wel gemist hebben.
  • ¿Quién habrá llamado? — Wie zou er gebeld hebben?

De context bepaalt over wie het gaat, want habrá kan bij él, ella of usted horen. Deze constructie geeft een inschatting, geen zekerheid. Voor een vaststaand feit gebruik je een gewone verleden tijd: Perdió el tren of Ha perdido el tren, afhankelijk van context en taalgebied.

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Toelichting
Habré terminado para las cinco. Tegen vijf uur zal ik klaar zijn. Voltooiing vóór een deadline.
Cuando llegues, habré salido. Wanneer je aankomt, zal ik al vertrokken zijn. Llegues staat in de subjuntivo.
Para mañana habremos tomado una decisión. Tegen morgen zullen we een beslissing hebben genomen. Een toekomstig resultaat.
En 2030 habrán construido la nueva línea de metro. In 2030 zullen ze de nieuwe metrolijn hebben aangelegd. Het bouwproject is dan voltooid.
¿Habrás acabado el informe antes de la reunión? Zul je het verslag vóór de vergadering af hebben? Vraag naar voltooiing vóór een later moment.
A estas horas mañana ya habré llegado a Sevilla. Morgen rond deze tijd zal ik al in Sevilla zijn aangekomen. Ya benadrukt dat het dan gebeurd is.
No habré ahorrado suficiente dinero para junio. Tegen juni zal ik niet genoeg geld hebben gespaard. Ontkenning vóór haber.
Para entonces los niños se habrán dormido. Tegen die tijd zullen de kinderen in slaap zijn gevallen. Wederkerend voornaamwoord vóór haber.
Habrá olvidado nuestra cita. Hij/zij zal onze afspraak wel vergeten zijn. Waarschijnlijkheid over het verleden.
Se habrán equivocado de dirección. Ze zullen zich wel in het adres hebben vergist. Vermoeden met een wederkerend werkwoord.
¿Dónde habré puesto las llaves? Waar zou ik de sleutels hebben neergelegd? De spreker probeert zich iets te herinneren.
No habrá oído el teléfono. Hij/zij zal de telefoon wel niet gehoord hebben. Voorzichtige verklaring voor een gebeurtenis.
¿Por qué no habrán respondido todavía? Waarom zouden ze nog niet geantwoord hebben? Speculatieve vraag over het verleden.

Veelgemaakte fouten

De infinitief van haber rechtstreeks vervoegen

  • Fout: Haberé terminado para las cinco.
  • Goed: Habré terminado para las cinco.
  • Waarom: Haber heeft in de toekomstige tijd de onregelmatige stam habr-.

Een Nederlands hulpwerkwoord letterlijk overnemen

  • Fout: Seré terminado para las cinco.
  • Goed: Habré terminado para las cinco.
  • Waarom: De Spaanse voltooide tijden worden met haber gevormd. Nederlands wisselt tussen ‘hebben’ en ‘zijn’, maar die keuze neem je niet mee naar het Spaans.

Het deelwoord laten overeenkomen met het onderwerp

  • Fout: Ellas habrán llegadas.
  • Goed: Ellas habrán llegado.
  • Waarom: Na haber verandert het deelwoord nooit naar geslacht of getal.

De toekomstige tijd gebruiken na cuando

  • Fout: Cuando llegarás, habré salido.
  • Goed: Cuando llegues, habré salido.
  • Waarom: Een bijzin met cuando die naar een nog niet gerealiseerde toekomst verwijst, krijgt normaal de presente de subjuntivo. De hoofdzin bevat hier de futuro perfecto.

Een voornaamwoord tussen beide werkwoordsvormen zetten

  • Fout: Habré me acostado.
  • Goed: Me habré acostado.
  • Waarom: Onbeklemtoonde voornaamwoorden staan vóór het vervoegde hulpwerkwoord: me habré, lo habrás, se habrán.

Een vermoeden als zekerheid vertalen

  • Misleidend: Habrá salido altijd weergeven als ‘hij zal vertrokken zijn’ in puur toekomstige zin.
  • Beter in een verleden context: ‘Hij zal wel vertrokken zijn.’
  • Waarom: Zonder toekomstig ijkpunt drukt de vorm vaak een vermoeden uit. Kijk dus niet alleen naar de vorm, maar ook naar de situatie.

Gebruiksnotities

De toekomstbetekenis komt veel voor bij planning, verwachtingen, deadlines en voorspellingen. Para, antes de, cuando en dentro de maken het referentiepunt vaak expliciet. In alledaagse gesprekken kiest een spreker soms een eenvoudigere formulering, bijvoorbeeld Ya estará listo para mañana (‘Het zal morgen wel klaar zijn’) of een tegenwoordige tijd als het tijdschema al vaststaat. De futuro perfecto blijft echter normaal en duidelijk wanneer juist de voorafgaande voltooiing belangrijk is.

De vermoedensbetekenis is productief in zowel gesproken als geschreven Spaans. In het Nederlands past daar vaak het partikel wel bij: Habrá tenido un problema — ‘Hij/zij zal wel een probleem hebben gehad.’ Een andere natuurlijke vertaling is ‘misschien’ of ‘waarschijnlijk’. Het Spaanse werkwoord drukt zelf al uit dat de spreker een conclusie trekt.

In vragen heeft deze vorm vaak een peinzende toon: ¿Qué habrá pasado? betekent niet simpelweg ‘Wat zal er gebeuren?’, maar ‘Wat zou er gebeurd zijn?’ of ‘Wat zal er toch gebeurd zijn?’ Het gaat om een onbekende gebeurtenis in het verleden.

De vorm habréis hoort bij vosotros/vosotras en is vooral gebruikelijk in Spanje. In het grootste deel van Latijns-Amerika gebruikt men ustedes habrán voor meervoudig ‘jullie’. De grammaticale bouw blijft verder hetzelfde.

Verdieping: fijnere betekenisverschillen

Toekomstige voltooiing tegenover een gewoon toekomstfeit

Vergelijk:

Vorm Spaans Betekenis
futuro simple Mañana terminaré el informe. Morgen maak ik het verslag af; de toekomstige handeling staat centraal.
futuro perfecto Para mañana habré terminado el informe. Tegen morgen is het verslag af; het bereikte resultaat staat centraal.

De futuro perfecto geeft dus geen ‘later verleden’ op zichzelf. Er moet een toekomstig gezichtspunt zijn vanwaaruit je terugkijkt.

Vermoeden over heden en verleden

Het Spaans gebruikt twee verwante tijden voor vermoedens:

Tijd Voorbeeld Waarschijnlijke Nederlandse lezing
futuro simple Estará en casa. Hij/zij zal wel thuis zijn.
futuro perfecto Habrá llegado a casa. Hij/zij zal wel thuis zijn aangekomen.

De eerste speculeert meestal over een huidige toestand; de tweede over een gebeurtenis die eraan voorafging. Het verschil zit dus niet alleen in zekerheid, maar ook in het tijdsperspectief.

Verschil met de condicional perfecto

De condicional perfecto (habría hablado) lijkt qua vorm en betekenis soms dichtbij, maar heeft andere hoofdfuncties. Hij drukt bijvoorbeeld een onwerkelijk gevolg in het verleden uit: Habría ido si hubiera tenido tiempo — ‘Ik zou zijn gegaan als ik tijd had gehad.’ De futuro perfecto (habrá ido) kan daarentegen een vermoeden geven: ‘Hij/zij zal wel gegaan zijn.’ Verwissel daarom Nederlands ‘zou’ in een speculatieve vraag niet automatisch met één vaste Spaanse tijd; de context en het taalgebruik bepalen de keuze.

Een voltooid deelwoord met dubbele vorm

Enkele werkwoorden hebben naast een gewone vorm ook een kortere of onregelmatige vorm, afhankelijk van gebruik en regio. Voor de kern van deze tijd is het veiliger de gangbare vormen te leren die je vaak aantreft, zoals hecho, dicho, visto, escrito, puesto en vuelto. Raadpleeg bij twijfel een betrouwbaar woordenboek; maak niet zelf een onregelmatige vorm naar analogie van het Nederlands.

Oefentips

  1. Werk met twee tijdstippen. Schrijf vijf zinnen met een handeling en een later ijkpunt: salir → antes de las ocho → Habré salido antes de las ocho. Zo oefen je de eigenlijke tijdsrelatie, niet alleen het rijtje vormen.
  2. Maak vermoedens bij alledaagse situaties. Iemand neemt niet op: No habrá oído el teléfono. Een collega is te laat: Habrá perdido el autobús. Voeg in je Nederlandse vertaling bewust ‘wel’ toe om de nuance te onthouden.
  3. Oefen in blokken. Leer me habré levantado, lo habrás visto en se habrán equivocado als complete woordgroepen. Daarmee voorkom je dat je voornaamwoorden later op de verkeerde plaats zet.

Verwante onderwerpen

  • Voorafgaande kennis: Futuro simple — dezelfde toekomstige uitgangen en het gebruik van de toekomst voor vermoedens.
  • Nuttige vervolgstap: Tijdsbepalende bijzinnen — voor constructies als cuando llegues en antes de que termine.

Vereiste kennis

Futuro simple in het SpaansB1

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Futuro Perfecto in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen