Futur antérieur in het Frans
Futur Antérieur
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
In het kort
Het futur antérieur drukt meestal uit dat iets vóór een ander toekomstig moment voltooid zal zijn: Quand tu arriveras, j'aurai fini — ‘Wanneer je aankomt, zal ik klaar zijn.’ Je vormt het met het futur simple van avoir of être plus een voltooid deelwoord: j'aurai parlé, elle sera partie. Het kan daarnaast een vermoeden over het verleden uitdrukken: Il aura oublié betekent dan ‘Hij zal het wel vergeten zijn.’
Overzicht
Het futur antérieur is een samengestelde Franse werkwoordstijd. Samengesteld betekent hier dat de werkwoordsvorm uit twee delen bestaat: een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord (een vorm zoals fini, pris of parti). De tijd plaatst een voltooide handeling vóór een referentiepunt in de toekomst. Denk aan twee momenten: eerst is het werk af, daarna komt iemand aan. Het eerdere moment krijgt het futur antérieur; het latere moment staat vaak in het futur simple.
Deze tijd hoort bij niveau B2, omdat je niet alleen de vorm moet beheersen, maar ook de verhouding tussen twee gebeurtenissen moet zien. Je komt hem vaak tegen bij deadlines, afspraken, voorspellingen en plannen: wat zal tegen morgen, vóór zes uur of zodra iemand arriveert afgerond zijn?
Voor Nederlandstaligen is de betekenis meestal goed te begrijpen, maar de keuze van de tijd is niet altijd één-op-één. Het Nederlands gebruikt soms eveneens ‘zal hebben gedaan’, maar zegt in een bijzin vaak gewoon ‘als je klaar bent’. Het Frans markeert de toekomst daar juist uitdrukkelijk: quand tu auras fini. Ook de tweede betekenis verdient aandacht: il aura oublié kan zowel een toekomstige voltooiing als ‘hij zal het wel vergeten zijn’ betekenen. De context beslist.
Hoe het werkt
De basisformule
De vorm bestaat uit:
onderwerp + futur simple van avoir/être + voltooid deelwoord
- J'aurai terminé. — Ik zal klaar zijn / Ik zal het voltooid hebben.
- Nous serons partis. — Wij zullen vertrokken zijn.
Het hulpwerkwoord (het werkwoord dat de samengestelde tijd helpt vormen) draagt de uitgangen van het futur simple. Het hoofdwerkwoord komt als voltooid deelwoord erachter.
| Persoon | avoir in het futur simple | Voorbeeld met finir | être in het futur simple | Voorbeeld met partir |
|---|---|---|---|---|
| je | aurai | j'aurai fini | serai | je serai parti(e) |
| tu | auras | tu auras fini | seras | tu seras parti(e) |
| il / elle / on | aura | il aura fini | sera | elle sera partie |
| nous | aurons | nous aurons fini | serons | nous serons parti(e)s |
| vous | aurez | vous aurez fini | serez | vous serez parti(e)(s) |
| ils / elles | auront | ils auront fini | seront | elles seront parties |
De stammen aur- en ser- zijn onregelmatig, maar de uitgangen zijn de gewone uitgangen van het futur simple: -ai, -as, -a, -ons, -ez, -ont.
Welk hulpwerkwoord kies je?
De keuze is dezelfde als in het passé composé:
- De meeste werkwoorden nemen avoir: j'aurai mangé, tu auras compris, nous aurons vendu.
- Een beperkte groep werkwoorden van beweging of toestandsverandering neemt être, onder meer aller, arriver, entrer, partir, rester, retourner, sortir, tomber, venir, naître en mourir: elle sera arrivée, ils seront venus.
- Wederkerende werkwoorden, herkenbaar aan se in de infinitief, nemen eveneens être: je me serai levé(e), elles se seront trompées.
Sommige bewegingswerkwoorden kunnen met een lijdend voorwerp avoir krijgen. Een lijdend voorwerp is wie of wat rechtstreeks de handeling ondergaat. Vergelijk Elle sera sortie (‘Zij zal naar buiten zijn gegaan’) met Elle aura sorti les dossiers (‘Zij zal de dossiers tevoorschijn hebben gehaald’).
Het voltooid deelwoord
Regelmatige voltooid deelwoorden ontstaan als volgt:
| Infinitief | Regel | Voltooid deelwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| parler | -er → -é | parlé | j'aurai parlé |
| finir | -ir → -i | fini | tu auras fini |
| vendre | -re → -u | vendu | nous aurons vendu |
Veel veelgebruikte werkwoorden zijn onregelmatig: avoir → eu, être → été, faire → fait, prendre → pris, mettre → mis, voir → vu, lire → lu, écrire → écrit, ouvrir → ouvert en venir → venu.
Overeenkomst met het onderwerp of voorwerp
Bij être past het voltooid deelwoord zich doorgaans aan het onderwerp aan in geslacht en getal:
- Paul sera parti.
- Léa sera partie.
- Paul et Léa seront partis.
- Léa et Zoé seront parties.
Bij avoir verandert het voltooid deelwoord normaal niet: elles auront terminé. Staat het lijdend voorwerp echter vóór de werkwoordsvorm, dan komt er wel overeenkomst mee: Les lettres que j'aurai écrites. Les lettres is vrouwelijk meervoud en staat vóór aurai écrites.
Bij wederkerende werkwoorden gelden uitgebreidere regels. In een eenvoudig geval als elle se sera trompée verwijst se rechtstreeks naar degene die de vergissing maakt, zodat trompée overeenkomt met elle. Maar in elles se seront parlé blijft parlé onveranderd, omdat se hier een meewerkend voorwerp is: zij hebben met elkaar gesproken. Dit onderscheid hoort bij de gevorderde beheersing; voor de kernregel onthoud je eerst dat wederkerende werkwoorden être nemen.
Twee gebeurtenissen in de toekomst
Het futur antérieur maakt duidelijk welke gebeurtenis eerst afgerond is:
- Tu auras terminé le rapport. — Je hebt het rapport afgerond.
- Nous en discuterons. — Daarna bespreken we het.
Samen: Quand tu auras terminé le rapport, nous en discuterons.
Veelgebruikte tijdsverbindingen zijn:
- quand / lorsque — wanneer
- dès que / aussitôt que — zodra
- après que — nadat
- une fois que — zodra / wanneer eenmaal
- avant + tijdstip — vóór
- d'ici + tijdstip — uiterlijk tegen
Anders dan in het Nederlands gebruikt het Frans na quand, lorsque en dès que een toekomstige tijd als de gebeurtenis werkelijk toekomstig is. Nederlands ‘Als je klaar bent, bel je me’ wordt dus Quand tu auras fini, tu m'appelleras of Quand tu auras fini, appelle-moi.
Ontkenning en voornaamwoorden
Bij een ontkenning staan ne en pas/jamais/plus rond het vervoegde hulpwerkwoord:
- Je n'aurai pas fini avant six heures.
- Elle ne sera jamais venue ici auparavant.
Voorwerpsvoornaamwoorden staan vóór het hulpwerkwoord:
- Je l'aurai terminé demain. — Ik zal het morgen af hebben.
- Nous leur aurons répondu avant midi. — We zullen hun vóór de middag geantwoord hebben.
- Elle se sera déjà levée. — Ze zal al opgestaan zijn.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| J'aurai fini avant midi. | Ik zal vóór twaalf uur klaar zijn. | Voltooiing vóór een deadline. |
| Quand tu arriveras, je serai parti. | Wanneer je aankomt, zal ik vertrokken zijn. | Het vertrek gebeurt vóór de aankomst. |
| D'ici vendredi, nous aurons pris une décision. | Uiterlijk vrijdag zullen we een besluit hebben genomen. | D'ici geeft een uiterste termijn aan. |
| Dès qu'elle aura reçu les résultats, elle nous appellera. | Zodra ze de uitslagen heeft ontvangen, belt ze ons. | Nederlands gebruikt hier natuurlijk de tegenwoordige tijd; Frans niet. |
| Une fois que vous aurez créé votre compte, vous pourrez vous connecter. | Zodra u uw account hebt aangemaakt, kunt u inloggen. | Een afgeronde voorwaarde voor de volgende stap. |
| Après qu'ils auront signé le contrat, le projet pourra commencer. | Nadat ze het contract hebben ondertekend, kan het project beginnen. | Après que krijgt hier de indicatif, de gewone aantonende wijs. |
| À vingt heures, tous les invités seront arrivés. | Om acht uur zullen alle gasten gearriveerd zijn. | Verwachte toestand op een toekomstig tijdstip. |
| Nous ne serons pas rentrés avant minuit. | We zullen niet vóór middernacht thuis zijn. | Ontkenning rond serons. |
| Les photos que tu auras choisies seront publiées demain. | De foto's die je hebt gekozen, worden morgen gepubliceerd. | Overeenkomst met het voorafgaande les photos. |
| Elle se sera trompée d'adresse. | Ze zal zich wel in het adres hebben vergist. | Vermoeden over een voorbije vergissing. |
| Il aura oublié notre rendez-vous. | Hij zal onze afspraak wel vergeten zijn. | Waarschijnlijke verklaring, niet noodzakelijk echte toekomst. |
| Pourquoi n'est-elle pas là ? Elle aura raté son train. | Waarom is ze er niet? Ze zal haar trein wel gemist hebben. | Gevolgtrekking op basis van de huidige situatie. |
Veelgemaakte fouten
Alleen het hoofdwerkwoord in de toekomst zetten
- Fout: J'aurai finir avant midi.
- Goed: J'aurai fini avant midi.
- Waarom: Na aurai of serai staat een voltooid deelwoord, geen infinitief. Finir wordt dus fini.
Het verkeerde hulpwerkwoord gebruiken
- Fout: Elle aura partie avant nous.
- Goed: Elle sera partie avant nous.
- Waarom: Partir vormt samengestelde tijden met être. Daardoor krijgt partie hier ook een extra -e voor het vrouwelijke onderwerp.
De overeenkomst bij être vergeten
- Fout: Elles seront arrivé à neuf heures.
- Goed: Elles seront arrivées à neuf heures.
- Waarom: Met être komt het voltooid deelwoord gewoonlijk overeen met het vrouwelijke meervoudige onderwerp: arrivées.
Een Nederlandse tijd letterlijk overnemen
- Fout: Quand tu as fini demain, appelle-moi.
- Goed: Quand tu auras fini demain, appelle-moi.
- Waarom: Bij een toekomstige betekenis gebruikt het Frans na quand een toekomstige tijd. Omdat het afmaken vóór het bellen voltooid is, past het futur antérieur.
Het futur antérieur na si gebruiken
- Fout: Si tu auras fini, envoie-moi le document.
- Goed: Si tu as fini, envoie-moi le document.
- Waarom: Na het voorwaardelijke si staat normaal geen futur simple of futur antérieur. Gebruik hier het présent of passé composé, afhankelijk van de bedoelde tijdsverhouding. Verwar si niet met quand: Quand tu auras fini is wel correct.
Elk Nederlands ‘zal hebben’ automatisch zo vertalen
- Misleidend: denken dat Il aura oublié altijd over een later moment gaat.
- Mogelijke lezingen: Hij zal het vergeten hebben of Hij zal het wel vergeten zijn.
- Waarom: Zonder expliciet toekomstig referentiepunt kan het futur antérieur een vermoeden over het verleden uitdrukken. Kijk naar woorden als demain en naar de bredere situatie.
Gebruiksnuances
Voor een concrete planning is het futur antérieur heel gewoon in zowel gesproken als geschreven Frans: Tu me préviendras quand tu auras terminé. Het komt veel voor in werksituaties, instructies en gesprekken over deadlines. De vorm klinkt daar niet bijzonder plechtig.
De vermoedensbetekenis is duidelijker schrijftalig of verzorgd dan de gewone tijdsbetekenis. Il aura oublié is correct en gangbaar, maar in informeel gesproken Frans hoor je ook vaak Il a dû oublier (‘Hij moet het vergeten zijn’) of Il a probablement oublié. Het futur antérieur presenteert de verklaring als een waarschijnlijke gevolgtrekking, niet als een bewezen feit.
Let ook op après que. In de standaardgrammatica volgt daarop de indicatif (de wijs waarmee je iets als feit voorstelt): après qu'il aura terminé. Veel moedertaalsprekers gebruiken door invloed van avant que soms een subjonctif, maar in verzorgd taalgebruik blijft de indicatif de aanbevolen keuze. Na avant que staat juist een subjonctif omdat de latere voltooiing nog niet als vaststaand wordt voorgesteld: avant qu'il ait terminé. Dat is geen futur antérieur.
Verder dan de basis
Verschil met het futur simple en het passé composé
| Vorm | Gezichtspunt | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|
| futur simple | gebeurtenis in de toekomst | Je finirai demain. | Ik rond het morgen af. |
| futur antérieur | al voltooid op een toekomstig moment | J'aurai fini demain à midi. | Morgen om twaalf uur zal ik klaar zijn. |
| passé composé | voltooid vanuit het heden | J'ai fini. | Ik ben klaar / ik heb het afgemaakt. |
Het verschil zit dus niet alleen in ‘verleden’ of ‘toekomst’, maar in het gekozen kijkpunt. In À midi, j'aurai fini verplaats je je denkbeeldig naar twaalf uur en kijk je terug op de voltooiing.
Stijl en volgorde
De bijzin hoeft niet vooraan te staan: Nous partirons dès que Léa aura fermé le bureau betekent hetzelfde tijdsverband als Dès que Léa aura fermé le bureau, nous partirons. De volgorde van de zinsdelen verandert de chronologie niet; de werkwoordstijden maken die duidelijk.
In formele teksten kan het futur antérieur voorkomen met inversie, waarbij werkwoord en onderwerp van plaats wisselen: À peine aura-t-il terminé qu'il devra repartir — ‘Nauwelijks zal hij klaar zijn of hij moet alweer vertrekken.’ Deze stijl hoef je niet meteen actief te gebruiken, maar je moet hem op B2/C1-niveau kunnen herkennen.
De vermoedensbetekenis precies lezen
Vergelijk:
- À six heures, il aura quitté le bureau. — Om zes uur zal hij het kantoor verlaten hebben: toekomstige voltooiing.
- Il n'est plus au bureau ; il sera parti. — Hij is niet meer op kantoor; hij zal wel vertrokken zijn: vermoeden over het verleden.
- Il ne répond pas ; il aura oublié son téléphone. — Hij neemt niet op; hij zal zijn telefoon wel vergeten zijn: mogelijke verklaring.
Een tijdsbepaling als d'ici demain of een tweede toekomstige handeling stuurt sterk naar de eerste lezing. Een zichtbaar gevolg in het heden — iemand is afwezig, reageert niet of heeft iets niet bij zich — maakt de gevolgtrekking waarschijnlijker.
Overeenkomst bij wederkerende werkwoorden
Wie nauwkeurig wil schrijven, moet bij wederkerende vormen bepalen welke functie se heeft:
- Elles se seront rencontrées. — Zij zullen elkaar ontmoet hebben. Se is rechtstreeks voorwerp, dus overeenkomst.
- Elles se seront parlé. — Zij zullen met elkaar gesproken hebben. Parler à quelqu'un heeft een indirect voorwerp, dus geen overeenkomst.
- Les histoires qu'elles se seront racontées. — De verhalen die zij elkaar verteld zullen hebben. Het voorafgaande rechtstreekse voorwerp les histoires veroorzaakt de overeenkomst racontées.
Dit is geen aparte regel van het futur antérieur: dezelfde overeenkomst werkt ook in andere samengestelde tijden met être en avoir.
Oefentips
- Teken twee momenten. Schrijf bij elke oefenzin eerst A (wat is eerder klaar?) en B (wat gebeurt later?). Zet A in het futur antérieur en B meestal in het futur simple of de impératif: Quand j'aurai fini (A), je t'appellerai (B).
- Oefen in vaste paren. Maak zinnen met quand, dès que, une fois que en d'ici: Dès que nous aurons réservé, nous te confirmerons la date. Zo leer je niet alleen de vorm, maar ook het natuurlijke gebruik.
- Wissel avoir en être bewust af. Maak vijf zinnen met gewone werkwoorden en vijf met bewegings- of wederkerende werkwoorden. Controleer bij être steeds de overeenkomst: ils seront partis, elles se seront levées.
Verwante onderwerpen
- Vooraf nodig: Futur simple — je gebruikt precies de vormen aurai, auras, aura… en serai, seras, sera… als hulpwerkwoord in het futur antérieur.
Vereiste kennis
Futur simple in het FransB1Meer B2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Futur Antérieur in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen