Futur II in het Duits
Futur II
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.
In het kort
Het Duitse Futur II bestaat uit een vervoegde vorm van werden + een Partizip II (voltooid deelwoord) + haben of sein: Bis morgen werde ich alles erledigt haben. Je gebruikt het voor iets dat op een toekomstig tijdstip voltooid zal zijn, maar ook voor een vermoeden over het verleden: Er wird schon angekommen sein betekent ‘Hij zal wel al aangekomen zijn.’
Overzicht
Het Futur II is de Duitse voltooid toekomstige tijd. Je kijkt als het ware vanaf een later tijdstip terug: vóór dat tijdstip is een handeling afgerond. In Bis acht Uhr werde ich den Bericht abgeschickt haben ligt het versturen vóór acht uur; acht uur is het toekomstige referentiepunt. Signaalwoorden als bis morgen, bis dahin en in zwei Wochen maken die verhouding vaak duidelijk.
Deze vorm heeft daarnaast een tweede, zeer gangbare functie. Met het Futur II kan een spreker een waarschijnlijke verklaring geven voor iets uit het verleden zonder te beweren dat die verklaring zeker is: Mara wird den Zug verpasst haben betekent dan ‘Mara zal de trein wel gemist hebben.’ Het woord wohl versterkt vaak die betekenis, maar is niet verplicht.
Op B2-niveau is vooral de combinatie van bekende bouwstenen nieuw. Het Nederlandse ‘zal gedaan hebben’ of ‘zal vertrokken zijn’ lijkt sterk op het Duits. Daardoor is de betekenis voor Nederlandstaligen meestal herkenbaar. De Duitse werkwoordgroep en de plaats daarvan in hoofd- en bijzinnen vragen echter extra aandacht.
Hoe het werkt
De basisbouw
De hoofdzin volgt dit patroon:
onderwerp + vervoegd werden + middenstuk + Partizip II + haben/sein
In Ich werde die Aufgabe bis morgen gelöst haben is werde de persoonsvorm (het vervoegde werkwoord), gelöst het voltooid deelwoord en haben de infinitief (de onverbogen basisvorm). Alleen werden past zich aan het onderwerp aan.
| Persoon | Vorm met machen | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| ich | ich werde es gemacht haben | ik zal het gedaan hebben |
| du | du wirst es gemacht haben | jij zult het gedaan hebben |
| er/sie/es | er/sie/es wird es gemacht haben | hij/zij/het zal het gedaan hebben |
| wir | wir werden es gemacht haben | wij zullen het gedaan hebben |
| ihr | ihr werdet es gemacht haben | jullie zullen het gedaan hebben |
| sie/Sie | sie/Sie werden es gemacht haben | zij zullen het/u zult het gedaan hebben |
De keuze tussen haben en sein is dezelfde als in het Perfekt. Wie al weet dat het ich habe gearbeitet en ich bin gegangen is, kan dus dezelfde keuze overnemen:
| Perfekt | Futur II | Betekenis |
|---|---|---|
| ich habe gearbeitet | ich werde gearbeitet haben | ik zal gewerkt hebben |
| sie hat das vergessen | sie wird das vergessen haben | zij zal dat vergeten zijn/hebben |
| er ist gegangen | er wird gegangen sein | hij zal vertrokken zijn |
| wir sind angekommen | wir werden angekommen sein | wij zullen aangekomen zijn |
Gebruik haben bij de meeste werkwoorden, waaronder werkwoorden met een lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat): den Brief geschrieben haben. Sein hoort onder meer bij gehen, kommen, ankommen, einschlafen en sterben. Leer de keuze bij twijfel samen met het Perfekt van het werkwoord; de losse betekenis ‘beweging’ is geen waterdichte beslisregel.
Twee betekenissen uit elkaar houden
1. Afgerond vóór een toekomstig moment
Een tijdsbepaling wijst gewoonlijk naar de toekomst:
- Bis nächsten Montag werden wir eine Entscheidung getroffen haben.
- In einem Jahr wird sie ihr Studium abgeschlossen haben.
Het Futur II zegt dat de handeling vóór of uiterlijk op dat toekomstige referentiepunt klaar is. Het zegt niet noodzakelijk wanneer de handeling precies plaatsvindt.
2. Een vermoeden over het verleden
Zonder toekomstig referentiepunt geeft de vorm vaak een veronderstelling weer:
- Paul ist nicht da. Er wird schon nach Hause gegangen sein.
- Sie wird meine Nachricht nicht gesehen haben.
De spreker trekt een conclusie op grond van wat nu bekend is. In het Nederlands gebruiken we hiervoor eveneens vaak ‘zal wel’: ‘Ze zal mijn bericht wel niet gezien hebben.’ In het Duits zijn wohl, vermutlich of wahrscheinlich mogelijk, maar de vorm zelf kan de onzekerheid al aangeven.
De context is dus beslissend. Er wird den Bericht geschrieben haben kan betekenen ‘Hij zal het verslag geschreven hebben’ met een toekomstig eindpunt dat eerder genoemd is, of ‘Hij zal het verslag wel geschreven hebben’ als vermoeden over het verleden.
Woordvolgorde in de hoofdzin
In een mededelende hoofdzin staat de vervoegde vorm van werden op positie twee. De andere werkwoordsvormen sluiten de zin af:
- Ich werde den Antrag morgen ausgefüllt haben.
- Bis dahin wird der Zug längst angekommen sein.
Als een ander zinsdeel vooropstaat, komt het onderwerp na werden:
- Bis Freitag werde ich alle hoofdstukken gelesen haben.
- Wahrscheinlich wird sie den Termin vergessen haben.
Zet dus niet zowel de tijdsbepaling als het onderwerp vóór de persoonsvorm. Dat is een veelvoorkomende invloed van vrijere Nederlandse formuleringen.
Vragen en ontkenning
In een ja-neevraag komt de vervoegde vorm vooraan:
- Wirst du die Arbeit bis morgen beendet haben?
- Wird der Zug schon abgefahren sein?
Een vraagwoord staat vóór de persoonsvorm:
- Wann werdet ihr alles vorbereitet haben?
- Warum wird er so früh gegangen sein?
De gewone regels voor nicht en kein blijven gelden. Kein ontkent een zelfstandig naamwoord: Sie wird keine Antwort bekommen haben. Met nicht hangt de plaats af van wat je ontkent: Sie wird den Brief nicht abgeschickt haben.
Woordvolgorde in de bijzin
Na onderschikkende voegwoorden zoals weil (‘omdat’), obwohl (‘hoewel’) en wenn (‘als’) verhuist de vervoegde vorm naar het einde. Bij een gewoon Futur II komt de werkwoordgroep dan in deze volgorde:
Partizip II + haben/sein + vervoegd werden
- Ich rufe später an, weil sie die Sitzung dann beendet haben wird.
- Er ist sicher müde, weil er kaum geschlafen haben wird.
- Wenn du ankommst, werden wir schon gegessen haben.
In het laatste voorbeeld is wenn du ankommst de bijzin; werden wir schon gegessen haben is de daaropvolgende hoofdzin. Maak niet automatisch elke werkwoordsvorm tot een infinitief: ook in een bijzin blijft wird of werden de vervoegde persoonsvorm.
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Bis morgen werde ich das gemacht haben. | Tegen morgen zal ik dat gedaan hebben. | Afgerond vóór een termijn |
| Um sechs Uhr werden wir alles vorbereitet haben. | Om zes uur zullen we alles voorbereid hebben. | Toekomstig referentiepunt |
| In zehn Jahren wird sich die Stadt stark verändert haben. | Over tien jaar zal de stad sterk veranderd zijn. | Verandering over een langere periode |
| Bis du zurückkommst, werde ich die Küche aufgeräumt haben. | Tegen de tijd dat je terugkomt, zal ik de keuken opgeruimd hebben. | Twee toekomstige handelingen |
| Wirst du den Bericht bis Freitag geschrieben haben? | Zul je het verslag uiterlijk vrijdag geschreven hebben? | Ja-neevraag |
| Er wird wohl schon gegangen sein. | Hij zal wel al vertrokken zijn. | Vermoeden over het verleden |
| Sie wird das vergessen haben. | Ze zal dat wel vergeten zijn. | De context geeft de onzekerheid aan |
| Der Schlüssel wird unter das Sofa gefallen sein. | De sleutel zal wel onder de bank gevallen zijn. | Conclusie over een gebeurtenis |
| Ihr werdet meine Nachricht nicht gesehen haben. | Jullie zullen mijn bericht wel niet gezien hebben. | Voorzichtige verklaring |
| Sie wird keine Zeit gehabt haben. | Ze zal wel geen tijd gehad hebben. | Ontkenning met kein |
| Vermutlich wird der Laden schon geschlossen haben. | Vermoedelijk zal de winkel al gesloten zijn. | vermutlich maakt het vermoeden expliciet |
| Ich denke, dass er den Zug verpasst haben wird. | Ik denk dat hij de trein gemist zal hebben. | Werkwoordgroep in een bijzin |
| Bis dahin wird eine Lösung gefunden worden sein. | Tegen die tijd zal er een oplossing gevonden zijn. | Futur II in de lijdende vorm |
Veelgemaakte fouten
Haben of sein weglaten
- Onjuist: Bis morgen werde ich das gemacht.
- Juist: Bis morgen werde ich das gemacht haben.
- Waarom: Werde gemacht is niet de voltooide toekomstige tijd. Het Futur II eindigt altijd met de infinitief haben of sein.
Het verkeerde hulpwerkwoord kiezen
- Onjuist: Er wird schon angekommen haben.
- Juist: Er wird schon angekommen sein.
- Waarom: Het Perfekt is er ist angekommen. Daarom gebruikt het Futur II eveneens sein.
Werden niet vervoegen
- Onjuist: Du werden alles verstanden haben.
- Juist: Du wirst alles verstanden haben.
- Waarom: Alleen werden is de persoonsvorm en moet bij du dus wirst worden. Haben blijft een infinitief.
De eindgroep in een hoofdzin uit elkaar trekken
- Onjuist: Sie wird vergessen haben den Termin.
- Juist: Sie wird den Termin vergessen haben.
- Waarom: In een gewone hoofdzin staan Partizip II + haben/sein samen aan het einde. Het lijdend voorwerp den Termin staat in het middenstuk.
Een verleden vermoeden als zekere toekomst vertalen
- Misleidend: Er wird schon angekommen sein altijd opvatten als ‘Hij zal later aangekomen zijn.’
- Passend in veel contexten: ‘Hij zal wel al aangekomen zijn.’
- Waarom: Woorden als schon en wohl en de gesprekssituatie wijzen vaak op een gevolgtrekking over iets dat al gebeurd is.
Nederlandse woordvolgorde rechtstreeks overnemen
- Onjuist: Bis morgen ich werde alles erledigt haben.
- Juist: Bis morgen werde ich alles erledigt haben.
- Waarom: Staat bis morgen vooraan, dan moet de persoonsvorm direct daarna komen. Het onderwerp volgt op positie drie.
Gebruiksnotities
Voor een voltooide toekomstige handeling klinkt het Futur II vaak precies en enigszins nadrukkelijk. In alledaagse gesprekken gebruikt men geregeld het Perfekt met een duidelijke toekomstige tijdsbepaling:
- Bis morgen habe ich das erledigt.
- Bis morgen werde ich das erledigt haben.
Beide kunnen naar de toekomst verwijzen. De eerste zin is vaak spontaner; de tweede legt sterker de nadruk op het resultaat dat dan bereikt zal zijn. Ook een tegenwoordige tijd kan soms volstaan: Morgen bin ich damit fertig. Kies het Futur II dus niet alleen omdat er iets in de toekomst gebeurt, maar omdat de voltooiing vóór een later ijkpunt relevant is.
Bij vermoedens over het verleden is het Futur II nuttig om afstand te bewaren. Er hat den Termin vergessen presenteert vergeten als een feit. Er wird den Termin vergessen haben presenteert het als de waarschijnlijkste verklaring. Met wohl klinkt die houding nog duidelijker: Er wird den Termin wohl vergessen haben. De vorm kan voorzichtig of beleefd zijn, omdat je niet doet alsof je volledige zekerheid hebt.
Het Nederlandse patroon helpt, maar is niet altijd een woord-voor-woordmodel. Nederlands gebruikt zowel ‘hebben’ als ‘zijn’ in combinaties die niet altijd precies gelijk lopen met het Duits. Controleer daarom de Duitse Perfekt-vorm in plaats van het Nederlandse hulpwerkwoord blind over te nemen.
Verder dan de basis
Futur II tegenover Perfekt en Futur I
| Vorm | Voorbeeld | Gewone lezing |
|---|---|---|
| Präsens | Ich beende den Bericht morgen. | Ik rond het verslag morgen af. |
| Futur I | Ich werde den Bericht morgen beenden. | Ik zal het verslag morgen afronden. |
| Perfekt met toekomstscontext | Bis morgen habe ich den Bericht beendet. | Tegen morgen heb ik het verslag afgerond. |
| Futur II | Bis morgen werde ich den Bericht beendet haben. | Tegen morgen zal ik het verslag afgerond hebben. |
Het Futur I richt de aandacht eerder op de toekomstige handeling; het Futur II op het resultaat dat dan al bereikt is. In de praktijk bepaalt de context veel, en sprekers kiezen vaak een eenvoudigere tijd als die even duidelijk is.
Vermoedens over heden en verleden
Duits gebruikt twee verwante patronen:
- Futur I voor een vermoeden over het heden: Er wird jetzt zu Hause sein. — Hij zal nu wel thuis zijn.
- Futur II voor een vermoeden over het verleden: Er wird nach Hause gegangen sein. — Hij zal wel naar huis gegaan zijn.
Het verschil zit dus niet alleen in zekerheid, maar ook in het tijdsperspectief: toestand nu tegenover voltooide gebeurtenis eerder.
De lijdende vorm
De passieve vorm (een zin waarin de handeling of het resultaat centraal staat, niet de uitvoerder) is mogelijk, maar levert een lange werkwoordgroep op:
- Der Vertrag wird bis Freitag unterschrieben worden sein.
- ‘Het contract zal uiterlijk vrijdag ondertekend zijn.’
De bouw is werden + Partizip II + worden + sein. Let op worden, niet geworden: in het Duitse Perfekt van het procespassief heet het ist unterschrieben worden. Zulke vormen komen vooral voor waar planning, deadlines of formele verslaggeving belangrijk zijn. In gewone gesprekken kiest men vaak een korter alternatief, bijvoorbeeld Bis Freitag ist der Vertrag unterschrieben.
Modale werkwoorden
Met modale werkwoorden als müssen en können worden de eindgroepen nog ingewikkelder. Je kunt vormen aantreffen als Er wird lange haben warten müssen (‘Hij zal lang hebben moeten wachten’). Door de zogeheten vervangende infinitief staat hier müssen in de infinitief in plaats van als voltooid deelwoord. Dit is correct maar zwaar; zelfs gevorderde sprekers formuleren zo'n zin vaak eenvoudiger. Leer deze vorm eerst herkennen en gebruik waar mogelijk een heldere omschrijving.
Oefentips
- Bouw vanuit het Perfekt. Schrijf vijf Perfekt-zinnen op, bijvoorbeeld Sie hat den Brief geschrieben. Zet er vervolgens werden voor en verander het vervoegde hulpwerkwoord in een infinitief: Sie wird den Brief geschrieben haben.
- Oefen de twee betekenissen apart. Maak bij elke vorm één zin met bis + toekomstig tijdstip en één vermoeden met wohl: Bis acht Uhr wird er angekommen sein tegenover Er wird wohl schon angekommen sein.
- Verplaats het eerste zinsdeel. Wissel tussen Ich werde bis Freitag ... en Bis Freitag werde ich .... Doe daarna hetzelfde in een bijzin met dass, zodat haben wird of sein wird vanzelf gaat klinken.
Verwante onderwerpen
- Voorafgaande stap: Futur I — levert de vervoeging van werden en de basis van de Duitse toekomstige tijd.
Vereiste kennis
Futur I in het DuitsB1Meer B2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Futur II in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen