A2

Wederkerende Werkwoorden in het Nederlands

Wederkerend Werkwoorden

Overzicht

Wederkerende werkwoorden drukken uit dat de handeling terugslaat op het subject zelf. Ze worden vergezeld door een wederkerend voornaamwoord (me, je, zich, ons, jullie). Sommige werkwoorden zijn altijd wederkerend; bij andere is het optioneel.

Hoe het werkt

Wederkerende voornaamwoorden

Persoon Wederkerend voornaamwoord
ik me / mij
jij / je je / jou
u zich
hij / zij / het zich
wij / we ons
jullie je / jullie
zij / ze zich

Veelgebruikte wederkerende werkwoorden

Werkwoord Betekenis
zich wassen to wash (oneself)
zich aankleden to get dressed
zich herinneren to remember
zich vergissen to be mistaken
zich voelen to feel
zich haasten to hurry
zich gedragen to behave
zich voorstellen to introduce oneself / to imagine

Plaatsing in de zin

In een hoofdzin staat het wederkerend voornaamwoord direct na het werkwoord (of na het subject):

  • Ik was me.
  • Hij kleedt zich aan.
  • We haasten ons.

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Ik was me elke ochtend. I wash myself every morning. Dagelijkse routine
Ze kleedt zich snel aan. She gets dressed quickly. Aankleding
Hij vergist zich vaak. He is often mistaken. Fouten maken
Wij herinneren ons die zomer. We remember that summer. Herinnering
Je gedraagt je goed. You are behaving well. Gedrag
Ze voelt zich niet goed vandaag. She doesn't feel well today. Gevoel
Mag ik me even voorstellen? May I introduce myself? Kennismaking
Haast je, we zijn al laat! Hurry up, we are already late! Imperatief

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
Hij wast hem. Hij wast zich. Terugslaan op subject → zich.
Ik vergis mij altijd. Ik vergis me altijd. Onbeklemtoond me is informeel; mij is meer beklemtoond.
Ze kleedt haar aan. Ze kleedt zich aan. Wederkerend → zich.

Oefentips

  1. Ochtendrutine. Beschrijf je ochtend met wederkerende werkwoorden: Ik was me, ik kleed me aan...
  2. Lijstje uit je hoofd. Leer de tien meest gebruikte wederkerende werkwoorden.
  3. Zich vs. me/je. Let op het verschil: 1e/2e persoon → me/je; 3e persoon en formeel → zich.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige Werkwoorden (Tegenwoordige Tijd) in het NederlandsA1

Meer A2-concepten

Wil je Wederkerende Werkwoorden in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen