A1

Gostar in het Portugees

O Verbo Gostar

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

In het kort

Met gostar de zeg je dat iemand iets of iemand leuk vindt, of iets graag doet: Gosto de café en Gosto de cozinhar. Gostar wordt gewoon vervoegd naar degene die de voorkeur heeft; de hoort bij het werkwoord en mag je niet weglaten. Staat er een bepaald lidwoord na de, dan trek je beide woorden samen: de + o = do, de + a = da.

Overzicht

Gostar is het gewone Portugese werkwoord voor iets of iemand leuk vinden, ergens van houden of iets graag doen. Je komt het al op A1-niveau tegen omdat het meteen bruikbaar is voor eten, muziek, hobby's, reizen en mensen: Gosto de jazz, Gostamos de caminhar en Ela gosta dele.

De belangrijkste bouwsteen is gostar de. Na de kan een zelfstandig naamwoord staan (een woord voor een persoon, zaak of begrip), zoals música, maar ook een infinitief (de onvervoegde vorm van een werkwoord), zoals viajar. De basispatronen zijn dus gostar de + zelfstandig naamwoord en gostar de + infinitief.

Voor Nederlandstaligen zijn er twee gewoontes die snel tot fouten leiden. In het Nederlands staat in ‘ik vind koffie lekker’ geen voorzetsel na vinden, terwijl het Portugese gostar juist altijd de verlangt. Bovendien wordt het onderwerp (degene die iets leuk vindt) in het Portugees vaak niet uitgesproken, omdat de werkwoordsvorm al genoeg informatie geeft: Gosto de ler betekent vanzelf ‘Ik lees graag’.

Zo werkt het

De tegenwoordige tijd

Gostar is een regelmatig werkwoord op -ar. Haal -ar van de infinitief af en voeg de uitgangen van de tegenwoordige tijd toe aan de stam gost-.

Persoon Vorm Voorbeeld Nederlandse betekenis
eu gosto Eu gosto de chá. Ik houd van thee.
tu gostas Tu gostas de dançar. Jij danst graag.
ele / ela / você gosta Ela gosta de arte. Zij houdt van kunst.
nós gostamos Nós gostamos do bairro. Wij vinden de wijk leuk.
vós gostais Vós gostais de música? Houden jullie van muziek?
eles / elas / vocês gostam Eles gostam de cozinhar. Zij koken graag.

De vorm vós gostais hoort bij de volledige vervoeging, maar is in het dagelijkse taalgebruik zeldzaam. In Portugal hoor je voor meervoudig ‘jullie’ meestal vocês gostam. In Brazilië zijn você gosta en vocês gostam heel gewoon. Tu gostas is standaard waar tu wordt gebruikt; in delen van Brazilië hoor je daarnaast informeel tu gosta, maar als beginner kun je het best de standaardcombinatie tu gostas leren.

Een persoonlijk voornaamwoord zoals eu of nós is vaak niet nodig. Gosto de praia kan alleen ‘ik houd van het strand’ betekenen, doordat gosto de ik-vorm is. Spreek het onderwerp wel uit bij nadruk of tegenstelling: Eu gosto de chá, mas ela gosta de café — ‘Ik houd van thee, maar zij van koffie.’

Het vaste voorzetsel de

Na gostar volgt de, niet rechtstreeks een zaak of activiteit:

  • gostar de + zaak: Gostamos de livros. — We houden van boeken.
  • gostar de + persoon: Ela gosta do Rui. — Ze vindt Rui leuk / ze houdt van Rui.
  • gostar de + activiteit: Gostas de nadar? — Zwem je graag?

Bij een infinitief zet je maar één de: Gosto de viajar. Het tweede werkwoord blijft in de infinitief; je zegt dus niet gosto de viajo.

De met lidwoorden: do, da, dos en das

Komt na de een bepaald lidwoord (het Portugese equivalent van ‘de’ of ‘het’), dan is de samentrekking verplicht.

Combinatie Samentrekking Voorbeeld Betekenis
de + o do Gosto do livro. Ik vind het boek goed/leuk.
de + a da Gosto da cidade. Ik vind de stad leuk.
de + os dos Gosto dos museus. Ik houd van de musea.
de + as das Gosto das praias. Ik houd van de stranden.

Daarom is Não gostamos do frio correct: frio staat hier met het mannelijke lidwoord o, en de + o wordt do. Ook bij een naam die met een lidwoord wordt gebruikt, ontstaat een samentrekking: Gosto da Ana.

Het verschil tussen wel en geen lidwoord kan de betekenis preciezer maken:

  • Gosto de música. — Ik houd van muziek in het algemeen.
  • Gosto da música. — Ik vind de muziek mooi, bijvoorbeeld de muziek die nu speelt.
  • Gosto de pizza. — Ik houd van pizza als soort eten.
  • Gosto da pizza. — Ik vind deze of de bedoelde pizza lekker.

Het Nederlands maakt dit onderscheid soms ook, maar gebruikt daarvoor vaak de context. Let in het Portugees bewust op de combinatie van de en het lidwoord.

Vragen en ontkenningen

Voor een ja-neevraag verandert de woordvolgorde meestal niet. De intonatie en het vraagteken maken er een vraag van:

  • Gostas de filmes? — Houd je van films?
  • Vocês gostam daqui? — Vinden jullie het hier fijn?

Voor een ontkenning zet je não vóór de vervoegde vorm:

  • Não gosto de café. — Ik houd niet van koffie.
  • Ela não gosta do frio. — Zij houdt niet van de kou.

Gebruik je een onderwerp, dan staat dat normaal vóór não: Eu não gosto de acordar cedo.

Intensiteit en vergelijking

Met muito versterk je de voorkeur. Muito staat gewoonlijk na gostar en vóór de:

  • Gosto muito de Lisboa. — Ik houd erg van Lissabon.
  • Gostamos bastante deste restaurante. — We vinden dit restaurant behoorlijk goed.
  • Não gosto nada de esperar. — Ik houd helemaal niet van wachten.

Om twee voorkeuren te vergelijken, kun je gostar mais de ... do que de ... gebruiken:

Gosto mais de chá do que de café. — Ik houd meer van thee dan van koffie.

Het tweede de blijft staan, omdat zowel chá als café bij gostar de horen.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Toelichting
Gosto de pizza. Ik houd van pizza. Algemene voorkeur, dus zonder lidwoord.
Gostas de filmes? Houd je van films? Vraag met tu; de woordvolgorde blijft gelijk.
Ele gosta de viajar. Hij reist graag. Na de staat de infinitief viajar.
Não gostamos do frio. Wij houden niet van de kou. De + o wordt do.
A Marta gosta da música. Marta vindt de muziek mooi. Het gaat om bepaalde muziek: de + a = da.
Vocês gostam de cozinhar juntos? Koken jullie graag samen? Vocês krijgt de vorm gostam.
Eu gosto de chá, mas ele prefere café. Ik houd van thee, maar hij heeft liever koffie. Eu staat er voor het contrast met ele.
Os meus filhos gostam muito de animais. Mijn kinderen zijn erg dol op dieren. Muito versterkt gostar.
Ela não gosta nada de esperar. Ze houdt helemaal niet van wachten. Não ... nada versterkt de ontkenning.
Gosto deste café porque é tranquilo. Ik vind dit café fijn omdat het rustig is. De + este wordt deste.
Gostamos mais da praia do que da piscina. Wij houden meer van het strand dan van het zwembad. Beide bepaalde namen krijgen een samentrekking.
O Pedro gosta dela. Pedro vindt haar leuk / houdt van haar. De + ela wordt dela. De context bepaalt hoe sterk het gevoel is.

Veelgemaakte fouten

De weglaten

  • Fout: Gosto música.
  • Goed: Gosto de música.
  • Waarom: Gostar verlangt het vaste voorzetsel de. Het Nederlandse ‘muziek leuk vinden’ bevat geen vergelijkbaar voorzetsel, maar die Nederlandse structuur kun je niet letterlijk overnemen.

Niet samentrekken met een lidwoord

  • Fout: Gosto de o livro.
  • Goed: Gosto do livro.
  • Waarom: De + o wordt verplicht do. Hetzelfde geldt voor da, dos en das.

Het verkeerde onderwerp bij de werkwoordsvorm nemen

  • Fout: Eu gosta de café.
  • Goed: Eu gosto de café.
  • Waarom: Degene met de voorkeur is het onderwerp (wie de handeling of toestand draagt), en gostar wordt daarmee normaal vervoegd: eu gosto, tu gostas, ela gosta. Laat je niet in de war brengen door het Spaanse gustar, dat anders is opgebouwd.

Het tweede werkwoord vervoegen

  • Fout: Gosto de viajo.
  • Goed: Gosto de viajar.
  • Waarom: Na gostar de staat een activiteit in de infinitief: viajar, ler, cozinhar.

Een Nederlandse vraagconstructie nabootsen

  • Fout: Fazes gostar de filmes?
  • Goed: Gostas de filmes?
  • Waarom: Het Portugees heeft hier geen extra hulpwerkwoord nodig. De gewone mededelende volgorde krijgt vraagintonatie.

De vergeten bij een vergelijking

  • Fout: Gosto mais de chá do que café.
  • Goed: Gosto mais de chá do que de café.
  • Waarom: Beide delen vullen afzonderlijk gostar de aan. Herhaal daarom het voorzetsel in een zorgvuldige vergelijking.

Gebruiksnotities

Gostar de dekt meerdere Nederlandse formuleringen. Bij eten kan Gosto desta sopa natuurlijker worden vertaald als ‘Ik vind deze soep lekker’; bij activiteiten wordt Gosto de correr vaak ‘Ik loop graag hard’. Vertaal dus de hele boodschap en niet elk woord afzonderlijk.

Bij personen hangt de gevoelssterkte af van de context. Gosto do João kan betekenen dat je João aardig vindt, maar in een gesprek over verliefdheid kan het ook romantische belangstelling uitdrukken. Gostar muito de alguém kan warme genegenheid aangeven zonder automatisch ‘verliefd zijn’ te betekenen.

Verwar gostar de niet met adorar en preferir. Deze twee veelgebruikte werkwoorden nemen normaal geen de: Adoro chocolate (‘Ik ben dol op chocolade’) en Prefiro chá (‘Ik heb liever thee’). Het voorzetsel hoort dus bij het gekozen Portugese werkwoord, niet bij het Nederlandse idee van leuk vinden.

Voor een beleefd verzoek hoor je vaak gostaria de: Gostaria de um café, por favor — ‘Ik zou graag een koffie willen.’ In Portugal is ook Gostava de um café heel gebruikelijk als beleefde wens. Dat zijn andere tijden en functies dan de gewone tegenwoordige tijd gosto de.

Verder dan de basis

De volgende vormen hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.

Verleden en beleefdheid

Omdat gostar regelmatig is, verschijnen voorspelbare vormen in andere tijden:

  • Pretérito perfeito voor een afgeronde reactie: Gostei do filme. — Ik vond de film goed.
  • Pretérito imperfeito voor een vroegere, voortdurende voorkeur: Quando era criança, gostava de desenhar. — Als kind tekende ik graag.
  • Condicional voor een beleefde wens: Gostaria de falar consigo. — Ik zou graag met u spreken.

Let vooral op gostei: in een gesprek na een maaltijd, reis of voorstelling is dit vaak het natuurlijke antwoord op de vraag of iets beviel.

Voornaamwoorden en aanwijzende woorden na de

Na de komen vaak samengevoegde vormen. Bij persoonlijke voornaamwoorden krijg je onder meer dele, dela, deles en delas:

  • Gosto dela. — Ik vind haar leuk / ik houd van haar.
  • Não gosto deles. — Ik mag hen niet / ik houd niet van hen.

Ook aanwijzende woorden trekken samen: deste, desse, daquele, en de onzijdige vormen disto, disso, daquilo. Die onzijdige vormen verwijzen naar een situatie of idee, niet naar een zelfstandig naamwoord:

  • Gosto disso. — Dat vind ik leuk.
  • Não gosto daquilo. — Daar houd ik niet van.

Een eigen onderwerp bij de activiteit

Op een hoger niveau kan de infinitief een eigen onderwerp krijgen. Portugees heeft daarvoor onder meer de persoonlijke infinitief (een infinitief die laat zien wie de handeling uitvoert): Gosto de vocês virem cá — ‘Ik vind het fijn dat jullie hier komen.’ In zulke zinnen is degene die iets fijn vindt niet dezelfde als degene die komt. Voor beginners is een eenvoudige herformulering vaak veiliger, bijvoorbeeld Gosto quando vocês vêm cá.

Een volledige bijzin met que

De beginnersregel gostar de geldt betrouwbaar vóór een naamwoord, voornaamwoord of infinitief. Vóór een volledige bijzin met que wordt de in het dagelijkse Portugees echter vaak weggelaten: Gosto que tudo esteja organizado — ‘Ik vind het fijn dat alles geordend is.’ Na que staat hier de conjunctief (een werkwoordsvorm voor onder meer wensen en subjectieve reacties). Dit is een later zinstype; op A1-niveau kun je meestal eenvoudiger formuleren met een infinitief of met quando.

Oefentips

  1. Maak drie persoonlijke lijstjes. Schrijf vijf zinnen met gosto de, drie met não gosto de en twee met gosto muito de. Wissel zelfstandige naamwoorden en infinitieven af: Gosto de café, Gosto de caminhar.
  2. Oefen de samentrekkingen als paren. Zet een algemene voorkeur naast een specifieke: Gosto de música tegenover Gosto da música. Doe hetzelfde met livros/dos livros en praias/das praias.
  3. Stel echte vragen. Vraag een taalpartner Gostas de cozinhar? of Você gosta de cozinhar?, passend bij de gekozen Portugese variant. Herhaal het antwoord met een andere persoon: Ela gosta de cozinhar.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden op -ar in het PortugeesA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen