A1

Piacere in het Italiaans

Il Verbo Piacere

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Bij piacere is de persoon die iets leuk vindt niet het onderwerp: letterlijk betekent Mi piace la pizza ongeveer ‘De pizza bevalt mij’. Gebruik piace bij één ding of een werkwoord en piacciono bij meerdere dingen: Mi piace il film, maar Mi piacciono i film.

Overzicht

Het Italiaanse piacere wordt vaak vertaald met ‘leuk vinden’, maar de zinsbouw lijkt niet op die van het Nederlandse werkwoord. In Ik vind de film leuk is ik het onderwerp (wie de handeling uitvoert) en de film het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). In het Italiaans draai je dat perspectief om: de film ‘bevalt aan mij’. Daarom zeg je Mi piace il film.

Dit verschil is de sleutel tot de hele constructie. Het Italiaanse werkwoord past zich aan het ding aan dat bevalt: één film geeft piace, meerdere films geven piacciono. De persoon die de voorkeur ervaart, wordt uitgedrukt met een indirect voornaamwoord (een kort woordje dat aangeeft aan wie iets bevalt), zoals mi, ti of ci.

Piacere is al op A1-niveau onmisbaar. Je gebruikt het voor eten, muziek, mensen, plaatsen en activiteiten. In het Nederlands kiezen we afhankelijk van de context voor ‘leuk vinden’, ‘lekker vinden’, ‘graag doen’ of ‘bevallen’. Het Italiaans kan in al die gevallen vaak dezelfde constructie met piacere gebruiken.

Zo werkt het

De basisstructuur

De eenvoudigste volgorde is:

indirect voornaamwoord + piace/piacciono + wat je leuk vindt

In Mi piace la pizza zijn de delen als volgt verdeeld:

Deel Functie Betekenis
mi aan mij ik vind ... leuk
piace bevalt, enkelvoud past bij la pizza
la pizza onderwerp datgene wat bevalt

Het grammaticale onderwerp staat hier dus meestal achter het werkwoord. Dat voelt voor Nederlandstaligen ongewoon, maar de overeenkomst van het werkwoord maakt de structuur zichtbaar:

  • Mi piace il libro — Ik vind het boek leuk.
  • Mi piacciono i libri — Ik vind de boeken leuk.

Wie vindt het leuk?

Gebruik het juiste indirecte voornaamwoord vóór piace of piacciono.

Persoon Kort woord Voorbeeld Nederlandse betekenis
ik mi Mi piace. Ik vind het leuk.
jij ti Ti piace? Vind jij het leuk?
hij gli Gli piace. Hij vindt het leuk.
zij le Le piace. Zij vindt het leuk.
u, beleefd Le Le piace? Vindt u het leuk?
wij ci Ci piace. Wij vinden het leuk.
jullie vi Vi piace? Vinden jullie het leuk?
zij gli Gli piace. Zij vinden het leuk.

Bij de beleefde aanspreekvorm wordt Le vaak met een hoofdletter geschreven om duidelijk te maken dat ‘u’ bedoeld is. In hedendaagse teksten komt de kleine letter ook voor. De context voorkomt meestal verwarring met le voor ‘aan haar’.

Voor ‘aan hen’ is gli heel gewoon in de moderne spreektaal en ook breed geaccepteerd in neutraal gebruik. Je kunt daarnaast a loro tegenkomen, vooral wanneer ‘zij’ nadruk krijgt: A loro piace il jazz.

Piace of piacciono?

Kijk niet naar de persoon die iets leuk vindt, maar naar wat die persoon leuk vindt.

Wat bevalt? Vorm Voorbeeld
één zelfstandig naamwoord piace Mi piace questa città.
een ontelbaar begrip piace Mi piace il caffè.
een activiteit in de infinitief piace Mi piace leggere.
meerdere dingen of personen piacciono Mi piacciono queste città.

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, dier, ding of begrip, zoals amico, gatto, libro of musica. Een infinitief is de onbepaalde vorm van een werkwoord, zoals leggere ‘lezen’ of viaggiare ‘reizen’. Een infinitief geldt hier als één activiteit en krijgt daarom piace:

  • Gli piace viaggiare. — Hij reist graag.
  • Ci piace cucinare insieme. — We koken graag samen.

Let op een belangrijk verschil met het Nederlands. ‘Ik houd van films kijken’ bevat in betekenis zowel een meervoud als een activiteit, maar in Mi piace guardare i film bepaalt de hele activiteit guardare i film de werkwoordsvorm. Daarom staat er piace, niet piacciono.

Een naam of nadrukkelijk voornaamwoord

Als je de persoon bij naam noemt, gebruik je a:

  • A Sofia piace il mare. — Sofia houdt van de zee.
  • A Marco piacciono i documentari. — Marco vindt documentaires leuk.
  • Ai miei genitori piace Roma. — Mijn ouders vinden Rome leuk.

Voor contrast of nadruk gebruik je a me, a te, a lui, a lei, a noi, a voi of a loro:

  • A me piace il tè, ma a lui piace il caffè. — Ik houd van thee, maar hij van koffie.
  • A noi non piace, e a voi? — Wij vinden het niet leuk, en jullie?

In een neutrale zin kies je meestal óf het korte voornaamwoord óf de vorm met a: Mi piace of A me piace. De tweede vorm legt nadruk op ‘mij’.

Ontkenningen en vragen

Voor een ontkenning zet je non vóór het korte voornaamwoord:

  • Non mi piace il freddo. — Ik houd niet van kou.
  • Non ci piacciono i locali rumorosi. — Wij houden niet van lawaaierige cafés.

Voor een gewone ja-neevraag verandert de woordvolgorde meestal niet. De intonatie of het vraagteken maakt er een vraag van:

  • Ti piace la pizza? — Vind je pizza lekker?
  • Vi piacciono questi colori? — Vinden jullie deze kleuren mooi?

Met een vraagwoord kun je bijvoorbeeld zeggen:

  • Che cosa ti piace fare nel tempo libero? — Wat doe je graag in je vrije tijd?
  • Quale musica le piace? — Van welke muziek houdt zij?
  • Perché non ti piace questo posto? — Waarom vind je deze plek niet leuk?

Hoe sterk is je voorkeur?

Met een bijwoord (een woord dat iets zegt over de manier of mate) kun je de voorkeur nuanceren:

  • Mi piace molto. — Ik vind het erg leuk.
  • Mi piace abbastanza. — Ik vind het best aardig.
  • Mi piace tantissimo. — Ik vind het ontzettend leuk.
  • Non mi piace per niente. — Ik vind het helemaal niet leuk.

Voor ‘liever’ is preferire vaak preciezer: Preferisco il tè al caffè betekent ‘Ik heb liever thee dan koffie’. Mi piace di più il tè is ook mogelijk en betekent letterlijk dat thee je meer bevalt.

Voorbeelden in context

De Nederlandse vertaling wisselt bewust tussen ‘leuk vinden’, ‘lekker vinden’, ‘mooi vinden’, ‘houden van’ en ‘graag’. Zo klinkt de vertaling natuurlijk, terwijl de Italiaanse constructie hetzelfde blijft.

Italiaans Nederlands Opmerking
Mi piace la pizza. Ik vind pizza lekker. Eén gerecht: piace.
Ti piacciono i film? Houd je van films? Meervoud i film: piacciono.
Gli piace viaggiare. Hij reist graag. Een infinitief geldt als één activiteit.
Non ci piace il freddo. We houden niet van kou. Non staat vóór ci.
Le piace questa canzone? Vindt u dit lied mooi? Beleefde aanspreekvorm.
A Giulia piacciono i gatti. Giulia houdt van katten. Een naam krijgt a.
Vi piace cucinare insieme? Koken jullie graag samen? Vi verwijst naar ‘jullie’.
Mi piacciono molto le tue foto. Ik vind je foto's erg mooi. Le tue foto is meervoud.
A me piace il mare, a Luca la montagna. Ik houd van de zee, Luca van de bergen. In het tweede deel kan piace worden weggelaten.
Che cosa ti piace fare la domenica? Wat doe je graag op zondag? Vraag naar een activiteit.
Non gli piacciono i cibi piccanti. Hij houdt niet van pittig eten. Het grammaticale onderwerp is meervoud.
Ci piace molto vivere qui. We wonen hier heel graag. De hele activiteit volgt op piace.
Ai bambini piace questo gioco. De kinderen vinden dit spel leuk. Meerdere ervaarders, maar één spel: piace.
Mi piace, ma non lo compro. Ik vind het mooi, maar ik koop het niet. Uit de context is duidelijk wat mi piace betreft.

Veelgemaakte fouten

Piace laten overeenkomen met de persoon

  • Fout: Mi piaccio la pizza.
  • Goed: Mi piace la pizza.
  • Waarom: La pizza is het onderwerp en is enkelvoud. Mi betekent ‘aan mij’; het maakt het werkwoord niet tot de ik-vorm.

Piace gebruiken bij een meervoud

  • Fout: Mi piace i film italiani.
  • Goed: Mi piacciono i film italiani.
  • Waarom: I film italiani is meervoud, dus het werkwoord moet ook in het meervoud staan.

Piacciono gebruiken vóór een infinitief

  • Fout: Mi piacciono leggere la sera.
  • Goed: Mi piace leggere la sera.
  • Waarom: De infinitief leggere benoemt één activiteit en krijgt daarom piace, ook als er verderop een meervoudig woord zou staan.

Het Nederlandse onderwerp letterlijk overnemen

  • Fout: Io piace la musica.
  • Goed: Mi piace la musica.
  • Waarom: Nederlands ‘ik’ wordt in deze constructie niet Italiaans io, maar mi ‘aan mij’. Voor nadruk kan wel A me piace la musica.

Het voorzetsel a vergeten bij een naam

  • Fout: Maria piace il gelato.
  • Goed: A Maria piace il gelato.
  • Waarom: Zonder a lijkt Maria zelf degene die bevalt. De persoon die iets leuk vindt, wordt met a ingeleid.

Twee neutrale persoonsvormen opstapelen

  • Minder neutraal: A me mi piace la pasta.
  • Neutraal: A me piace la pasta. of Mi piace la pasta.
  • Waarom: A me mi piace komt vaak voor in spontane spreektaal en kan een onderwerp extra naar voren halen. In verzorgde, neutrale taal kies je meestal één van beide vormen. Behandel de dubbele vorm dus niet als onbegrijpelijk, maar gebruik hem als beginner liever niet standaard.

Gebruiksnotities

Piacere drukt een positieve reactie of voorkeur uit, maar de beste Nederlandse vertaling hangt af van het onderwerp. Bij eten klinkt ‘lekker vinden’ natuurlijk, bij kleding ‘mooi vinden’, bij activiteiten vaak ‘graag doen’ en bij personen ‘leuk of aardig vinden’. Vertaal daarom de bedoeling, niet elk woord afzonderlijk.

Bij een persoon kan piacere meer betekenen dan alleen ‘aardig vinden’. Mi piace Paolo kan, afhankelijk van context en intonatie, aangeven dat je Paolo aantrekkelijk vindt of romantische belangstelling hebt. Als je uitsluitend wilt zeggen dat iemand sympathiek is, zijn formuleringen als Paolo mi è simpatico of Paolo è una persona simpatica duidelijker.

De persoon of zaak die bevalt kan voor of na het werkwoord staan. Na het werkwoord is de gewone, ongemarkeerde volgorde: Mi piace questo ristorante. Vooropplaatsing legt vaak nadruk op het onderwerp: Questo ristorante mi piace molto — ‘Dit restaurant vind ik echt goed’. Het korte voornaamwoord blijft vóór het werkwoord staan.

Verwar mi piace niet met vorrei. In een café kun je Mi piace il cappuccino zeggen als algemene voorkeur, maar bij een bestelling is Vorrei un cappuccino (‘Ik zou graag een cappuccino willen’) natuurlijker.

Verder dan de basis

De volgende vormen hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar ze maken het systeem compleet.

De andere persoonsvormen van piacere

Piacere kan volledig worden vervoegd: piaccio, piaci, piace, piacciamo, piacete, piacciono. In voorkeurzinnen zie je vooral piace en piacciono, omdat het onderwerp meestal een ding, persoon of activiteit in de derde persoon is. De andere vormen zijn echter mogelijk wanneer ‘ik’, ‘jij’, ‘wij’ of ‘jullie’ zelf degene zijn die bevalt:

  • Ti piaccio? — Vind je me leuk? / Val ik bij je in de smaak?
  • Mi piaci molto. — Ik vind je erg leuk.
  • Piacciamo ai bambini. — De kinderen vinden ons leuk.

Ook hier bepaalt het onderwerp de vorm. In Mi piaci is het onuitgesproken onderwerp tu, dus staat piaci.

Piacere in het verleden

In de passato prossimo (een veelgebruikte voltooid verleden tijd) wordt piacere gevormd met essere. Het voltooid deelwoord (de vorm zoals piaciuto) past zich aan het onderwerp aan in geslacht en getal:

Italiaans Nederlands Opmerking
Mi è piaciuto il film. Ik vond de film leuk. Mannelijk enkelvoud: piaciuto.
Mi è piaciuta la mostra. Ik vond de tentoonstelling mooi. Vrouwelijk enkelvoud: piaciuta.
Mi sono piaciuti i film. Ik vond de films leuk. Mannelijk meervoud: piaciuti.
Mi sono piaciute le foto. Ik vond de foto's mooi. Vrouwelijk meervoud: piaciute.

Dezelfde omgekeerde logica blijft dus gelden: niet de persoon, maar het bevallende onderwerp bepaalt zowel è/sono als de uitgang van piaciuto.

Voorwaardelijke en aanvoegende vormen

Voor een voorzichtige wens of voorkeur hoor je vaak de voorwaardelijke wijs (een werkwoordsvorm voor ‘zou’): Mi piacerebbe visitare Napoli — ‘Ik zou Napels graag bezoeken’. Bij meerdere concrete dingen staat piacerebbero: Mi piacerebbero quelle scarpe — ‘Die schoenen zou ik mooi vinden’.

In zinnen als Penso che ti piaccia (‘Ik denk dat je het leuk vindt’) staat piaccia in de aanvoegende wijs (een vorm die onder meer na twijfel, mening of gevoel kan verschijnen). Dat is leerstof voor later; voor nu is vooral nuttig dat je piaccia kunt herkennen als een vorm van hetzelfde werkwoord.

Oefentips

  1. Werk met paren. Maak van elke enkelvoudige zin een meervoud: Mi piace il libroMi piacciono i libri. Zo train je precies het verschil dat Nederlandstaligen vaak missen.
  2. Begin vanuit het Italiaanse perspectief. Vraag bij elke zin eerst: ‘Wat bevalt?’ Kies daarmee piace of piacciono. Vraag daarna: ‘Aan wie?’ Kies daarmee mi, ti, gli, le, ci of vi.
  3. Beschrijf je eigen voorkeuren. Schrijf vijf zinnen met zelfstandige naamwoorden en vijf met activiteiten, bijvoorbeeld eten, muziek en vrije tijd. Voeg daarna molto, abbastanza, per niente en een ontkenning toe.

Verwante onderwerpen

  • Vooraf: Regelmatige werkwoorden op -ARE — helpt je herkennen hoe Italiaanse werkwoorden van vorm veranderen, ook al heeft piacere zijn eigen patroon en eindigt het op -ere.

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden op -are in het ItaliaansA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Il Verbo Piacere in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen