A1

Het werkwoord *poder* in het Portugees

O Verbo Poder

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

In het kort

Het onregelmatige werkwoord poder betekent, afhankelijk van de situatie, kunnen, mogen of mogelijk zijn. In de tegenwoordige tijd zijn de vormen posso, podes, pode, podemos, podeis, podem. Meestal volgt daarna een infinitief (het hele werkwoord): Posso entrar? betekent ‘Mag ik binnenkomen?’

Overzicht

Poder is een van de belangrijkste Portugese werkwoorden. Je gebruikt het om te zeggen dat iemand ergens toe in staat is, toestemming heeft of dat iets misschien gebeurt. Daardoor dekt één Portugees werkwoord meerdere Nederlandse woorden: Sei nadar gaat over weten hoe je zwemt, maar Posso nadar kan betekenen dat je lichamelijk kunt zwemmen of dat je toestemming hebt om te gaan zwemmen. De situatie maakt duidelijk welke betekenis bedoeld is.

Dit onderwerp hoort bij A1, omdat je met poder al snel nuttige vragen kunt stellen: Posso pagar com cartão? (‘Kan/mag ik met de kaart betalen?’) en Pode repetir? (‘Kunt u dat herhalen?’). De basis is eenvoudig: vervoeg poder en zet het andere werkwoord in de infinitief. Alleen de vervoeging zelf is onregelmatig en moet je dus apart leren.

Voor Nederlandstaligen is vooral de woordvolgorde even wennen. In een Nederlandse hoofdzin staat het tweede werkwoord vaak achteraan: ‘Wij kunnen morgen komen.’ In het Portugees staan beide werkwoorden doorgaans bij elkaar: Nós podemos vir amanhã. Bovendien wordt het onderwerp (wie iets doet) vaak weggelaten, omdat de werkwoordsvorm al veel informatie geeft: Podemos entrar? is volledig en natuurlijk.

Hoe het werkt

De tegenwoordige tijd

De infinitief is poder. De stam en klinker veranderen in een deel van de vormen; je kunt het werkwoord daarom niet vervoegen alsof het een regelmatig werkwoord op -er is.

Persoon Portugees Betekenis
eu posso ik kan / mag
tu podes jij kunt / mag
ele / ela / você pode hij/zij kan of mag; u/jij kunt of mag
nós podemos wij kunnen / mogen
vós podeis jullie kunnen / mogen
eles / elas / vocês podem zij kunnen of mogen; jullie kunnen of mogen

Let vooral op eu posso met dubbel s. Schrijf niet podo. In podemos en podeis blijft de klinker van de infinitief behouden; de andere vormen hebben een andere beklemtoonde klinker.

Het voornaamwoord vós en de vorm podeis bestaan, maar zijn in alledaagse taal beperkt. In Portugal hoor je voor een groep meestal vocês podem. In grote delen van Brazilië zijn você pode en vocês podem de gewone aanspreekvormen. Tu podes is gangbaar in Portugal en in sommige Braziliaanse regio’s; het precieze gebruik verschilt daar per regio.

Het basispatroon: poder + infinitief

Na de vervoegde vorm van poder komt meestal direct een infinitief:

onderwerp + poder + infinitief + rest van de zin

Portugees Nederlands Toelichting
Eu posso esperar. Ik kan wachten. posso hoort bij eu; esperar verandert niet.
Ela pode conduzir. Zij kan autorijden. Capaciteit of praktische mogelijkheid.
Podemos falar amanhã. We kunnen morgen praten. falar staat vlak na podemos.
Vocês podem entrar. Jullie mogen naar binnen. Toestemming in de context.

Het onderwerp mag vaak weg: Posso esperar, Pode conduzir en Podemos falar. Voeg het juist toe als je een tegenstelling wilt maken: Eu posso ir, mas ele não pode (‘Ik kan gaan, maar hij niet’).

Drie kernbetekenissen

1. In staat zijn of gelegenheid hebben

Hier komt poder meestal overeen met Nederlands kunnen. Het kan gaan om lichamelijke of praktische mogelijkheid, beschikbare tijd of omstandigheden.

  • Não posso levantar esta caixa. — Ik kan deze doos niet optillen.
  • Hoje podemos ficar até tarde. — Vandaag kunnen we tot laat blijven.
  • Ela pode trabalhar de casa. — Zij kan thuiswerken.

Voor een aangeleerde vaardigheid kiest het Portugees soms liever saber (‘weten hoe’): Sei nadar betekent ‘Ik kan zwemmen’ in de zin dat ik zwemmen geleerd heb. Posso nadar hoje betekent eerder dat het vandaag mogelijk of toegestaan is. Dit onderscheid is niet altijd absoluut, maar helpt om natuurlijker te formuleren.

2. Toestemming vragen of geven

In het Nederlands zeggen we vaak mogen, terwijl het Portugees gewoon poder gebruikt.

  • Posso sentar-me aqui? — Mag ik hier gaan zitten?
  • Podes usar o meu telefone. — Je mag mijn telefoon gebruiken.
  • Não podem estacionar aqui. — Jullie/zij mogen hier niet parkeren.

Een vraag met posso...? vraagt meestal om toestemming. Pode...? kan, afhankelijk van de aanspreekvorm, ‘Kan hij/zij...?’ of ‘Kunt u...?’ betekenen.

3. Mogelijkheid of onzekerheid

Als er geen concrete persoon iets ‘kan’, drukt poder vaak uit dat iets mogelijk is.

  • Pode chover esta noite. — Het kan vannacht regenen.
  • O comboio pode chegar atrasado. — De trein kan te laat aankomen.
  • Isso pode ser verdade. — Dat kan waar zijn.

Hier is een Nederlandse vertaling met ‘misschien’ soms natuurlijker: Ele pode vir mais tarde kan zowel ‘Hij kan later komen’ als ‘Misschien komt hij later’ betekenen. De bredere context beslist.

Ontkenningen

Zet não vóór de vervoegde vorm van poder:

onderwerp + não + poder + infinitief

  • Não posso ir. — Ik kan niet gaan.
  • Ela não pode ficar. — Zij kan/mag niet blijven.
  • Não podemos abrir a janela. — We kunnen/mogen het raam niet openen.

Ninguém (‘niemand’) en andere negatieve woorden kunnen de zin eveneens ontkennend maken: Ninguém pode entrar (‘Niemand mag naar binnen’). Als ninguém vóór het werkwoord staat, is er geen extra não nodig.

Let op de dubbelzinnigheid van een losse zin als Não pode vir. Zonder genoemd onderwerp kan dit ‘Hij/zij kan niet komen’, ‘U kunt niet komen’ of in een verbod ‘U mag niet komen’ betekenen. In een echt gesprek maakt de situatie dat meestal duidelijk.

Vragen

Een ja-neevraag heeft meestal dezelfde woordvolgorde als een mededeling. In gesproken taal hoor je aan de intonatie dat het een vraag is; in geschreven taal staat er een vraagteken.

  • Posso ajudar-te? — Kan ik je helpen?
  • Podemos entrar? — Mogen we binnenkomen?
  • Podes vir amanhã? — Kun je morgen komen?
  • Pode repetir, por favor? — Kunt u dat herhalen, alstublieft?

Het Nederlands maakt bij vragen vaak een omkering: ‘Kun je komen?’ Het Portugees hoeft podes en het onderwerp niet op zo’n Nederlandse manier om te draaien. Tu podes vir? is mogelijk, maar meestal volstaat Podes vir?

Voorbeelden in context

De vertaling van poder wisselt bewust tussen ‘kunnen’, ‘mogen’ en ‘misschien’. Probeer telkens eerst uit de situatie af te leiden welke lezing het meest logisch is.

Portugees Nederlands Toelichting
Posso ajudar-te? Kan ik je helpen? Aanbod; voornaamwoordplaatsing zoals vaak in Portugal.
Não pode vir hoje. Hij/zij kan vandaag niet komen. Het onderwerp blijkt uit de context.
Podemos entrar? Mogen we binnenkomen? Vraag om toestemming.
Não podem ficar aqui. Zij/jullie mogen hier niet blijven. Verbod of ontbrekende mogelijkheid.
Podes fechar a porta? Kun je de deur dichtdoen? Informeel verzoek aan één persoon.
Pode falar mais devagar, por favor? Kunt u wat langzamer spreken, alstublieft? Beleefd verzoek met de derde persoon enkelvoud.
Hoje não posso almoçar contigo. Vandaag kan ik niet met je lunchen. Praktische onmogelijkheid.
A Marta pode trabalhar de casa amanhã. Marta kan morgen thuiswerken. Toestemming of regeling.
Este bilhete pode ser usado amanhã. Dit kaartje kan morgen worden gebruikt. Mogelijkheid in de lijdende vorm: het kaartje ondergaat de handeling.
Pode haver um erro na fatura. Er kan een fout op de factuur staan. Onzekere mogelijkheid.
Vocês podem esperar lá fora. Jullie kunnen buiten wachten. Aanspreking van meerdere personen.
Eu posso cozinhar, mas ele não pode. Ik kan koken, maar hij niet. Onderwerp genoemd voor tegenstelling.
Não podemos fazer barulho depois das dez. We mogen na tien uur geen lawaai maken. Regel of verbod.
Pode ser às oito? Kan het om acht uur? Voorstel over een tijdstip.
— Café ou chá? — Pode ser café. — Koffie of thee? — Koffie is goed. Pode ser als aanvaarding van een keuze.

Veelgemaakte fouten

Poder als een regelmatig werkwoord vervoegen

  • Onjuist: Eu podo falar português.
  • Juist: Eu posso falar português.
  • Waarom: de ik-vorm is onregelmatig: posso. Leer de zes vormen als één vast rijtje.

Het tweede werkwoord ook vervoegen

  • Onjuist: Nós podemos entramos agora.
  • Juist: Nós podemos entrar agora.
  • Waarom: alleen poder wordt vervoegd. Het tweede werkwoord blijft in de infinitief: entrar.

De Nederlandse woordvolgorde overnemen

  • Onnatuurlijk: Podemos amanhã no centro encontrar-nos.
  • Natuurlijk: Podemos encontrar-nos amanhã no centro.
  • Waarom: zet de infinitief normaal direct na poder. De Nederlandse gewoonte om het tweede werkwoord naar het einde te sturen, geldt hier niet.

Não bij het verkeerde werkwoord zetten

  • Onjuist: Posso não ir als je eenvoudig ‘Ik kan niet gaan’ bedoelt.
  • Juist: Não posso ir.
  • Waarom: não vóór poder ontkent het kunnen. Posso não ir is grammaticaal, maar betekent iets anders: ‘Ik kan eventueel niet gaan’ of ‘Misschien ga ik niet’.

Altijd met ‘kunnen’ vertalen

  • Misleidend: Posso entrar? alleen lezen als ‘Ben ik in staat binnen te komen?’
  • Passend: ‘Mag ik binnenkomen?’
  • Waarom: bij toestemming gebruikt het Nederlands meestal ‘mogen’. Kijk naar de bedoeling, niet alleen naar een woordenboekvertaling.

Overal poder gebruiken voor een aangeleerde vaardigheid

  • Minder passend: Posso falar português als je alleen wilt zeggen dat je de taal beheerst.
  • Vaak natuurlijker: Sei falar português.
  • Waarom: saber + infinitief benadrukt dat je weet hoe je iets doet; poder benadrukt dat het mogelijk of toegestaan is. Posso falar português aqui? is wél precies goed: ‘Mag ik hier Portugees spreken?’

Gebruiksaantekeningen

Aanspreekvorm en beleefdheid

In Europees Portugees is tu podes informeel. Voor afstandelijker of beleefder taalgebruik kan de derde persoon enkelvoud worden gebruikt: Pode ajudar-me? De aangesprokene hoeft niet expliciet genoemd te worden. Een naam of titel met de derde persoon komt ook voor, bijvoorbeeld A senhora pode esperar aqui? (‘Kunt u hier wachten?’).

In Braziliaans Portugees is você pode op veel plaatsen een gewone enkelvoudige aanspreekvorm, niet per se formeel. Tegen meerdere personen is vocês podem zeer gebruikelijk in zowel Brazilië als het hedendaagse Portugal. Eén vaste Nederlandse tegenstelling tussen ‘jij’ en ‘u’ past dus niet overal precies op het Portugees.

Plaats van korte voornaamwoorden

In Portugal staat een kort voornaamwoord in een bevestigende infinitiefconstructie vaak achter het infinitief: Posso ajudar-te?, Podemos encontrar-nos amanhã. In Brazilië hoor je vaak Posso te ajudar? en Podemos nos encontrar amanhã. Beide horen bij correct, natuurlijk Portugees binnen hun eigen variëteit. Kies tijdens het leren één hoofdvariant, maar leer de andere herkennen.

Pode ser

De combinatie pode ser betekent letterlijk ‘het kan zijn’, maar is in gesprekken bijzonder veelzijdig. Ze kan onzekerheid uitdrukken (Pode ser verdade — ‘Het kan waar zijn’), een voorstel doen (Pode ser amanhã? — ‘Kan het morgen?’) of instemming geven (Pode ser — ‘Prima/dat is goed’). De toon en de voorafgaande vraag bepalen de betekenis.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende vormen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen. Ze zijn wel nuttig om te herkennen, omdat poder ook buiten de tegenwoordige tijd zeer vaak voorkomt.

Podia, pude en poderia

Portugees Nederlands Toelichting
Quando era criança, podia brincar na rua. Toen ik kind was, kon ik op straat spelen. podia: vroegere, durende of herhaalde mogelijkheid.
Ontem pude falar com a médica. Gisteren heb ik de arts kunnen spreken. pude: mogelijkheid die zich op een afgerond moment voordeed.
Podia fechar a janela? Zou u het raam kunnen sluiten? podia maakt een verzoek zachter.
Poderia enviar-me o documento? Zou u mij het document kunnen sturen? poderia: beleefd en wat formeler verzoek.

Het verschil tussen podia en pude hangt samen met twee Portugese verleden tijden. Als eerste vuistregel kun je podia koppelen aan een toestand, gewoonte of achtergrond en pude aan één afgeronde gelegenheid waarbij iets mogelijk bleek.

Possa en andere latere vormen

Na bepaalde uitdrukkingen verschijnt de conjunctief (een werkwoordsvorm voor onder meer wens, twijfel of niet-vaststaande situaties): Espero que possas vir (‘Ik hoop dat je kunt komen’) en Talvez ele possa ajudar (‘Misschien kan hij helpen’). Gebruik na talvez dus niet automatisch de gewone vorm pode. Dit onderwerp hoort bij een later niveau.

Vaste combinaties en het zelfstandig naamwoord

In Não posso deixar de rir betekent de combinatie letterlijk ‘Ik kan niet nalaten te lachen’ en natuurlijk Nederlands ‘Ik moet wel lachen’. Ook komt poder als zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) voor: o poder betekent ‘de macht’ of ‘het vermogen’. In O poder da música (‘De kracht van muziek’) is poder dus geen vervoegd werkwoord.

Oefentips

  1. Leer vormen in korte zinnen. Zeg niet alleen posso, podes, pode..., maar maak zes mini-zinnen: Posso ir, Podes entrar, Pode esperar, Podemos falar, Podeis começar, Podem ficar. Zo verbind je de vorm meteen aan een persoon en een infinitief.
  2. Sorteer op betekenis. Neem tien voorbeelden en label ze als capaciteit, toestemming of mogelijkheid. Vertaal poder daarna bewust met ‘kunnen’, ‘mogen’ of ‘misschien’. Dit voorkomt woord-voor-woordvertalen.
  3. Oefen echte vragen. Bedenk vragen die je in een café, hotel of les nodig hebt, zoals Posso pagar com cartão?, Pode repetir? en Podemos sentar-nos aqui? Spreek ze hardop uit zonder een onderwerpvoornaamwoord toe te voegen.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste basis: Regelmatige werkwoorden op -AR — oefent het idee dat de werkwoordsvorm verandert met de persoon en dat het onderwerp vaak kan worden weggelaten.

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden op -ar in het PortugeesA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen O Verbo Poder in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen