A1

Potere in het Italiaans: kunnen en mogen

Il Verbo Potere

languages.seo.contextNote


concept: it-a1-potere lang: it ui: nl title: Potere in het Italiaans: kunnen en mogen description: >- Leer potere in het Italiaans vervoegen en gebruiken voor kunnen, mogen en mogelijkheid, met infinitieven, ontkenningen en alledaagse voorbeelden. generation: article: version: native-ui-reference-v3.1 model: openai-codex/gpt-5.6-sol at: 2026-07-13T17:38:51Z reviews: spell-check: status: flagged at: 2026-07-13T17:38:51Z score: 0.0015 score-english: 0 score-coverage: 0.0015 suspects: ["Eén", "onvervoegde", "puo"] criteria: v7 language-mixing: status: clean at: 2026-07-13T18:00:00Z criteria: v2


Kort gezegd

Het onregelmatige werkwoord potere betekent meestal kunnen of mogen. In de tegenwoordige tijd gebruik je posso, puoi, può, possiamo, potete, possono, gevolgd door een infinitief (het hele werkwoord): Posso entrare? betekent afhankelijk van de situatie “Kan ik naar binnen?” of “Mag ik naar binnen?”

Overzicht

Met potere zeg je dat een handeling mogelijk of toegestaan is. Het is een modaal werkwoord: een werkwoord dat de betekenis van een ander werkwoord aanvult met bijvoorbeeld mogelijkheid of toestemming. In Possiamo partire noemt partire de handeling — vertrekken — en geeft possiamo aan dat die handeling voor ons mogelijk is.

Je komt potere al op A1-niveau tegen, omdat het onmisbaar is in gewone gesprekken. Je kunt ermee om hulp vragen, toestemming vragen, een afspraak bespreken of uitleggen waarom iets niet lukt: Puoi aiutarmi?, Posso usare il bagno?, Non possiamo venire sabato.

Voor Nederlandstaligen vraagt vooral de vertaling aandacht. Het Nederlands kiest tussen kunnen en mogen, terwijl het Italiaans voor beide vaak potere gebruikt. Bovendien kan Nederlands kunnen zowel een aangeleerde vaardigheid als een praktische mogelijkheid aanduiden. Italiaans maakt op dat punt soms onderscheid tussen sapere en potere. Voor de basisregel hoef je maar dit te onthouden: vervoeg potere en laat het werkwoord erna in de infinitief staan.

Hoe het werkt

De tegenwoordige tijd

Potere is onregelmatig. De vormen volgen niet netjes het gewone patroon van werkwoorden op -ere en moeten daarom apart worden geleerd.

Persoon Vorm van potere Betekenis
io posso ik kan / mag
tu puoi jij kunt / mag
lui, lei, Lei può hij/zij kan; u kunt / mag
noi possiamo wij kunnen / mogen
voi potete jullie kunnen / mogen
loro possono zij kunnen / mogen

Let goed op drie vormen:

  • posso heeft dubbel s;
  • può heeft altijd een accent op de ò;
  • possono heeft eveneens dubbel s.

Italiaans noemt het onderwerp vaak niet, omdat de werkwoordsvorm al laat zien om welke persoon het gaat. Posso restare is dus een volledige, natuurlijke zin. Io voeg je vooral toe om nadruk of een tegenstelling te maken: Io posso restare, ma Giulia deve andare — “Ik kan blijven, maar Giulia moet gaan.”

Potere + infinitief

Na de vervoegde vorm van potere staat gewoonlijk een infinitief: de onvervoegde vorm die in het Nederlands vaak op -en eindigt, zoals “komen” of “wachten”. In het Italiaans eindigt die vorm meestal op -are, -ere of -ire.

Opbouw Italiaans Nederlands
potere + parlare Posso parlare. Ik kan spreken.
potere + aspettare Puoi aspettare? Kun je wachten?
potere + partire Possiamo partire. We kunnen vertrekken.

Alleen potere past zich aan het onderwerp aan. Het tweede werkwoord blijft onveranderd: puoi venire, niet puoi vieni; possono mangiare, niet possono mangiano.

Er staat geen voorzetsel tussen beide werkwoorden. Nederlands gebruikt hier evenmin “om te”: posso leggere is letterlijk van hetzelfde type als “ik kan lezen”, niet “ik kan om te lezen”.

Mogelijkheid, omstandigheden en toestemming

Eén Italiaanse vorm kan verschillende Nederlandse vertalingen hebben:

Betekenis Voorbeeld Natuurlijke vertaling
praktische mogelijkheid Posso venire alle nove. Ik kan om negen uur komen.
toestemming Posso aprire la finestra? Mag ik het raam opendoen?
algemene mogelijkheid Qui può nevicare in aprile. Hier kan het in april sneeuwen.
gelegenheid Oggi possiamo parlare con calma. Vandaag kunnen we rustig praten.

De omgeving en de gesprekssituatie bepalen de betekenis. Bij Posso uscire? vraagt een kind waarschijnlijk toestemming; iemand die controleert of de deur niet geblokkeerd is, kan naar de praktische mogelijkheid vragen.

Ontkenningen

Voor een ontkenning zet je non direct vóór de vorm van potere:

Bevestigend Ontkennend
Puoi entrare. Non puoi entrare.
Possiamo aspettare. Non possiamo aspettare.
Possono restare. Non possono restare.

Ook een ontkenning kan dubbelzinnig zijn. Non puoi parcheggiare qui kan betekenen dat parkeren hier niet mogelijk is, maar meestal begrijpt men het als “Je mag hier niet parkeren.” Wil je een uitdrukkelijk verbod formuleren, dan zijn op borden ook constructies met vietato gebruikelijk, zoals È vietato fumare — “Roken is verboden.”

Vragen en verzoeken

Bij een eenvoudige Italiaanse vraag hoef je de woordvolgorde niet om te draaien. De intonatie en het vraagteken maken duidelijk dat het een vraag is:

  • Puoi venire domani. — Je kunt morgen komen.
  • Puoi venire domani? — Kun je morgen komen?

Posso…? is een handige manier om toestemming te vragen: Posso sedermi qui? — “Mag ik hier gaan zitten?” Met puoi…? of formeel può…? maak je een verzoek: Puoi chiudere la porta? — “Kun je de deur dichtdoen?” De toon, per favore en de relatie tussen de sprekers bepalen hoe beleefd dat klinkt.

Korte voornaamwoorden bij het tweede werkwoord

Een voornaamwoord is een kort woord dat naar een persoon of zaak verwijst, zoals “me”, “je” of “het”. Bij een modaal werkwoord kan zo'n Italiaans voornaamwoord op twee plaatsen staan:

Aan de infinitief vast Vóór potere Nederlands
Posso aiutarti? Ti posso aiutare? Kan ik je helpen?
Puoi chiamarmi? Mi puoi chiamare? Kun je me bellen?
Non possiamo comprarlo. Non lo possiamo comprare. We kunnen het niet kopen.

Beide volgordes zijn correct. Als het voornaamwoord aan de infinitief komt, valt de laatste -e weg: aiutare + ti wordt aiutarti. Bij wederkerende werkwoorden — werkwoorden waarbij de handeling naar het onderwerp terugkeert — zie je hetzelfde: Posso sedermi? en Mi posso sedere? betekenen beide “Mag ik gaan zitten?”

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Posso aiutarti? Kan ik je helpen? Een aanbod met posso.
Non può venire. Hij/zij kan niet komen. De situatie bepaalt of lui of lei bedoeld is.
Possiamo entrare? Mogen we binnenkomen? Een vraag om toestemming.
Non possono restare. Ze kunnen niet blijven. Possono hoort bij loro.
Puoi parlare più lentamente, per favore? Kun je wat langzamer praten, alsjeblieft? Een bruikbaar verzoek tijdens het leren.
Oggi posso lavorare da casa. Vandaag kan ik thuiswerken. De omstandigheden maken het mogelijk.
Non puoi fumare qui. Je mag hier niet roken. In deze context drukt de ontkenning een verbod uit.
Può ripetere, per favore? Kunt u dat herhalen, alstublieft? Formeel verzoek met de derde persoon enkelvoud.
Possiamo pagare con la carta? Kunnen we met de kaart betalen? Vraag naar een praktische mogelijkheid.
Potete aspettare fuori. Jullie kunnen buiten wachten. Gericht tot meer dan één persoon.
I bambini possono giocare in giardino. De kinderen mogen in de tuin spelen. Toestemming; het onderwerp staat er als zelfstandig naamwoord bij.
Qui può fare molto caldo d'estate. Hier kan het 's zomers erg warm worden. Algemene mogelijkheid.
Quando puoi chiamarmi? Wanneer kun je me bellen? Vraagwoord vóór de gewone constructie.
Non posso mangiare le noci. Ik kan geen noten eten. Kan bijvoorbeeld op een allergie wijzen.
Scusi, posso sedermi qui? Pardon, mag ik hier gaan zitten? Beleefde vraag aan een onbekende.

Veelgemaakte fouten

Het tweede werkwoord vervoegen

  • Fout: Posso parlo italiano.
  • Goed: Posso parlare italiano.
  • Waarom: Alleen potere krijgt een persoonsvorm. Na posso staat de infinitief parlare.

Regelmatige uitgangen op potere plakken

  • Fout: Io poto venire of loro potono venire.
  • Goed: Io posso venire en loro possono venire.
  • Waarom: Potere is onregelmatig. Leer de zes vormen als één reeks en leid ze niet af van een regelmatig werkwoord op -ere.

Het accent in può weglaten

  • Fout: Maria puo entrare.
  • Goed: Maria può entrare.
  • Waarom: De derde persoon enkelvoud wordt in de standaardspelling altijd può geschreven. Het accent hoort bij de vorm.

Kunnen altijd als potere vertalen

  • Minder passend: Posso nuotare wanneer je alleen wilt zeggen dat je hebt leren zwemmen.
  • Beter: So nuotare.
  • Waarom: Voor een aangeleerde vaardigheid gebruikt Italiaans vaak sapere + infinitief: so guidare (“ik kan autorijden”), sai sciare? (“kun jij skiën?”). Posso nuotare oggi gaat eerder over de mogelijkheid of toestemming om vandaag te zwemmen.

Het onderwerp telkens uitspreken

  • Stijf zonder bijzondere nadruk: Io posso pagare? Io posso entrare?
  • Natuurlijk: Posso pagare? Posso entrare?
  • Waarom: De uitgang van het Italiaanse werkwoord maakt het onderwerp meestal al duidelijk. Io is wel goed als je “ík, in tegenstelling tot iemand anders” bedoelt.

Tu combineren met de vorm può

  • Fout: Tu può aspettare?
  • Goed: Tu puoi aspettare?
  • Formeel: Lei può aspettare?
  • Waarom: Tu hoort bij puoi. Het beleefde Lei (“u”) krijgt juist de derde persoon enkelvoud può.

Gebruiksnotities

Informeel en formeel aanspreken

Tegen één bekende gebruik je doorgaans tu puoi; tegen meerdere mensen voi potete. In een formelere situatie gebruik je Lei può voor één persoon. Het onderwerp kan bij een beleefd verzoek worden weggelaten als de situatie duidelijk is: Può firmare qui? betekent dan “Kunt u hier tekenen?” In brieven en zeer verzorgde communicatie zie je soms een hoofdletter in vormen die naar de aangesproken persoon verwijzen, maar in hedendaagse gewone teksten is een kleine letter ook gebruikelijk.

Een verzoek met Puoi…? is vaak prima onder vrienden of collega's, zeker met per favore. Toch kan het directer klinken dan het Nederlandse “zou je misschien kunnen…”. Voor extra afstand of beleefdheid gebruikt men vaak de voorwaardelijke vormen potresti en potrebbe; die komen verderop aan bod.

Potere en sapere zijn niet hetzelfde

Nederlands kunnen dekt twee situaties die het Italiaans geregeld uit elkaar houdt:

  • sapere + infinitief: weten hoe je iets doet, een vaardigheid beheersen — So cucinare;
  • potere + infinitief: in staat of in de gelegenheid zijn, toestemming hebben — Posso cucinare stasera.

Het onderscheid is niet in elke denkbare zin absoluut, maar het is een nuttige keuzehulp. Vraag jezelf af: “Heb ik dit geleerd?” Dan ligt sapere vaak voor de hand. Vraag je: “Laten mijn tijd, gezondheid, regels of omstandigheden dit toe?” Dan past potere meestal beter.

Onpersoonlijk si può

Met si può praat je algemeen, zonder één persoon als onderwerp te noemen. Het lijkt vaak op Nederlands “je kunt”, “men kan” of “het mag”:

  • Si può pagare in contanti. — Je kunt contant betalen.
  • Qui non si può parcheggiare. — Hier mag je niet parkeren.
  • Si può entrare? — Mag je naar binnen? / Mogen we naar binnen?

Deze vorm staat veel op websites, mededelingen en bordjes. Voor de basis hoef je hem vooral te herkennen.

Voorbij de basis: later en gevorderd gebruik

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen. Ze laten wel zien waarom je potere later opnieuw tegenkomt.

Beleefder en hypothetisch met de voorwaardelijke wijs

De voorwaardelijke wijs is een werkwoordsvorm voor onder meer hypothetische situaties en voorzichtige verzoeken. Vergelijk:

Direct en alledaags Zachter of formeler Nederlands
Puoi aiutarmi? Potresti aiutarmi? Kun je / zou je me kunnen helpen?
Può aspettare? Potrebbe aspettare? Kunt u / zou u kunnen wachten?
Posso avere il conto? Potrei avere il conto? Mag / zou ik de rekening mogen?

Met potrebbe kan potere ook onzekerheid uitdrukken: Potrebbe piovere betekent “Het zou kunnen regenen.”

Potere in het verleden

In de passato prossimo, een veelgebruikte verleden tijd die lijkt op “heb kunnen”, krijg je vormen als ho potuto: Non ho potuto chiamarti — “Ik heb je niet kunnen bellen.” Bij modale werkwoorden kan de keuze van het hulpwerkwoord samenhangen met de infinitief die volgt, en het hedendaagse gebruik vertoont variatie. Dat onderwerp verdient daarom een aparte behandeling; neem niet zonder meer aan dat elke verleden vorm altijd hetzelfde hulpwerkwoord heeft.

Een weggelaten infinitief

Als iedereen begrijpt om welke handeling het gaat, kan de infinitief ontbreken:

  • Posso? — Mag ik?
  • Puoi venire alle otto? — Sì, posso. — Kun je om acht uur komen? — Ja, dat kan.
  • Fai quello che puoi. — Doe wat je kunt.

Dit is geen andere vervoeging. De ontbrekende handeling wordt eenvoudig uit de context aangevuld.

Vaste combinaties

Sommige veelvoorkomende uitdrukkingen moet je als geheel leren:

  • può essere — het kan zijn / misschien;
  • può darsi — het zou kunnen / mogelijk;
  • non ne posso più — ik kan er niet meer tegen / ik heb er genoeg van;
  • per quanto possibile — voor zover mogelijk.

Daarnaast bestaat il potere als zelfstandig naamwoord met de betekenis “de macht” of “het vermogen”. Dat woord heeft dezelfde vorm als de infinitief, maar vervult een andere rol in de zin: il potere politico betekent “de politieke macht”.

Oefentips

  1. Leer de vormen in drie paren: posso–possiamo, puoi–potete, può–possono. Maak bij elk paar één bevestigende zin en één zin met non.
  2. Oefen per bedoeling. Maak drie kaartjes met “vaardigheid”, “praktische mogelijkheid” en “toestemming”. Kies bij vaardigheid tussen sapere en potere; maak bij de andere twee een vraag met potere. Zo train je betekenis in plaats van alleen vertaling.
  3. Gebruik vaste reissituaties. Zeg hardop Posso entrare?, Possiamo pagare con la carta?, Può ripetere? en Non posso venire. Vervang daarna telkens de infinitief, maar laat de vorm van potere staan.

Verwante concepten

languages.concept.prerequisite

Regelmatige werkwoorden op -are in het ItaliaansA1

languages.concept.buildsOn

languages.concept.related

languages.concept.otherLanguages

languages.concept.compareLanguages

languages.cta.conceptText

languages.cta.practiceConceptButton