A1

Pouvoir in het Frans: kunnen en mogen

Le Verbe Pouvoir

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.


concept: fr-a1-pouvoir lang: fr ui: nl title: Pouvoir in het Frans: kunnen en mogen description: >- Leer pouvoir in de tegenwoordige tijd gebruiken voor kunnen, mogen en mogelijkheid, met vervoeging, uitspraak, vragen en duidelijke voorbeelden. generation: article: version: native-ui-reference-v3.1 model: openai-codex/gpt-5.6-sol at: 2026-07-12T19:06:22Z reviews: spell-check: status: flagged at: 2026-07-12T19:06:22Z score: 0.0092 score-english: 0.0058 score-coverage: 0.0092 suspects: ["-ER", "-ent", "-er", "-niveau", "-t-", "aujourd", "hui", "inversievorm", "medeklinkerklank", "peu-", "peuv", "peuv-", "poe-vee", "poe-von", "pouv-", "pouvezez", "pouvonsons", "slot-z", "z-klank"] criteria: v7 language-mixing: status: clean at: 2026-07-12T19:07:04Z criteria: v2


In het kort

Pouvoir betekent meestal kunnen of mogen. In de tegenwoordige tijd gebruik je je peux, tu peux, il/elle/on peut, nous pouvons, vous pouvez, ils/elles peuvent. Daarna volgt doorgaans een infinitief (de onverbogen vorm van een werkwoord): Je peux venir betekent, afhankelijk van de situatie, ‘Ik kan komen’ of ‘Ik mag komen’.

Overzicht

Pouvoir is vanaf A1-niveau onmisbaar. Je gebruikt het om te zeggen dat iemand iets kan, dat omstandigheden iets mogelijk maken of dat iemand toestemming heeft. Je kunt er ook toestemming mee vragen, hulp aanbieden en beleefd informeren naar wat mogelijk is: Vous pouvez répéter ? (‘Kunt u dat herhalen?’).

Voor een Nederlandstalige is de basisconstructie gelukkig herkenbaar. Net als in ‘wij kunnen vertrekken’ staat er een vervoegde vorm en een tweede werkwoord: nous pouvons partir. Het Franse tweede werkwoord blijft in de infinitief. Anders dan in het Nederlands komt het niet aan het einde van een lange zin, maar direct na pouvoir en eventuele korte voornaamwoorden: Je peux vous aider aujourd’hui (‘Ik kan u vandaag helpen’).

Toch vallen kunnen en mogen niet precies samen. Frans gebruikt voor beide vaak pouvoir. Tu peux sortir kan dus ‘Je kunt naar buiten’ én ‘Je mag naar buiten’ betekenen. De situatie, intonatie en rest van de zin maken de bedoelde betekenis duidelijk.

Hoe het werkt

De vervoeging in de tegenwoordige tijd

Pouvoir is onregelmatig. Je kunt de vormen daarom beter als één geheel leren dan proberen ze af te leiden van regelmatige werkwoorden op -er.

Persoon Vorm Nederlandse betekenis
je je peux ik kan / mag
tu tu peux jij kunt / mag
il / elle / on il / elle / on peut hij / zij / men kan of mag; we kunnen of mogen
nous nous pouvons wij kunnen / mogen
vous vous pouvez jullie kunnen / mogen; u kunt / mag
ils / elles ils / elles peuvent zij kunnen / mogen

Er zijn drie zichtbare stammen: peu- in peux en peut, pouv- in pouvons en pouvez, en peuv- in peuvent. Let vooral op nous pouvons en vous pouvez: vormen als nous pouvonsons of vous pouvezez bestaan niet.

Uitspraak: de spelling laat niet alles horen

Je peux, tu peux en il peut eindigen in de uitspraak op dezelfde klinker; de geschreven x en t hoor je niet. In ils peuvent hoor je de medeklinker van de stam wel. Ook de uitgang -ent zelf is stil.

Geschreven vorm Uitspraak bij benadering Aandachtspunt
peux, peut ‘peu’ x en t zijn stil
pouvons ‘poe-von’ met nasale slotklank de stam klinkt als pouv-
pouvez ‘poe-vee’ de slot-z is stil
peuvent ‘peuv’ -ent is stil

In vous pouvez is de verbinding tussen vous en het werkwoord normaal hoorbaar als een z-klank. Leer de combinatie daarom hardop als één ritmisch blok.

De basisbouw: pouvoir + infinitief

Het onderwerp (wie iets doet) bepaalt de vorm van pouvoir. Het werkwoord erna blijft onveranderd:

onderwerp + vervoegde vorm van pouvoir + infinitief

  • Je peux attendre. — Ik kan wachten.
  • Nous pouvons commencer. — We kunnen beginnen.
  • Elles peuvent rester. — Ze kunnen blijven.

In het Nederlands kan een tweede werkwoord ver naar achteren schuiven: ‘We kunnen morgen na het ontbijt vertrekken.’ In het Frans blijven pouvoir en de infinitief meestal dicht bij elkaar: Nous pouvons partir demain après le petit-déjeuner. Zet dus niet automatisch alle Franse werkwoorden achteraan volgens het Nederlandse patroon.

Bekwaamheid, mogelijkheid en toestemming

Dezelfde constructie heeft drie veelvoorkomende functies.

Functie Frans Betekenis
vermogen of situatie Je peux porter ce sac. Ik kan deze tas dragen.
praktische mogelijkheid On peut prendre le train. We kunnen de trein nemen.
toestemming Vous pouvez entrer. U mag naar binnen.

Bij een aangeleerde vaardigheid bestaat er een nuttig verschil tussen pouvoir en savoir. Je sais nager betekent dat je kunt zwemmen doordat je die vaardigheid beheerst. Je peux nager aujourd’hui zegt dat zwemmen vandaag mogelijk is, bijvoorbeeld omdat het zwembad open is of omdat je arm hersteld is. Nederlands gebruikt in beide gevallen ‘kunnen’, waardoor Nederlandstaligen dit onderscheid gemakkelijk missen.

Ontkenning

In verzorgd geschreven Frans staat ne ... pas om de vervoegde vorm van pouvoir. De infinitief blijft erna staan:

onderwerp + ne + pouvoir + pas + infinitief

  • Je ne peux pas venir. — Ik kan niet komen.
  • Nous ne pouvons pas entrer. — We mogen niet naar binnen.
  • Ils ne peuvent pas rester. — Ze kunnen niet blijven.

Voor een klinker wordt ne afgekort tot n’, maar de vormen van pouvoir beginnen allemaal met een medeklinkerklank. Bij dit werkwoord zie je daarom gewoon ne peux pas, ne peut pas en ne peuvent pas. In informele spreektaal valt ne vaak weg: Je peux pas venir. Begrijp die vorm gerust, maar schrijf op beginnersniveau liever Je ne peux pas venir.

Korte voornaamwoorden

Een kort voornaamwoord dat bij de infinitief hoort, staat vóór die infinitief. In Je peux t’aider ondergaat t’ de hulp: ‘Ik kan je helpen.’

  • Je peux vous appeler ? — Kan ik u/jullie bellen?
  • Tu peux le faire. — Je kunt het doen.
  • Nous pouvons lui parler. — We kunnen met hem/haar praten.

Dit verschilt van het Nederlands, waar ‘je’, ‘het’ of ‘hem’ vaak na het tweede werkwoord komt. Zeg dus niet Je peux aider te, maar Je peux t’aider.

Vragen stellen

Frans biedt meerdere vraagvormen. Ze betekenen in wezen hetzelfde, maar verschillen in stijl.

Vraagvorm Voorbeeld Gebruik
stijgende intonatie Tu peux venir ? heel gewoon in gesprekken
est-ce que Est-ce que tu peux venir ? neutraal en duidelijk
inversie Peux-tu venir ? verzorgder of formeler

Bij inversie komt het onderwerp na het werkwoord en staat er een koppelteken: peux-tu, pouvez-vous. In de derde persoon verschijnt een extra -t- om de uitspraak soepel te maken: Peut-il venir ? en Peut-elle entrer ? Die t voegt geen betekenis toe.

Voor toestemming kun je eenvoudig vragen: Je peux entrer ? Dat is in een alledaags gesprek heel normaal. Puis-je entrer ? is een vaste, formele vraagvorm. Gebruik niet Peux-je: bij je is juist puis-je de gebruikelijke inversievorm.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Toelichting
Je peux t’aider ? Kan ik je helpen? aanbod; letterlijk ook een vraag naar mogelijkheid
Tu peux venir ce soir ? Kun je vanavond komen? gewone gesproken vraag
Nous pouvons entrer ? Mogen we binnenkomen? vraag om toestemming
Elle peut travailler de chez elle demain. Ze kan morgen thuiswerken. praktische mogelijkheid
On peut prendre le bus. We kunnen de bus nemen. voorstel of beschikbare optie
Vous pouvez répéter, s’il vous plaît ? Kunt u dat herhalen, alstublieft? beleefd verzoek
Ils ne peuvent pas rester. Ze kunnen niet blijven. ontkenning rond peuvent
Tu peux utiliser mon ordinateur. Je mag mijn computer gebruiken. verleende toestemming
Je ne peux pas ouvrir la porte. Ik krijg de deur niet open. onvermogen in deze situatie
Est-ce qu’on peut payer par carte ? Kunnen we met de kaart betalen? informeren naar een mogelijkheid
Peux-tu fermer la fenêtre ? Kun je het raam sluiten? verzoek met inversie
Vous pouvez vous asseoir ici. U kunt hier gaan zitten. beleefde uitnodiging of toestemming
Marie sait conduire, mais elle ne peut pas conduire aujourd’hui. Marie kan autorijden, maar ze kan vandaag niet rijden. vaardigheid met savoir, huidige mogelijkheid met pouvoir
Il peut y avoir du retard. Er kan vertraging zijn. mogelijkheid, niet persoonlijke bekwaamheid

Veelgemaakte fouten

1. Een regelmatige uitgang toevoegen

  • Fout: Nous pouvonsons partir.
  • Goed: Nous pouvons partir.
  • Waarom: Pouvoir is onregelmatig. Pouvons is al de volledige vorm voor nous; er komt geen extra uitgang bij.

2. De infinitief ook vervoegen

  • Fout: Je peux viens demain.
  • Goed: Je peux venir demain.
  • Waarom: Alleen pouvoir wordt aan het onderwerp aangepast. Het tweede werkwoord blijft een infinitief: venir.

3. Nederlands ‘mogen’ altijd met een ander Frans werkwoord vertalen

  • Fout: Je dois entrer ? als je ‘Mag ik binnenkomen?’ bedoelt.
  • Goed: Je peux entrer ?
  • Waarom: Devoir drukt meestal een plicht uit: ‘moeten’. Voor gewone toestemming gebruikt Frans vaak pouvoir.

4. De ontkenning om beide werkwoorden zetten

  • Fout: Je ne peux venir pas.
  • Goed: Je ne peux pas venir.
  • Waarom: Ne ... pas omsluit de vervoegde vorm peux, niet de infinitief venir.

5. Pouvoir gebruiken voor elke aangeleerde vaardigheid

  • Minder passend: Je peux nager als je alleen wilt zeggen dat je zwemmen hebt geleerd.
  • Beter: Je sais nager.
  • Waarom: Voor een beheerste vaardigheid gebruikt Frans vaak savoir + infinitief. Je peux nager benadrukt eerder dat zwemmen op dit moment mogelijk is. In sommige situaties kan pouvoir wel degelijk over lichamelijk vermogen gaan; de context beslist.

6. Peux-je vormen

  • Fout: Peux-je vous poser une question ?
  • Goed: Puis-je vous poser une question ?
  • Ook goed en minder formeel: Est-ce que je peux vous poser une question ?
  • Waarom: Bij formele inversie met je gebruikt men de vaste vorm puis-je.

Gebruiksnotities

Een vraag met pouvoir is vaak eigenlijk een verzoek

Tu peux fermer la porte ? vraagt grammaticaal of iemand daartoe in staat is, maar wordt normaal begrepen als ‘Wil je de deur even sluiten?’ Hetzelfde gebeurt in het Nederlands met ‘Kun je ...?’. De toon bepaalt hoe vriendelijk of dwingend het klinkt. Met s’il te plaît of s’il vous plaît maak je het verzoek expliciet beleefd.

On kan wij betekenen

In alledaags gesproken Frans gebruikt men vaak on waar geschreven of formeler Frans nous heeft. Daarom zijn zowel Nous pouvons commencer als On peut commencer correct. De tweede zin klinkt in een gewoon gesprek vaak natuurlijker. Let erop dat on altijd de enkelvoudsvorm peut krijgt, ook als het ‘wij’ betekent.

Kunnen en mogen blijven soms dubbelzinnig

Paul peut sortir kan betekenen dat Paul lichamelijk of praktisch naar buiten kan, maar ook dat hij toestemming heeft. Als het onderscheid belangrijk is, voeg je context toe:

  • Le médecin dit que Paul peut sortir. — De arts zegt dat Paul naar buiten mag.
  • Paul peut enfin marcher et sortir seul. — Paul kan eindelijk lopen en alleen naar buiten.

Beleefdheid en stijl

Est-ce que je peux ... ? is neutraal en in veel situaties beleefd genoeg. Puis-je ... ? klinkt formeler en past bijvoorbeeld bij een officiële gelegenheid of verzorgde brief. In heel beleefde verzoeken gebruikt men vaak de conditionnel (een vorm die een mogelijkheid of voorwaarde zachter voorstelt): Pourriez-vous m’aider ? betekent ‘Zou u mij kunnen helpen?’

Verder dan de basis

De volgende vormen hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen. Je zult ze later echter vaak tegenkomen, en ze horen bij een volledig beeld van pouvoir.

Andere tijden en wijzen

Vorm Voorbeeld Betekenis of functie
imparfait Je pouvais venir. ik kon / mocht komen; voortdurende of vroegere mogelijkheid
futur simple Je pourrai venir demain. ik zal morgen kunnen komen
conditionnel Je pourrais venir. ik zou kunnen komen
passé composé J’ai pu venir. ik heb kunnen komen / het is me gelukt te komen
subjonctif Il faut que je puisse venir. het is nodig dat ik kan komen

Let op het verschil tussen pourrai en pourrais: ze klinken in veel uitspraken bijna of helemaal hetzelfde, maar je pourrai is toekomst (‘ik zal kunnen’) en je pourrais is voorwaardelijk of verzachtend (‘ik zou kunnen’).

Puis is niet zomaar een tweede gewone vorm

Puis hoort historisch bij pouvoir, maar in modern Frans zie je het vooral in puis-je. In een gewone mededeling zeg je je peux, niet je puis, behalve in bewust formele of literaire stijl.

Il se peut que

De onpersoonlijke uitdrukking il se peut que betekent ‘het kan zijn dat’ of ‘mogelijk’. Daarna volgt de subjonctif (een werkwoordsvorm waarmee Frans onder meer onzekerheid uitdrukt):

  • Il se peut qu’elle soit en retard. — Het kan zijn dat ze te laat is.
  • Il se peut que nous devions attendre. — Misschien moeten we wachten.

Dit is een latere constructie; voor beginners zijn peut-être (‘misschien’) en eenvoudige zinnen met pouvoir vaak genoeg.

Veelvoorkomende vaste uitdrukkingen

  • Je n’en peux plus. — Ik kan niet meer / Ik ben er helemaal klaar mee.
  • On ne peut jamais savoir. — Je weet maar nooit.
  • Ça peut arriver. — Dat kan gebeuren.
  • Si je peux me permettre... — Als ik zo vrij mag zijn...

Vooral Je n’en peux plus is niet letterlijk woord voor woord naar het Nederlands over te zetten. De precieze vertaling hangt af van de situatie: iemand kan uitgeput, geïrriteerd of overweldigd zijn.

Oefentips

  1. Leer de zes vormen in drie klankgroepen. Zeg achter elkaar je peux, tu peux, il peut; daarna nous pouvons, vous pouvez; en ten slotte ils peuvent. Combineer elke groep meteen met een infinitief, bijvoorbeeld venir.
  2. Maak paren met kunnen en mogen. Schrijf bij Je peux partir twee korte situaties: één waarin vertrekken praktisch mogelijk is en één waarin je toestemming hebt. Zo leer je de betekenis uit de context halen.
  3. Oefen vragen in drie stijlen. Zet één verzoek om van Tu peux m’aider ? naar Est-ce que tu peux m’aider ? en Peux-tu m’aider ?. Doe hetzelfde met vous en spreek alle varianten hardop uit.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige -ER-werkwoorden in het FransA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Le Verbe Pouvoir in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen