Bepaalde lidwoorden in het Frans
Articles Définis
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
In het kort
Het Frans heeft vier vormen van het bepaalde lidwoord: le bij een mannelijk enkelvoud, la bij een vrouwelijk enkelvoud, l' vóór een klinkerklank en les bij een meervoud. Leer een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak, plaats of begrip) daarom liefst meteen met zijn lidwoord: le livre, la table, l'école, les enfants.
Overzicht
Een bepaald lidwoord geeft aan dat het gaat om iets bekends, herkenbaars of iets dat als algemene categorie bedoeld is. In het Nederlands gebruiken we meestal de of het: de jongen, het huis, de kinderen. In het Frans zijn dat bijvoorbeeld le garçon, la maison en les enfants. Deze basisregel leer je al op A1-niveau en je hebt hem in vrijwel ieder Frans gesprek nodig.
Het belangrijkste verschil met het Nederlands is de indeling. Franse zelfstandige naamwoorden zijn grammaticaal mannelijk of vrouwelijk; dat grammaticale geslacht hoeft niets met biologisch geslacht te maken te hebben. Zo is le livre mannelijk, hoewel het Nederlandse woord boek het lidwoord het krijgt. Uit de of het kun je dus niet afleiden of je in het Frans le of la nodig hebt.
Bovendien gebruikt het Frans soms een bepaald lidwoord waar het Nederlands geen lidwoord heeft. Dat gebeurt vooral bij algemene uitspraken: J'aime le chocolat betekent Ik houd van chocolade. De kern is eenvoudig; zulke verschillen in gebruik komen verderop in dit artikel apart aan bod.
Hoe het werkt
De vier vormen
| Situatie | Lidwoord | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|
| mannelijk enkelvoud vóór een medeklinkerklank | le | le garçon | de jongen |
| vrouwelijk enkelvoud vóór een medeklinkerklank | la | la fille | het meisje |
| enkelvoud vóór een klinkerklank of stomme h | l' | l'homme, l'école | de man, de school |
| mannelijk of vrouwelijk meervoud | les | les enfants, les maisons | de kinderen, de huizen |
Het lidwoord stemt overeen met het zelfstandig naamwoord in geslacht en getal. Getal betekent hier eenvoudig: enkelvoud of meervoud. Bij een meervoud verdwijnt het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk:
- le livre → les livres
- la chaise → les chaises
- l'ami en l'amie → les amis en les amies
De eind-s van les en van een meervoudig zelfstandig naamwoord wordt meestal niet uitgesproken. Vóór een woord dat met een klinkerklank begint, hoor je vaak wel een verbinding, een liaison: les enfants klinkt ongeveer als lé-zan-fan. De z-klank hoort bij de uitspraakverbinding; er staat geen z in de spelling.
Kies stap voor stap
Bij ieder zelfstandig naamwoord kun je dezelfde drie vragen stellen:
- Is het meervoud? Kies dan les, ongeacht het geslacht.
- Is het enkelvoud en begint de volgende uitgesproken vorm met een klinkerklank of stomme h? Kies dan l'.
- Anders: kies le bij een mannelijk en la bij een vrouwelijk woord.
Bij stap 3 moet je het geslacht kennen. Woorduitgangen geven soms een aanwijzing, maar kennen uitzonderingen. Daarom is la voiture als leereenheid nuttiger dan alleen voiture.
L' hangt af van de klank die direct volgt
Elisie is het wegvallen van een klinker vóór een volgende klinkerklank. In l'ami is de e van le verdwenen; in l'amie is de a van la verdwenen. Daardoor laat l' niet meer zien of het woord mannelijk of vrouwelijk is:
- l'hôtel is mannelijk: un hôtel moderne
- l'idée is vrouwelijk: une bonne idée
Kijk niet alleen naar de eerste letter van het zelfstandig naamwoord, maar naar het woord dat onmiddellijk na het lidwoord staat. Staat er een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt) vóór het zelfstandig naamwoord, dan bepaalt dat de vorm:
- l'ancien hôtel — het voormalige/oude hotel
- la belle histoire — het mooie verhaal
- le grand homme — de grote/belangrijke man
In la belle histoire en le grand homme staan la en le vóór de medeklinkerklank van belle en grand, ook al begint het zelfstandig naamwoord zelf met een klinker of stomme h.
Stomme h en aangeblazen h
Een Franse begin-h wordt niet als de Nederlandse h uitgesproken. Toch bestaan er grammaticaal twee soorten:
- Bij een h muet (stomme h) gedraagt het woord zich alsof het met een klinker begint: l'homme, l'hôtel, l'histoire.
- Bij een h aspiré (traditioneel “aangeblazen h”) gebruik je geen l': le héros, la haine, le haricot.
Je hoort die aangeblazen h niet werkelijk. Het verschil moet je dus per woord leren of in een woordenboek controleren. Ook liaison blijft bij zo'n woord uit: in les héros hoor je geen verbindende z.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Le garçon attend devant l'école. | De jongen wacht voor de school. | Mannelijk enkelvoud |
| La fille lit dans le jardin. | Het meisje leest in de tuin. | Vrouwelijk enkelvoud |
| L'homme travaille ici. | De man werkt hier. | Stomme h |
| Les enfants jouent dehors. | De kinderen spelen buiten. | Meervoud; vaak liaison |
| Ferme la fenêtre, s'il te plaît. | Doe het raam dicht, alsjeblieft. | Een herkenbaar, specifiek raam |
| Où sont les clés de la voiture ? | Waar zijn de autosleutels? | Bekende sleutels, meervoud |
| L'amie de Paul habite à Lille. | De vriendin van Paul woont in Rijsel. | Vrouwelijk woord, maar l' vóór klinker |
| Nous visitons le musée demain. | We bezoeken morgen het museum. | Mannelijk enkelvoud |
| La musique me détend. | Muziek ontspant me. | Algemene categorie |
| J'aime le café, mais je préfère le thé. | Ik houd van koffie, maar ik heb liever thee. | Na een voorkeur: algemeen bedoeld |
| Les chiens sont des animaux sociaux. | Honden zijn sociale dieren. | Een hele soort of categorie |
| Elle étudie le français. | Ze studeert Frans. | De taal als studieonderwerp |
| Le lundi, je travaille chez moi. | Op maandag werk ik thuis. | Gewoonte: iedere maandag |
| L'eau est froide. | Het water is koud. | l' vóór een klinkerklank |
| Le héros revient au village. | De held keert terug naar het dorp. | Aangeblazen h: geen elisie |
Veelgemaakte fouten
Het Nederlandse lidwoord als leidraad nemen
- Fout: le maison, omdat huis in het Nederlands het krijgt
- Goed: la maison
- Waarom: Frans en Nederlands delen zelfstandige naamwoorden anders in. Leer la maison als één geheel; vertaal de/het niet rechtstreeks naar le/la.
Le of la vóór een klinker laten staan
- Fout: la école, le ami
- Goed: l'école, l'ami
- Waarom: Vóór een klinkerklank vloeien le en la samen tot l'. Aan l' alleen kun je het geslacht niet zien.
L' voor elke geschreven h gebruiken
- Fout: l'héros
- Goed: le héros
- Waarom: Héros heeft een aangeblazen h en blokkeert elisie. Vergelijk l'homme, dat een stomme h heeft.
Het geslacht in het meervoud proberen te tonen
- Fout: les garçons maar las filles
- Goed: les garçons en les filles
- Waarom: Het Franse bepaalde lidwoord is voor elk meervoud les. Las is geen Frans lidwoord.
Het lidwoord weglaten bij een algemene uitspraak
- Fout: J'aime chocolat.
- Goed: J'aime le chocolat.
- Waarom: Bij houden van, voorkeuren en algemene categorieën gebruikt het Frans doorgaans het bepaalde lidwoord, waar het Nederlands vaak niets zet.
Le behouden na à of de
- Fout: Je vais à le cinéma. / la porte de le garage
- Goed: Je vais au cinéma. / la porte du garage
- Waarom: à + le wordt verplicht au en de + le wordt du. Dit zijn samentrekkingen; met la en l' gebeurt dat niet.
Gebruiksnotities
Bekend, uniek of nader bepaald
Net als de en het kan het Franse lidwoord iets aanwijzen dat al bekend is of door de situatie duidelijk wordt:
- Ouvre la porte. — Doe de deur open.
- J'ai vu un film. Le film était excellent. — Ik heb een film gezien. De film was uitstekend.
In de tweede zin is le film bepaald omdat de film al is genoemd. Ook een nadere bepaling kan duidelijk maken om welke zaak het gaat: le livre de Marie is het boek van Marie.
Algemene uitspraken zijn in het Frans vaker bepaald
Het Nederlands gebruikt bij stoffen, begrippen en soorten vaak geen lidwoord. Het Frans kiest dan dikwijls le, la of les:
- Le temps passe vite. — De tijd gaat snel.
- La patience est importante. — Geduld is belangrijk.
- Les chats aiment dormir. — Katten slapen graag.
Dit zie je sterk bij werkwoorden van voorkeur, zoals aimer (houden van), adorer (dol zijn op) en préférer (liever hebben): Elle adore la danse. Bedoel je juist een onbepaalde hoeveelheid, dan is een ander lidwoord nodig: Je bois du café betekent Ik drink koffie, terwijl J'aime le café over koffie als categorie gaat.
Talen: soms met, soms zonder lidwoord
Als een taal onderwerp of zelfstandig naamwoord is, staat er vaak een bepaald lidwoord: Le français est une langue romane en J'étudie le français. Na parler staat de taal meestal zonder lidwoord: Je parle français. De Nederlandse gewoonte om simpelweg altijd Frans zonder lidwoord te zeggen, werkt hier dus niet overal.
Lichaamsdelen
Waar het Nederlands een bezittelijk woord gebruikt, kiest het Frans vaak een bepaald lidwoord als uit de context al duidelijk is van wie het lichaamsdeel is:
- Elle se lave les mains. — Ze wast haar handen.
- J'ai mal à la tête. — Ik heb hoofdpijn.
Dit is geen willekeurig verschil: het wederkerende se of de persoon in de uitdrukking maakt de eigenaar al duidelijk. Je hoeft deze constructies op A1 nog niet volledig te beheersen, maar herken het lidwoord wanneer je ze tegenkomt.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je niet meteen actief te beheersen, maar ze verklaren vormen die je al snel in echte teksten ziet.
Samentrekkingen met à en de
Voor le en les zijn samentrekkingen verplicht:
| Combinatie | Vorm | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|
| à + le | au | au marché | naar/op de markt |
| à + les | aux | aux enfants | aan de kinderen |
| de + le | du | du professeur | van de leraar |
| de + les | des | des voisins | van de buren |
Met la en l' blijven de woorden apart: à la gare, à l'école, de la ville, de l'hôtel. Let op dat du en des ook in andere functies voorkomen; de betekenis van de hele zin bepaalt wat ze uitdrukken.
Gewoonte tegenover één bepaalde dag
Met een weekdag kan het lidwoord een herhaling aangeven:
- Le lundi, je fais du sport. — Op maandag sport ik / Elke maandag sport ik.
- Lundi, je fais du sport. — Maandag ga ik sporten.
Het eerste gaat om een gewoonte; het tweede om een concrete komende of bedoelde maandag. In het Nederlands kan op maandag beide lezingen hebben, waardoor dit Franse verschil gemakkelijk onopgemerkt blijft.
Eigennamen en geografische namen
Persoonsnamen hebben in standaardfrans normaal geen lidwoord: Marie arrive, niet la Marie arrive. Veel landen en gebieden krijgen juist wel een lidwoord: la France, le Canada, les Pays-Bas. Bij plaatsaanduidingen kunnen voorzetsels en lidwoorden vervolgens samengaan, bijvoorbeeld au Canada en aux Pays-Bas. Dit vormt een groter systeem dat je het best samen met de Franse voorzetsels leert.
Betekenisverschil door wel of geen lidwoord
Het lidwoord kan helpen aangeven of een woord als algemene zaak, activiteit of vaste uitdrukking wordt gebruikt. Vergelijk faire du piano (piano spelen) met nettoyer le piano (de piano schoonmaken). Zulke combinaties zijn niet altijd woord voor woord uit het Nederlands voorspelbaar. Leer veelvoorkomende werkwoordcombinaties daarom als geheel.
Oefentips
- Leer woorden in tweetallen. Schrijf niet alleen table, maar la table; niet alleen hôtel, maar l'hôtel (m.). Noteer bij l' apart m. of v., omdat het lidwoord het geslacht verbergt.
- Sorteer hardop. Neem tien woorden en beslis steeds in deze volgorde: meervoud? klinkerklank? mannelijk of vrouwelijk? Maak daarna korte zinnen, bijvoorbeeld Le train arrive en Les trains arrivent.
- Let op nul tegenover een lidwoord. Verzamel tijdens het lezen voorbeelden als J'aime le fromage, Je mange du fromage en Je parle français. Vertaal niet alleen, maar benoem waarom het Frans in elk geval een andere vorm kiest.
Verwante onderwerpen
- Eerst handig: Geslacht van zelfstandige naamwoorden — helpt je kiezen tussen le en la.
- Volgende stap: Deellidwoorden — voor onbepaalde hoeveelheden zoals du pain en de l'eau.
- Volgende stap: Bezittelijke bijvoeglijke woorden — vormen zoals mon, ma en mes nemen de plaats van het lidwoord in.
- Verdieping: Samentrekkingen met à en de — leer wanneer le en les veranderen in au, aux, du en des.
Vereiste kennis
Het geslacht van zelfstandige naamwoorden in het FransA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Articles Définis in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen