Delende lidwoorden in het Frans
Articles Partitifs
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Met du, de la, de l’ en soms des geef je een onbepaalde hoeveelheid aan: Je bois du café betekent ‘Ik drink koffie’ of ‘Ik drink wat koffie’. Na een ontkenning en na een hoeveelheid wordt dit meestal de of d’: Je ne bois pas de café en une tasse de café.
Overzicht
Een delend lidwoord staat voor een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip) wanneer je niet zegt hoeveel ervan bedoeld wordt. Denk aan eten, drinken en materiaal: du pain (brood), de l’eau (water) en de la farine (bloem). De Franse naam is article partitif: het gaat als het ware om een niet nader bepaald deel van een geheel.
Dit onderwerp komt al op A1-niveau aan bod, omdat je de vormen voortdurend nodig hebt in een café, een winkel en aan tafel. Toch is de Nederlandse vertaling vaak onzichtbaar. Wij zeggen gewoon ‘Ik koop kaas’, terwijl het Frans normaal J’achète du fromage gebruikt. ‘Wat’ of ‘een beetje’ kan de betekenis verduidelijken, maar je hoeft het niet altijd letterlijk te vertalen.
De keuze hangt af van het grammaticale geslacht (mannelijk of vrouwelijk), het aantal en de eerste klank van het volgende woord. Daarnaast veranderen de vormen in twee zeer frequente situaties: na een ontkenning en na een uitgedrukte hoeveelheid.
Zo werkt het
De vier vormen
| Vorm | Gebruik | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|
| du | mannelijk enkelvoud vóór een medeklinkerklank | du pain | brood, wat brood |
| de la | vrouwelijk enkelvoud vóór een medeklinkerklank | de la soupe | soep, wat soep |
| de l’ | enkelvoud vóór een klinkerklank of stomme h | de l’eau, de l’huile | water, olie |
| des | meervoud | des épinards | spinazie, wat spinazie |
Du is historisch en grammaticaal de samentrekking van de + le. Des kan op dezelfde manier uit de + les ontstaan. Bij de la en de l’ vindt geen verdere samentrekking plaats. Voor de praktische keuze hoef je alleen het schema te onthouden.
Bij de l’ bepaalt de klank, niet alleen de letter, wat er gebeurt. Een stomme h wordt niet uitgesproken en gedraagt zich als een klinker: de l’huile. Bij een aangeblazen h (h aspiré) blijft de gewone vorm staan: du homard, niet de l’homard. Welke Franse woorden zo’n aangeblazen h hebben, moet je per woord leren.
Wanneer gebruik je een delend lidwoord?
Gebruik het wanneer het zelfstandig naamwoord doorgaans niet wordt geteld en de hoeveelheid niet precies is:
- eten en drinken: du riz, de la viande, de l’eau;
- grondstoffen en stoffen: du bois, de l’or, de la laine;
- abstracte zaken in een onbepaalde hoeveelheid: du courage, de la patience;
- enkele vaste activiteiten: faire du sport, faire de la musique.
Het verschil tussen telbaar en niet-telbaar hangt ook van de bedoelde betekenis af. Du poulet is kip als gerecht of vlees; un poulet is één kip. De la glace kan ijs als stof of consumptie betekenen, terwijl une glace één ijsje is.
De beginnerregel bij ontkenning
Na ne … pas en de meeste andere ontkenningen veranderen du, de la, de l’ en des in de of d’:
| Bevestigend | Ontkennend |
|---|---|
| J’ai du pain. | Je n’ai pas de pain. |
| Elle boit de la bière. | Elle ne boit pas de bière. |
| Nous achetons de l’huile. | Nous n’achetons pas d’huile. |
| Il mange des épinards. | Il ne mange pas d’épinards. |
Voor een klinkerklank wordt de ingekort tot d’. De eenvoudige gedachte is: bij afwezigheid blijft er geen onbepaalde hoeveelheid over.
Let op: een bepaald lidwoord (le, la, l’, les) blijft staan wanneer je een algemene voorkeur ontkent. Je ne bois pas de café betekent dat je nu of in deze situatie geen koffie drinkt. Je n’aime pas le café betekent dat je koffie in het algemeen niet lekker vindt.
Na een hoeveelheid: de of d’
Staat er al een hoeveelheid, maat of hoeveelheidswoord, dan volgt meestal de of d’, zonder du of de la:
- un kilo de pommes — een kilo appels;
- une bouteille d’eau — een fles water;
- beaucoup de sucre — veel suiker;
- un peu de patience — een beetje geduld;
- trop de sel — te veel zout;
- assez de temps — genoeg tijd;
- combien de personnes ? — hoeveel mensen?
Hetzelfde geldt na een getal: trois litres de lait. Het hoeveelheidswoord draagt de informatie over de hoeveelheid; daarom komt er niet nog eens een delend lidwoord achter.
Delend of bepaald?
Het Nederlands laat in beide gevallen vaak het lidwoord weg, maar het Frans maakt een nuttig betekenisverschil:
| Frans | Nederlandse betekenis | Waarom? |
|---|---|---|
| Je bois du thé. | Ik drink (wat) thee. | een onbepaalde hoeveelheid |
| J’aime le thé. | Ik houd van thee. | thee als soort, in het algemeen |
| Elle achète du fromage. | Ze koopt kaas. | een onbepaalde hoeveelheid |
| Elle préfère le fromage français. | Ze heeft liever Franse kaas. | een algemene categorie |
Na werkwoorden van voorkeur of afkeer, zoals aimer, adorer, préférer en détester, staat voor een algemene categorie gewoonlijk het bepaalde lidwoord.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Je veux du pain. | Ik wil (wat) brood. | mannelijk enkelvoud |
| Elle boit de la bière. | Ze drinkt bier. | vrouwelijk enkelvoud |
| Il mange de l’orange. | Hij eet wat sinaasappel. | vóór een klinkerklank |
| Vous avez de l’eau ? | Hebt u water? | stomme h is hier niet aan de orde; eau begint met een klinkerklank |
| On prépare des épinards. | We maken spinazie klaar. | meervoudsvorm |
| Tu mets du sucre dans ton café ? | Doe je suiker in je koffie? | onbepaalde hoeveelheid |
| Je n’ai pas de pain. | Ik heb geen brood. | na ontkenning: de |
| Elle ne boit jamais d’alcool. | Ze drinkt nooit alcohol. | vóór klinker: d’ |
| Nous achetons deux kilos de tomates. | We kopen twee kilo tomaten. | na een maat: de |
| Ajoutez un peu de sel. | Voeg een beetje zout toe. | na un peu: de |
| Il faut beaucoup de patience. | Er is veel geduld voor nodig. | abstract begrip na een hoeveelheid |
| Je fais du sport le samedi. | Ik sport op zaterdag. | vaste activiteit |
| Ils aiment le chocolat, mais ils ne mangent pas de chocolat aujourd’hui. | Ze houden van chocolade, maar eten vandaag geen chocolade. | algemeen le tegenover situatiegebonden de |
| Nous mangeons du poulet. | We eten kip. | vlees, niet één dier |
Veelgemaakte fouten
Het lidwoord weglaten zoals in het Nederlands
- Fout: Je bois café.
- Goed: Je bois du café.
- Waarom: Nederlands heeft geen lidwoord in ‘ik drink koffie’, maar het Frans verlangt hier normaal een delend lidwoord.
Het oorspronkelijke lidwoord na een ontkenning behouden
- Fout: Je n’ai pas du pain.
- Goed: Je n’ai pas de pain.
- Waarom: na ne … pas wordt een onbepaalde hoeveelheid doorgaans de. Een vorm als pas du pain kan alleen in een nadrukkelijk contrast voorkomen: niet brood, maar iets anders.
Du gebruiken zonder op het geslacht te letten
- Fout: du soupe
- Goed: de la soupe
- Waarom: soupe is vrouwelijk. Leer een zelfstandig naamwoord daarom liefst met zijn bepaalde lidwoord: la soupe. Dat helpt ook bij de keuze van het delende lidwoord.
Een dubbel hoeveelheidswoord maken
- Fout: beaucoup du sucre
- Goed: beaucoup de sucre
- Waarom: na beaucoup, peu, trop, assez en een maat volgt normaal de of d’.
Een algemene voorkeur met een delend lidwoord formuleren
- Fout: J’aime du fromage. als je kaas in het algemeen bedoelt
- Goed: J’aime le fromage.
- Waarom: bij een algemene voorkeur gebruikt het Frans het bepaalde lidwoord. J’aimerais du fromage is wél juist: dan vraag je om een onbepaalde hoeveelheid kaas.
De l’ als een derde geslacht behandelen
- Fout idee: de l’ is een aparte categorie naast mannelijk en vrouwelijk.
- Goed: de l’ kan bij beide geslachten staan: de l’argent (mannelijk) en de l’eau (vrouwelijk).
- Waarom: de vorm wordt gekozen vanwege de volgende klank; het geslacht van het woord verandert niet.
Gebruiksnotities
In alledaags gesproken Frans valt ne vaak weg, maar de/d’ blijft: J’ai pas de monnaie in plaats van het verzorgdere Je n’ai pas de monnaie. Voor correct geschreven Frans en neutrale spreektaal is de volledige ontkenning de veiligste keuze.
Des verdient extra aandacht. Voor telbare meervoudszaken wordt het vaak een onbepaald lidwoord genoemd: J’achète des pommes (‘ik koop appels’). Bij woorden die meestal in het meervoud voorkomen, zoals des épinards, kan dezelfde vorm een onbepaalde hoeveelheid uitdrukken. Voor de vormkeuze maakt dat etiket weinig verschil; voor de betekenis kijk je naar de context.
Soms gebruikt het Nederlands ‘een stukje’, ‘een portie’ of gewoon een kaal zelfstandig naamwoord waar het Frans een delend lidwoord heeft. Vertaal daarom niet woord voor woord. Je prends du poisson is natuurlijk ‘Ik neem vis’, niet noodzakelijk ‘Ik neem wat van de vis’.
Verder dan de basis
De volgende nuances hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.
Na être blijft het lidwoord vaak staan
De gewone ontkenningsregel geldt niet op dezelfde manier na être (‘zijn’):
- C’est du fromage. — Dat is kaas.
- Ce n’est pas du fromage. — Dat is geen kaas.
Hier ontken je de identiteit of classificatie: het is niet de stof ‘kaas’. Daarom blijft du staan. Vergelijk Il n’y a pas de fromage (‘Er is geen kaas’), waar afwezigheid wordt uitgedrukt.
Contrast kan het delende lidwoord behouden
Wanneer je heel precies één mogelijkheid afwijst en een andere ertegenover zet, kan pas du/de la/de l’ blijven staan:
Je ne veux pas du thé, mais du café. — Ik wil geen thee, maar koffie.
Dat is nadrukkelijker dan de neutrale zin Je ne veux pas de thé. Gebruik als beginner de als standaard na ontkenning; herken de behouden vorm als contrast.
De kan een andere grammaticale functie hebben
Niet elke combinatie du of de la is een delend lidwoord. In la porte du restaurant betekent du ‘van het’: de deur van het restaurant. En in Je parle de la recette betekent de la ‘over het recept’. De vorm is hetzelfde, maar er is geen onbepaalde hoeveelheid. Vraag jezelf af: betekent de zin ‘wat …’, of wordt de door bezit, herkomst of een werkwoord vereist?
Het voornaamwoord en
Een woordgroep met een delend lidwoord kan later worden vervangen door en:
Tu veux du café ? — Oui, j’en veux. — Wil je koffie? — Ja, graag / Ja, ik wil er wat.
Bij een genoemde hoeveelheid blijft die hoeveelheid staan: J’en voudrais deux kilos. Dit is een volgend leeronderwerp; eerst moet je de woordgroepen met du, de la, de l’ en des goed herkennen.
Nulvormen en vaste combinaties
In opsommingen, etiketten en sommige vaste uitdrukkingen kan een lidwoord ontbreken: sans sucre (‘zonder suiker’), avec modération (‘met mate’). Dat maakt de hoofdregel niet minder belangrijk. Kies bij een gewone bevestigende zin als Ik drink koffie nog steeds Je bois du café.
Oefentips
- Leer woorden met geslacht én voorbeeld. Noteer niet alleen farine, maar la farine → de la farine. Maak rijtjes met du, de la en de l’.
- Bouw drietallen. Zet één idee om van bevestigend naar ontkennend en naar een hoeveelheid: J’achète du riz → Je n’achète pas de riz → un kilo de riz. Zo oefen je de vormwisseling als patroon.
- Kijk naar echte menu’s en recepten. Markeer delende lidwoorden en de na maten. Vraag telkens of het om een onbepaalde hoeveelheid, een precieze maat of een algemene categorie gaat.
Verwante onderwerpen
- Eerst: Bepaalde lidwoorden — helpt je het geslacht te herkennen en het verschil tussen du café en le café te begrijpen.
- Hierna: Het voornaamwoord en — vervangt onder meer woordgroepen met een delend lidwoord of een hoeveelheid.
Vereiste kennis
Bepaalde lidwoorden in het FransA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Articles Partitifs in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen