Samentrekkingen met à en de in het Frans
Contractions
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Voor een Frans bepaald lidwoord gelden vier verplichte samentrekkingen: à + le = au, à + les = aux, de + le = du en de + les = des. Voor la en l’ verandert er niets: à la gare, à l’école, de la gare, de l’école. De vorm hangt dus af van het Franse lidwoord, niet van het Nederlandse woord “de” of “het”.
Overzicht
Een samentrekking is een combinatie van twee woorden tot één vaste vorm. Hier gaat het om de voorzetsels à en de vóór een bepaald lidwoord: le, la, l’ of les. Een voorzetsel is een verbindingswoord dat bijvoorbeeld een richting, plaats of relatie uitdrukt. Een bepaald lidwoord staat bij iets specifieks of bekends, zoals “de” en “het” in het Nederlands.
Deze regel hoort bij niveau A1 en komt al in heel gewone zinnen voor. Je gaat au cinéma, praat aux voisins, komt terug de la gare en kent de naam du restaurant. De vormen à le en de le zijn in normaal Frans niet mogelijk; de samentrekking is geen informele afkorting maar een grammaticale verplichting.
Voor Nederlandstaligen vraagt dat wat gewenning. In het Nederlands blijven combinaties als “naar het”, “aan de” en “van de” gewoon uit twee woorden bestaan. Bovendien vertelt het Nederlandse lidwoord niet welk Frans lidwoord nodig is: “het museum” is le musée, maar “het station” is la gare. Bepaal daarom eerst het Franse lidwoord en combineer pas daarna met à of de.
Hoe het werkt
Het volledige basisschema
| Lidwoord | Met à | Met de | Voorbeeld met à | Voorbeeld met de |
|---|---|---|---|---|
| le | au | du | au marché | du marché |
| la | à la | de la | à la plage | de la plage |
| l’ | à l’ | de l’ | **à l’**hôtel | **de l’**hôtel |
| les | aux | des | aux toilettes | des toilettes |
Alleen de rijen met le en les leveren één nieuw woord op. La blijft los staan. Voor een klinker of een stomme h wordt le of la al l’; daarna schrijf je à l’ of de l’. Zo krijg je à l’école, à l’hôpital, de l’adresse en de l’histoire, nooit au école of du histoire.
Een betrouwbare aanpak in drie stappen
Neem “naar de bakker”. Kijk niet alleen naar het Nederlandse lidwoord, maar bouw de Franse woordgroep op:
- Kies het zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, ding, plaats of begrip): boulanger.
- Zoek het Franse bepaalde lidwoord: le boulanger.
- Voeg het vereiste voorzetsel toe: à + le boulanger → au boulanger.
Hetzelfde werkt in het meervoud: les enfants wordt na à aux enfants, en na de des enfants. Bij la bibliothèque ontstaat à la bibliothèque; daar vindt geen samentrekking plaats.
Wanneer gebruik je à?
À heeft geen enkele vaste Nederlandse vertaling. Het kan onder meer “naar”, “in”, “op”, “bij” of “aan” betekenen. De context en het Franse werkwoord bepalen de Nederlandse formulering.
- aller au musée — naar het museum gaan
- être à la maison — thuis zijn
- parler aux clients — met de klanten praten
- répondre au message — op het bericht antwoorden
- téléphoner au médecin — de dokter bellen
De laatste voorbeelden tonen een belangrijk verschil met het Nederlands. Franse werkwoorden hebben hun eigen vaste voorzetsel. Répondre à en téléphoner à vragen à, ook als “aan” niet letterlijk in de natuurlijke Nederlandse vertaling voorkomt. Pas nadat je dat voorzetsel hebt gekozen, pas je de samentrekking toe.
Wanneer gebruik je de?
Ook de kan verschillende relaties uitdrukken. Het betekent vaak “van” of “uit”, maar kan ook het vertrekpunt, de herkomst, het onderwerp of het bezit aangeven.
- revenir du travail — terugkomen van het werk
- sortir de la banque — de bank uitgaan
- la porte du garage — de deur van de garage
- parler des vacances — over de vakantie praten
- le vélo de l’étudiante — de fiets van de studente
In parler de betekent de eerder “over” dan “van”. Ook hier is de Nederlandse vertaling dus geen veilige manier om de Franse vorm te raden. Leer veelgebruikte werkwoorden liefst meteen met hun voorzetsel: parler à quelqu’un (met iemand praten), maar parler de quelque chose (over iets praten).
Uitspraak van au en aux
Au wordt uitgesproken met één klinkerklank, ongeveer als de Nederlandse lange o in “boot”, maar zonder een sterke tweeklank. Aux klinkt op zichzelf hetzelfde; de x wordt normaal niet uitgesproken. Voor een woord dat met een klinker begint, kan er wel een liaison ontstaan (een normaal stille eindmedeklinker die aan het volgende woord wordt verbonden): aux enfants klinkt met een z tussen beide woorden. De spelling blijft altijd aux.
Eén vorm, verschillende functies
De woorden du en des hebben niet altijd dezelfde grammaticale functie. In dit artikel zijn ze de samentrekkingen de + le en de + les:
- la voiture du voisin — de auto van de buurman
- les jouets des enfants — het speelgoed van de kinderen
Maar du kan ook een partitief lidwoord zijn, waarmee je een onbepaalde hoeveelheid bedoelt: Je mange du pain (“Ik eet brood/wat brood”). Des kan daarnaast het onbepaalde meervoudslidwoord zijn: J’achète des pommes (“Ik koop appels”). De vorm ziet er hetzelfde uit; de betekenis en de zinsbouw laten zien welke functie bedoeld is.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Je vais au cinéma ce soir. | Ik ga vanavond naar de bioscoop. | à + le |
| Nous déjeunons au restaurant. | We lunchen in het restaurant. | Plaats met à + le |
| Il parle aux enfants. | Hij praat met de kinderen. | à + les |
| Elle répond aux questions. | Ze beantwoordt de vragen. | répondre à vraagt à |
| Tu vas à la piscine demain ? | Ga je morgen naar het zwembad? | Geen samentrekking met la |
| J’attends Paul à l’entrée. | Ik wacht bij de ingang op Paul. | Geen samentrekking met l’ |
| C’est le livre du professeur. | Dat is het boek van de docent. | de + le |
| Le train revient du centre-ville. | De trein komt terug uit het stadscentrum. | Vertrekpunt met de + le |
| Nous parlons des vacances. | We praten over de vakantie. | de + les |
| Je connais les parents des élèves. | Ik ken de ouders van de leerlingen. | Relatie met de + les |
| Je reviens de la gare. | Ik kom terug van het station. | Geen samentrekking met la |
| Voici la clé de l’appartement. | Hier is de sleutel van het appartement. | Geen samentrekking met l’ |
| Le café est à côté du théâtre. | Het café ligt naast het theater. | De uitdrukking à côté de eindigt hier in du |
| Elle va aux Pays-Bas en train. | Ze gaat met de trein naar Nederland. | Meervoudige landnaam met à + les |
Veelgemaakte fouten
À le en de le laten staan
- Fout: Je vais à le marché.
- Goed: Je vais au marché.
- Waarom: À + le moet au worden. Op dezelfde manier wordt de + le altijd du.
Ook la proberen samen te trekken
- Fout: Il est ala banque.
- Goed: Il est à la banque.
- Waarom: Met la bestaat geen samentrekking. Schrijf à la en de la als twee woorden.
Au gebruiken vóór een woord met l’
- Fout: Nous allons au école.
- Goed: Nous allons à l’école.
- Waarom: Het woord is l’école, niet le école. Met l’ blijven à en de apart: à l’, de l’.
Het Nederlandse lidwoord volgen
- Fout: Je suis à la bureau.
- Goed: Je suis au bureau.
- Waarom: Nederlands “het kantoor” helpt niet bij het Franse geslacht. Bureau is mannelijk: le bureau, dus à + le = au.
Het voorzetsel letterlijk uit het Nederlands vertalen
- Fout: Je téléphone le médecin.
- Goed: Je téléphone au médecin.
- Waarom: Het Franse werkwoord is téléphoner à quelqu’un. In het Nederlands zeggen we zonder voorzetsel “iemand bellen”, maar het Frans behoudt à en trekt à + le samen.
Elke du of des als “van de” vertalen
- Fout begrip: Je bois du café opvatten als “Ik drink van de koffie” in elke context.
- Juiste lezing: Je bois du café betekent meestal “Ik drink koffie.”
- Waarom: Hier geeft du een onbepaalde hoeveelheid aan. Vergelijk la tasse du client: daar is du wel de + le en betekent het “van de klant”.
Gebruiksnotities
De samentrekkingen zijn in gesproken én geschreven Frans verplicht. Er is geen formeler register waarin à le of de les wel mag. In snelle spreektaal kunnen klanken vloeiend in elkaar overlopen, maar de grammaticale vorm verandert niet.
Let bij plaatsnamen op het lidwoord dat bij die naam hoort. Je zegt bijvoorbeeld au Canada, aux États-Unis, du Canada en des États-Unis. Namen van steden staan meestal zonder lidwoord, waardoor je à Paris en de Paris zegt. Dit is niet uitsluitend een samentrekkingsregel: je moet ook weten of een geografische naam een lidwoord gebruikt.
Sommige vaste uitdrukkingen bevatten een langere voorzetselgroep die op de eindigt. Ook dan werkt de gewone regel: à côté du parc (naast het park), près de la gare (dicht bij het station), en face des bureaux (tegenover de kantoren) en loin de l’aéroport (ver van de luchthaven).
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze helpen later om dezelfde vormen goed te ontleden.
Een ontkenning verandert de samentrekking niet altijd op dezelfde manier
Wanneer du of des een onbepaalde hoeveelheid aangeeft, verandert het na een ontkenning vaak in de: Je bois du lait wordt Je ne bois pas de lait. Maar een echte combinatie van de + le/les blijft gewoon staan: Je parle du film wordt Je ne parle pas du film. Je praat nog steeds “over de film”; alleen de handeling wordt ontkend.
Dit contrast laat zien waarom het nuttig is om niet alleen de vorm, maar ook de functie te herkennen:
| Bevestigend | Ontkennend | Functie |
|---|---|---|
| Je mange du pain. | Je ne mange pas de pain. | Onbepaalde hoeveelheid |
| Je parle du pain français. | Je ne parle pas du pain français. | de + le, “over het Franse brood” |
Eigennamen en titels met Le
Bij gewone geografische namen met een lidwoord treedt de samentrekking vaak op: Le Havre geeft au Havre en du Havre. Maar wanneer Le bewust deel uitmaakt van een onveranderde persoonsnaam of geciteerde titel, kan de naam als vaste eenheid worden behandeld, bijvoorbeeld une œuvre de Le Corbusier. In de praktijk wordt een extra soortnaam vaak gebruikt om elke twijfel te vermijden: un article du journal Le Monde. Dit is vooral een kwestie voor gevorderde teksten; pas de basisregel niet blind toe binnen een letterlijk weergegeven naam of titel.
Aux en de meervoudsuitspraak
Voor een klinker kan aux een liaison krijgen, zoals in aux amis en aux États-Unis. Bij des is liaison eveneens mogelijk, bijvoorbeeld des enfants. Of die verbinding in alle situaties hoorbaar is, hangt ook van spreektempo en stijl af. Voor correct schrijven verandert er niets: kies aux na à + les en des na de + les.
Oefentips
- Leer zelfstandige naamwoorden met hun lidwoord. Noteer niet alleen musée, maar le musée; niet alleen gare, maar la gare. Maak daarna twee combinaties: au musée / du musée en à la gare / de la gare.
- Oefen in paren met à en de. Zeg bij een bestemming ook het vertrekpunt: Je vais au bureau / Je reviens du bureau, Je vais à la banque / Je reviens de la banque. Zo automatiseer je beide helften van het schema.
- Markeer het voorzetsel van het werkwoord. Schrijf in je woordenlijst répondre à, téléphoner à, parler à en parler de. Bouw vervolgens een zin met le, la, l’ en les en controleer of een samentrekking nodig is.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Bepaalde lidwoorden — om le, la, l’ en les correct te kiezen voordat je ze met à of de combineert.
Vereiste kennis
Bepaalde lidwoorden in het FransA1Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Contractions in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen