A1

Samentrekkingen van voorzetsel en lidwoord in het Portugees

Contrações

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

In het kort

In het Portugees worden de, em, a en por met een volgend bepaald lidwoord meestal verplicht één vorm: de + o = do, em + a = na, a + o = ao en por + a = pela. Welke vorm je nodig hebt, hangt af van het geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord: no mercado, maar na escola. Schrijf de twee delen dus niet los wanneer er echt een lidwoord staat.

Overzicht

Een voorzetsel is een kort woord dat bijvoorbeeld plaats, richting, herkomst of een relatie uitdrukt. Nederlandse voorbeelden zijn in, naar, van en door. Een lidwoord staat bij een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak, plaats of begrip). De Portugese bepaalde lidwoorden zijn o, a, os en as: o mercado, a escola, os livros, as ruas.

Wanneer bepaalde Portugese voorzetsels direct voor zo'n lidwoord staan, smelten beide woorden samen. Daardoor wordt em + a escola niet em a escola, maar na escola. Dit is geen informele afkorting: de samengetrokken vorm is de gewone grammaticale vorm, zowel in spreektaal als in verzorgde schrijftaal.

Je komt dit onderwerp al op A1-niveau tegen. Zonder deze vormen kun je nauwelijks vertellen waar je bent, waar je heen gaat of waar je vandaan komt. Voor Nederlandstaligen is vooral de combinatie van twee keuzes nieuw. Eerst kies je het Portugese voorzetsel; daarna moet je het Portugese geslacht en getal kennen. Het Nederlandse de of het voorspelt dat geslacht niet: de school is a escola, terwijl de markt o mercado is.

Hoe het werkt

De vier basisreeksen

De kern bestaat uit vier voorzetsels en vier bepaalde lidwoorden. Leer de vormen bij voorkeur per rij.

Voorzetsel + o + a + os + as Veelvoorkomende betekenis
de do da dos das van, uit, over
em no na nos nas in, op, bij
a ao à aos às naar, aan, om
por pelo pela pelos pelas door, langs, via, wegens

Een praktische werkwijze is:

  1. Bepaal welk voorzetsel de betekenis of de vaste woordverbinding vraagt.
  2. Kijk of het volgende zelfstandig naamwoord een bepaald lidwoord heeft.
  3. Kies de vorm die bij geslacht en getal past.

Bijvoorbeeld: estar + em drukt een locatie uit. Escola is vrouwelijk enkelvoud en krijgt a. Daarom wordt em + a escola na escola.

de: herkomst, bezit en vaste verbindingen

De kan onder meer “van”, “uit” of “over” betekenen. Het hoort ook vast bij werkwoorden zoals gostar de (houden van) en bij samengestelde voorzetsels zoals perto de (dicht bij) en debaixo de (onder).

Losse delen Samentrekking Voorbeeld Nederlandse betekenis
de + o do Venho do trabalho. Ik kom van mijn werk.
de + a da A porta da cozinha está aberta. De keukendeur staat open.
de + os dos Gosto dos museus daqui. Ik houd van de musea hier.
de + as das Falamos das férias. We praten over de vakantie.

Zie do niet als een nieuw voorzetsel met een losse betekenis. Het bevat altijd zowel de als het mannelijke enkelvoud o. Datzelfde principe geldt voor de andere drie vormen.

em: waar iets zich bevindt

Em wordt gebruikt voor een plaats of toestand en kan in het Nederlands uiteenlopende voorzetsels opleveren: in, op of bij. Met een bepaald lidwoord krijg je no, na, nos of nas.

Losse delen Samentrekking Voorbeeld Nederlandse betekenis
em + o no O Rui está no escritório. Rui is op kantoor.
em + a na Ela mora na cidade. Zij woont in de stad.
em + os nos As chaves estão nos bolsos. De sleutels zitten in de zakken.
em + as nas Há flores nas janelas. Er staan bloemen voor de ramen.

Een letterlijke vertaling vanuit het Nederlands werkt hier vaak niet. Nederlands zegt op school, maar Portugees gebruikt em: na escola. Sobre a escola betekent eerder “boven op de school” of “over de school als onderwerp”.

a: richting, tijd en een ontvanger

Het voorzetsel a verschijnt onder andere na bewegingswerkwoorden, bij kloktijden en bij een indirect object (de persoon of zaak aan wie iets wordt gegeven of verteld). De combinaties zijn ao, à, aos en às.

Losse delen Samentrekking Voorbeeld Nederlandse betekenis
a + o ao Vou ao mercado. Ik ga naar de markt.
a + a à Vamos à praia. We gaan naar het strand.
a + os aos O professor explica a regra aos alunos. De docent legt de regel aan de leerlingen uit.
a + as às A loja fecha às oito. De winkel sluit om acht uur.

Het accent grave in à en às geeft aan dat het voorzetsel a en het vrouwelijke lidwoord a/as zijn samengevallen. Dit verschijnsel heet in het Portugees crase. Het accent geeft hier geen extra klemtoon aan. Bij de mannelijke vormen is de samensmelting al zichtbaar in ao/aos, zodat er geen accent nodig is.

Een handige controlevraag voor à is of een vergelijkbaar mannelijk woord ao zou krijgen. Je zegt Vou ao mercado; bij het vrouwelijke a praia wordt dat dus Vou à praia. Deze proef helpt niet in elke ingewikkelde zin, maar is bij eenvoudige plaatsaanduidingen zeer bruikbaar.

por: route, middel, reden en handelende persoon

Met por zijn de vormen minder gemakkelijk te raden: pelo, pela, pelos, pelas. Ze kunnen een route, doorgang, reden of middel aangeven.

Losse delen Samentrekking Voorbeeld Nederlandse betekenis
por + o pelo Entramos pelo jardim. We komen binnen via de tuin.
por + a pela Passo pela ponte. Ik ga over de brug.
por + os pelos Caminham pelos campos. Ze lopen door de velden.
por + as pelas Obrigado pelas fotografias. Bedankt voor de foto's.

Pelo komt dus niet van para. Vergelijk viajo pelo Brasil (ik reis door Brazilië) met viajo para o Brasil (ik reis naar Brazilië).

Wanneer is er geen samentrekking?

Zonder lidwoord valt er niets samen te trekken. Dat gebeurt geregeld in vaste uitdrukkingen en voor sommige plaatsnamen:

  • Estou em casa. — Ik ben thuis.
  • Vou a pé. — Ik ga te voet.
  • Venho de Lisboa. — Ik kom uit Lissabon.
  • Moro em Portugal. — Ik woon in Portugal.

De regel is dus niet “voor een zelfstandig naamwoord staat altijd no of do”. De vraag is eerst of dat woord in deze context een lidwoord heeft. Vergelijk em Portugal zonder lidwoord met no Brasil, want Brasil wordt gewoonlijk gebruikt als o Brasil.

Ook na voorzetsels die niet in de vier basisreeksen staan, blijven de woorden normaal los: com o professor (met de docent), sem a chave (zonder de sleutel), sobre os preços (over de prijzen).

Samentrekkingen met aanwijzende woorden

Hetzelfde patroon strekt zich uit tot aanwijzende woorden, waarmee je naar “dit”, “dat” of “die daar” verwijst. De vormen met de beginnen doorgaans met d- en die met em met n-.

Combinatie Vorm Voorbeeld Nederlandse betekenis
de + este deste Gosto deste bairro. Ik houd van deze wijk.
de + essa dessa Preciso dessa informação. Ik heb die informatie nodig.
em + esta nesta Nesta rua há um café. In deze straat is een café.
em + aquele naquele Ele trabalha naquele edifício. Hij werkt in dat gebouw daar.

Ook isto, isso en aquilo kunnen combineren: disto, nisso, daquilo. Die woorden verwijzen zelfstandig naar een zaak of idee en hebben geen mannelijke of vrouwelijke variant.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Toelichting
Vou ao mercado depois do almoço. Ik ga na de lunch naar de markt. a + o = ao en de + o = do.
Venho do trabalho às seis. Ik kom om zes uur van mijn werk. Herkomst met do; kloktijd met às.
Estou na escola. Ik ben op school. Em + a escola wordt na escola.
Passamos pela ponte todos os dias. We gaan elke dag over de brug. Route met por + a.
O telemóvel está no quarto. De telefoon ligt in de slaapkamer. Plaats met em + o.
A capa do livro é azul. De omslag van het boek is blauw. Relatie of bezit met de + o.
As crianças brincam nas ruas do bairro. De kinderen spelen in de straten van de wijk. Meervoud nas en enkelvoud do.
Damos comida aos gatos. We geven eten aan de katten. Ontvanger met a + os.
A reunião começa à uma. De vergadering begint om één uur. Bij één uur staat vrouwelijk enkelvoud à.
Eles chegam às nove e meia. Ze komen om half tien aan. Kloktijd in het meervoud: às.
Entrámos pela porta dos fundos. We kwamen via de achterdeur binnen. pela geeft de doorgang aan; dos hoort bij fundos.
Não gosto do frio. Ik houd niet van de kou. Gostar de plus o frio.
Nesta semana trabalho em casa. Deze week werk ik thuis. Nesta bevat em + esta; em casa heeft geen lidwoord.
Ela lembra-se daquele verão. Zij herinnert zich die zomer. Lembrar-se de plus aquele.
Moro num apartamento perto da estação. Ik woon in een appartement dicht bij het station. Num en perto de + a = perto da.

Veelgemaakte fouten

De delen los schrijven

  • Niet goed: Vou a o mercado.
  • Goed: Vou ao mercado.
  • Waarom: Als a direct wordt gevolgd door het lidwoord o, is ao de normale verplichte vorm.

Het geslacht uit het Nederlands overnemen

  • Niet goed: Estamos no escola.
  • Goed: Estamos na escola.
  • Waarom: Het Portugese woord is a escola, ongeacht het Nederlandse lidwoord in de school. Leer een zelfstandig naamwoord daarom samen met o of a.

Het accent grave weglaten

  • Niet goed: Chego as oito.
  • Goed: Chego às oito.
  • Waarom: Voor een kloktijd staat hier a + as horas. De samentrekking às krijgt een accent grave. As zonder accent is alleen het lidwoord of een ander woord met dezelfde spelling.

Nederlandse voorzetsels woord voor woord vertalen

  • Niet goed: Estou sobre a escola voor “ik ben op school”.
  • Goed: Estou na escola.
  • Waarom: Portugese en Nederlandse voorzetsels verdelen betekenissen anders. Bij een gewone locatie gebruikt het Portugees hier em, niet sobre.

pelo en para o verwisselen

  • Niet goed: Vou pelo aeroporto wanneer het vliegveld je bestemming is.
  • Goed: Vou para o aeroporto of, afhankelijk van de context, Vou ao aeroporto.
  • Waarom: Pelo aeroporto betekent eerder “door/via het vliegveld”. Para o wordt niet in verzorgde schrijftaal tot pelo samengetrokken.

Samentrekken wanneer er geen lidwoord is

  • Niet goed: Moro no Portugal.
  • Goed: Moro em Portugal.
  • Waarom: Portugal staat gewoonlijk zonder lidwoord. Vergelijk dit met Moro no Brasil, omdat de landnaam daar meestal o Brasil is.

Gebruiksnotities

De basisvormen do, da, no, na, ao, à, pelo en pela behoren zowel tot het Europees als tot het Braziliaans Portugees. Verschillen tussen regio's ontstaan eerder door de keuze van het lidwoord of voorzetsel dan door de samentrekking zelf.

Bij landen, steden en persoonsnamen moet je daarom op het werkelijke gebruik letten. Men zegt doorgaans em Portugal, de Angola en em Lisboa, maar no Brasil, da Alemanha en nos Estados Unidos. Bij voornamen komt een lidwoord in veel regio's vaak voor: a Ana, o Pedro. Dan wordt de + a Ana vanzelf da Ana. Elders of in een andere stijl kan dezelfde naam zonder lidwoord staan: de Ana.

Bij beweging gebruikt verzorgd Portugees vaak ir a of ir para: ir ao centro, ir à praia, ir para casa. In informele Braziliaanse spreektaal hoor je daarnaast geregeld ir no mercado waar de standaardtaal ir ao mercado verwacht. Het is nuttig die spreektaal te herkennen, maar als leerder kun je in neutrale taal veilig het standaardpatroon oefenen.

Met onbepaalde lidwoorden bestaan num, numa, nuns, numas uit em + um/uma/uns/umas: num café, numa reunião. Ook dum, duma, duns, dumas voor de + um/uma/uns/umas zijn correct en vooral in Europees Portugees gebruikelijk. In Braziliaanse teksten zie je bij de vaak de losse vormen de um en de uma. Deze variatie verandert niets aan de verplichte basisreeksen met o, a, os, as.

Informele vormen als pro en pra komen van para o en para a. Ze zijn zeer gewoon in Braziliaanse gesprekken en informele berichten, maar behoren niet tot de vier standaardreeksen van dit onderwerp. In neutrale schrijftaal kies je para o en para a.

Verder dan de basis

De volgende bijzonderheden hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze verklaren vormen die je later in teksten tegenkomt.

Met a en de aanwijzende vormen aquele, aquela, aqueles, aquelas en aquilo ontstaat eveneens crase: àquele, àquela, àqueles, àquelas, àquilo. Bijvoorbeeld: Refiro-me àquele problema betekent “Ik doel op dat probleem”. Het accent laat opnieuw zien dat het voorzetsel a in de vorm is opgenomen.

Soms blijven de en een lidwoord bewust los omdat het lidwoord bij het onderwerp van een infinitief hoort. Een infinitief is de onverbogen basisvorm van een werkwoord, zoals chegar (aankomen). In zorgvuldig geschreven Portugees kun je bijvoorbeeld lezen: Antes de o comboio chegar, comprámos café — “Voordat de trein aankwam, kochten we koffie.” De losse vorm maakt duidelijk dat o comboio degene is die chegar uitvoert. Vergelijk dit geavanceerde patroon met het gewone a chegada do comboio (de aankomst van de trein), waar do wel wordt gebruikt.

Niet elke reeks letters o of a na een voorzetsel is bovendien een lidwoord. Het kan ook een voornaamwoord zijn, een woord dat naar iets eerder genoemd verwijst. Gevorderde zinnen kunnen daarom een losse combinatie bevatten waar een beginner een samentrekking verwacht. Bepaal eerst de grammaticale functie; pas daarna de regel toe.

Ten slotte verschijnt por + lidwoord ook in de lijdende vorm, waarin het onderwerp de handeling ondergaat: O romance foi escrito pela autora — “De roman is door de schrijfster geschreven.” Pela geeft hier de handelende persoon aan en blijft gewoon de samentrekking van por + a.

Oefentips

  1. Leer het lidwoord mee. Noteer niet alleen ponte en mercado, maar a ponte en o mercado. Maak daarna meteen pela ponte, ao mercado, na ponte en do mercado.
  2. Oefen vanuit de betekenis. Neem één plaats en maak vier zinnen: waar je bent (no café), waar je heen gaat (ao café), waar je vandaan komt (do café) en waar je langsloopt (pelo café).
  3. Markeer vormen tijdens het lezen. Onderstreep d-, n-, ao/à en pelo/pela. Splits elke vorm in gedachten terug in voorzetsel + lidwoord of aanwijzend woord. Zo wordt naquele al snel herkenbaar als em + aquele.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Bepaalde lidwoorden in het PortugeesA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen