Reflexieve werkwoorden in het Portugees
Verbos Reflexivos
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.
In het kort
Een Portugees reflexief werkwoord heeft een voornaamwoord dat naar het onderwerp terugwijst: me, te, se, nos, vos, se. In Europees Portugees staat het in een gewone bevestigende hoofdzin meestal achter het werkwoord: Levanto-me às sete (“Ik sta om zeven uur op”); na não staat het ervoor: Não me levanto cedo. In Braziliaans Portugees is plaatsing vóór het werkwoord juist heel gewoon: Eu me levanto às sete.
Overzicht
Bij een reflexief werkwoord doet iemand iets met zichzelf, of vormt het voornaamwoord een vast deel van de betekenis. Het onderwerp (de persoon of zaak over wie de zin gaat) en het voornaamwoord verwijzen dan naar dezelfde persoon: in A Ana veste-se verwijst se terug naar A Ana. In een woordenboek herken je zulke werkwoorden vaak aan -se: chamar-se (heten), levantar-se (opstaan), deitar-se (naar bed gaan), vestir-se (zich aankleden) en divertir-se (zich vermaken).
Dit is A1-grammatica, omdat je deze vormen meteen nodig hebt om jezelf voor te stellen en over je dagelijkse routine te praten. De basis is overzichtelijk: vervoeg het werkwoord voor de juiste persoon en kies het bijpassende voornaamwoord. De plaats van dat voornaamwoord vraagt wat extra aandacht, vooral omdat Portugal en Brazilië niet altijd dezelfde voorkeur hebben.
Voor Nederlandstaligen is de vertaling niet altijd letterlijk. Lavar-se lijkt op “zich wassen”, maar levantar-se betekent gewoon “opstaan” en chamar-se meestal “heten”. Leer daarom niet alleen levantar of chamar, maar de hele combinatie levantar-se of chamar-se. Zo voorkom je dat een Nederlandse gewoonte bepaalt waar het Portugees wel of geen reflexieve vorm gebruikt.
Hoe het werkt
De zes reflexieve voornaamwoorden
Het voornaamwoord moet bij het onderwerp passen. Se hoort zowel bij de derde persoon enkelvoud als bij de derde persoon meervoud en ook bij de aanspreekvormen você en vocês.
| Persoon | Onderwerp | Reflexief voornaamwoord | Nederlandse gedachtehulp |
|---|---|---|---|
| 1e persoon enkelvoud | eu | me | me / mijzelf |
| 2e persoon enkelvoud | tu | te | je / jezelf |
| 3e persoon enkelvoud | ele, ela, você | se | zich / uzelf |
| 1e persoon meervoud | nós | nos | ons / onszelf |
| 2e persoon meervoud | vós | vos | je / jullie zelf |
| 3e persoon meervoud | eles, elas, vocês | se | zich / uzelf / jullie zelf |
Vós en vos zijn in alledaagse taal zeldzaam. In Portugal gebruikt men meestal vocês met se; in Brazilië eveneens. Je moet vos wel kunnen herkennen in oudere teksten, religieuze taal en sommige regionale varianten.
Het werkwoord vervoegen
De infinitief (de onbepaalde vorm, zoals “opstaan”) wordt in woordenboeken met -se gegeven: levantar-se. Om de tegenwoordige tijd te maken, haal je -se er eerst af, vervoeg je levantar als een gewoon werkwoord op -ar, en voeg je het passende voornaamwoord toe.
In de volgende tabel staat de gebruikelijke plaatsing in een neutrale bevestigende hoofdzin in Europees Portugees:
| Persoon | Vorm van levantar | Reflexieve vorm | Betekenis |
|---|---|---|---|
| eu | levanto | levanto-me | ik sta op |
| tu | levantas | levantas-te | jij staat op |
| ele/ela/você | levanta | levanta-se | hij/zij staat op; u staat op |
| nós | levantamos | levantamo-nos | wij staan op |
| vós | levantais | levantais-vos | jullie staan op |
| eles/elas/vocês | levantam | levantam-se | zij staan op; jullie staan op |
Let op de vorm levantamo-nos: vóór nos valt de laatste -s van een werkwoordsvorm op -mos weg. Dus niet levantamos-nos. Hetzelfde gebeurt in chamamo-nos en divertimo-nos. Het onderwerp zelf mag vaak weg, omdat de werkwoordsuitgang al veel informatie geeft: Levanto-me às sete is volledig.
Achter of vóór het werkwoord?
De plaats van een onbeklemtoond voornaamwoord als me of se heet clitische plaatsing; eenvoudig gezegd gaat het om de vraag of het korte voornaamwoord vóór of achter het werkwoord komt. Voor beginners zijn drie patronen het belangrijkst.
1. Gewone bevestigende hoofdzin
In verzorgd Europees Portugees staat het voornaamwoord meestal achter het vervoegde werkwoord. Er komt dan een koppelteken:
- Chamo-me Joana. — Ik heet Joana.
- Ele deita-se tarde. — Hij gaat laat naar bed.
- Divertimo-nos muito. — We vermaken ons erg.
Dit heet enclise: plaatsing achter het werkwoord. In gesproken Braziliaans Portugees is plaatsing vóór het werkwoord — proclise — veel gebruikelijker:
- Eu me chamo Joana.
- Ele se deita tarde.
- Nós nos divertimos muito.
Beide varianten drukken dezelfde reflexieve betekenis uit. Kies bij het leren één hoofdvariant voor je eigen productie, maar leer de andere herkennen.
2. Ontkenning met não
Na não staat het voornaamwoord vóór het werkwoord, zonder koppelteken. Dit patroon geldt in zowel Portugal als Brazilië:
- Não me levanto cedo. — Ik sta niet vroeg op.
- Ela não se chama Marta. — Zij heet niet Marta.
- Nós não nos deitamos tarde. — Wij gaan niet laat naar bed.
De volgorde is dus não + voornaamwoord + werkwoord. De Nederlandse volgorde helpt hier maar beperkt: onthoud dit als één Portugees blok.
3. Vraagwoorden en andere woorden die het voornaamwoord aantrekken
Na veel vraagwoorden staat het voornaamwoord vóór het werkwoord:
- Como te chamas? — Hoe heet je?
- Quando se levantam? — Wanneer staan ze op?
- Porque te deitas tão tarde? — Waarom ga je zo laat naar bed?
Ook woorden die een bijzin inleiden, zoals que (“dat”) en quando (“wanneer/als”), trekken het voornaamwoord vaak naar voren:
- Sei que ele se levanta cedo. — Ik weet dat hij vroeg opstaat.
- Quando me visto, ouço música. — Wanneer ik me aankleed, luister ik naar muziek.
Een ja-neevraag zonder vraagwoord verandert de Europese basisplaatsing niet automatisch: Deitas-te cedo? In Brazilië is Você se deita cedo? natuurlijker.
Niet elk werkwoord is op dezelfde manier reflexief
Er zijn drie nuttige groepen. Je hoeft de namen niet uit het hoofd te leren, maar het onderscheid helpt bij vertalen.
- Echt op jezelf gericht: lavar-se (zich wassen), pentear-se (zich kammen). Dezelfde handeling kan ook op iets of iemand anders gericht zijn: Lavo o carro (“Ik was de auto”) tegenover Lavo-me (“Ik was me”).
- Een andere betekenis met -se: levantar betekent iets of iemand optillen; levantar-se betekent opstaan. Deitar is iets neerleggen of iemand neerleggen; deitar-se is gaan liggen of naar bed gaan.
- Vaste voornaamwoordelijke werkwoorden: bij arrepender-se de (spijt hebben van) en vaak bij queixar-se de (klagen over) hoort -se bij de vaste woordverbinding. Vertaal zo’n vorm als geheel.
Bij chamar-se is een letterlijke Nederlandse vertaling met “zich noemen” meestal onnatuurlijk. Chamo-me Noor betekent in een gewone kennismaking eenvoudig “Ik heet Noor”.
Voorbeelden in context
| Portugees | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Como te chamas? | Hoe heet je? | tu met te; het vraagwoord trekt het voornaamwoord naar voren. |
| Chamo-me Sofia. | Ik heet Sofia. | Gewone Europese plaatsing achter het werkwoord. |
| Eu me chamo Rafael. | Ik heet Rafael. | Gebruikelijke Braziliaanse plaatsing vóór het werkwoord. |
| Levanto-me às sete durante a semana. | Doordeweeks sta ik om zeven uur op. | Dagelijkse routine in Europees Portugees. |
| Ela não se levanta cedo ao domingo. | Op zondag staat zij niet vroeg op. | Na não komt se vóór het werkwoord. |
| A que horas te deitas? | Hoe laat ga je naar bed? | Vraag met te, gericht tot één persoon met tu. |
| O Rui deita-se depois da meia-noite. | Rui gaat na middernacht naar bed. | Se verwijst terug naar O Rui. |
| Vestimo-nos antes do pequeno-almoço. | We kleden ons aan vóór het ontbijt. | De -s van vestimos valt weg vóór nos. |
| As crianças lavam-se sozinhas. | De kinderen wassen zichzelf. | Sozinhas benadrukt dat ze het zelf doen. |
| Nós nos divertimos muito na festa. | We hebben ons erg vermaakt op het feest. | Natuurlijke Braziliaanse woordvolgorde. |
| Quando me visto, abro a janela. | Wanneer ik me aankleed, doe ik het raam open. | In de bijzin staat me vóór het werkwoord. |
| Vocês se encontram amanhã? | Spreken jullie morgen met elkaar af? | Se kan hier wederkerig zijn: met elkaar. |
De laatste zin laat zien dat een meervoudsvorm ook wederkerig kan zijn: de personen doen iets met elkaar, niet ieder alleen met zichzelf. De context maakt meestal duidelijk of Eles veem-se “Ze zien zichzelf” of “Ze zien elkaar” betekent. Als er twijfel kan ontstaan, kun je um ao outro (“elkaar”) toevoegen.
Veelgemaakte fouten
1. Het voornaamwoord helemaal weglaten
- Onjuist: Eu chamo Ana.
- Juist: Chamo-me Ana. / Eu me chamo Ana.
- Waarom: Zonder reflexief voornaamwoord betekent chamar doorgaans “roepen” of “noemen”: Chamo a Ana is “Ik roep Ana”. Voor “heten” heb je chamar-se nodig.
2. Het Nederlandse voornaamwoordpatroon kopiëren
- Onjuist: Tu se levantas cedo.
- Juist: Tu levantas-te cedo. / Tu te levantas cedo.
- Waarom: Bij tu hoort te, niet se. Se hoort bij ele, ela, você, eles, elas en vocês.
3. Enclise gebruiken na não
- Onjuist: Não levanto-me cedo.
- Juist: Não me levanto cedo.
- Waarom: Não trekt het korte voornaamwoord vóór het werkwoord. Er staat dan geen koppelteken.
4. Een dubbele s schrijven in de wij-vorm
- Onjuist: Levantamos-nos às oito.
- Juist: Levantamo-nos às oito.
- Waarom: De slot-s van een vorm op -mos valt weg als nos eraan wordt vastgemaakt. Bij plaatsing vóór het werkwoord blijft de vorm wel volledig: Nós nos levantamos às oito.
5. Denken dat “zich” altijd letterlijk vertaald moet worden
- Onjuist: Ele se sente feliz als automatische vertaling van elke zin met Nederlands “zich voelen”.
- Juist: Ele sente-se feliz is mogelijk, maar vaak is Ele está feliz (“Hij is blij”) eenvoudiger en natuurlijker, afhankelijk van de bedoelde betekenis.
- Waarom: Nederlands en Portugees delen veel reflexieve patronen, maar niet één op één. Controleer het hele werkwoord en leer vaste combinaties in context.
6. Portugese en Braziliaanse plaatsing willekeurig mengen
- Minder passend in een Europese standaardzin: Me chamo Inês.
- Europees Portugees: Chamo-me Inês.
- Braziliaans Portugees: Eu me chamo Inês.
- Waarom: De betekenis is duidelijk, maar de voorkeur verschilt per variant. Consequent gebruik klinkt natuurlijker en helpt bij formeel schrijven.
Gebruiksnotities
Portugal en Brazilië
In Portugal is plaatsing achter het werkwoord kenmerkend voor een bevestigende hoofdzin: Ela veste-se depressa. In Brazilië hoor en lees je meestal Ela se veste depressa. Vooral aan het begin van een zin is Me chamo Pedro heel gewoon in Braziliaanse omgangstaal, al geven traditionele formele schrijfregels vaak de voorkeur aan een onderwerp ervoor, zoals Eu me chamo Pedro.
De verschillen gaan dus vooral over plaatsing, niet over de keuze van het voornaamwoord zelf. Eu blijft bij me, tu bij te en nós bij nos. In Brazilië is você zeer gebruikelijk en hoort daarbij se: Você se lembra? In Portugal wordt tu veel gebruikt in informele situaties: Lembras-te?
Het onderwerp kan weg, maar niet altijd even natuurlijk
In Europees Portugees kun je vaak zeggen Chamo-me Luís zonder eu. In Brazilië worden onderwerpvoornaamwoorden vaker uitgesproken; Eu me chamo Luís klinkt daar neutraal. Ook in Portugal voeg je het onderwerp toe voor contrast: Eu levanto-me cedo, mas ele levanta-se tarde (“Ík sta vroeg op, maar híj staat laat op”).
Een reflexieve vorm kan een dagelijkse activiteit als geheel benoemen
Nederlands maakt soms onderscheid met een los deeltje, zoals “aankleden”, “opstaan” en “naar bed gaan”. Portugees gebruikt vaak -se om die betekenis te vormen: vestir-se, levantar-se, deitar-se. Laat je dus niet misleiden doordat de Nederlandse vertaling geen “zich” bevat.
Verder dan de basis
De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen. Ze zijn wel nuttig om te herkennen, omdat dezelfde voornaamwoorden ook bij infinitieven, bevelen en andere tijden voorkomen.
Infinitieven en werkwoordgroepen
Bij twee werkwoorden zijn soms meerdere plaatsingen mogelijk, afhankelijk van variant en stijl. Europees Portugees gebruikt vaak:
- Vou levantar-me cedo. — Ik ga vroeg opstaan.
- Tenho de me vestir depressa. — Ik moet me snel aankleden.
- Estou a preparar-me. — Ik ben me aan het klaarmaken.
In Braziliaans Portugees hoor je vaak:
- Vou me levantar cedo.
- Tenho que me vestir depressa.
- Estou me preparando.
Na een voorzetsel komt het voornaamwoord vaak vóór de infinitief: antes de me deitar (“voordat ik naar bed ga”), sem se despedir (“zonder afscheid te nemen”).
Bevelen
Bij een bevestigend bevel staat het voornaamwoord in de Europese norm achter de werkwoordsvorm:
- Levanta-te! — Sta op!
- Sentem-se, por favor. — Gaat u / gaan jullie zitten, alstublieft.
Bij een ontkennend bevel komt het ervoor:
- Não te levantes! — Sta niet op!
- Não se preocupem! — Maakt u / maak jullie geen zorgen!
De werkwoordsvormen zelf horen bij het onderwerp van de gebiedende wijs en, bij ontkenning, vaak bij de conjunctief (een werkwoordsvorm voor onder meer wensen, twijfel en niet-feitelijke handelingen). Dat leer je op een later niveau.
Verleden tijd en voltooid deelwoord
Het voornaamwoord blijft bij het vervoegde werkwoordpatroon horen:
- Ontem levantei-me tarde. — Gisteren stond ik laat op. (Portugal)
- Ontem eu me levantei tarde. — Gisteren stond ik laat op. (Brazilië)
- Não me levantei cedo. — Ik ben niet vroeg opgestaan.
In samengestelde tijden komt het voornaamwoord niet achter het voltooid deelwoord (de vorm zoals “opgestaan”): Eu tinha-me levantado in een Europese hoofdzin, niet tinha levantado-me.
Andere functies van se
Niet elk se is reflexief. Het kan ook een wederkerige betekenis hebben (Eles abraçaram-se — “Ze omhelsden elkaar”), een onpersoonlijke zin vormen (Vive-se bem aqui — “Het is hier goed leven”) of deel zijn van een passieve constructie (Vendem-se casas — “Huizen worden verkocht”). Bij die laatste twee verwijst se niet eenvoudig terug naar één onderwerp. Je hoeft deze functies nog niet te maken, maar het is belangrijk dat je later niet elk se automatisch als “zich” vertaalt.
In zeer formele Europese schrijftaal kan een voornaamwoord midden in een enkelvoudige toekomstvorm staan: levantar-me-ei (“ik zal opstaan”). Dit heet mesoclise. In hedendaagse taal kiest men meestal een natuurlijker omschrijving, bijvoorbeeld vou levantar-me, en in Brazilië is eu vou me levantar normaal. Herkennen is veel belangrijker dan zelf gebruiken.
Oefentips
- Bouw een routine in zes zinnen. Schrijf bijvoorbeeld levanto-me, lavo-me, visto-me en deito-me met echte tijdstippen. Maak daarna van elke zin een ontkenning: não me levanto.... Zo oefen je betekenis én plaatsing samen.
- Leer werkwoorden als vaste kaartjes. Noteer aan de ene kant deitar-se en aan de andere kant “naar bed gaan”, plus één volledige zin. Schrijf niet alleen deitar = leggen, want dan verdwijnt het belangrijke betekenisverschil.
- Kies bewust Portugal of Brazilië voor actieve oefening. Maak twee kolommen met bijvoorbeeld Chamo-me Ana en Eu me chamo Ana. Luister vervolgens naar sprekers uit jouw gekozen regio en markeer waar me, te, se en nos staan.
Verwante onderwerpen
- Benodigde basis: Regelmatige werkwoorden op -AR — hiermee leer je uitgangen als -o, -as, -a, -amos en -am, waarop veel reflexieve vormen voortbouwen.
Vereiste kennis
Regelmatige werkwoorden op -ar in het PortugeesA1Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Verbos Reflexivos in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen