A2

Wederkerende werkwoorden in het Catalaans

Verbs Reflexius

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Bij een Catalaans wederkerend werkwoord hoort een zwak voornaamwoord dat bij het onderwerp past: em rento (ik was me), et rentes (jij wast je), es renta (hij of zij wast zich), ens rentem en us renteu. Vóór een vervoegd werkwoord staat het voornaamwoord meestal los; achter een infinitief, gerundium of bevestigende gebiedende wijs wordt het eraan vastgeschreven: rentar-me, rentant-se, renta't.

Overzicht

Een wederkerende constructie geeft in de eenvoudigste vorm aan dat iemand iets met zichzelf doet. In La Núria es renta voert Núria de handeling uit én ondergaat zij die zelf. Het woord es is een zwak voornaamwoord: een kort, onbeklemtoond woordje dat nauw bij het werkwoord hoort. In de woordenboekvorm staat het als -se achter de infinitief (de onvervoegde vorm van het werkwoord): rentar-se, llevar-se, sentir-se.

Dit onderwerp hoort bij A2, maar je komt het al snel in alledaagse situaties tegen. Praten over opstaan, aankleden, douchen, voelen en plezier maken lukt nauwelijks zonder vormen als em llevo, es vesteix, et trobes en ens divertim. Het Catalaans laat het onderwerp bovendien vaak weg. Em llevo a les set is dus een volledige zin: de combinatie van em en llevo maakt al duidelijk dat het om ‘ik’ gaat.

Voor Nederlandstaligen voelt een deel vertrouwd: em rento lijkt qua opbouw op ‘ik was me’. Toch kun je niet woord voor woord vanuit het Nederlands redeneren. Em llevo betekent gewoon ‘ik sta op’, s'adorm betekent ‘hij of zij valt in slaap’ en es queda betekent ‘hij of zij blijft’. Het Nederlandse equivalent bevat dan geen ‘zich’. Leer daarom niet alleen het losse werkwoord, maar de hele woordenboekvorm: llevar-se, adormir-se, quedar-se.

Zo werkt het

Het voornaamwoord volgt het onderwerp

Het onderwerp is degene die de handeling uitvoert. Het wederkerende voornaamwoord moet dezelfde persoon en hetzelfde getal hebben: enkelvoud of meervoud. Het verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk. Zowel bij ell (hij) als bij ella (zij) gebruik je dus es.

Persoon Voornaamwoord Tegenwoordige tijd van rentar-se Betekenis
jo em em rento ik was me
tu et et rentes jij wast je
ell, ella, vostè es es renta hij/zij wast zich; u wast zich
nosaltres ens ens rentem wij wassen ons
vosaltres us us renteu jullie wassen je
ells, elles, vostès es es renten zij wassen zich; u wast zich

De beleefdheidsvormen vostè en vostès gedragen zich grammaticaal als de derde persoon. Daarom zeg je Com es troba, senyora? tegen één persoon en Com es troben? tegen meerdere personen.

Vóór een vervoegd werkwoord

Bij een gewone vervoegde vorm staat het voornaamwoord vóór het werkwoord:

  • Em llevo d'hora. — Ik sta vroeg op.
  • Et dutxes al matí. — Je doucht 's ochtends.
  • No ens preocupem. — We maken ons geen zorgen.

Een vervoegde vorm laat door zijn uitgang zien wie handelt, zoals llevo of preocupem. Bij een ontkenning staat no vóór het hele groepje: no + voornaamwoord + werkwoord. Vergelijk No em llevo tard (ik sta niet laat op), niet Em no llevo tard.

Begint het werkwoord met een klinker of een niet-uitgesproken h, dan worden em, et en es verkort. De apostrof staat aan de kant van het werkwoord:

Volle vorm Vorm vóór klinker of h Voorbeeld Betekenis
em m' m'aixeco, m'he llevat ik sta op; ik ben opgestaan
et t' t'asseus, t'has vestit je gaat zitten; je hebt je aangekleed
es s' s'adorm, s'ha dutxat hij/zij valt in slaap; heeft gedoucht
ens ens ens aixequem we staan op
us us us asseieu jullie gaan zitten

Schrijf dus m'aixeco, niet em aixeco. Ens en us blijven in deze positie heel.

Achter een infinitief en een gerundium

Na een infinitief komt het voornaamwoord achter het werkwoord en schrijf je beide delen met een koppelteken:

Persoon Vorm met rentar-se
jo rentar-me
tu rentar-te
ell, ella, vostè rentar-se
nosaltres rentar-nos
vosaltres rentar-vos
ells, elles, vostès rentar-se

Daarom heet het werkwoord in een woordenboek rentar-se, maar zeg je over jezelf He de rentar-me (ik moet me wassen). De vorm -se is dus niet voor elke persoon geldig: hij hoort alleen bij de derde persoon of bij de neutrale woordenboekvorm.

Ook na een gerundium — de vorm op -ant of -ent die een voortgaande handeling uitdrukt — staat het voornaamwoord erachter: rentant-me, vestint-se, divertint-nos. In een constructie met estar zijn vaak twee plaatsen mogelijk:

  • M'estic dutxant.
  • Estic dutxant-me.

Beide betekenen ‘ik ben aan het douchen’. Hetzelfde gebeurt bij veel combinaties met een hulpwerkwoord of modaal werkwoord:

  • Em vull llevar ara. / Vull llevar-me ara. — Ik wil nu opstaan.
  • Ens podem quedar aquí. / Podem quedar-nos aquí. — We kunnen hier blijven.

Kies één van die twee posities; zet het voornaamwoord niet los tussen beide werkwoorden: niet Vull em llevar.

Gebiedende wijs

Bij een bevestigend bevel staat het voornaamwoord achter de werkwoordsvorm. Soms ontstaat daarbij een apostrof:

  • Aixeca't! — Sta op!
  • Renti's les mans. — Wast u uw handen.
  • Seieu-vos aquí. — Gaan jullie hier zitten.
  • Calmem-nos. — Laten we rustig worden.

Bij een ontkennend bevel komt het juist vóór het werkwoord:

  • No t'aixequis! — Sta niet op!
  • No us preocupeu! — Maak je geen zorgen!
  • No es moguin. — Beweegt u niet.

Voor een beginner is de handige tegenstelling dus: doe het → achteraan, doe het niet → vooraan.

Lichaamsdelen krijgen meestal een lidwoord

Als het voornaamwoord al duidelijk maakt van wie een lichaamsdeel is, gebruikt het Catalaans gewoonlijk het bepaald lidwoord el, la, els of les, en niet een bezittelijk woord:

  • Em rento les mans. — Ik was mijn handen.
  • S'eixuga els cabells. — Hij of zij droogt het haar af.
  • Ens tapem la boca. — We bedekken onze mond.

Dit verschilt duidelijk van het Nederlands, waar ‘mijn handen’ en ‘zijn haar’ normaal zijn. In Em rento les mans zijn les mans het lijdend voorwerp (wie of wat rechtstreeks door de handeling wordt geraakt); em koppelt de handeling aan de persoon die zijn of haar eigen handen wast.

Voorbeelden in context

Catalaans Nederlands Opmerking
Em llevo a les set. Ik sta om zeven uur op. Dagelijkse routine; het Nederlandse werkwoord is niet wederkerend.
Es renta les mans abans de cuinar. Hij of zij wast de handen vóór het koken. Bij een lichaamsdeel staat les, niet een bezittelijk woord.
Ens divertim molt quan sortim junts. We vermaken ons erg wanneer we samen uitgaan. Eerste persoon meervoud: ens.
Com et trobes avui? Hoe voel je je vandaag? Vaste, heel gewone vraag naar iemands toestand.
La Marta es dutxa abans d'esmorzar. Marta doucht voordat ze ontbijt. Het onderwerp staat er voor de duidelijkheid bij.
Els nens es vesteixen sols. De kinderen kleden zichzelf aan. Es kan ook bij een meervoudig onderwerp horen.
Us asseieu aquí? Gaan jullie hier zitten? Us hoort bij vosaltres.
No em recordo del seu nom. Ik herinner me zijn of haar naam niet. Recordar-se wordt gevolgd door de.
S'ha adormit al sofà. Hij of zij is op de bank in slaap gevallen. Apostrof vóór ha in de voltooide tijd.
Demà ens llevarem més d'hora. Morgen staan we vroeger op. Hetzelfde voornaamwoord blijft vóór een vervoegde toekomstige vorm staan.
Vull quedar-me a casa aquest vespre. Ik wil vanavond thuisblijven. Het voornaamwoord hangt aan de infinitief.
No us preocupeu pel retard. Maak je geen zorgen over de vertraging. Ontkennend bevel: us staat vóór het werkwoord.
Es miren l'un a l'altre i somriuen. Ze kijken elkaar aan en glimlachen. Hier is de betekenis wederzijds: de een kijkt naar de ander.
M'he rentat la cara. Ik heb mijn gezicht gewassen. In een samengestelde tijd staat m' vóór het hulpwerkwoord he.

Veelgemaakte fouten

Voor elke persoon es gebruiken

  • Onjuist: Jo es llevo a les set.
  • Juist: Jo em llevo a les set. / Em llevo a les set.
  • Waarom: het voornaamwoord past bij het onderwerp. Bij jo hoort em, bij tu hoort et en bij nosaltres hoort ens. Het onderwerp jo kan meestal weg.

De Spaanse vorm me vóór het werkwoord zetten

  • Onjuist: Me dutxo al matí.
  • Juist: Em dutxo al matí.
  • Waarom: vóór een Catalaans vervoegd werkwoord is de standaardvorm em. Me bestaat wel als vorm achter bepaalde werkwoordsvormen, zoals in dutxar-me, maar staat hier niet op de juiste plaats. Vooral wie ook Spaans kent, neemt gemakkelijk me of se rechtstreeks over.

Het voornaamwoord op de Nederlandse plaats laten staan

  • Onjuist: Vull em vestir ara.
  • Juist: Em vull vestir ara. / Vull vestir-me ara.
  • Waarom: bij twee werkwoorden klimt het voornaamwoord vóór de vervoegde vorm, of het wordt aan de infinitief vastgemaakt. Een los em tussen vull en vestir kan niet.

Een bezittelijk woord bij een lichaamsdeel gebruiken

  • Minder natuurlijk: Em rento les meves mans.
  • Gewoonlijk: Em rento les mans.
  • Waarom: het wederkerende voornaamwoord maakt al duidelijk dat het om je eigen handen gaat. Les meves mans is grammaticaal mogelijk als je echt bezit wilt benadrukken of contrasteren, maar is niet de neutrale formulering.

Het voornaamwoord na een ontkennend bevel zetten

  • Onjuist: No renteu-vos les mans.
  • Juist: No us renteu les mans.
  • Waarom: alleen bij een bevestigend bevel staat het voornaamwoord achteraan: Renteu-vos les mans. Na no staat het voornaamwoord vóór het werkwoord.

Het koppelteken of de apostrof vergeten

  • Onjuist: rentar me, m aixeco, aixeca t
  • Juist: rentar-me, m'aixeco, aixeca't
  • Waarom: achter een infinitief gebruik je een koppelteken; bij verkorte vormen als m', t' en s' gebruik je een apostrof. Deze tekens zijn onderdeel van de Catalaanse spelling.

Gebruiksnotities

Niet elk werkwoord is letterlijk wederkerend

De term ‘wederkerend werkwoord’ is handig, maar omvat in de praktijk ook pronominale werkwoorden: werkwoorden waarbij het voornaamwoord vast bij de betekenis hoort, zonder dat iemand letterlijk iets met zichzelf doet. Vergelijk:

Met voornaamwoord Gewone Nederlandse betekenis
llevar-se opstaan
adormir-se in slaap vallen
quedar-se blijven
adonar-se de beseffen, merken
queixar-se de klagen over
atrevir-se a durven

Noteer ook het vaste voorzetsel wanneer dat erbij hoort: adonar-se de, queixar-se de, maar atrevir-se a. Een Nederlandse vertaling vertelt niet altijd welk voorzetsel het Catalaans nodig heeft.

Met en zonder voornaamwoord kan de betekenis veranderen

Sommige werkwoorden bestaan in beide vormen, maar betekenen niet precies hetzelfde:

  • dormir is ‘slapen’; adormir-se is ‘in slaap vallen’.
  • trobar is meestal ‘vinden’; trobar-se kan ‘zich voelen’, ‘zich bevinden’ of ‘elkaar ontmoeten’ betekenen, afhankelijk van de context.
  • sentir kan ‘horen’ of ‘voelen’ betekenen; sentir-se beschrijft vaak hoe iemand zich voelt: Em sento cansat (ik voel me moe).
  • quedar heeft onder meer betekenissen rond afspreken of overblijven; quedar-se betekent vaak ‘blijven’: Em quedo a casa.

Dit zijn woordenschatverschillen, geen betekenis die je altijd automatisch uit se kunt berekenen. Leer een korte voorbeeldzin bij elk nieuw werkwoord.

Onderwerp weglaten, voornaamwoord behouden

Het Catalaans laat jo, tu, nosaltres en andere onderwerpswoorden vaak weg, omdat de werkwoordsvorm genoeg informatie geeft. Het zwakke wederkerende voornaamwoord mag echter niet verdwijnen:

  • (Jo) em llevo.jo is facultatief; em is noodzakelijk.
  • (Nosaltres) ens quedem.nosaltres is facultatief; ens is noodzakelijk.

Dat is een belangrijk verschil tussen twee soorten voornaamwoorden: jo noemt wie het onderwerp is, terwijl em onderdeel van de wederkerende constructie is.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A2 nog niet allemaal actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.

Wederzijdse betekenis

Bij een meervoudig onderwerp kunnen ens, us en es ook ‘elkaar’ betekenen. Ens veiem cada setmana kan betekenen dat we elkaar elke week zien; Es miren kan zowel ‘ze bekijken zichzelf’ als ‘ze kijken elkaar aan’ betekenen. De context lost dit meestal op. Als extra duidelijkheid nodig is, gebruikt men uitdrukkingen als l'un a l'altre (de een naar de ander) of els uns als altres (elkaar): S'ajuden els uns als altres.

Verleden tijden en andere werkwoordsgroepen

In een samengestelde tijd staat het voornaamwoord vóór het hulpwerkwoord: m'he llevat, s'havia adormit, ens hem divertit. Het voltooid deelwoord — de vorm zoals llevat of adormit — blijft hier deel van de werkwoordsgroep.

Bij de Catalaanse omschreven verleden tijd zijn opnieuw twee plaatsingen mogelijk: Em vaig llevar d'hora en Vaig llevar-me d'hora betekenen beide ‘ik stond vroeg op’. Hetzelfde patroon zie je dus bij een vervoegde vorm plus infinitief.

Verandering van toestand

Pronominale werkwoorden kunnen een overgang naar een nieuwe toestand aangeven. Voorbeelden zijn adormir-se (in slaap vallen), enfadar-se (boos worden), posar-se nerviós (zenuwachtig worden) en fer-se gran (groot of ouder worden). In het Nederlands vertaal je se hier meestal niet met ‘zich’; je kiest een natuurlijk werkwoord met ‘worden’ of een andere passende uitdrukking.

Niet iedere se is wederkerend

In gevorderde teksten heeft es ook andere functies. In Es venen pisos (er worden appartementen verkocht / appartementen te koop) is es geen ‘zich’. In Aquí es viu bé betekent de constructie ongeveer ‘hier leeft men goed’. Dit zijn passieve of onpersoonlijke constructies. Test daarom altijd of het onderwerp de handeling werkelijk op zichzelf richt; zo niet, dan gaat het waarschijnlijk om een ander gebruik van es.

Je zult ook combinaties als se'n va (hij of zij gaat weg) en me n'adono (ik besef het) zien. Daar staat naast het wederkerende of pronominale voornaamwoord nog en. De volgorde van zulke combinaties hoort bij een later onderwerp over gecombineerde zwakke voornaamwoorden.

Oefentips

  1. Maak één dagelijkse routine in zes personen. Begin met llevar-se: em llevo, et lleves, es lleva, ens llevem, us lleveu, es lleven. Doe daarna hetzelfde met dutxar-se en vestir-se. Zo oefen je voornaamwoord en werkwoordsuitgang als één geheel.
  2. Leer nieuwe werkwoorden met drie onderdelen. Schrijf bijvoorbeeld queixar-se de — klagen over — Em queixo del soroll. Daarmee onthoud je tegelijk het voornaamwoord, het vaste voorzetsel en een natuurlijke context.
  3. Oefen plaatsing in paren. Zet telkens twee geldige versies naast elkaar: Em vull asseure / Vull asseure'm en Ens podem quedar / Podem quedar-nos. Voeg daarna een ontkennend bevel toe, zoals No us asseieu, om het verschil tussen vóór en achter het werkwoord scherp te krijgen.

Verwante onderwerpen

  • Eerst leren: Zwakke voornaamwoorden — legt uit hoe korte voornaamwoorden vóór en achter Catalaanse werkwoorden worden geplaatst.
  • Vervolg: Voltooid tegenwoordige tijd — voor vormen als m'he llevat en s'ha adormit.
  • Vervolg: Gebiedende wijs — verdiept bevestigende en ontkennende bevelen zoals aixeca't en no t'aixequis.

Vereiste kennis

Zwakke voornaamwoorden in het CatalaansA2

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Verbs Reflexius in Catalaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Catalaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen