A2

Voegwoorden en verbindingswoorden in het Catalaans

Conjuncions i Connectors

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Met i (en), o (of) en però (maar) verbind je gelijkwaardige woorden of zinnen. Met perquè, com que, quan, si, mentre en encara que geef je een reden, tijd, voorwaarde of tegenstelling aan. Anders dan in het Nederlands verhuist het vervoegde werkwoord in zo'n bijzin meestal niet naar het einde.

Overzicht

Voegwoorden verbinden woorden, woordgroepen of zinnen. Vergelijk cafè i te (koffie en thee) met Estudio perquè tinc un examen (Ik studeer omdat ik een examen heb). In het tweede voorbeeld verbindt perquè twee zinnen en maakt het duidelijk dat de tweede zin de reden voor de eerste geeft.

Deze verbindingswoorden horen bij de basis die je op A2-niveau nodig hebt. Je kunt er losse mededelingen mee omvormen tot een natuurlijker geheel: niet alleen Plou. Em quedo a casa, maar Com que plou, em quedo a casa (Omdat het regent, blijf ik thuis). Daarbij is het vooral nuttig om de functie te leren: voeg je informatie toe, kies je tussen mogelijkheden, geef je een reden of stel je een voorwaarde?

Voor Nederlandstaligen zit de grootste omschakeling in de woordvolgorde. In omdat ik morgen werk staat werk achteraan. Het Catalaans behoudt na perquè gewoon de gebruikelijke volgorde: perquè treballo demà, letterlijk opgebouwd als “omdat ik werk morgen”. Je hoeft dus geen Nederlandse bijzinvolgorde na te bootsen.

Hoe het werkt

Gelijkwaardige delen verbinden: i, o en però

Deze woorden verbinden onderdelen die grammaticaal op hetzelfde niveau staan: twee zelfstandige naamwoorden, twee eigenschappen of twee volledige zinnen.

Catalaans Betekenis Gebruik Basismodel
i en toevoeging pa i formatge
o of keuze of alternatief avui o demà
però maar tegenstelling of beperking És petit, però còmode.

I en o veranderen niet voor een woord dat met dezelfde klinker begint. Dat is handig om bewust te onthouden: mare i illa (moeder en eiland) en set o onze (zeven of elf). De spelling blijft dus i en o.

Voor i of o staat in een gewone, korte opsomming doorgaans geen komma: pa, fruita i aigua. Voor però staat meestal wel een komma wanneer het twee zinnen of duidelijk tegengestelde delen verbindt: Vull sortir, però plou (Ik wil naar buiten, maar het regent).

Een reden geven: perquè en com que

Beide kunnen in het Nederlands vaak met omdat worden weergegeven, maar ze worden niet helemaal op dezelfde manier gebruikt.

  • perquè leidt de reden in en staat vaak na de hoofdzin: No vinc perquè estic malalt (Ik kom niet omdat ik ziek ben).
  • com que presenteert de reden als achtergrond of als al bekende aanleiding en staat heel vaak vooraan: Com que estic malalt, no vinc (Omdat ik ziek ben, kom ik niet).

Een hoofdzin is het deel dat zelfstandig kan staan. Een bijzin is het deel dat via een woord als perquè of quan aan die hoofdzin hangt. In het Catalaans blijft de gewone zinsbouw in de bijzin meestal behouden:

Nederlands patroon Catalaans patroon
Ik blijf thuis omdat ik moet werken. Em quedo a casa perquè he de treballar.
Omdat het regent, nemen we de bus. Com que plou, agafem l'autobús.

Perquè kan ook “zodat/opdat” uitdrukken: T'ho explico perquè ho entenguis (Ik leg het je uit zodat je het begrijpt). Dan gaat het om een doel en staat het werkwoord vaak in de aanvoegende wijs (een werkwoordsvorm voor onder meer wens, doel of onzekerheid). Dat is een latere uitbreiding; voor A2 is perquè + gewone werkwoordsvorm om een feitelijke reden te geven de belangrijkste regel.

Let ook op de spelling. Perquè is één woord en heeft een accent als voegwoord. Per què bestaat uit twee woorden en betekent meestal “waarom”: Per què no vens? (Waarom kom je niet?).

Tijd aangeven: quan en mentre

Quan betekent “wanneer” of, afhankelijk van de Nederlandse zin, “als”. Het wijst een moment aan:

  • Quan plou, em quedo a casa. — Als/wanneer het regent, blijf ik thuis.
  • Quan va arribar, vam començar. — Toen hij/zij aankwam, begonnen we.

Mentre betekent “terwijl” en legt de nadruk op twee situaties die tegelijk duren: Escolto música mentre cuino (Ik luister naar muziek terwijl ik kook). Het uitgebreidere mentre que kan ook een contrast aangeven, ongeveer “terwijl/daarentegen”: Jo treballo a casa, mentre que ella va a l'oficina (Ik werk thuis, terwijl zij naar kantoor gaat).

Als de tijdzin vooraan staat, volgt er gewoonlijk een komma: Quan acabi la reunió, et truco. Staat de tijdzin achteraan en is hij nauw met de hoofdzin verbonden, dan is meestal geen komma nodig: Et truco quan acabi la reunió.

Een voorwaarde stellen: si

Si betekent “als/indien” in een voorwaarde:

  • Si tens temps, vine. — Als je tijd hebt, kom dan.
  • Si plou, agafarem l'autobús. — Als het regent, nemen we de bus.

Voor een reële of goed mogelijke voorwaarde gebruik je na si doorgaans de tegenwoordige tijd. De andere zin kan een tegenwoordige tijd, toekomstige tijd of gebiedende wijs hebben:

Voorwaarde Gevolg Voorbeeld
tegenwoordige tijd tegenwoordige tijd Si fa fred, porto jaqueta.
tegenwoordige tijd toekomstige tijd Si fa fred, portaré jaqueta.
tegenwoordige tijd gebiedende wijs Si fa fred, posa't la jaqueta.

Het Nederlandse of heeft twee Catalaanse vertalingen. Bij een keuze gebruik je o: Vols cafè o te? (Wil je koffie of thee?). In een indirecte ja-neevraag gebruik je si: No sé si vindrà (Ik weet niet of hij/zij zal komen). Alleen naar het Nederlandse woord kijken is dus niet genoeg; kijk naar de functie.

Een toegeving uitdrukken: encara que

Encara que betekent “hoewel”, “ook al” of soms “zelfs als”. De zin noemt iets dat je normaal een ander resultaat zou laten verwachten:

Encara que és car, m'agrada. — Hoewel het duur is, vind ik het mooi/leuk.

Het is duur, dus je zou verwachten dat de spreker het niet wil; toch vindt die persoon het aantrekkelijk. Bij een bekend, feitelijk gegeven kan de gewone werkwoordsvorm staan. Bij een mogelijke, veronderstelde of minder zekere situatie verschijnt vaak de aanvoegende wijs: Encara que sigui car, el compraré (Ook al is het duur, ik zal het kopen). Voor beginners volstaat eerst het patroon encara que + feitelijke mededeling.

Voorbeelden in context

Catalaans Nederlands Toelichting
La Júlia compra pa i formatge. Júlia koopt brood en kaas. i voegt twee zaken toe.
Podem anar-hi avui o demà. We kunnen er vandaag of morgen heen gaan. o geeft een keuze.
El pis és petit, però té molta llum. De flat is klein, maar heeft veel licht. però maakt een tegenstelling.
Estudio perquè tinc un examen. Ik studeer omdat ik een examen heb. De reden volgt op de hoofdzin.
Com que demà treballo, me'n vaig aviat. Omdat ik morgen werk, ga ik vroeg weg. De reden staat als achtergrond vooraan.
Quan plou, em quedo a casa. Als het regent, blijf ik thuis. quan bij een terugkerende situatie.
Truca'm quan arribis. Bel me wanneer je aankomt. Toekomstig moment; arribis is een aanvoegende vorm.
Llegeixo mentre espero el tren. Ik lees terwijl ik op de trein wacht. Twee handelingen gebeuren tegelijk.
Si tens temps, vine. Als je tijd hebt, kom dan. Tegenwoordige tijd plus gebiedende wijs.
Si plou, no sortirem. Als het regent, gaan we niet naar buiten. De gevolgzin verwijst naar de toekomst.
No sé si el restaurant està obert. Ik weet niet of het restaurant open is. si leidt een indirecte ja-neevraag in.
Encara que és car, m'agrada. Hoewel het duur is, vind ik het mooi. Een feit vormt geen belemmering.
Vull venir, encara que estic cansat. Ik wil komen, hoewel ik moe ben. De toegeving kan ook achteraan staan.
Jo preparo el sopar, mentre que tu pares taula. Ik maak het avondeten, terwijl jij de tafel dekt. mentre que zet twee rollen naast elkaar.

Veelgemaakte fouten

1. Nederlandse bijzinvolgorde gebruiken

  • Fout: Em quedo a casa perquè demà treballar he.
  • Goed: Em quedo a casa perquè demà he de treballar.
  • Waarom: Na perquè schuift het vervoegde werkwoord niet naar het einde. Behoud de normale Catalaanse woordvolgorde.

2. o en si verwarren bij Nederlands “of”

  • Fout: No sé o vindrà.
  • Goed: No sé si vindrà.
  • Waarom: O verbindt alternatieven; si leidt hier de vraag “komt die persoon wel of niet?” in.

3. perquè en per què door elkaar halen

  • Fout: Perquè no vens? wanneer je “Waarom kom je niet?” bedoelt.
  • Goed: Per què no vens?
  • Waarom: Het voegwoord perquè geeft een reden of doel. De vraagvorm per què wordt los geschreven.

4. De toekomstige tijd direct na een voorwaardelijk si zetten

  • Fout: Si plourà, no sortirem.
  • Goed: Si plou, no sortirem.
  • Waarom: Bij een reële toekomstige voorwaarde staat na si de tegenwoordige tijd; de toekomstige tijd kan in de gevolgzin staan.

5. quan en si kiezen op basis van Nederlands “als”

  • Fout: Si arribo a casa cada vespre, sopo. wanneer je “Wanneer ik elke avond thuiskom” bedoelt.
  • Goed: Quan arribo a casa cada vespre, sopo.
  • Waarom: Quan gaat over het moment waarop iets gebeurt; si maakt het gebeuren tot een voorwaarde. Het Nederlandse “als” kan beide functies hebben.

6. Overal een komma voor i zetten

  • Fout: Compro pa, fruita, i aigua.
  • Goed: Compro pa, fruita i aigua.
  • Waarom: In een gewone Catalaanse opsomming komt normaal geen komma voor de laatste i. Een komma kan wel bewust worden gebruikt bij langere of ingewikkelde zinsdelen, maar is niet de basisregel.

Gebruiksnotities

In alledaagse gesprekken zijn i, però, perquè, quan en si buitengewoon gewoon. Com que klinkt eveneens natuurlijk, vooral wanneer de reden aan het begin van de zin de context bepaalt. Je hoeft niet steeds een formeler verbindingswoord te zoeken; korte voegwoorden maken gesproken Catalaans juist vloeiend.

Een komma helpt de lezer bij een bijzin die vooropstaat: Si tens cap pregunta, escriu-me (Als je een vraag hebt, schrijf me). Achteraan is de scheiding vaak niet nodig: Escriu-me si tens cap pregunta. Bij però is een komma vóór het voegwoord gebruikelijk wanneer twee volledige gedachten tegenover elkaar staan.

Let bij het luisteren op de onbeklemtoonde uitspraak van korte woorden. Vooral i, o en si kunnen snel in de omliggende woorden opgaan. Leer daarom niet alleen losse woorden, maar vaste stukjes als i també (en ook), però no (maar niet), perquè és (omdat het is) en si vols (als je wilt).

Verder dan de basis

De volgende verschillen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze al vroeg tegenkomen.

Werkwoordsvorm na quan en encara que

Bij een feit, gewoonte of gebeurtenis die werkelijk heeft plaatsgevonden, staat meestal de aantonende wijs (de gewone werkwoordsvorm voor feiten): Quan arriba, dina (Wanneer hij/zij aankomt, eet hij/zij). Verwijst quan naar een toekomstige gebeurtenis die nog niet voltooid is, dan gebruikt het Catalaans vaak de aanvoegende wijs: Quan arribi, dinarem (Wanneer hij/zij aankomt, gaan we eten). Nederlands laat dat verschil niet aan de werkwoordsvorm zien.

Ook encara que kan van vorm wisselen. Encara que és car presenteert “het is duur” als een feit. Encara que sigui car laat de prijs open of behandelt die als een veronderstelling: “ook als het duur is”. Het verschil gaat dus niet simpelweg over heden tegenover toekomst, maar over hoe de spreker de informatie voorstelt.

Onwerkelijke voorwaarden

Voor een minder waarschijnlijke of denkbeeldige situatie verschijnt later een ander patroon:

  • Si tingués temps, viatjaria més. — Als ik tijd had, zou ik meer reizen.
  • Si ho hagués sabut, no hi hauria anat. — Als ik het had geweten, zou ik er niet heen zijn gegaan.

Hier zijn tingués en hagués sabut aanvoegende vormen; viatjaria en hauria anat zijn voorwaardelijke vormen. Houd dit voorlopig apart van de A2-basis si + tegenwoordige tijd.

Fijnere tegenstellingen

Però betekent gewoon “maar”. Wanneer je niet alleen contrasteert, maar iets ontkent en door het juiste alternatief vervangt, gebruikt het Catalaans vaak sinó: No vull te, sinó cafè (Ik wil geen thee, maar koffie). Bij een vervoegd werkwoord wordt dat sinó que: No descansa, sinó que treballa (Hij/zij rust niet, maar werkt). Zulke onderscheidingen vormen een brug naar uitgebreidere tekstverbinders.

Oefentips

  1. Maak kettingen van twee korte zinnen. Neem bijvoorbeeld Estic cansat en Acabo la feina en verbind ze achtereenvolgens met però, perquè en encara que. Controleer telkens hoe de betekenis verandert.
  2. Sorteer Nederlandse “probleemwoorden” op functie. Noteer bij elke zin met “als” of je quan (tijd) of si (voorwaarde) nodig hebt. Doe hetzelfde met “of”: o voor een keuze, si voor een indirecte ja-neevraag.
  3. Luister in woordgroepen. Zoek in een Catalaanse opname vijf voorbeelden van perquè, quan of si. Schrijf niet alleen het voegwoord op, maar de hele bijzin; zo oefen je meteen de natuurlijke woordvolgorde.

Verwante onderwerpen

  • Vervolg: Discursieve verbindingswoorden — bouw langere, samenhangende teksten met onder meer d'altra banda, tanmateix, a més a més en en definitiva.

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Conjuncions i Connectors in Catalaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Catalaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen