Pretérito indefinido in het Spaans
Pretérito Indefinido
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.
In het kort
Met de pretérito indefinido vertel je over een handeling of gebeurtenis die in een afgesloten verleden plaatsvond: Ayer comí pizza (Gisteren at ik pizza). Regelmatige werkwoorden krijgen eigen uitgangen: hablé, comí, viví. In het Nederlands komt deze tijd vaak overeen met zowel de onvoltooid verleden tijd (ik at) als de voltooid tegenwoordige tijd (ik heb gegeten); de Spaanse keuze hangt vooral af van hoe de spreker de periode afbakent.
Overzicht
De pretérito indefinido, vaak kortweg indefinido genoemd, is een Spaanse verleden tijd voor afgeronde feiten en gebeurtenissen. Je gebruikt hem onder meer om te zeggen wat gisteren gebeurde, wanneer iemand aankwam of welke opeenvolgende stappen een verhaal vooruitbrachten. Het gaat om het feit als geheel: het begin, verloop of resultaat wordt niet van binnenuit beschreven.
Deze tijd hoort bij niveau A2. De basis is overzichtelijk: verwijder bij een regelmatig werkwoord de infinitiefuitgang (de vorm op -ar, -er of -ir) en voeg de juiste uitgang toe. Zo wordt hablar bijvoorbeeld hablé en comer wordt comí. Veel zeer gebruikelijke werkwoorden zijn echter onregelmatig; die vormen moet je apart leren.
Voor Nederlandstaligen is vooral de keuze van de verleden tijd wennen. Nederlands zegt in een gesprek vaak Ik heb gisteren gewerkt, met een voltooid deelwoord (de vorm zoals gewerkt). Spaans gebruikt bij een afgesloten tijdsaanduiding doorgaans één vervoegde vorm: Ayer trabajé. Vertaal dus niet automatisch woord voor woord.
Hoe werkt het?
De eenvoudige beginnersregel
Gebruik de indefinido wanneer je een gebeurtenis als afgerond en begrensd presenteert. Dat gebeurt vaak in drie situaties:
- Eén afgeronde handeling op een bepaald moment: La llamé anoche — Ik belde haar gisteravond.
- Een afgeronde reeks gebeurtenissen: Entró, pidió un café y se sentó — Hij kwam binnen, bestelde koffie en ging zitten.
- Een afgebakende duur of herhaling: Vivimos allí dos años — We woonden daar twee jaar; Fui tres veces — Ik ging drie keer.
Een tijdsaanduiding helpt vaak, maar is niet verplicht. In ¿Quién abrió la puerta? (Wie deed de deur open?) maakt de situatie al duidelijk dat het om één voltooide gebeurtenis gaat.
Regelmatige werkwoorden op -ar
Neem de stam door -ar weg te laten en voeg deze uitgangen toe:
| Persoon | Uitgang | hablar (spreken) |
|---|---|---|
| yo | -é | hablé |
| tú | -aste | hablaste |
| él, ella, usted | -ó | habló |
| nosotros/nosotras | -amos | hablamos |
| vosotros/vosotras | -asteis | hablasteis |
| ellos, ellas, ustedes | -aron | hablaron |
Let goed op de accenten in hablé en habló. Zonder accent verandert de uitspraak en kan de vorm iets anders betekenen: hablo is bijvoorbeeld ‘ik spreek’ in de tegenwoordige tijd.
De vorm voor nosotros is bij regelmatige -ar-werkwoorden gelijk aan die van de tegenwoordige tijd: hablamos kan ‘we spreken’ of ‘we spraken’ betekenen. De context lost dit op: Ayer hablamos con Ana kan alleen naar het verleden verwijzen.
Regelmatige werkwoorden op -er en -ir
Werkwoorden op -er en -ir hebben in deze tijd dezelfde uitgangen:
| Persoon | Uitgang | comer (eten) | vivir (wonen/leven) |
|---|---|---|---|
| yo | -í | comí | viví |
| tú | -iste | comiste | viviste |
| él, ella, usted | -ió | comió | vivió |
| nosotros/nosotras | -imos | comimos | vivimos |
| vosotros/vosotras | -isteis | comisteis | vivisteis |
| ellos, ellas, ustedes | -ieron | comieron | vivieron |
Ook hier zijn de accenten betekenisvol: comí en comió, viví en vivió. Zeg niet comistes of vivistes: de tú-uitgang is -iste, zonder extra -s.
Bij regelmatige -ir-werkwoorden kan ook de nosotros-vorm samenvallen met de tegenwoordige tijd: vivimos aquí kan ‘we wonen hier’ betekenen, maar vivimos allí en 2020 betekent ‘we woonden daar in 2020’.
Ontkenningen, vragen en voornaamwoorden
Voor ontkenning zet je no vóór het vervoegde werkwoord: No trabajé ayer (Ik werkte gisteren niet). Voor een vraag hoef je de woordvolgorde niet om te draaien zoals in het Nederlands: ¿Trabajaste ayer? (Heb je gisteren gewerkt?). De vraagtekens en intonatie maken er een vraag van.
Een persoonlijk voornaamwoord zoals yo of tú is meestal niet nodig, omdat de uitgang al aangeeft wie het onderwerp is (de persoon of zaak die de handeling verricht): Llegué tarde betekent vanzelf ‘Ik kwam te laat’. Een voornaamwoord kan wel contrast benadrukken: Yo pagué, pero él cocinó — Ík betaalde, maar híj kookte.
Korte voornaamwoorden die bij het werkwoord horen, staan vóór de vervoegde vorm: La vi ayer (Ik zag haar gisteren), Me llamaron (Ze belden mij). Bij wederkerende werkwoorden staat het wederkerend voornaamwoord eveneens ervoor: Me levanté a las siete (Ik stond om zeven uur op).
Veelvoorkomende spellingaanpassingen
Sommige werkwoorden blijven regelmatig in uitspraak, maar veranderen in de yo-vorm van spelling om dezelfde klank te behouden:
| Infinitief | Verandering | Yo-vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| buscar | c → qu | busqué | Busqué las llaves. |
| llegar | g → gu | llegué | Llegué temprano. |
| empezar | z → c | empecé | Empecé el lunes. |
Dit zijn spellingregels, geen volledig nieuwe reeks uitgangen. Andere veranderingen, vooral bij -ir-werkwoorden en sterk onregelmatige werkwoorden, komen verderop kort aan bod.
Typische tijdsaanduidingen
Woorden die een afgesloten moment of periode aangeven, gaan vaak samen met de indefinido:
- ayer, anteayer, anoche — gisteren, eergisteren, gisteravond
- el lunes, el 3 de mayo, a las ocho — maandag, op 3 mei, om acht uur
- la semana pasada, el año pasado — vorige week, vorig jaar
- en 2022, hace dos días — in 2022, twee dagen geleden
- una vez, tres veces — één keer, drie keer
- durante dos años, de 2019 a 2021 — twee jaar lang, van 2019 tot 2021
Zo'n uitdrukking is een sterke aanwijzing, maar geen mechanische garantie. De betekenis en het perspectief van de spreker blijven beslissend.
Voorbeelden in context
| Spaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Ayer comí pizza. | Gisteren at ik pizza. | Eén afgeronde gebeurtenis. |
| Viajé a España el año pasado. | Vorig jaar reisde ik naar Spanje. | Afgesloten periode. |
| ¿Qué hiciste ayer? | Wat heb je gisteren gedaan? | Nederlandse voltooide tijd, Spaanse indefinido. |
| Llegaron a las ocho. | Ze kwamen om acht uur aan. | Precies tijdstip. |
| El sábado compramos una mesa. | Zaterdag kochten we een tafel. | Compramos kan ook tegenwoordige tijd zijn; el sábado geeft hier het verleden aan. |
| No terminé el informe. | Ik heb het verslag niet afgemaakt. | Ontkenning met no. |
| ¿Viste a Marta en la fiesta? | Heb je Marta op het feest gezien? | Afgeronde vraag; viste is onregelmatig. |
| Me levanté, desayuné y salí de casa. | Ik stond op, ontbeet en ging de deur uit. | Opeenvolgende stappen in een verhaal. |
| Vivieron en Chile durante cinco años. | Ze woonden vijf jaar in Chili. | De gehele duur wordt als afgesloten gezien. |
| La llamé tres veces, pero no contestó. | Ik belde haar drie keer, maar ze nam niet op. | Begrensd aantal herhalingen. |
| Busqué mis gafas por toda la casa. | Ik zocht mijn bril in het hele huis. | Spellingaanpassing c → qu. |
| El concierto empezó a las nueve. | Het concert begon om negen uur. | Empezar krijgt empezó buiten de yo-vorm. |
| Fuimos a Cádiz y volvimos el domingo. | We gingen naar Cádiz en kwamen zondag terug. | Fuimos is een onregelmatige vorm van ir. |
| De repente, se apagó la luz. | Plotseling ging het licht uit. | Een gebeurtenis die het verhaal vooruitbrengt. |
Veelgemaakte fouten
De Nederlandse voltooide tijd letterlijk nabouwen
- Niet: Ayer he comido pizza als neutrale standaardkeuze voor een duidelijk afgesloten ‘gisteren’.
- Wel: Ayer comí pizza.
- Waarom: In veel varianten van het Spaans vraagt een afgesloten periode zoals ayer om de indefinido. Nederlands gebruikt in een gesprek juist gemakkelijk ‘heb gegeten’. In delen van Spanje en Latijns-Amerika verschilt de precieze verdeling tussen verleden tijden; leer eerst deze betrouwbare basisregel.
Een extra -s aan de tú-vorm toevoegen
- Niet: ¿Qué hicistes? of comistes
- Wel: ¿Qué hiciste? en comiste
- Waarom: De tú-uitgangen zijn -aste en -iste. Anders dan veel tegenwoordige vormen eindigen ze niet op -s.
Accenten weglaten
- Niet: Ayer hable con Luis of Ella comio temprano.
- Wel: Ayer hablé con Luis en Ella comió temprano.
- Waarom: De accenten in -é, -ó, -í en -ió markeren de beklemtoning en onderscheiden soms tijden of personen.
Voor elke zin een onderwerp noemen
- Minder natuurlijk: Yo llegué y yo hablé con Ana. Después yo volví a casa.
- Natuurlijker: Llegué y hablé con Ana. Después volví a casa.
- Waarom: Spaanse werkwoordsuitgangen maken het onderwerp meestal al duidelijk. Gebruik yo vooral bij nadruk of contrast.
Afgeronde gebeurtenissen en achtergrond door elkaar halen
- Onhandig: Hizo sol cuando llegué als je het zonnige weer als achtergrond wilt schetsen.
- Natuurlijk: Hacía sol cuando llegué.
- Waarom: Llegué is de afgeronde gebeurtenis; hacía sol beschrijft de situatie die al gaande was. Voor die achtergrond leer je de pretérito imperfecto.
Elke vorm als regelmatig behandelen
- Niet: Ayer hací la compra of tení mucho trabajo.
- Wel: Ayer hice la compra en tuve mucho trabajo.
- Waarom: Veel frequente werkwoorden hebben een onregelmatige stam of geheel eigen vorm. Leer zulke werkwoorden als compacte reeks, niet door de regelmatige uitgang te forceren.
Gebruiksnotities
De naam van deze tijd verschilt per lesmethode. Je ziet pretérito indefinido, pretérito perfecto simple en soms pretérito. Daarmee wordt hier dezelfde reeks vormen bedoeld: hablé, comiste, llegaron. Let op dat pretérito perfecto zonder simple meestal verwijst naar de samengestelde tijd he hablado.
Er bestaat regionale variatie in de keuze tussen comí en he comido. In veel delen van Latijns-Amerika wordt de indefinido ruimer gebruikt, ook voor iets dat vandaag gebeurde: Hoy fui al mercado. In veel Spaans uit Spanje is Hoy he ido al mercado gebruikelijk wanneer ‘vandaag’ nog als lopende periode wordt gezien. Beide patronen zijn Spaans; volg in het begin het model van de regio die je vooral wilt begrijpen of spreken.
De vorm vosotros wordt vooral in Spanje gebruikt voor informeel meervoud. In het grootste deel van Latijns-Amerika gebruikt men ustedes met de derde persoon meervoud: ¿Qué hicieron ayer? De vosotros-vorm hicisteis blijft wel nuttig voor wie Spaans uit Spanje leest of beluistert.
Verder dan de basis
Je hoeft de volgende details op A2 nog niet allemaal actief te beheersen, maar je komt ze snel tegen.
Sterk onregelmatige vormen
Veel zeer frequente werkwoorden hebben een afwijkende stam en uitgangen zonder geschreven accent. Voorbeelden zijn tener → tuve, estar → estuve, poder → pude, poner → puse, saber → supe, venir → vine, hacer → hice/hizo en decir → dije/dijeron. Ser en ir delen zelfs dezelfde vormen: fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron. Alleen de context vertelt of fue ‘was’ of ‘ging’ betekent.
Deze vormen vormen een eigen belangrijk leeronderwerp. Onthoud voorlopig vooral dat een ontbrekend accent in tuve of hizo correct is en dat regelmatige uitgangen zoals -ó niet op deze stammen worden gezet.
Stamverandering bij sommige werkwoorden op -ir
Sommige -ir-werkwoorden veranderen alleen in de derde persoon enkelvoud en meervoud: pedir → pidió, pidieron en dormir → durmió, durmieron. De overige personen houden de gewone klinker: pedí, pediste, pedimos. Ook werkwoorden als leer en oír hebben vormen zoals leyó, leyeron en oyó, oyeron.
Indefinido tegenover imperfecto
Het verschil gaat niet eenvoudigweg over ‘kort’ tegenover ‘lang’. De indefinido bekijkt een gebeurtenis als afgerond geheel; de imperfecto geeft achtergrond, gewoonte of een handeling die van binnenuit gaande is.
| Perspectief | Spaans | Nederlands |
|---|---|---|
| Afgerond geheel | Viví en Madrid dos años. | Ik woonde twee jaar in Madrid (en die periode is voorbij). |
| Achtergrond of levensfase | Vivía en Madrid cuando conocí a Laura. | Ik woonde in Madrid toen ik Laura leerde kennen. |
| Begrensde herhaling | Fui al gimnasio tres veces. | Ik ging drie keer naar de sportschool. |
| Gewoonte | Iba al gimnasio cada lunes. | Ik ging elke maandag naar de sportschool. |
Een lange gebeurtenis kan dus prima in de indefinido staan: Trabajó allí treinta años presenteert die dertig jaar als één afgesloten periode. Andersom kan een kort moment in de imperfecto staan wanneer het achtergrond is.
Betekenisverschil door perspectief
Bij sommige werkwoorden beïnvloedt de verleden tijd hoe je de gebeurtenis begrijpt. Sabía la respuesta betekent ‘ik wist het antwoord’, een bestaande toestand. Supe la respuesta betekent meestal ‘ik kwam het antwoord te weten’. Podía entrar beschrijft dat iemand naar binnen kon; pude entrar zegt vaak dat het daadwerkelijk lukte. Dit zijn geen losse Nederlandse vertaalregels, maar gevolgen van het afgeronde perspectief.
Oefentips
- Leer uitgangen in drie ritmes. Zeg hardop -é, -aste, -ó, -amos, -asteis, -aron en daarna -í, -iste, -ió, -imos, -isteis, -ieron. Vervoeg elke dag één werkwoord op -ar, één op -er en één op -ir.
- Maak een kort gisteren-dagboek. Schrijf vijf zinnen die beginnen met Ayer... en verbind daarna drie gebeurtenissen met primero (eerst), después (daarna) en al final (uiteindelijk). Controleer vooral accenten en de tú-uitgang.
- Markeer gebeurtenis en achtergrond apart. Onderstreep in een kort verhaal de afgeronde stappen (llegó, abrió, dijo) en omcirkel achtergrondvormen (era, tenía, hacía). Zo leer je het verschil met de imperfecto als perspectief, in plaats van als woord-voor-woordvertaling uit het Nederlands.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Regelmatige werkwoorden op -AR — de stam en persoonsuitgangen vormen de basis voor regelmatige verleden tijden.
- Volgende stap: Onregelmatige vormen van de indefinido — behandelt onder meer fui, tuve, hice en dije.
- Belangrijk contrast: Pretérito imperfecto — voor achtergrond, gewoonten en situaties die gaande waren.
- Uitbreiding: Wederkerende werkwoorden in het verleden — combineert verleden tijden met vormen als me, te en se.
- Voor later: Pretérito anterior — een zeldzame, vooral literaire tijd voor een gebeurtenis die direct aan een andere voorafging.
Vereiste kennis
Regelmatige werkwoorden op -ar in het SpaansA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Pretérito Indefinido in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen