A2

Reflexieve werkwoorden in de Portugese verleden tijd

Verbos Reflexivos no Passado

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Bij een reflexief werkwoord verwijst me, te, se, nos, vos of se terug naar degene die de handeling uitvoert: levantei-me betekent ‘ik stond op’. Zet het werkwoord in de passende verleden tijd en laat het voornaamwoord met de persoon meegaan. In Portugal staat dat voornaamwoord in een gewone bevestigende hoofdzin meestal achter het werkwoord; in Brazilië staat het in alledaagse taal meestal ervoor.

Overzicht

Reflexieve werkwoorden drukken vaak uit dat iemand iets met zichzelf doet: lavar-se is ‘zich wassen’ en vestir-se is ‘zich aankleden’. Het reflexieve voornaamwoord (het korte woord dat terugwijst naar de handelende persoon) verandert mee: eu me, tu te, ela se, nós nos. In woordenboeken staat zo'n werkwoord gewoonlijk met -se, maar in een zin kies je het voornaamwoord dat bij het onderwerp hoort.

In de verleden tijd komen vooral twee vormen voor. De pretérito perfeito vertelt over een afgeronde gebeurtenis: Ela vestiu-se e saiu — ‘Ze kleedde zich aan en vertrok.’ De pretérito imperfeito beschrijft een gewoonte, achtergrond of voortgaande toestand in het verleden: Ela vestia-se devagar — ‘Ze kleedde zich altijd/langzaam aan.’ Dit onderwerp hoort bij A2: je combineert een al bekende verleden tijd met reflexieve voornaamwoorden.

Voor Nederlandstaligen is het idee niet helemaal nieuw: ook in ‘ik waste me’ en ‘wij vergisten ons’ verandert het voornaamwoord met de persoon. Het opvallende verschil is de plaatsing. Nederlands zet me/ons/zich als een los zinsdeel op een vrij vaste plek. In het Portugees is het een onbeklemtoond voornaamwoord dat, afhankelijk van zinstype en taalvariant, vóór het werkwoord kan staan of er met een koppelteken achter kan worden geschreven.

Zo werkt het

Stap 1: kies het juiste reflexieve voornaamwoord

Persoon Voornaamwoord Voorbeeld in de infinitief Betekenis
eu me lavar-me mij wassen
tu te lavar-te je wassen
ele, ela, você se lavar-se zich wassen
nós nos lavar-nos ons wassen
vós vos lavar-vos jullie wassen
eles, elas, vocês se lavar-se zich wassen

Vós/vos is tegenwoordig beperkt: je komt het tegen in oudere teksten, liturgie en enkele regionale varianten. In de meeste gesprekken gebruikt men vocês se in Brazilië. In Portugal is bij vocês in een gewone bevestigende hoofdzin vocês lavaram-se normaal.

Let op het verschil met het Nederlands. Bij levantar-se betekent het hele werkwoord vaak ‘opstaan’. Vertaal dus niet elk onderdeel afzonderlijk alsof levantar altijd ‘staan’ en se altijd ‘zich’ zou betekenen. Nederlands gebruikt hier het scheidbare werkwoord ‘opstaan’, terwijl Portugees een reflexieve constructie gebruikt.

Stap 2: kies de verleden tijd

Gebruik de pretérito perfeito voor een afgeronde gebeurtenis met een duidelijk einde, bijvoorbeeld wat er gisteren één keer gebeurde. Gebruik de imperfeito voor een herhaling, gewoonte, beschrijving of handeling die als achtergrond diende.

Bedoeling Portugese tijd Voorbeeld Nederlandse weergave
één afgeronde gebeurtenis pretérito perfeito Ontem levantei-me às seis. Gisteren stond ik om zes uur op.
vroegere gewoonte pretérito imperfeito Naquela época, levantava-me às seis. In die tijd stond ik altijd om zes uur op.
achtergrond bij een andere gebeurtenis pretérito imperfeito Vestia-me quando o telefone tocou. Ik was me aan het aankleden toen de telefoon ging.

Het voornaamwoord bepaalt niet welke verleden tijd je nodig hebt. Die keuze hangt af van hoe je naar de gebeurtenis kijkt: als afgerond geheel of als gewoonte/achtergrond.

Stap 3: vervoeg het werkwoord en plaats het voornaamwoord

Met levantar-se ziet een bevestigende hoofdzin er in Europees Portugees als volgt uit. De Braziliaanse kolom geeft de gebruikelijke alledaagse plaatsing weer.

Persoon Pretérito perfeito — Portugal Pretérito perfeito — Brazilië Imperfeito — Portugal Imperfeito — Brazilië
eu levantei-me eu me levantei levantava-me eu me levantava
tu levantaste-te tu te levantaste levantavas-te tu te levantavas
ele/ela/você levantou-se ele/ela/você se levantou levantava-se ele/ela/você se levantava
nós levantámo-nos nós nos levantamos levantávamo-nos nós nos levantávamos
vós levantastes-vos zeldzaam levantáveis-vos zeldzaam
eles/elas/vocês levantaram-se eles/elas/vocês se levantaram levantavam-se eles/elas/vocês se levantavam

In de Portugese vormen levantámo-nos en levantávamo-nos valt de laatste -s van de werkwoordsvorm vóór nos weg: levantámos + nos wordt levantámo-nos. Het accent blijft nodig. In Brazilië schrijft men in de alledaagse volgorde nós nos levantamos en nós nos levantávamos; daar verandert de werkwoordsvorm niet.

Plaatsing in Portugal

In een gewone bevestigende hoofdzin is achterplaatsing gebruikelijk: het voornaamwoord komt na het vervoegde werkwoord en krijgt een koppelteken.

  • Deitei-me cedo. — Ik ging vroeg naar bed.
  • Eles divertiram-se muito. — Ze hebben zich uitstekend vermaakt.

Bepaalde woorden trekken het voornaamwoord echter vóór het werkwoord. Dit heet voorplaatsing: het korte voornaamwoord staat direct vóór de vervoegde vorm. Voor A2 zijn vooral deze gevallen belangrijk:

  • na een ontkenning: Não me levantei cedo.
  • na een vraagwoord: Quando te deitaste?
  • in veel bijzinnen na woorden als quando, porque, que, se: Quando me levantei, já era tarde.
  • na woorden als já, ainda, sempre, nunca wanneer die nauw bij het werkwoord horen: Nunca se esqueceu daquele dia.

Plaatsing in Brazilië

In gesproken en informeel geschreven Braziliaans Portugees staat het voornaamwoord meestal vóór het werkwoord:

  • Eu me levantei cedo.
  • Ela se vestiu depressa.
  • A gente se divertiu muito.

Een zin die direct met zo'n onbeklemtoond voornaamwoord begint, zoals Me levantei cedo, is zeer gewoon in Braziliaanse gesprekken. In verzorgde formele schrijftaal wordt vaak liever een onderwerp toegevoegd: Eu me levantei cedo. Achterplaatsing, zoals levantei-me, bestaat ook in Brazilië, maar klinkt er doorgaans formeler of literairder dan in Portugal.

Ontkenningen leveren in beide hoofdvarianten dezelfde praktische basisvolgorde op: Não me levantei, Não se vestiram. Het woord não staat vóór het voornaamwoord en het werkwoord.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Toelichting
Levantei-me cedo. Ik stond vroeg op. Afgeronde gebeurtenis; gebruikelijk in Portugal.
Eu me levantei cedo. Ik stond vroeg op. Gebruikelijke Braziliaanse volgorde.
Ela vestiu-se depressa. Ze kleedde zich snel aan. Eén afgeronde handeling.
Ela se vestiu depressa. Ze kleedde zich snel aan. Dezelfde inhoud, met Braziliaanse plaatsing.
Divertimo-nos muito na festa. We hebben ons erg vermaakt op het feest. Europees Portugees; de s van divertimos valt weg.
A gente se divertiu muito na festa. We hebben ons erg vermaakt op het feest. Heel gebruikelijk in Brazilië; a gente krijgt een enkelvoudige werkwoordsvorm.
Conheceram-se ontem no curso. Ze hebben elkaar gisteren op de cursus leren kennen. Se heeft hier een wederkerige betekenis: elkaar.
Não me lembrei do endereço. Ik herinnerde me het adres niet. Ontkenning: me staat vóór het werkwoord.
Quando te deitaste? Wanneer ging je naar bed? Vraagwoord veroorzaakt voorplaatsing.
Quando se mudou para Lisboa, não conhecia ninguém. Toen hij/zij naar Lissabon verhuisde, kende hij/zij niemand. Se staat vóór het werkwoord in de bijzin.
Em criança, lavava-me sozinho. Als kind waste ik me alleen. Imperfeito voor een vroegere gewoonte; Portugese volgorde.
Quando era criança, eu me lavava sozinho. Toen ik kind was, waste ik me alleen. Dezelfde gewoonte in natuurlijke Braziliaanse volgorde.
Estávamos a vestir-nos quando chegaram. We waren ons aan het aankleden toen ze aankwamen. Europees Portugees: een handeling was bezig.
Nós estávamos nos vestindo quando eles chegaram. We waren ons aan het aankleden toen zij aankwamen. Veelvoorkomende Braziliaanse constructie.
Eles zangaram-se, mas reconciliaram-se no dia seguinte. Ze kregen ruzie, maar verzoenden zich de volgende dag. Twee afgeronde gebeurtenissen; Europees Portugees.

Veelgemaakte fouten

1. Het werkwoord wel vervoegen, maar het voornaamwoord niet aanpassen

  • Fout: Eu levantou-se cedo.
  • Goed (Portugal): Eu levantei-me cedo.
  • Goed (Brazilië): Eu me levantei cedo.
  • Waarom: bij eu hoort niet alleen de werkwoordsvorm levantei, maar ook het voornaamwoord me. Se hoort hier bij de derde persoon.

2. De infinitiefvorm -se onveranderd overnemen

  • Fout: Nós lavámos-se.
  • Goed (Portugal): Nós lavámo-nos.
  • Goed (Brazilië): Nós nos lavamos.
  • Waarom: de woordenboekvorm is lavar-se, maar bij nós wordt se vervangen door nos. Bij achterplaatsing valt bovendien de laatste s van lavámos weg.

3. Na een ontkenning toch achterplaatsing gebruiken

  • Fout: Não levantei-me cedo.
  • Goed: Não me levantei cedo.
  • Waarom: não trekt het onbeklemtoonde voornaamwoord naar de plek vóór het werkwoord. Deze volgorde is zowel in Portugal als in Brazilië veilig en natuurlijk.

4. In een Portugese bijzin de hoofdzinvolgorde kopiëren

  • Fout in de standaardtaal: Quando levantei-me, já era tarde.
  • Goed: Quando me levantei, já era tarde.
  • Waarom: na het verbindingswoord quando staat het voornaamwoord vóór het werkwoord.

5. Twee reflexieve voornaamwoorden gebruiken

  • Fout: Eu me levantei-me.
  • Goed: Eu me levantei of levantei-me.
  • Waarom: voor- en achterplaatsing zijn twee mogelijke posities voor hetzelfde voornaamwoord. Je kiest er één; je combineert ze niet.

6. Elk meervoudig se automatisch als ‘zich’ vertalen

  • Misleidend: Eles conheceram-se = ‘Zij leerden zichzelf kennen.’
  • Meestal bedoeld: Eles conheceram-se = ‘Zij leerden elkaar kennen.’
  • Waarom: bij een meervoudig onderwerp kan nos/se wederkerig zijn: de personen doen iets ten opzichte van elkaar. De situatie en het werkwoord bepalen de lezing.

Gebruiksnotities

Niet elk Portugees werkwoord volgt het Nederlandse patroon

Sommige werkwoorden zijn in beide talen reflexief: lavar-se — ‘zich wassen’, enganar-se — ‘zich vergissen’. Bij andere werkwoorden verschilt de constructie:

  • levantar-se betekent vaak ‘opstaan’; Nederlands gebruikt geen ‘zich’.
  • lembrar-se de betekent ‘zich iets herinneren’ of gewoon ‘iets onthouden’ en vereist de: Lembrei-me do nome.
  • ir-se embora betekent ‘weggaan’: Ela foi-se embora (Portugal). In Brazilië is eenvoudig Ela foi embora veel gebruikelijker.
  • casar-se komt veel voor in Brazilië, terwijl in Portugal vaak casar zonder voornaamwoord wordt gebruikt, afhankelijk van de constructie.

Leer daarom niet alleen het losse werkwoord, maar de hele combinatie, inclusief een eventueel voorzetsel: lembrar-se de alguma coisa.

Onderwerp en variant maken het verschil

Portugees laat het onderwerp vaak weg omdat de werkwoordsvorm al veel informatie geeft. Daardoor klinkt levantei-me in Portugal volledig en natuurlijk. In Brazilië worden onderwerpwoorden vaker uitgesproken, en de combinatie eu me levantei sluit daar goed bij aan.

De twee plaatsingen betekenen meestal niet iets anders. Ze verraden vooral taalvariant, register en zinsbouw. Kies tijdens het leren één hoofdmodel voor je eigen actieve taalgebruik, maar oefen ook het herkennen van het andere. Zo raak je niet in de war wanneer een Portugese tekst vestiu-se gebruikt en een Braziliaanse spreker se vestiu zegt.

Perfectum en imperfeito zijn geen Nederlands één-op-ééncontrast

Nederlands kan ‘ik kleedde me aan’ gebruiken voor zowel één gebeurtenis als een gewoonte, afhankelijk van de context. Portugees maakt het perspectief vaak zichtbaar in de werkwoordsvorm:

  • Vesti-me às oito. — één keer, afgerond.
  • Vestia-me às oito todos os dias. — een herhaalde gewoonte.

Woorden als ontem, de repente, uma vez wijzen vaak naar de pretérito perfeito. Woorden als sempre, todos os dias, naquela época, enquanto passen vaak bij de imperfeito. Het zijn aanwijzingen, geen automatische regels: de bedoelde kijk op de gebeurtenis blijft beslissend.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later wel tegenkomen.

Se kan meer dan reflexiviteit uitdrukken

In A Maria lavou-se verwijst se terug naar Maria. In A Maria e o João abraçaram-se betekent het waarschijnlijk ‘elkaar’. Maar se kan ook voorkomen in onpersoonlijke of passieve constructies, waarin niemand ‘zichzelf’ iets aandoet:

  • Vendem-se casas. — Er worden huizen verkocht.
  • Vive-se bem aqui. — Het is hier goed leven / Men leeft hier goed.

Kijk dus altijd naar het onderwerp en de betekenis van het werkwoord voordat je se als ‘zich’ vertaalt.

Samengestelde werkwoordsvormen

Bij een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord (de vorm zoals levantado in ter levantado) komt het voornaamwoord niet achter het voltooid deelwoord. Je kunt bijvoorbeeld tegenkomen:

  • Tenho-me levantado cedo. — Ik sta de laatste tijd vroeg op. (vooral Portugal)
  • Eu tenho me levantado cedo. — Ik sta de laatste tijd vroeg op. (gebruikelijk Brazilië)

Het Portugese tenho-me levantado is niet simpelweg hetzelfde als het Nederlandse ‘ik ben vroeg opgestaan’. Het duidt vaak op iets dat zich de laatste tijd herhaalt of voortduurt. Voor één afgeronde gebeurtenis blijft levantei-me of eu me levantei de gewone keuze.

Formele en literaire plaatsing

In formele teksten kun je plaatsingspatronen zien die in een dagelijks gesprek minder vaak voorkomen. Vooral in Brazilië kan achterplaatsing een verzorgde, plechtige of literaire toon geven. Europees Portugees gebruikt diezelfde achterplaatsing juist heel normaal in bevestigende hoofdzinnen. Beoordeel een vorm daarom niet los als ‘formeel’ of ‘informeel’; de nationale variant is essentieel.

Oefentips

  1. Maak paren met twee verleden tijden. Neem vijf veelgebruikte werkwoorden, bijvoorbeeld levantar-se, vestir-se, lavar-se, lembrar-se en divertir-se. Schrijf bij elk werkwoord één afgeronde gebeurtenis en één vroegere gewoonte: Ontem levantei-me às sete tegenover Naquela época, levantava-me às sete.
  2. Oefen één variant actief en beide varianten passief. Zet een Portugese zin om naar een gebruikelijke Braziliaanse vorm: Ela vestiu-seEla se vestiu. Doe daarna het omgekeerde. Voeg vervolgens não of quando toe en let erop dat de varianten dan vaak dezelfde voorplaatsing krijgen.
  3. Leer vaste combinaties als één geheel. Noteer niet alleen lembrar, maar lembrar-se de met een eigen voorbeeld. Markeer in luister- of leesteksten tegelijk het onderwerp, het voornaamwoord en de verleden tijd; zo zie je sneller welk onderdeel met welk woord overeenkomt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Pretérito perfeito simples in het PortugeesA2

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Verbos Reflexivos no Passado in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen