Wederkerende werkwoorden in de Franse passé composé
Verbes Pronominaux au Passé
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
In het kort
Een Frans wederkerend werkwoord gebruikt in de passé composé être: elle s'est levée en nous nous sommes amusés. Het wederkerende voornaamwoord (me, te, se, nous, vous, se) staat vóór être. Voor beginners geldt: laat het voltooid deelwoord meestal overeenkomen met het onderwerp; verderop lees je wanneer die uitgang juist wegblijft.
Overzicht
Een wederkerend of pronominaal werkwoord herken je in de woordenboekvorm aan se: se lever (opstaan), se réveiller (wakker worden) en s'habiller (zich aankleden). Het onderwerp voert de handeling uit en is er vaak zelf bij betrokken. Pronominale werkwoorden kunnen ook een wederzijdse betekenis hebben: se rencontrer betekent dan “elkaar ontmoeten”. Sommige werkwoorden, zoals se souvenir de (zich herinneren), worden in het Frans pronominaal gebruikt zonder dat je de betekenis letterlijk als “zichzelf” kunt begrijpen.
Dit onderwerp komt op A2 aan bod, nadat je de gewone passé composé en het gebruik van être hebt geleerd. De passé composé is een samengestelde verleden tijd: een vervoegd hulpwerkwoord plus een voltooid deelwoord (een vorm zoals levé, fini of vendu). Bij pronominale werkwoorden is dat hulpwerkwoord altijd être: je me suis levé, niet j'ai me levé.
Voor Nederlandstaligen voelt vooral de woordvolgorde anders. In “ik heb me gewassen” staat me na het hulpwerkwoord; in het Frans staat me ervoor: je me suis lavé(e). Bovendien laat het Frans vaak aan de spelling van het voltooid deelwoord zien of het om een vrouwelijke of meervoudige persoon gaat. Het Nederlands doet dat niet.
Zo werkt het
De basisformule
De opbouw is:
onderwerp + wederkerend voornaamwoord + vorm van être + voltooid deelwoord
Van se lever krijg je bijvoorbeeld elle + se + est + levée. Voor een klinker of stomme h worden me, te en se ingekort: m', t' en s'. Daarom schrijf je je me suis levé, maar elle s'est habillée.
| Persoon | Voornaamwoord | Être | Voorbeeld met se lever |
|---|---|---|---|
| je | me / m' | suis | je me suis levé(e) |
| tu | te / t' | es | tu t'es levé(e) |
| il / elle / on | se / s' | est | il s'est levé / elle s'est levée / on s'est levé(s) |
| nous | nous | sommes | nous nous sommes levé(e)s |
| vous | vous | êtes | vous vous êtes levé(e)(s) |
| ils / elles | se / s' | sont | ils se sont levés / elles se sont levées |
De dubbele vorm in nous nous sommes is dus geen tikfout. Het eerste nous is het onderwerp (“wij”); het tweede is het wederkerende voornaamwoord (“ons”). Hetzelfde verschil zie je in vous vous êtes.
Het voltooid deelwoord maken
De vorming van het voltooid deelwoord verandert niet doordat een werkwoord pronominaal is:
| Infinitief | Stamregel | Voltooid deelwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| se lever | werkwoord op -er → -é | levé | elle s'est levée |
| se finir komt vrijwel niet voor; bij een gewoon -ir-werkwoord | vaak -ir → -i | bijvoorbeeld fini | dezelfde deelwoordregel blijft gelden |
| se perdre | vaak -re → -u | perdu | ils se sont perdus |
| se souvenir | onregelmatig | souvenu | elle s'est souvenue |
| s'asseoir | onregelmatig | assis | nous nous sommes assis |
Leer onregelmatige deelwoorden samen met het werkwoord. Het hulpwerkwoord blijft ook daarbij être.
De beginnersregel voor overeenkomst
Overeenkomst betekent dat de uitgang van het voltooid deelwoord zich aanpast. In de eenvoudige gevallen laat je het deelwoord overeenkomen met het onderwerp:
| Onderwerp | Uitgang | Voorbeeld |
|---|---|---|
| mannelijk enkelvoud | geen extra uitgang | Paul s'est réveillé. |
| vrouwelijk enkelvoud | -e | Léa s'est réveillée. |
| mannelijk of gemengd meervoud | -s | Paul et Léa se sont réveillés. |
| vrouwelijk meervoud | -es | Léa et Zoé se sont réveillées. |
Bij spreken hoor je deze uitgangen bij veel deelwoorden niet: réveillé, réveillée, réveillés en réveillées klinken doorgaans hetzelfde. Toch zijn de verschillen in geschreven Frans verplicht. Bij sommige deelwoorden hoor je wel verschil, bijvoorbeeld assis tegenover assise.
Als je, tu, nous of vous zonder verdere context staat, kun je niet altijd zien welk geslacht bedoeld is. Daarom tonen leermiddelen soms je me suis réveillé(e) of nous nous sommes amusé(e)s. In een echte tekst kies je gewoon de passende vorm; je schrijft de haakjes normaal niet.
Ontkenning en vragen
Bij een ontkenning omsluiten ne en pas de combinatie van het wederkerende voornaamwoord en être:
onderwerp + ne + wederkerend voornaamwoord + être + pas + voltooid deelwoord
- Je ne me suis pas couché tard. — Ik ben niet laat naar bed gegaan.
- Elle ne s'est jamais trompée. — Ze heeft zich nooit vergist.
- Nous ne nous sommes plus parlé. — We hebben niet meer met elkaar gesproken.
In informele spreektaal valt ne vaak weg: Je me suis pas réveillé à temps. In verzorgd schrift blijft ne staan. Een gewone spreektaalvraag maak je met intonatie of est-ce que: Tu t'es bien amusé ? of Est-ce qu'elle s'est préparée ?
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Je me suis réveillé(e) tôt. | Ik ben vroeg wakker geworden. | Bij je hangt de geschreven uitgang af van de persoon. |
| Elle s'est habillée rapidement. | Ze heeft zich snel aangekleed. | Vrouwelijk enkelvoud: habillée. |
| Nous nous sommes bien amusé(e)s. | We hebben ons goed vermaakt. | De precieze uitgang hangt af van de samenstelling van de groep. |
| Ils se sont rencontrés hier. | Ze hebben elkaar gisteren ontmoet. | Wederzijdse handeling; mannelijk of gemengd meervoud. |
| À quelle heure vous êtes-vous levés ? | Hoe laat zijn jullie opgestaan? | Formele inversievraag; vous verwijst hier naar meerdere personen. |
| On s'est promenés au bord de la mer. | We hebben langs de zee gewandeld. | On betekent informeel “wij”; bij die betekenis komt meervoudsovereenkomst vaak voor. |
| Ma sœur s'est souvenue de l'adresse. | Mijn zus heeft zich het adres herinnerd. | Onregelmatig deelwoord: souvenu, hier vrouwelijk souvenue. |
| Les enfants se sont endormis dans la voiture. | De kinderen zijn in de auto in slaap gevallen. | s'endormir heeft het deelwoord endormi. |
| Tu ne t'es pas trompée de train ? | Heb je niet de verkeerde trein genomen? | Gericht tot een vrouw; de ontkenning staat rond t'es. |
| Elles se sont vues devant la gare. | Ze hebben elkaar voor het station gezien. | se is hier het lijdend voorwerp, dus vues. |
| Elles se sont parlé après la réunion. | Ze hebben na de vergadering met elkaar gepraat. | parler à quelqu'un: geen overeenkomst met se. |
| Il s'est lavé les mains. | Hij heeft zijn handen gewassen. | les mains is het lijdend voorwerp en staat erna; lavé blijft onveranderd. |
| Les mains qu'elle s'est lavées étaient froides. | De handen die ze had gewassen, waren koud. | Het lijdend voorwerp les mains staat ervoor, dus lavées. |
| Nous nous sommes rendu compte de l'erreur. | We hebben de fout ingezien. | In de vaste uitdrukking se rendre compte blijft rendu onveranderd. |
Let op dat een natuurlijke Nederlandse vertaling niet altijd wederkerend is. Elle s'est réveillée wordt “ze is wakker geworden”, en ils se sont rencontrés kan “ze hebben elkaar ontmoet” worden. Vertaal daarom de betekenis en kopieer niet automatisch ieder Frans se met “zich”.
Veelgemaakte fouten
1. Avoir gebruiken zoals in het Nederlands
- Fout: J'ai me réveillé tôt.
- Goed: Je me suis réveillé(e) tôt.
- Waarom: ieder pronominaal werkwoord vormt de passé composé met être. De Nederlandse vorm “ik heb me gewassen” is hier dus een misleidend voorbeeld.
2. Het wederkerende voornaamwoord na het hulpwerkwoord zetten
- Fout: Elle est se levée à sept heures.
- Goed: Elle s'est levée à sept heures.
- Waarom: me, te, se, nous, vous, se staan vóór de vervoegde vorm van être. Voor een klinker wordt se verkort tot s'.
3. De vrouwelijke of meervoudige uitgang vergeten
- Fout: Elles se sont réveillé tôt.
- Goed: Elles se sont réveillées tôt.
- Waarom: in dit eenvoudige geval komt het deelwoord overeen met het vrouwelijke meervoudige onderwerp. Dat je het verschil niet hoort, maakt de spelling extra lastig.
4. Altijd blind met het onderwerp overeenkomen
- Fout: Elles se sont parlées pendant une heure.
- Goed: Elles se sont parlé pendant une heure.
- Waarom: je zegt parler à quelqu'un. Se is daardoor een meewerkend voorwerp (de persoon aan wie of tot wie iets gebeurt), geen lijdend voorwerp. Dan krijgt parlé hier geen uitgang.
5. Overeenkomst schrijven bij een lichaamsdeel dat erna staat
- Fout: Elle s'est lavée les cheveux.
- Goed: Elle s'est lavé les cheveux.
- Waarom: les cheveux is het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat) en staat na het deelwoord. In elle s'est lavée zonder genoemd lichaamsdeel is se juist het lijdend voorwerp en schrijf je wel lavée.
6. Haakjes uit een leerschema overnemen
- Fout in gewone tekst: Marie s'est réveillé(e).
- Goed: Marie s'est réveillée.
- Waarom: vormen als levé(e) tonen alleen twee mogelijkheden wanneer de persoon onbekend is. Zodra duidelijk is dat het om Marie gaat, kies je de vrouwelijke vorm.
Gebruiksnotities
Het Franse begrip verbe pronominal is breder dan het Nederlandse “wederkerend werkwoord”. Er zijn werkelijk wederkerende handelingen (elle s'est lavée: ze heeft zichzelf gewassen), wederzijdse handelingen (ils se sont vus: ze hebben elkaar gezien) en werkwoorden die nu eenmaal met se worden geleerd (se souvenir, s'enfuir, se méfier). Leer daarom liefst de hele infinitief, inclusief het bijbehorende voorzetsel: se souvenir de quelque chose.
Met lichaamsdelen gebruikt het Frans meestal een bepaald lidwoord waar het Nederlands een bezittelijk voornaamwoord kiest: elle s'est lavé les mains betekent “ze heeft haar handen gewassen”. Het wederkerende voornaamwoord maakt al duidelijk van wie de handen zijn. Ses mains is in zo'n neutrale zin meestal niet de natuurlijke keuze.
Bij on bestaat spellingvariatie die samenhangt met de bedoelde betekenis. Als on het algemene “men” betekent, staat het deelwoord grammaticaal in het enkelvoud: on s'est souvent demandé pourquoi. Als on in informele taal “wij” betekent, laat men een bijvoeglijk gebruikt deelwoord of een passend pronominaal deelwoord vaak naar de werkelijke groep verwijzen: on s'est retrouvés à huit heures. In formele schrijftaal kun je dubbelzinnigheid vermijden door nous te gebruiken.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
Voor A2 is de praktische regel “être plus meestal overeenkomst met het onderwerp” voldoende. De precieze schrijfregel lijkt echter op de overeenkomst bij een voorafgaand lijdend voorwerp. Je hoeft dit nog niet meteen foutloos toe te passen, maar het verklaart vormen die anders willekeurig lijken.
Is se lijdend of meewerkend voorwerp?
Vervang se denkbeeldig door een gewone persoon:
- voir quelqu'un → iemand zien. In elles se sont vues is se het lijdend voorwerp en staat het vóór het deelwoord: overeenkomst.
- parler à quelqu'un → met/tot iemand spreken. In elles se sont parlé is se een meewerkend voorwerp: geen overeenkomst.
- téléphoner à quelqu'un → iemand opbellen. Daarom: ils se sont téléphoné.
- écrire à quelqu'un → iemand schrijven. Daarom: elles se sont écrit.
| Frans | Nederlands | Regel |
|---|---|---|
| Ils se sont aidés. | Ze hebben elkaar geholpen. | aider quelqu'un: se is lijdend voorwerp. |
| Elles se sont souri. | Ze hebben naar elkaar geglimlacht. | sourire à quelqu'un: se is meewerkend voorwerp. |
| Les lettres qu'ils se sont écrites sont longues. | De brieven die ze elkaar hebben geschreven zijn lang. | les lettres is een voorafgaand lijdend voorwerp, dus écrites. |
| Ils se sont écrit trois lettres. | Ze hebben elkaar drie brieven geschreven. | trois lettres staat na het deelwoord, dus écrit blijft onveranderd. |
Van nature pronominale werkwoorden
Bij werkwoorden die alleen of hoofdzakelijk pronominaal worden gebruikt, zoals s'enfuir en se souvenir, is een letterlijke analyse met “zichzelf” niet zinvol. Hun deelwoord komt in de gebruikelijke standaardspelling overeen met het onderwerp: elles se sont enfuies, ils se sont souvenus. Leer zulke frequente vormen als geheel.
Enkele vaste constructies gedragen zich bijzonder. De belangrijkste om te herkennen is se rendre compte: elles se sont rendu compte du problème. Hier blijft rendu onveranderd. Ook bij se plaire, se déplaire, se complaire en se rire blijft het deelwoord onveranderd. Zulke uitzonderingen zijn vooral een onderwerp voor later schrijfonderwijs; laat ze op A2 je basisregel niet vertroebelen.
Een infinitief na het deelwoord
Bij constructies met een volgende infinitief kan de overeenkomst afhangen van wie de handeling van die infinitief uitvoert. Je kunt bijvoorbeeld elles se sont vues partir tegenkomen: zij zagen zichzelf vertrekken. Dit is een gevorderde constructie. Controleer bij formeel schrijven een betrouwbare grammatica als de betekenis niet direct duidelijk is.
Oefentips
- Bouw een vaste keten. Neem vijf dagelijkse werkwoorden, bijvoorbeeld se réveiller, se lever, se laver, s'habiller en se coucher. Zeg voor elk werkwoord hardop: je me suis…, elle s'est…, nous nous sommes…. Zo oefen je hulpwerkwoord, woordvolgorde en deelwoord tegelijk.
- Schrijf een kort dagboek in paren. Maak eerst een mannelijke zin en verander daarna alleen het onderwerp: Paul s'est levé tôt → Marie s'est levée tôt. Doe hetzelfde met meervouden. Markeer de stille uitgangen -e, -s en -es.
- Leer het vaste voorzetsel mee. Schrijf op kaarten niet alleen parler of souvenir, maar parler à quelqu'un en se souvenir de quelque chose. Daarmee kun je later verklaren waarom het elles se sont parlé maar elles se sont vues is.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Passé composé met être — de vormen van être en de basis van overeenkomst met het onderwerp.
- Handige herhaling: de gewone passé composé — nodig om hulpwerkwoord en voltooid deelwoord als één verleden tijd te herkennen.
- Vervolg: voornaamwoorden als lijdend en meewerkend voorwerp — hiermee bepaal je in gevorderde gevallen of het deelwoord een uitgang krijgt.