Onregelmatige voltooid deelwoorden in het Frans
Participes Passés Irréguliers
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
In het kort
Voor de passé composé combineer je een hulpwerkwoord met een voltooid deelwoord: j’ai fait, elle a pris, nous avons vu. Veel frequente Franse werkwoorden hebben geen voorspelbare deelwoordsvorm; leer daarom vooral fait, été, eu, pris, mis, vu, dit, écrit, lu en bu als vaste vormen. Anders dan in het Nederlands krijgen ze geen voorvoegsel zoals ge-.
Overzicht
Een voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm waarmee je onder meer een voltooide tijd maakt. In het Nederlands herken je die vorm in gemaakt, gezien en geschreven. In het Frans heet hij participe passé. Samen met een vervoegde vorm van avoir of être vormt hij de passé composé, de gewone verleden tijd voor afgeronde gebeurtenissen: J’ai écrit un message betekent ‘Ik heb een bericht geschreven’ of, afhankelijk van de context, gewoon ‘Ik schreef een bericht’.
Op A2-niveau ken je meestal eerst de regelmatige vormen: parler → parlé, finir → fini en vendre → vendu. Juist de vaakst gebruikte Franse werkwoorden wijken daarvan af. Je kunt uit prendre niet veilig zelf prendu maken en uit voir niet voiré. De vorm moet worden geleerd: pris en vu.
Voor Nederlandstaligen zijn er twee belangrijke verschillen. Ten eerste gebruikt het Frans nooit het Nederlandse voorvoegsel ge-. Ten tweede komt de Franse keuze tussen avoir en être niet altijd overeen met Nederlands hebben en zijn. J’ai été à Lyon bevat bijvoorbeeld avoir: letterlijk is de bouw ‘ik heb geweest’, ook al zeggen we in het Nederlands ‘ik ben in Lyon geweest’.
Hoe het werkt
De basisbouw
De eenvoudigste formule is:
onderwerp + vervoegd hulpwerkwoord + voltooid deelwoord
- J’ai fait le repas. — Ik heb de maaltijd klaargemaakt.
- Elle a lu le journal. — Ze heeft de krant gelezen.
- Nous avons pris un taxi. — We hebben een taxi genomen.
Het onderwerp is wie of wat de handeling uitvoert. Het hulpwerkwoord is hier een vorm van avoir of être. Het voltooid deelwoord draagt de eigenlijke betekenis: fait ‘gedaan/gemaakt’, lu ‘gelezen’, pris ‘genomen’.
Bij de tien kernwerkwoorden van dit onderwerp gebruik je in de passé composé normaal avoir. Dat geldt óók voor être zelf: j’ai été. De infinitief (de onvervoegde woordenboekvorm) en het deelwoord zijn dus:
| Infinitief | Betekenis | Voltooid deelwoord | Voorbeeld in de passé composé |
|---|---|---|---|
| faire | doen, maken | fait | j’ai fait |
| être | zijn | été | j’ai été |
| avoir | hebben | eu | j’ai eu |
| prendre | nemen | pris | j’ai pris |
| mettre | zetten, leggen, aandoen | mis | j’ai mis |
| voir | zien | vu | j’ai vu |
| dire | zeggen, vertellen | dit | j’ai dit |
| écrire | schrijven | écrit | j’ai écrit |
| lire | lezen | lu | j’ai lu |
| boire | drinken | bu | j’ai bu |
Het hulpwerkwoord vervoegen
Het onregelmatige deelwoord blijft bij een gewone passé composé met avoir meestal gelijk. Alleen het hulpwerkwoord verandert met de persoon:
| Persoon | faire in de passé composé | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| j’ | j’ai fait | ik heb gedaan/gemaakt |
| tu | tu as fait | jij hebt gedaan/gemaakt |
| il / elle / on | il / elle / on a fait | hij/zij/men heeft gedaan/gemaakt |
| nous | nous avons fait | wij hebben gedaan/gemaakt |
| vous | vous avez fait | u/jullie hebt/hebben gedaan/gemaakt |
| ils / elles | ils / elles ont fait | zij hebben gedaan/gemaakt |
Je hoeft dus niet voor elke persoon een nieuw deelwoord te leren. Dezelfde aanpak geldt voor alle vormen uit de kerntabel: tu as lu, elle a lu, nous avons lu.
Ontkenning en vragen
Bij een ontkenning staan ne en pas om het vervoegde hulpwerkwoord heen. Het deelwoord komt erna:
- Je n’ai pas vu Paul. — Ik heb Paul niet gezien.
- Elle n’a rien dit. — Ze heeft niets gezegd.
- Nous n’avons jamais été ici. — We zijn hier nooit geweest.
In gewone spreektaal valt ne vaak weg: J’ai pas vu Paul. Als leerder is de volledige vorm in verzorgde schrijftaal het veiligst.
Bij vragen verandert het deelwoord evenmin:
- Tu as fait les courses ? — Heb je boodschappen gedaan?
- Qu’est-ce qu’il a dit ? — Wat heeft hij gezegd?
- Avez-vous lu ce livre ? — Hebt u dit boek gelezen?
Handige vormfamilies
Er bestaat geen enkele regel die alle onregelmatige deelwoorden voorspelt. Toch helpen kleine families bij het onthouden:
| Familie | Voorbeelden | Let op |
|---|---|---|
| vorm op -is | prendre → pris, mettre → mis | Niet alle werkwoorden op -re volgen dit patroon. |
| vorm op -it | dire → dit, écrire → écrit | lire hoort er niet bij: lu. |
| korte vorm op -u | voir → vu, lire → lu, boire → bu, avoir → eu | De stam verandert vaak; alleen -u raden is niet genoeg. |
| eigen vorm | faire → fait, être → été | Leer deze als vaste paren. |
Veel werkwoorden met een voorvoegsel houden het deelwoord van hun basiswerkwoord. Zo krijg je reprendre → repris, comprendre → compris, remettre → remis, revoir → revu en relire → relu. Dit is een nuttige geheugensteun, geen toestemming om bij elk onbekend werkwoord te gokken: controleer een nieuwe vorm wanneer je twijfelt.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| J’ai fait mes devoirs avant le dîner. | Ik heb voor het avondeten mijn huiswerk gemaakt. | faire → fait |
| Elle a été très patiente avec nous. | Ze is erg geduldig met ons geweest. | être → été, met hulpwerkwoord avoir |
| Nous avons eu un problème avec la réservation. | We hebben een probleem met de reservering gehad. | avoir → eu |
| Tu as pris le train de huit heures ? | Heb je de trein van acht uur genomen? | prendre → pris |
| Il a mis ses clés sur la table. | Hij heeft zijn sleutels op tafel gelegd. | mettre → mis |
| Vous avez vu le nouveau film français ? | Hebben jullie de nieuwe Franse film gezien? | voir → vu |
| On a dit la vérité au médecin. | We hebben de dokter de waarheid verteld. | dire → dit; on betekent hier ‘we’ |
| J’ai écrit à ma propriétaire hier soir. | Ik heb mijn verhuurster gisteravond geschreven. | écrire → écrit |
| Les enfants ont lu toute l’histoire. | De kinderen hebben het hele verhaal gelezen. | lire → lu |
| Elle a bu deux verres d’eau. | Ze heeft twee glazen water gedronken. | boire → bu |
| Je n’ai jamais vu autant de monde ici. | Ik heb hier nog nooit zoveel mensen gezien. | Ontkenning rond ai |
| Qu’est-ce que vous avez fait ce week-end ? | Wat hebt u dit weekend gedaan? | Vraag met qu’est-ce que |
| Nous avons repris le travail lundi. | We zijn maandag weer aan het werk gegaan. | reprendre → repris, familie van prendre |
| Il a relu son courriel avant de l’envoyer. | Hij heeft zijn e-mail herlezen voordat hij hem verstuurde. | relire → relu, familie van lire |
Eenzelfde Franse passé composé kan in het Nederlands met een voltooide of een onvoltooid verleden tijd worden vertaald. Hier, j’ai vu Léa kan zowel ‘Gisteren heb ik Léa gezien’ als het natuurlijkere ‘Gisteren zag ik Léa’ zijn. Laat de Nederlandse vertaling dus niet bepalen welke Franse deelwoordsvorm je kiest.
Veelgemaakte fouten
Een regelmatige vorm verzinnen
- Fout: J’ai prendu le bus.
- Goed: J’ai pris le bus.
- Waarom: Prendre heeft het onregelmatige deelwoord pris. De regelmatige uitgang -u kan niet zomaar aan de hele infinitief worden geplakt.
Het Nederlandse zijn rechtstreeks overnemen
- Fout: Je suis été malade.
- Goed: J’ai été malade.
- Waarom: De passé composé van être wordt met avoir gevormd: avoir + été. Het Nederlandse ‘ik ben ziek geweest’ is hier misleidend.
Infinitief en deelwoord verwarren
- Fout: Nous avons voir le film.
- Goed: Nous avons vu le film.
- Waarom: Na het vervoegde hulpwerkwoord staat het voltooid deelwoord, niet de infinitief: voir → vu.
Het deelwoord aan de persoon aanpassen
- Fout: Ils ont dits la vérité.
- Goed: Ils ont dit la vérité.
- Waarom: Met avoir verandert dit in deze gewone zin niet mee met een meervoudig onderwerp. De meervoudsuitgang zit al in ont.
De ontkenning om de hele werkwoordsgroep zetten
- Fout: Je ne ai vu pas le message.
- Goed: Je n’ai pas vu le message.
- Waarom: Ne ... pas omsluit het vervoegde hulpwerkwoord ai. Voor een klinker wordt ne ingekort tot n’.
Een Nederlands voorvoegselgevoel volgen
- Fout: denken dat een Franse voltooide vorm ook iets als ge- nodig heeft.
- Goed: écrit, lu, bu zonder voorvoegsel.
- Waarom: Het Franse deelwoord heeft geen equivalent van Nederlands ge-. De vorm moet als één geheel worden onthouden.
Gebruiksnotities
De tien vormen in dit artikel zijn zeer frequent en komen niet alleen in de passé composé voor. Je ziet ze ook na een ander voltooid hulpwerkwoord, bijvoorbeeld in de plus-que-parfait: j’avais déjà lu le livre (‘ik had het boek al gelezen’). Het deelwoord lu blijft hetzelfde; alleen tijd en vorm van het hulpwerkwoord veranderen.
Let ook op de betekenis van faire en mettre. Eén Frans werkwoord kan meerdere Nederlandse vertalingen hebben. J’ai fait un gâteau is ‘ik heb een taart gebakken/gemaakt’, terwijl j’ai fait une erreur ‘ik heb een fout gemaakt’ betekent. Mettre kan ‘zetten’, ‘leggen’, ‘aandoen’ of ‘erin doen’ zijn. Het deelwoord blijft telkens mis: J’ai mis mon manteau (‘ik heb mijn jas aangedaan’).
In spreektaal hoor je vaak on a waar een Nederlandstalige ‘we hebben’ verwacht: On a vu Marie. Dat is grammaticaal enkelvoud, dus het hulpwerkwoord is a, niet avons. Het deelwoord blijft vu.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
De volgende details hoef je op A2 nog niet actief te beheersen. Ze verklaren wel vormen die je later in teksten tegenkomt.
Overeenstemming met een voorafgaand lijdend voorwerp
Overeenstemming betekent dat een vorm een uitgang krijgt die past bij mannelijk/vrouwelijk en enkelvoud/meervoud. Bij een passé composé met avoir is er normaal geen overeenstemming met het onderwerp: elle a écrit, ils ont écrit. Maar staat het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat) vóór het deelwoord, dan stemt het deelwoord er in verzorgde schrijftaal mee overeen.
- J’ai écrit les lettres. — Ik heb de brieven geschreven.
- Les lettres que j’ai écrites... — De brieven die ik heb geschreven...
- Je les ai écrites. — Ik heb ze geschreven.
Lettres is vrouwelijk meervoud, dus écrit wordt écrites. Vaak hoor je dat verschil niet in de uitspraak. Bij sommige vormen kan het wel hoorbaar worden: La décision qu’il a prise, waarin prise een uitgesproken slotklank heeft. Dit is een algemene regel van de passé composé, niet een nieuwe onregelmatige deelwoordsvorm.
Gebruik als bijvoeglijk naamwoord en in de lijdende vorm
Een deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord functioneren en beschrijft dan een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, ding of begrip). Het stemt dan daarmee overeen:
- une lettre écrite à la main — een met de hand geschreven brief
- des portes ouvertes — open deuren
- une décision prise rapidement — een snel genomen beslissing
In de lijdende vorm, waarin iets de handeling ondergaat, gebruik je être + participe passé: La lettre a été écrite hier (‘De brief is gisteren geschreven’). Hier staan zelfs twee deelwoorden: été vormt samen met a de voltooide tijd, en écrite hoort bij de lijdende vorm en stemt overeen met la lettre.
Voltooide infinitief
Na woorden als après kun je de voltooide infinitief gebruiken: après avoir lu (‘na gelezen te hebben’), après avoir fait (‘na gedaan te hebben’). De bouw is avoir of être in de infinitief plus een voltooid deelwoord:
- Après avoir écrit le message, elle l’a relu. — Nadat ze het bericht had geschreven, las ze het opnieuw.
- Il est parti après avoir bu son café. — Hij is vertrokken nadat hij zijn koffie had gedronken.
Oefentips
- Leer paren, geen losse vormen. Maak kaartjes met prendre → pris en spreek meteen een korte combinatie uit: j’ai pris, tu as pris, nous avons pris. Zo oefen je tegelijk de juiste plaats in de zin.
- Groepeer op klank en familie. Zet vu, lu, bu, eu bij elkaar, maar noteer ook de infinitief. Voeg later transparante afleidingen toe: lire → lu → relire → relu en prendre → pris → reprendre → repris.
- Maak een persoonlijk dagboek van vijf zinnen. Schrijf wat je gisteren hebt gedaan en gebruik elke dag drie kernvormen, bijvoorbeeld j’ai fait, j’ai vu en j’ai lu. Controleer daarna apart het hulpwerkwoord en het deelwoord.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Passé composé — legt de basisbouw met avoir en être uit, inclusief de keuze van het hulpwerkwoord.
Vereiste kennis
Passé composé in het FransA2Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Participes Passés Irréguliers in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen