A2

Het voornaamwoord y in het Frans

Le Pronom Y

languages.seo.contextNote

Overzicht

Het voornaamwoord y vervangt een locatie of een uitdrukking met het voorzetsel à gevolgd door een zaak (niet een persoon). Het komt overeen met het Nederlandse "er" in uitdrukkingen als "ik ga er naartoe" of "ik denk er aan".

Y staat altijd vóór het werkwoord (of vóór het hulpwerkwoord in samengestelde tijden). Het vervangt een eerder genoemde locatie (J'y vais = Ik ga er naartoe) of een constructie met à + iets (Je pense à ce problème → J'y pense).

Let op: y vervangt nooit een persoon. Voor à + persoon gebruik je het indirecte objectsvoornaamwoord lui of leur.

Hoe het werkt

Gebruik van y:

Situatie Voorbeeld Vertaling
Locatie vervangen Il va à Paris. → Il y va. Hij gaat er naartoe.
à + zaak vervangen Je pense à ce projet. → J'y pense. Ik denk er aan.
Vaste uitdrukking Il y a Er is/zijn

Positie:

  • Enkelvoudige tijden: vóór het werkwoord
  • Samengestelde tijden: vóór het hulpwerkwoord
  • Imperatief bevestigend: na het werkwoord (Vas-y!)
  • Imperatief ontkennend: vóór het werkwoord (N'y va pas!)

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Opmerking
Tu vas à la boulangerie ? — Oui, j'y vais. Ga jij naar de bakkerij? — Ja, ik ga er naartoe. locatie
Il pense à son travail. — Il y pense. Hij denkt aan zijn werk. — Hij denkt er aan. à + zaak
Elle habite à Paris. — Elle y habite. Ze woont in Parijs. — Ze woont er. locatie
Vas-y ! Ga er naartoe! / Doe het! imperatief
N'y va pas ! Ga er niet naartoe! negatieve imperatief
Tu as répondu à sa question ? — Oui, j'y ai répondu. — Ja, ik heb er op geantwoord. répondre à + zaak
Il y a un problème. Er is een probleem. vaste uitdrukking
Je m'y habitue. Ik raak er aan gewend. reflexief + y
On y va ? Gaan we? colloquiale uitdrukking
Tu penses à partir ? — J'y pense. Denk jij eraan te vertrekken?

Veelgemaakte fouten

Y gebruiken voor personen

  • Fout: Je pense à Marie. → J'y pense.
  • Correct: Je pense à Marie. → Je pense à elle.
  • Waarom: Y vervangt nooit een persoon. Gebruik beklemtoonde voornaamwoorden (à lui, à elle, à eux) voor personen.

Y na het werkwoord plaatsen

  • Fout: Je vais y.
  • Correct: J'y vais.
  • Waarom: Y staat altijd vóór het werkwoord in gewone zinnen.

Oefentips

  1. Oefen met locaties: Tu vas au cinéma ? — Oui, j'y vais. / Non, je n'y vais pas.
  2. Maak zinnen met penser à, répondre à, participer à en vervang ze door y.
  3. Oefen de uitdrukking On y va ? als je iemand uitnodigt ergens naartoe te gaan.

Verwante concepten

languages.concept.prerequisite

Voorzetsels van plaats in het FransA1

languages.concept.related

languages.concept.otherLanguages

languages.concept.compareLanguages

languages.cta.conceptText

languages.cta.practiceConceptButton