A1

Indirecte objectsvoornaamwoorden in het Frans

Pronoms COI

Overzicht

Indirecte objectsvoornaamwoorden (pronoms COI — compléments d'objet indirect) vervangen een indirect object — het antwoord op "aan wie?" of "voor wie?" na het werkwoord. In het Frans staan ze net als de directe objectsvoornaamwoorden vóór het werkwoord.

De vormen zijn: me/m' (mij), te/t' (jou), lui (hem/haar), nous (ons), vous (u/jullie), leur (hen). Let op: voor de derde persoon is de enkelvoudsvorm lui (voor zowel mannelijk als vrouwelijk) en de meervoudsvorm leur.

Het verschil met directe objectsvoornaamwoorden: indirecte objecten zijn altijd personen of levende wezens, en ze beantwoorden de vraag "aan wie?". Typische werkwoorden: parler à, donner à, écrire à, téléphoner à.

Hoe het werkt

Persoon Voornaamwoord Voorbeeld
1e enk. me / m' Il me parle.
2e enk. te / t' Je te donne ça.
3e enk. (m/v) lui Je lui écris.
1e mv. nous Elle nous répond.
2e mv. vous Je vous téléphone.
3e mv. leur Il leur dit bonjour.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Opmerking
Je lui parle. Ik praat met hem/haar. lui = 3e persoon enkelvoud
Il me téléphone. Hij belt mij. me = 1e persoon
Tu lui donnes le livre ? Geef jij hem/haar het boek? lui = indirect object
Elle leur écrit. Ze schrijft aan hen. leur = meervoud
Nous vous envoyons un email. We sturen u een e-mail. vous = formeel
Il ne me répond pas. Hij antwoordt mij niet. ontkenning
Je leur ai dit la vérité. Ik heb hun de waarheid gezegd. samengestelde tijd
Lui as-tu téléphoné ? Heb je hem/haar gebeld? inversievraag
Il **m'**a aidé. Hij heeft mij geholpen. m' vóór klinker
Elle nous a écrit. Ze heeft ons geschreven. passé composé

Veelgemaakte fouten

Lui en le/la door elkaar halen

  • Fout: Je le parle. (voor "ik praat met hem")
  • Correct: Je lui parle.
  • Waarom: Parler à vereist een indirect object; gebruik lui, niet le.

Leur en les verwarren

  • Fout: Je les parle. (voor "ik praat met hen")
  • Correct: Je leur parle.
  • Waarom: Leur is het indirecte objectsvoornaamwoord meervoud; les is het directe.

Oefentips

  1. Maak zinnen met werkwoorden die à vereisen: parler à, donner à, écrire à, téléphoner à.
  2. Oefen het verschil COD/COI: Je le vois (ik zie hem, direct) vs. Je lui parle (ik spreek met hem, indirect).
  3. Schrijf een dialoog waarbij je informatie doorgeeft aan iemand: Je lui dis que..., Je leur envoie...

Verwante concepten

Vereiste kennis

Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp in het FransA1

Meer A1-concepten

Wil je Indirecte objectsvoornaamwoorden in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen