Passé composé met être in het Frans
Passé Composé avec Être
Overzicht
Een specifieke groep werkwoorden vormt de passé composé met être in plaats van avoir. Dit zijn voornamelijk werkwoorden die een beweging of toestandsverandering uitdrukken. Wanneer je être als hulpwerkwoord gebruikt, past het voltooid deelwoord zich aan in geslacht en getal aan het onderwerp — net als een bijvoeglijk naamwoord.
Een handig ezelsbruggetje is de groep van veertien "Dr. & Mrs. Vandertramp" werkwoorden, of je kunt ze onthouden als bewegingswerkwoorden die tegengestelde paren vormen: aller/venir, partir/arriver, entrer/sortir, monter/descendre, naître/mourir, aller/revenir.
Alle reflexieve werkwoorden gebruiken ook être in de passé composé.
Hoe het werkt
Veertien être-werkwoorden (DR. MRS. VANDERTRAMP):
| Werkwoord | Deelwoord | Betekenis |
|---|---|---|
| aller | allé | gegaan |
| venir | venu | gekomen |
| partir | parti | vertrokken |
| arriver | arrivé | aangekomen |
| entrer | entré | binnengekomen |
| sortir | sorti | buitengekomen |
| monter | monté | opgegaan |
| descendre | descendu | neergedaald |
| naître | né | geboren |
| mourir | mort | gestorven |
| rester | resté | gebleven |
| tomber | tombé | gevallen |
| retourner | retourné | teruggekeerd |
| passer | passé | voorbijgegaan |
Overeenkomst deelwoord:
| Onderwerp | Deelwoord aller | Vertaling |
|---|---|---|
| il | est allé | hij is gegaan |
| elle | est allée | zij is gegaan |
| ils | sont allés | zij zijn gegaan |
| elles | sont allées | zij zijn gegaan |
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Il est allé au marché. | Hij is naar de markt gegaan. | mannelijk |
| Elle est arrivée hier. | Ze is gisteren aangekomen. | vrouwelijk, -e |
| Nous sommes partis tôt. | We zijn vroeg vertrokken. | mannelijk meervoud, -s |
| Elles sont restées là. | Ze zijn daar gebleven. | vrouwelijk meervoud, -es |
| Il est né en 1990. | Hij is geboren in 1990. | naître |
| Elle est morte en 2005. | Ze is gestorven in 2005. | mourir, vrouwelijk |
| Je suis tombé. | Ik ben gevallen. | mannelijk spreker |
| Tu es entré ? | Ben jij binnengekomen? | |
| Vous êtes sorti? | Bent u uitgegaan? | formeel mannelijk |
| Elle s'est lavée. | Ze heeft zich gewassen. | reflexief werkwoord |
Veelgemaakte fouten
Deelwoord niet aanpassen aan geslacht/getal
- Fout: Elle est allé au cinéma.
- Correct: Elle est allée au cinéma.
- Waarom: Bij être-werkwoorden past het deelwoord zich aan aan het geslacht en getal van het onderwerp.
Avoir gebruiken i.p.v. être bij deze werkwoorden
- Fout: Il a arrivé.
- Correct: Il est arrivé.
- Waarom: Arriver is een zijn-werkwoord en gebruikt altijd être in samengestelde tijden.
Reflexieve werkwoorden met avoir
- Fout: Elle a lavée.
- Correct: Elle s'est lavée.
- Waarom: Alle reflexieve werkwoorden gebruiken être in de passé composé.
Oefentips
- Leer de lijst van être-werkwoorden als tegengestelde paren: aller/venir, partir/arriver, entrer/sortir.
- Schrijf de passé composé van aller in alle zes vormen, let op de deelwoordsovereenkomst.
- Maak een verhaal: beschrijf een uitstapje met alle être-werkwoorden.
Verwante concepten
- Vereiste: Passé composé — basisstructuur
- Vereiste: Onregelmatige voltooid deelwoorden — venu, né, mort...
- Vereiste: Reflexieve werkwoorden — ook met être
- Volgende stappen: Reflexieve werkwoorden in de verleden tijd — volledige regels
Vereiste kennis
Passé composé in het FransA2Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Wil je Passé composé met être in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen