Onregelmatige pretérito-vormen in het Portugees
Pretéritos Irregulares
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.
In het kort
De pretérito perfeito simples stelt een handeling of gebeurtenis als afgerond voor. Veel zeer gangbare Portugese werkwoorden hebben daarin een onregelmatige vorm: fui (ik ging/was), tive (ik had), fiz (ik deed/maakte) en disse (ik zei). Meestal heb je in het Portugees maar één werkwoordsvorm nodig waar het Nederlands vaak een voltooid tegenwoordige tijd gebruikt: Fiz o jantar kan dus zowel “Ik maakte het avondeten” als “Ik heb het avondeten gemaakt” betekenen.
Overzicht
Onregelmatige vormen van de pretérito perfeito simples kom je al op A2-niveau tegen. Dat is logisch: juist alledaagse werkwoorden als ir (gaan), ser (zijn), ter (hebben), fazer (doen of maken) en dizer (zeggen) wijken van het gewone vervoegingspatroon af. Zonder deze vormen is het lastig om te vertellen waar je gisteren was, wat je hebt gedaan of wat iemand zei.
De pretérito perfeito simples is een verleden tijd waarmee je een gebeurtenis als een afgerond geheel presenteert. Dat kan één handeling zijn, maar ook een toestand met duidelijke grenzen: Estive em Lisboa durante três dias betekent “Ik was drie dagen in Lissabon”. Het Nederlandse verschil tussen “ik deed” en “ik heb gedaan” wordt niet één op één overgenomen. Beide kunnen, afhankelijk van de context, met fiz worden weergegeven.
Het belangrijkste beginnersdoel is praktisch: herken de tien veelvoorkomende werkwoorden in dit artikel en leer hun vormen per persoon. Daarna kun je aandacht besteden aan betekenisverschillen met het pretérito imperfeito, de verleden tijd die vaak achtergrond, gewoonte of een voortgaande toestand uitdrukt.
Hoe het werkt
Eerst de personen
Een Portugese werkwoordsvorm laat meestal al zien wie de handeling uitvoert. Het onderwerp (de persoon of zaak die iets doet of is) wordt daarom vaak weggelaten. Fizemos betekent op zichzelf al “wij deden” of “wij hebben gedaan”.
| Persoon | Voornaamwoord | Betekenis in het Nederlands |
|---|---|---|
| 1e persoon enkelvoud | eu | ik |
| 2e persoon enkelvoud | tu | jij, informeel |
| 3e persoon enkelvoud | ele, ela, você | hij, zij, u/jij |
| 1e persoon meervoud | nós | wij |
| 2e persoon meervoud | vós | jullie; tegenwoordig beperkt gebruikt |
| 3e persoon meervoud | eles, elas, vocês | zij, jullie |
Você krijgt dezelfde werkwoordsvorm als ele en ela; vocês dezelfde vorm als eles en elas. In Brazilië zijn você en vocês zeer gangbaar. In Portugal is tu in informele situaties gebruikelijk en wordt het aanspreken met você niet overal als neutraal ervaren. De vorm met vós hoort bij volledige vervoegingstabellen, maar is in de meeste hedendaagse gesprekken zeldzaam.
Ser en ir: dezelfde vormen
Ser (zijn) en ir (gaan) hebben in deze tijd precies dezelfde vervoeging. Alleen de context maakt duidelijk welk werkwoord bedoeld wordt.
| Persoon | ser / ir | Mogelijke betekenis |
|---|---|---|
| eu | fui | ik was / ik ging |
| tu | foste | jij was / jij ging |
| ele/ela/você | foi | hij/zij was, u was / hij/zij ging, u ging |
| nós | fomos | wij waren / wij gingen |
| vós | fostes | jullie waren / jullie gingen |
| eles/elas/vocês | foram | zij waren / zij gingen |
Bij een bestemming herken je meestal ir: Fomos ao Porto (“We gingen naar Porto”). Met een zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord erachter is ser waarschijnlijker: A reunião foi curta (“De vergadering was kort”). Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, zaak of begrip; een bijvoeglijk naamwoord noemt een eigenschap.
Estar en ter
Deze twee werkwoorden hebben een herkenbare onregelmatige stam: estiv- en tiv-. De uitgangen lijken vervolgens sterk op elkaar.
| Persoon | estar — zijn, zich bevinden | ter — hebben |
|---|---|---|
| eu | estive | tive |
| tu | estiveste | tiveste |
| ele/ela/você | esteve | teve |
| nós | estivemos | tivemos |
| vós | estivestes | tivestes |
| eles/elas/vocês | estiveram | tiveram |
Gebruik estive en de andere vormen wanneer een verblijf of toestand als begrensd wordt voorgesteld: Estivemos lá de manhã (“We waren daar ’s ochtends”). Ter komt onder meer voor bij bezit, ervaringen en gebeurtenissen: Tive uma ideia (“Ik kreeg/had een idee”) en Tivemos uma reunião (“We hadden een vergadering”).
Fazer, dizer en trazer
Deze drie infinitieven rijmen enigszins, maar hun verleden vormen moet je afzonderlijk leren. De infinitief is de onverbogen woordenboekvorm, zoals fazer.
| Persoon | fazer — doen/maken | dizer — zeggen | trazer — brengen/meebrengen |
|---|---|---|---|
| eu | fiz | disse | trouxe |
| tu | fizeste | disseste | trouxeste |
| ele/ela/você | fez | disse | trouxe |
| nós | fizemos | dissemos | trouxemos |
| vós | fizestes | dissestes | trouxestes |
| eles/elas/vocês | fizeram | disseram | trouxeram |
Let vooral op fez, niet fiz of fazeu, voor de derde persoon enkelvoud. Bij dizer en trazer zijn de eerste en derde persoon enkelvoud gelijk: eu disse / ele disse en eu trouxe / ela trouxe. Het uitgesproken of vermelde onderwerp maakt dan duidelijk wie bedoeld wordt.
Vir, poder, pôr en saber
| Persoon | vir — komen | poder — kunnen | pôr — zetten/leggen | saber — weten |
|---|---|---|---|---|
| eu | vim | pude | pus | soube |
| tu | vieste | pudeste | puseste | soubeste |
| ele/ela/você | veio | pôde | pôs | soube |
| nós | viemos | pudemos | pusemos | soubemos |
| vós | viestes | pudestes | pusestes | soubestes |
| eles/elas/vocês | vieram | puderam | puseram | souberam |
Het accent in pôde is betekenisvol. Pode zonder accent is de tegenwoordige tijd: “hij/zij kan”. Pôde is verleden tijd: “hij/zij kon” of “het lukte hem/haar”. Bij pôr blijft het accent niet overal staan: schrijf pus, pôs en puseram.
Een bruikbaar patroon, maar geen volledig regelmatige reeks
Veel vormen hebben na hun onregelmatige stam vergelijkbare stukken:
- bij estar, ter en poder: -e, -este, -e, -emos, -estes, -eram na de aangepaste stam;
- bij dizer en trazer: onder meer disse/disseste/disseram en trouxe/trouxeste/trouxeram;
- bij vir: vim, vieste, veio, viemos, vieram — hier verandert niet alleen de stam, dus leer de reeks als geheel.
Zie dit als geheugensteun, niet als een regel waarmee je onbekende vormen veilig kunt raden. De frequente enkelvoudsvormen fui, foi, fiz, fez, vim, veio, pus en pôs kun je het best als vaste woorden automatiseren.
Voorbeelden in context
| Portugees | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Fui ao cinema ontem. | Ik ging gisteren naar de bioscoop. | Ir: bestemming na a. |
| A viagem foi maravilhosa. | De reis was geweldig. | Ser: beoordeling van een afgerond geheel. |
| Estivemos em casa toda a tarde. | We waren de hele middag thuis. | Begrensd verblijf. |
| Tive uma reunião às nove. | Ik had om negen uur een vergadering. | Afgeronde gebeurtenis. |
| Ela fez o jantar. | Zij maakte/heeft het avondeten gemaakt. | Eén Portugese vorm, twee natuurlijke Nederlandse vertalingen. |
| Fez bom tempo no fim de semana. | In het weekend was het mooi weer. | Onpersoonlijke weeruitdrukking met fazer. |
| Disseram-me a verdade. | Ze vertelden me de waarheid. | Gangbare plaatsing in Europees Portugees. |
| O que disseste ao João? | Wat zei je tegen João? | Informeel enkelvoud met tu. |
| Vim de comboio. | Ik kwam met de trein. | Vir, eerste persoon enkelvoud. |
| Os meus amigos vieram cedo. | Mijn vrienden kwamen vroeg. | Vieram, niet viram. |
| Não pude vir ontem. | Ik kon gisteren niet komen. | Een concrete poging of gelegenheid lukte niet. |
| Pus as chaves na mesa. | Ik legde de sleutels op tafel. | Pôr met een plaatsbepaling. |
| Soube da notícia esta manhã. | Ik hoorde het nieuws vanochtend / Ik kwam het vanochtend te weten. | Soube duidt vaak het moment van vernemen aan. |
| Trouxemos pão e queijo. | We brachten brood en kaas mee. | Eerste persoon meervoud van trazer. |
Veelgemaakte fouten
Een regelmatige vorm verzinnen
- Niet: Ela fazeu o jantar.
- Wel: Ela fez o jantar.
- Waarom: Fazer heeft een onregelmatige derde persoon: fez. De gewone uitgang van regelmatige werkwoorden op -er werkt hier niet.
Nederlandse hulpwerkwoorden letterlijk overnemen
- Niet: Tenho fiz o jantar.
- Wel: Fiz o jantar.
- Waarom: Voor een afgeronde gebeurtenis gebruikt het Portugees hier één vervoegde vorm. De Nederlandse constructie “heb gemaakt” mag je niet woord voor woord opbouwen met ter plus fiz. Fiz is bovendien geen voltooid deelwoord, maar een vervoegde persoonsvorm.
Foi altijd als “ging” vertalen
- Niet: A festa foi divertida = “Het feest ging leuk.”
- Wel: A festa foi divertida = “Het feest was leuk.”
- Waarom: Foi kan van zowel ir als ser komen. Een bestemming wijst vaak op ir; een identiteit, typering of beoordeling vaak op ser.
Soube en sabia verwisselen
- Niet bedoeld: Já soube a resposta wanneer je wilt zeggen dat je het antwoord al wist.
- Wel: Já sabia a resposta.
- Waarom: Sabia beschrijft bestaande kennis: “ik wist”. Soube legt vaak de nadruk op het moment waarop je iets vernam: “ik kwam te weten”.
Pude gebruiken voor een algemene vaardigheid
- Minder passend: Quando era criança, pude nadar bem voor “Als kind kon ik goed zwemmen.”
- Wel: Quando era criança, podia nadar bem.
- Waarom: Podia beschrijft een vroegere vaardigheid of mogelijkheid. Pude verwijst meestal naar een concrete gelegenheid of een geslaagde poging: Finalmente pude falar com ela (“Eindelijk kon ik met haar praten”).
Viram schrijven waar vieram nodig is
- Niet: Eles viram cedo als je bedoelt “Ze kwamen vroeg.”
- Wel: Eles vieram cedo.
- Waarom: Vieram komt van vir (komen). Viram komt van ver (zien) en betekent “ze zagen/hebben gezien”. Eén letter verandert dus het werkwoord volledig.
Gebruik
Europees en Braziliaans Portugees
De vormen in de tabellen gelden voor beide grote varianten. Het verschil zit vaak in het gebruikte voornaamwoord en in de plaats van onbeklemtoonde voornaamwoorden. In Portugal hoor je bijvoorbeeld vaak Disseste-me a verdade (“Je vertelde me de waarheid”), met -me na het werkwoord. In Brazilië is Você me disse a verdade zeer gewoon, met me vóór het werkwoord en met de derde persoon disse bij você.
Ook a gente (“we”, letterlijk “de mensen”) is in de spreektaal zeer gangbaar, vooral in Brazilië. Grammaticaal krijgt het de derde persoon enkelvoud: A gente foi cedo, niet a gente fomos. Nós fomos cedo blijft eveneens correct.
Het onderwerp kan weg
Omdat fui, foste, fomos en foram verschillende personen aangeven, laat het Portugees het voornaamwoord vaak weg: Fomos ao mercado klinkt volkomen natuurlijk. Zet nós erbij voor nadruk of contrast: Nós fomos ao mercado, mas eles ficaram em casa (“Wij gingen naar de markt, maar zij bleven thuis”). Bij vormen die gelijk zijn, zoals disse en trouxe, kan een genoemd onderwerp dubbelzinnigheid voorkomen.
Tijdsaanduidingen helpen
Woorden als ontem (gisteren), na semana passada (vorige week), em 2024 (in 2024), de repente (plotseling) en finalmente (eindelijk) passen vaak bij een afgeronde gebeurtenis. Ze zijn geen harde voorwaarde: ook zonder tijdsaanduiding kan de context duidelijk maken dat de gebeurtenis voltooid is.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
Je hoeft de volgende nuances op A2 nog niet allemaal actief te beheersen. Ze verklaren wel waarom een moedertaalspreker soms voor een andere verleden tijd kiest.
Afgeronde gebeurtenis tegenover achtergrond
De keuze tussen de pretérito perfeito en het imperfeito gaat niet alleen over korte tegenover lange handelingen. Belangrijker is hoe de spreker de situatie presenteert: als afgerond feit of als achtergrond, gewoonte of lopende toestand.
| Portugees | Nederlands | Verschil |
|---|---|---|
| Estive doente durante uma semana. | Ik was een week ziek. | Afgebakende periode. |
| Estava doente quando telefonaste. | Ik was ziek toen je belde. | Achtergrond op dat moment. |
| Tive um carro durante dois anos. | Ik had twee jaar een auto. | Bezit als afgesloten periode. |
| Tinha um carro quando morava no Porto. | Ik had een auto toen ik in Porto woonde. | Beschrijving van de toenmalige situatie. |
| Soube ontem. | Ik kwam het gisteren te weten. | Moment van vernemen. |
| Já sabia. | Ik wist het al. | Bestaande kennis. |
| Pude abrir a porta. | Het lukte me de deur te openen. | Concrete mogelijkheid, vaak met werkelijk resultaat. |
| Podia abrir a porta. | Ik kon/mocht de deur openen. | Mogelijkheid of toestemming als achtergrond; het resultaat blijft open. |
Bij ser en ir is het contrast bijzonder belangrijk. Foi simpático kan een afgeronde beoordeling zijn (“Het/hij was aardig”), terwijl era simpático een eigenschap of achtergrond beschrijft (“Hij was aardig”). Fui ao café betekent “Ik ging naar het café”; ia ao café kan “ik ging altijd naar het café” of “ik was op weg naar het café” betekenen.
Betekenis door het gekozen gezichtspunt
Een toestand kan best lang duren en toch in de pretérito perfeito staan wanneer de spreker haar als één afgesloten periode ziet: Estivemos casados durante dez anos (“We waren tien jaar getrouwd”). Omgekeerd kan een korte situatie in het imperfeito staan als achtergrond: Eram duas horas quando ele chegou (“Het was twee uur toen hij aankwam”). Kies dus niet uitsluitend op basis van de duur.
Vaste verbindingen en afgeleide werkwoorden
De vormen komen veel voor in vaste combinaties: ter de kan noodzaak uitdrukken (Tive de sair cedo — “Ik moest vroeg weg”), en pôr-se a betekent “beginnen te” (Pôs-se a rir — “Hij/zij begon te lachen”). In de laatste zin is se een wederkerend voornaamwoord, een klein woord dat terugverwijst naar het onderwerp.
Werkwoorden die van pôr zijn afgeleid, zoals compor en propor, vertonen verwante onregelmatigheid (compus, propôs). Dat is nuttig om later te herkennen, maar leer op A2 eerst de frequente vormen van pôr zelf.
Oefentips
- Leer in korte reeksen. Zeg bijvoorbeeld hardop: fui–foste–foi–fomos–foram. Laat vós bij de eerste spreektraining gerust even buiten beschouwing, maar zorg dat je fostes wel herkent.
- Maak persoonlijke zinnen met tijdsgrenzen. Schrijf vijf ware zinnen over gisteren of vorige week: Fui…, Estive…, Tive…, Fiz…, Não pude…. Een concrete herinnering blijft beter hangen dan een losse tabelvorm.
- Oefen betekenisparen. Zet soube/sabia, pude/podia en estive/estava naast elkaar en bedenk bij elk paar één afgeronde gebeurtenis en één achtergrondzin. Zo leer je niet alleen de vorm, maar ook waarom die vorm gekozen wordt.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Pretérito perfeito simples — de gewone uitgangen en het basisgebruik van deze afgeronde verleden tijd.
Vereiste kennis
Pretérito perfeito simples in het PortugeesA2Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Pretéritos Irregulares in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen