A2

Vergelijkingen in het Portugees

Os Comparativos

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

In het kort

Voor een verschil zet je meestal mais (meer) of menos (minder) vóór een eigenschap: mais alto do que eu (langer dan ik). Voor gelijkheid gebruik je tão ... como bij eigenschappen en tanto/tanta/tantos/tantas ... como bij hoeveelheden. Vier veelgebruikte vergelijkende vormen moet je apart kennen: melhor, pior, maior en menor.

Overzicht

Met een vergelijking zet je twee personen, zaken, hoeveelheden of handelingen naast elkaar. Zo kun je in het Portugees zeggen dat een appartement goedkoper is dan een ander, dat iemand even snel werkt als een collega of dat je minder tijd hebt dan gisteren. Deze basis hoort bij A2 en is nuttig zodra je keuzes, voorkeuren en verschillen wilt verwoorden.

Een Nederlandstalige leerling moet vooral wennen aan de bouw van de zin. Het Nederlands verandert een bijvoeglijk naamwoord (een woord voor een eigenschap) vaak met -er: “sneller”, “duurder”, “kleiner”. Het Portugees verandert het woord meestal niet, maar zet er mais of menos voor: mais rápido, mais caro, menos pequeno. Denk dus niet in termen van een Portugese uitgang die overeenkomt met Nederlands -er.

Het bijvoeglijk naamwoord blijft wel overeenkomen met het zelfstandig naamwoord (het woord voor een persoon, dier, plaats of ding) in geslacht en getal. Je krijgt bijvoorbeeld um carro mais caro, uma casa mais cara en casas mais caras. Die overeenkomst heb je al bij de regelmatige bijvoeglijke naamwoorden geleerd; de vergelijking komt daar als een extra laag omheen.

Hoe het werkt

Meer of minder: mais/menos ... (do) que

Het gewone patroon voor een verschil is:

onderwerp + werkwoord + mais/menos + eigenschap + (do) que + vergelijkingspunt

  • A Ana é mais alta do que o Rui. — Ana is langer dan Rui.
  • Este quarto é menos luminoso que aquele. — Deze kamer is minder licht dan die.

Zowel que als do que komt voor. In gewone vergelijkingen zijn ze meestal allebei mogelijk: mais cedo que eu en mais cedo do que eu. Do que maakt de grens van de vergelijking vaak iets duidelijker en is voor een beginner een veilige vaste keuze.

Mais en menos kunnen niet alleen een bijvoeglijk naamwoord versterken. Ze staan ook bij een bijwoord (een woord dat bijvoorbeeld zegt hoe een handeling gebeurt), een hoeveelheid of een werkwoord.

Portugees Nederlands Wat wordt vergeleken?
A Marta fala mais devagar do que eu. Marta praat langzamer dan ik. Manier: devagar
Temos menos tempo do que ontem. We hebben minder tijd dan gisteren. Hoeveelheid: tempo
O Luís estuda mais do que o irmão. Luís studeert meer dan zijn broer. Handeling: estuda

Bij een hoeveelheid veranderen mais en menos niet van vorm: mais água, mais livros, menos farinha, menos pessoas. Het zelfstandig naamwoord kan enkelvoud of meervoud zijn, maar mais blijft mais en menos blijft menos.

Even ... als: tão ... como/quanto

Voor een gelijke graad van een eigenschap of manier gebruik je:

tão + bijvoeglijk naamwoord of bijwoord + como/quanto

  • O café está tão quente como o chá. — De koffie is even heet als de thee.
  • Ela conduz tão bem quanto o pai. — Ze rijdt even goed als haar vader.

Tão verandert nooit. Het bijvoeglijk naamwoord erna past zich wel aan: tão alto, tão alta, tão altos, tão altas. Zowel como als quanto is correct. Voor de basisbetekenis “even ... als” hoef je daartussen nog geen belangrijk betekenisverschil te zoeken.

In ontkennende zinnen kan hetzelfde patroon aangeven dat iets niet even sterk is:

  • Este exercício não é tão difícil como o anterior. — Deze oefening is niet zo moeilijk als de vorige.

Dat lijkt sterk op het Nederlandse “niet zo ... als” en is daardoor meestal gemakkelijk te onthouden.

Evenveel of evenveel aantallen: tanto ... como/quanto

Bij een zelfstandig naamwoord gebruik je niet tão, maar een vorm van tanto. Die vorm komt overeen met het geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord.

Vorm Gebruik Voorbeeld Betekenis
tanto mannelijk enkelvoud tanto café como evenveel koffie als
tanta vrouwelijk enkelvoud tanta água como evenveel water als
tantos mannelijk meervoud tantos livros como evenveel boeken als
tantas vrouwelijk meervoud tantas horas como evenveel uren als

Het patroon is dus:

tanto/tanta/tantos/tantas + zelfstandig naamwoord + como/quanto

  • Ela tem tantos clientes como eu. — Zij heeft evenveel klanten als ik.
  • Gastámos tanta energia quanto eles. — We hebben evenveel energie verbruikt als zij.

Wanneer tanto rechtstreeks bij een werkwoord hoort en “evenveel” of “even hard” betekent, staat er geen zelfstandig naamwoord achter. Dan blijft het onveranderd:

  • Eu trabalho tanto como tu. — Ik werk evenveel als jij.
  • Eles não viajam tanto quanto antes. — Ze reizen niet zoveel als vroeger.

Dit onderscheid tussen tão en tanto is belangrijk. Tão hoort bij een eigenschap of manier (tão caro, tão rapidamente); tanto hoort bij een hoeveelheid of handeling (tanta comida, trabalha tanto).

De vier veelgebruikte onregelmatige vormen

Sommige zeer gewone woorden krijgen geen neutrale vergelijking met mais. Hun vaste vergelijkende vormen zijn:

Basisvorm Vergelijkende vorm Nederlandse kernbetekenis
bom / bem melhor beter
mau / mal pior slechter
grande maior groter; ook ouder
pequeno menor kleiner; ook jonger
  • Este plano é melhor do que o primeiro. — Dit plan is beter dan het eerste.
  • Hoje dormi pior do que ontem. — Vandaag heb ik slechter geslapen dan gisteren.
  • A minha irmã é maior do que eu. — Mijn zus is ouder/groter dan ik.
  • O risco é menor do que pensávamos. — Het risico is kleiner dan we dachten.

Melhor, pior, maior en menor hebben geen aparte mannelijke en vrouwelijke vorm, maar krijgen in het meervoud wel -es: melhores, piores, maiores, menores. Vergelijk bijvoorbeeld uma solução melhor met duas soluções melhores.

Let vooral op maior en menor bij leeftijd. Het Portugees kan letterlijk een “grotere” of “kleinere” broer of zus noemen waar het Nederlands “oudere” of “jongere” gebruikt: o meu irmão mais velho is heel gewoon voor “mijn oudere broer”, maar ele é maior do que eu kan afhankelijk van de context ook op leeftijd of lichaamsgrootte slaan. Zorg dat de context duidelijk is.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Ele é mais alto do que eu. Hij is langer dan ik. Verschil in eigenschap
Lisboa é menos grande do que Tóquio. Lissabon is minder groot dan Tokio. Correct, al klinkt menor vaak natuurlijker
Esta rua é mais tranquila que a avenida. Deze straat is rustiger dan de laan. Que zonder do is ook mogelijk
O comboio chegou mais cedo do que esperávamos. De trein kwam eerder dan we verwachtten. Vergelijking met een hele bijzin
Tenho menos reuniões do que na semana passada. Ik heb minder vergaderingen dan vorige week. Menos verandert niet
Ela canta melhor do que eu. Zij zingt beter dan ik. Onregelmatige vorm van bem
Este telemóvel funciona pior do que o antigo. Deze telefoon werkt slechter dan de oude. Onregelmatige vorm van mal
O quarto novo é maior do que o outro. De nieuwe kamer is groter dan de andere. Maior, niet gewoonlijk mais grande
É tão bom como isso. Het is even goed als dat. Gelijkheid van een eigenschap
A Joana aprende tão depressa quanto o Pedro. Joana leert even snel als Pedro. Tão bij een bijwoord
Hoje não está tão frio como ontem. Vandaag is het niet zo koud als gisteren. Ontkennende vergelijking
Nós temos tantas cadeiras como eles. Wij hebben evenveel stoelen als zij. Tantas past bij cadeiras
Bebo tanta água quanto tu. Ik drink evenveel water als jij. Tanta past bij água
A Sofia trabalha tanto como o Miguel. Sofia werkt evenveel als Miguel. Tanto bij een werkwoord blijft gelijk
Os resultados foram melhores do que no ano passado. De resultaten waren beter dan vorig jaar. Meervoud melhores

Veelgemaakte fouten

1. Mais op de verkeerde plaats zetten

  • Fout: Esta mala é cara mais do que aquela.
  • Goed: Esta mala é mais cara do que aquela.
  • Waarom: waar het Nederlands een uitgang aan het bijvoeglijk naamwoord toevoegt, zet het Portugees mais vóór de eigenschap. Bovendien moet cara overeenkomen met het vrouwelijke woord mala.

2. Tão gebruiken bij een hoeveelheid

  • Fout: Tenho tão livros como tu.
  • Goed: Tenho tantos livros como tu.
  • Waarom: bij een zelfstandig naamwoord gebruik je tanto/tanta/tantos/tantas. Livros is mannelijk meervoud, dus wordt het tantos.

3. Tanto laten staan waar het moet overeenkomen

  • Fout: Ela não tem tanto paciência como antes.
  • Goed: Ela não tem tanta paciência como antes.
  • Waarom: paciência is vrouwelijk enkelvoud. Alleen wanneer tanto direct bij een werkwoord hoort, zoals in ela trabalha tanto, verandert het niet.

4. Regelmatige vormen maken van onregelmatige vergelijkingen

  • Fout: Este restaurante é mais bom do que aquele.
  • Goed: Este restaurante é melhor do que aquele.
  • Waarom: voor de gewone betekenis “beter” gebruik je melhor. Hetzelfde geldt voor pior, maior en menor in hun normale vergelijkende betekenis.

5. Na do que automatisch een Nederlandse voorwerpsvorm kiezen

  • Fout: Ela é mais alta do que mim.
  • Goed: Ela é mais alta do que eu.
  • Waarom: in gedachten staat er nog een werkwoord achter: do que eu sou (dan ik ben). Eu is hier het onderwerp (wie de eigenschap heeft), ook al wordt sou weggelaten. Staat er echt een voorzetsel voor het voornaamwoord, dan kan mim wel juist zijn: Ela gosta mais dele do que de mim (zij houdt meer van hem dan van mij).

6. Dubbel vergelijken

  • Fout: A segunda opção é mais melhor.
  • Goed: A segunda opção é melhor.
  • Waarom: melhor bevat de betekenis “beter” al. Voeg er geen mais aan toe.

Gebruiksnotities

Que of do que?

In een gewone vergelijking kunnen que en do que vaak naast elkaar bestaan: mais caro que o outro en mais caro do que o outro. Voorkeuren verschillen per regio, spreker en zinsbouw. Leer do que als duidelijk basispatroon, maar beschouw que niet als fout wanneer je het hoort of leest.

Bij een getal zonder tweede vergelijkingsobject gebruik je normaal de: mais de vinte pessoas (meer dan twintig mensen), menos de cinco minutos (minder dan vijf minuten). Hier gaat het om een grens of aantal, niet om “A is meer dan B”. Maak daarom geen mais do que vinte pessoas van elke Nederlandse zin met “meer dan”. Mais do que kan wel wanneer de nadruk echt op een vergelijking of op “meer dan alleen” ligt.

Portugal en Brazilië

De kernpatronen zijn in Europees en Braziliaans Portugees hetzelfde. Bij “kleiner” hoor je zowel menor als mais pequeno/pequena. Mais pequeno is bijzonder gewoon in Portugal; menor is compact en in veel contexten aan beide kanten van de Atlantische Oceaan gebruikelijk. Menos grande is grammaticaal mogelijk, maar als je eenvoudigweg “kleiner” bedoelt, klinkt menor of mais pequeno doorgaans natuurlijker.

Overeenkomst blijft zichtbaar

Ook als mais, menos of tão niet verandert, blijft het bijvoeglijk naamwoord zich aanpassen:

  • um exercício mais fácil — een gemakkelijkere oefening
  • duas tarefas mais fáceis — twee gemakkelijkere taken
  • uma resposta tão clara como a outra — een even duidelijk antwoord als het andere

Dat is een belangrijk verschil met het Nederlands: niet het vergelijkingswoord, maar het Portugese bijvoeglijk naamwoord laat vaak nog geslacht en getal zien.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar ze verklaren vormen die je later tegenkomt.

Vergelijking tussen twee eigenschappen van hetzelfde onderwerp

De normaal onregelmatige woorden kunnen toch in een patroon met mais ... do que verschijnen wanneer je niet twee personen of dingen vergelijkt, maar twee eigenschappen van één persoon of ding tegenover elkaar zet:

  • Ele é mais bom do que inteligente. — Hij is eerder goedhartig dan intelligent.
  • A sala é mais grande do que confortável. — De kamer is eerder groot dan comfortabel.

Hier betekent de zin ongeveer “meer X dan Y” of “eerder X dan Y”. Dat is iets anders dan gewoon zeggen dat één kamer groter is dan een andere; daarvoor gebruik je maior.

Melhor en mais bem

Bij werkwoorden is melhor meestal de gewone vorm: ela explica melhor (zij legt beter uit). Vóór een voltooid deelwoord (een werkwoordsvorm zoals “voorbereid” of “georganiseerd”) komt ook mais bem voor, vooral in verzorgd taalgebruik: um relatório mais bem organizado (een beter georganiseerd verslag). In werkelijk taalgebruik hoor en lees je daarnaast vaak melhor organizado. Voor A2 is het voldoende om melhor als hoofdvorm te herkennen.

Verkorte en versterkte patronen

Een vergelijking hoeft niet altijd beide kanten expliciet te noemen. Agora estou melhor betekent “nu gaat het beter met me”; waarmee wordt vergeleken blijkt uit de context. Verder komen combinaties als cada vez mais (steeds meer), cada vez menos (steeds minder) en muito melhor (veel beter) vaak voor:

  • Os dias estão cada vez mais longos. — De dagen worden steeds langer.
  • Esta versão é muito melhor. — Deze versie is veel beter.

Let op dat muito melhor correct is: muito geeft hier de grootte van het verschil aan. Dat is niet hetzelfde als de foutieve dubbele vergelijking mais melhor.

Mogelijke dubbelzinnigheid

Een verkorte zin kan twee interpretaties hebben. A Rita conhece o Paulo melhor do que a Ana kan betekenen dat Rita Paulo beter kent dan Ana hem kent, maar ook dat Rita Paulo beter kent dan zij Ana kent. Een volledige bijzin of herhaling neemt de twijfel weg:

  • A Rita conhece o Paulo melhor do que a Ana o conhece. — Rita kent Paulo beter dan Ana hem kent.
  • A Rita conhece o Paulo melhor do que conhece a Ana. — Rita kent Paulo beter dan zij Ana kent.

Dit is geen beginnersprobleem dat je meteen moet oplossen, maar wel een goede reden om in belangrijke teksten niet te veel woorden weg te laten.

Oefentips

  1. Maak viertallen. Kies één bijvoeglijk naamwoord en bouw zinnen met mais, menos, tão ... como en een ontkenning: mais caro, menos caro, tão caro como, não tão caro como. Zo leer je het patroon in plaats van losse zinnen.
  2. Oefen tão tegenover tanto. Schrijf twee kolommen: eigenschappen (tão rápido, tão bonita) en hoeveelheden of handelingen (tantos dias, trabalha tanto). Controleer bij tanto steeds of er een zelfstandig naamwoord volgt en of de vorm daarmee overeenkomt.
  3. Vergelijk je eigen omgeving. Beschrijf twee winkels, steden, maaltijden of werkdagen met echte informatie. Gebruik daarbij bewust één zin met melhor/pior en één met maior/menor. Persoonlijke voorbeelden blijven beter hangen dan losse invuloefeningen.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige bijvoeglijke naamwoorden in het PortugeesA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Os Comparativos in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen