A1

Regelmatige bijvoeglijke naamwoorden in het Portugees

Adjetivos Regulares

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Een Portugees bijvoeglijk naamwoord past zich meestal aan het geslacht en het getal van het zelfstandig naamwoord aan: um rapaz alto, uma rapariga alta, dois rapazes altos, duas raparigas altas. Woorden op -e, -l en -z hebben doorgaans geen aparte mannelijke en vrouwelijke vorm, maar krijgen wel een meervoudsvorm: inteligente → inteligentes, fácil → fáceis, feliz → felizes.

Overzicht

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip): livro interessante betekent bijvoorbeeld ‘interessant boek’. In het Portugees is er congruentie: de vorm van het bijvoeglijk naamwoord komt overeen met het grammaticale geslacht — mannelijk of vrouwelijk — en met het getal — enkelvoud of meervoud — van het zelfstandig naamwoord.

Dit is een belangrijk verschil met het Nederlands. In een grote stad en grote steden blijft grote hetzelfde, en na zijn gebruiken we helemaal geen uitgang: de steden zijn groot. Het Portugees blijft ook daar aanpassen: uma cidade grande, cidades grandes en as cidades são grandes. De Nederlandse gewoonte om de grondvorm te laten staan, veroorzaakt daarom gemakkelijk fouten.

Deze basisregel leer je al op A1-niveau. Begin met het duidelijke patroon -o, -a, -os, -as. Daarna kun je de veelvoorkomende woorden met twee vormen leren. De regels hieronder gelden zowel in Europees als in Braziliaans Portugees.

Zo werkt het

Eerst bepalen: bij welk zelfstandig naamwoord hoort het?

Zoek eerst het zelfstandig naamwoord dat beschreven wordt. Het lidwoord geeft vaak een nuttige aanwijzing:

  • o livro en um livro zijn mannelijk enkelvoud;
  • a casa en uma casa zijn vrouwelijk enkelvoud;
  • os livros en uns livros zijn mannelijk meervoud;
  • as casas en umas casas zijn vrouwelijk meervoud.

Het natuurlijke geslacht van een persoon helpt soms, maar de grammaticale vorm van het zelfstandig naamwoord is beslissend. Zo is a pessoa altijd grammaticaal vrouwelijk, ook als het om een man gaat: Ele é uma pessoa simpática (‘Hij is een aardig persoon’).

Het patroon met vier vormen: -o, -a, -os, -as

Veel regelmatige bijvoeglijke naamwoorden eindigen in hun mannelijke enkelvoud op -o. Vervang -o door -a voor vrouwelijk en voeg -s toe voor meervoud.

Geslacht en getal Uitgang alto Voorbeeld
mannelijk enkelvoud -o alto um rapaz alto
vrouwelijk enkelvoud -a alta uma rapariga alta
mannelijk meervoud -os altos rapazes altos
vrouwelijk meervoud -as altas raparigas altas

Hetzelfde patroon zie je bij onder meer bonito/bonita/bonitos/bonitas (‘mooi’), novo/nova/novos/novas (‘nieuw’ of ‘jong’) en cansado/cansada/cansados/cansadas (‘moe’).

Woorden op -e: één enkelvoudsvorm, één meervoudsvorm

Bijvoeglijke naamwoorden op -e maken geen verschil tussen mannelijk en vrouwelijk. Alleen het getal verandert.

Getal Vorm Mannelijk voorbeeld Vrouwelijk voorbeeld
enkelvoud inteligente um aluno inteligente uma aluna inteligente
meervoud inteligentes alunos inteligentes alunas inteligentes

Andere veelvoorkomende voorbeelden zijn grande/grandes, interessante/interessantes en diferente/diferentes. Maak dus niet zelf een vorm als inteligenta: die bestaat niet.

Woorden op -l: hetzelfde geslacht, een aangepast meervoud

Ook veel bijvoeglijke naamwoorden op -l hebben één vorm voor beide geslachten. Voor het meervoud is alleen -s toevoegen echter niet genoeg: de spelling verandert.

Enkelvoud Meervoud Voorbeeld
fácil fáceis exercícios fáceis
útil úteis informações úteis
gentil gentis pessoas gentis
azul azuis camisas azuis

Bij woorden waarvan de klemtoon niet op de laatste lettergreep met -il ligt, krijg je vaak -eis: fácil → fáceis, útil → úteis. Bij woorden met beklemtoond -il verdwijnt de l en komt er -s: gentil → gentis, juvenil → juvenis. Let ook op het accent: fácil heeft er één, fáceis eveneens, maar op een andere klinkercombinatie.

Woorden op -z: voeg -es toe

Bijvoeglijke naamwoorden op -z zijn in het enkelvoud meestal gelijk voor mannelijk en vrouwelijk. In het meervoud komt er -es bij.

Getal Vorm Voorbeeld
enkelvoud feliz um menino feliz, uma menina feliz
meervoud felizes meninos felizes, meninas felizes

Hetzelfde gebeurt bij capaz → capazes. De z blijft dus staan.

De aanpassing geldt ook na een werkwoord

Een bijvoeglijk naamwoord kan direct bij een zelfstandig naamwoord staan: uma casa branca. Het kan ook na een werkwoord als ser (‘zijn’), estar (‘zijn, zich bevinden’) of parecer (‘lijken’) komen. Zo’n bijvoeglijk naamwoord heet naamwoordelijk deel: het vertelt welke eigenschap het onderwerp heeft. Ook dan blijft de congruentie verplicht.

Bij een zelfstandig naamwoord Na een werkwoord
uma casa branca A casa é branca.
carros novos Os carros são novos.
alunas felizes As alunas estão felizes.

Dit wijkt sterk af van het Nederlands: wij zeggen de auto’s zijn nieuw, niet nieuwe. In het Portugees blijft novos juist meervoud.

De gewone plaats: meestal achter het zelfstandig naamwoord

De neutrale volgorde is vaak zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord: um rapaz alto, uma cidade grande, estudantes inteligentes. Sommige veelvoorkomende woorden kunnen ook vóór het zelfstandig naamwoord staan, soms met een verschil in nadruk of betekenis. Voor de basis is achterplaatsing de veiligste keuze; de precieze betekenisverschillen horen bij het aparte onderwerp over de positie van bijvoeglijke naamwoorden.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Toelichting
O Pedro é um rapaz alto. Pedro is een lange jongen. Mannelijk enkelvoud: alto.
A Marta é uma rapariga alta. Marta is een lang meisje. Vrouwelijk enkelvoud: alta.
Os prédios novos são altos. De nieuwe gebouwen zijn hoog. Beide bijvoeglijke naamwoorden zijn mannelijk meervoud.
Comprámos duas mesas redondas. We hebben twee ronde tafels gekocht. Mesas is vrouwelijk meervoud, dus redondas.
Ela procura um apartamento pequeno. Ze zoekt een klein appartement. Apartamento is mannelijk enkelvoud.
São estudantes inteligentes. Het zijn intelligente studenten. Inteligente verandert alleen voor het meervoud.
Lisboa é uma cidade grande. Lissabon is een grote stad. Grande is voor beide geslachten gelijk.
Estas perguntas são importantes. Deze vragen zijn belangrijk. Ook na são staat de meervoudsvorm.
O exercício parece fácil. De oefening lijkt gemakkelijk. Fácil is enkelvoud en verandert niet voor geslacht.
Os exercícios parecem fáceis. De oefeningen lijken gemakkelijk. Meervoud op -l: fáceis, niet fácils.
A Ana e a Sofia estão felizes. Ana en Sofia zijn blij. Vrouwelijk meervoud; felizes is voor beide geslachten gelijk.
Ele comprou duas camisas azuis. Hij heeft twee blauwe overhemden gekocht. Meervoud op -l: azuis.
Precisamos de pessoas gentis e capazes. We hebben vriendelijke en bekwame mensen nodig. Beide woorden staan in het meervoud.
Você está cansada? Ben je moe? Tegen een vrouw: cansada; tegen een man: cansado.

Veelgemaakte fouten

Alleen het zelfstandig naamwoord in het meervoud zetten

  • Niet: dois carros vermelho
  • Wel: dois carros vermelhos
  • Waarom: Carros is mannelijk meervoud. Het bijvoeglijk naamwoord moet daarom ook de mannelijke meervoudsvorm vermelhos krijgen.

De mannelijke vorm bij een vrouwelijk woord gebruiken

  • Niet: uma casa branco
  • Wel: uma casa branca
  • Waarom: Casa is vrouwelijk. De vorm op -o verandert daarom in -a.

Een vrouwelijke vorm maken van een woord op -e

  • Niet: uma estudante inteligenta
  • Wel: uma estudante inteligente
  • Waarom: Inteligente heeft dezelfde enkelvoudsvorm voor mannelijk en vrouwelijk. Alleen in het meervoud komt er -s bij: estudantes inteligentes.

Gewoon -s achter een woord op -l zetten

  • Niet: exercícios fácils
  • Wel: exercícios fáceis
  • Waarom: Bij het meervoud op -l verandert de uitgang. Leer daarom fácil/fáceis als paar.

Na ser of estar de grondvorm laten staan

  • Niet: As casas são bonito.
  • Wel: As casas são bonitas.
  • Waarom: Anders dan in het Nederlands past het bijvoeglijk naamwoord zich ook na ‘zijn’ aan het onderwerp aan.

Afgaan op de betekenis in plaats van op het grammaticale woord

  • Niet: O João é uma pessoa simpático.
  • Wel: O João é uma pessoa simpática.
  • Waarom: Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hier pessoa, een grammaticaal vrouwelijk woord. Dat João een man is, verandert de vorm van pessoa niet.

Gebruiksnotities

Europees en Braziliaans Portugees

De congruentieregels zijn in de grote lijnen gelijk in Portugal, Brazilië en andere Portugeestalige gebieden. Woordkeuze en uitspraak kunnen verschillen. Rapariga is bijvoorbeeld een gewoon woord voor ‘meisje’ in Portugal, terwijl menina in Brazilië doorgaans de neutralere keuze is. Dat regionale verschil verandert niets aan alta: rapariga alta en menina alta volgen dezelfde regel.

Eén bijvoeglijk naamwoord kan naar meerdere personen verwijzen

Verwijs je naar een groep die alleen uit grammaticaal vrouwelijke personen bestaat, dan gebruik je vrouwelijk meervoud: A Ana e a Sofia são altas. In de traditionele standaardtaal krijgt een gemengde groep de mannelijke meervoudsvorm: O João e a Sofia são altos. In hedendaags taalgebruik bestaan ook inclusieve formuleringen, maar voor de gewone standaardgrammatica is dit de vorm die je in leermiddelen, examens en de meeste teksten tegenkomt.

De vorm volgt het bedoelde referent

Bij woorden als eu, tu en você is niet aan het voornaamwoord zelf te zien of iemand man of vrouw is. Het bijvoeglijk naamwoord maakt dat wel zichtbaar: een man zegt Estou cansado en een vrouw Estou cansada. Hetzelfde geldt bij aanspreken: Você está pronto? tegen een man en Você está pronta? tegen een vrouw.

Plaatsing kan de betekenis kleuren

Achter het zelfstandig naamwoord staat het bijvoeglijk naamwoord meestal beschrijvend: um homem grande is een grote man. Ervoor kan de betekenis minder letterlijk of sterker waarderend worden: um grande homem is een groot of belangrijk man. De vorm past zich in beide posities aan; alleen de interpretatie kan veranderen.

Voorbij de basis: gevorderd gebruik

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later wel tegenkomen.

Niet elk bijvoeglijk naamwoord past precies in de drie basisgroepen

Sommige veelvoorkomende uitgangen hebben eigen patronen. Bijvoeglijke naamwoorden op -or maken vaak een vrouwelijke vorm op -ora: trabalhador, trabalhadora, trabalhadores, trabalhadoras. Nationaliteitswoorden op -ês krijgen doorgaans -esa in het vrouwelijk: português, portuguesa, portugueses, portuguesas. Woorden op -ista zijn juist gelijk voor mannelijk en vrouwelijk: um artista otimista, uma artista otimista, artistas otimistas.

Ook zeer gewone woorden kunnen onregelmatig zijn. Bom (‘goed’) heeft de vormen bom, boa, bons, boas; mau (‘slecht’) heeft mau, má, maus, más. Zie zulke woorden niet als bewijs dat de hoofdregel onbetrouwbaar is: leer de afwijkende vormen afzonderlijk.

Kleurnamen kunnen zich anders gedragen

Gewone kleuradjectieven passen zich aan: carro preto, casa preta, carros pretos, casas pretas. Kleuren die oorspronkelijk de naam van een ding zijn, zoals rosa en laranja, blijven in de standaardtaal vaak onveranderd: camisas rosa, sapatos laranja. In werkelijk taalgebruik komt variatie voor, vooral wanneer zulke woorden volledig als gewone kleuradjectieven worden opgevat.

Meerdere zelfstandige naamwoorden vragen extra aandacht

Eén bijvoeglijk naamwoord kan soms op twee of meer zelfstandige naamwoorden slaan. Dan hangen de vorm en soms ook de plaats van het bijvoeglijk naamwoord af van het geslacht, het getal en de zinsbouw. De veilige beginnersstrategie is om elk zelfstandig naamwoord zijn eigen bijvoeglijk naamwoord te geven of de zin te herformuleren: uma camisa azul e umas calças azuis. Zo blijft meteen duidelijk welke eigenschap waarbij hoort.

Oefentips

  1. Maak viertallen. Neem dagelijks vijf woorden op -o en zeg alle vormen hardop: bonito, bonita, bonitos, bonitas. Voeg daarna bij elke vorm een passend zelfstandig naamwoord toe.
  2. Leer woorden op -l als een paar. Schrijf niet alleen fácil op, maar altijd fácil/fáceis. Doe hetzelfde met útil/úteis, gentil/gentis en azul/azuis.
  3. Controleer van links naar rechts. Onderstreep in een Portugese zin eerst het zelfstandig naamwoord, bepaal geslacht en getal en controleer daarna ieder bijbehorend bijvoeglijk naamwoord. Let extra op vormen na ser en estar, omdat het Nederlands je daar op het verkeerde been zet.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Geslacht van zelfstandige naamwoorden in het PortugeesA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen