A2

Onvoltooid verleden tijd (imperfeito) in het Portugees

Pretérito Imperfeito

Overzicht

De imperfeito (onvoltooid verleden tijd) beschrijft voortdurende toestanden, gewoonten en herhaalde handelingen in het verleden — vergelijkbaar met "ik was aan het..." of "ik deed (altijd)..." in het Nederlands. Het is de tweede verleden tijd die je leert, naast de pretérito perfeito.

Het gebruik van imperfeito vs pretérito perfeito is een van de uitdaagste keuzes voor Nederlandstaligen. Eenvoudige vuistregel: pretérito perfeito voor voltooide, afgeronde handelingen; imperfeito voor achtergrond, toestand en gewoonte in het verleden.

Hoe het werkt

Regelmatige vervoegingen:

Persoon -AR (falar) -ER (comer) -IR (partir)
eu falava comia partia
tu falavas comias partias
ele/você falava comia partia
nós falávamos comíamos partíamos
eles/vocês falavam comiam partiam

Onregelmatig:

  • ser: era, eras, era, éramos, eram
  • ter: tinha, tinhas, tinha, tínhamos, tinham
  • ir: ia, ias, ia, íamos, iam
  • vir: vinha, vinhas, vinha, vínhamos, vinham

Gebruik de imperfeito voor:

  • Toestand/beschrijving in verleden: Era criança quando... (Ik was een kind toen...)
  • Gewoonte in verleden: Quando era jovem, jogava futebol todos os dias.
  • Voortdurende handeling (achtergrond): Estava a chover quando cheguei.
  • Beleefd verzoek (tegenwoordige tijd!): Queria um café, por favor.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Quando era jovem, jogava futebol. Toen ik jong was, speelde ik voetbal. gewoonte
Ela estudava todos os dias. Zij studeerde elke dag. gewoonte
Estava cansado. Ik was moe (toen). toestand
Chovia quando saí. Het regende toen ik uitging. achtergrond
O que fazias ontem? Wat was jij gisteren aan het doen? voortdurend
Queria um café. Ik wil graag een koffie. beleefd (tegenwoordig!)
Ela tinha longos cabelos. Zij had lang haar. beschrijving verleden
Antes, ia à praia todos os verões. Vroeger ging ik elke zomer naar het strand. gewoonte

Veelgemaakte fouten

Imperfeito en pretérito perfeito door elkaar halen

  • Pretérito perfeito: Fui ao mercado. — Ik ging (voltooide handeling)
  • Imperfeito: Ia ao mercado todos os dias. — Ik ging (gewoonte)
  • Zie Verleden tijd vs onvoltooid verleden tijd voor uitgebreide uitleg.

Nós-accent vergeten

  • Fout: falavamos
  • Correct: falávamos (met accent op de á)

Oefentips

  1. Schrijf over je jeugd: wat deed je vroeger altijd? — gebruik de imperfeito.
  2. Beschrijf de achtergrond van een verhaal: het weer, je toestand, de omgeving.
  3. Oefen beleefde verzoeken: Queria..., Podia...?

Verwante concepten

Vereiste kennis

Verleden tijd (pretérito perfeito) in het PortugeesA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Wil je Onvoltooid verleden tijd (imperfeito) in het Portugees en meer Portugees-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen