Imperfectum in het Frans
L'Imparfait
Overzicht
Het imperfectum (l'imparfait) is een verleden tijd die je gebruikt voor: gewoonten en herhalende handelingen in het verleden, beschrijvingen en achtergrond, aanhoudende toestanden, en parallelle handelingen. Het contrasteert met de passé composé, die je gebruikt voor afgesloten, eenmalige handelingen.
Een goede vuistregel: als je in het Nederlands "vroeger" of "altijd" voor het werkwoord kunt plaatsen, gebruik je het imperfectum. Quand j'étais jeune, je jouais au foot chaque samedi. (Toen ik jong was, speelde ik elke zaterdag voetbal.)
De vorming is regelmatiger dan die van de passé composé: je neemt de nous-stam van de tegenwoordige tijd en voegt de imperfectum-uitgangen toe.
Hoe het werkt
Uitgangen (gelden voor alle werkwoorden):
| Persoon | Uitgang |
|---|---|
| je | -ais |
| tu | -ais |
| il/elle/on | -ait |
| nous | -ions |
| vous | -iez |
| ils/elles | -aient |
Stam = nous-vorm tegenwoordige tijd min -ons:
- parler → nous parlons → parl- → je parlais
- finir → nous finissons → finiss- → je finissais
- être: onregelmatige stam ét- → j'étais
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Quand j'étais enfant, je jouais au foot. | Toen ik kind was, speelde ik voetbal. | gewoonte |
| Il pleuvait tous les jours. | Het regende elke dag. | beschrijving weer |
| Elle lisait un roman. | Ze was een roman aan het lezen. | achtergrondhandeling |
| Nous habitions à Lyon. | We woonden in Lyon. | toestand in verleden |
| Tu travaillais jusqu'à minuit ? | Werkte jij tot middernacht? | gewoonte |
| Il était très beau. | Hij was erg knap. | beschrijving |
| Je voulais te parler. | Ik wilde met je spreken. | toestand |
| Ils venaient chaque dimanche. | Ze kwamen elke zondag. | herhaling |
| On prenait toujours le bus. | We namen altijd de bus. | gewoonte |
| Elle ne savait pas quoi dire. | Ze wist niet wat ze moest zeggen. | mentale toestand |
Veelgemaakte fouten
Imperfectum voor eenmalige afgesloten acties
- Fout: Hier, je mangeais une pizza. (voor één specifieke handeling gisteren)
- Correct: Hier, j'ai mangé une pizza.
- Waarom: Voor eenmalige, afgesloten handelingen gebruik je de passé composé.
De stam verkeerd bepalen
- Fout: je finais (i.p.v. finissais)
- Correct: je finissais
- Waarom: De stam is gebaseerd op de nous-vorm: nous finissons → finiss-.
Oefentips
- Beschrijf je kindertijd: Quand j'étais petit(e), je..., j'aimais..., j'habitais...
- Maak een contrast met de passé composé: achtergrond in imperfectum + eenmalige actie in passé composé.
- Gebruik tijdsindicatoren: toujours, souvent, chaque jour, d'habitude wijzen op het imperfectum.
Verwante concepten
- Vereiste: Passé composé — het verschil begrijpen
- Volgende stappen: Imperfectum vs passé composé — wanneer welke
- Volgende stappen: Plusquamperfectum — verleden vóór het verleden
Vereiste kennis
Passé composé in het FransA2Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Wil je Imperfectum in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen