A2

L’imparfait in het Frans

L'Imparfait

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

L’imparfait gebruik je voor gewoontes, beschrijvingen en situaties die in het verleden voortduurden: Quand j’étais petit, je jouais dehors. Je vormt deze tijd met de stam van de nous-vorm in de tegenwoordige tijd, zonder -ons, plus -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient. Alleen être heeft een afwijkende stam: ét-.

Overzicht

L’imparfait is een Franse verleden tijd. Je leert hem meestal op A2, nadat je kennis hebt gemaakt met de passé composé. Waar de passé composé vaak een afgeronde gebeurtenis naar voren haalt, geeft l’imparfait de achtergrond: wat er vroeger gewoonlijk gebeurde, hoe iets of iemand was, of wat op een bepaald moment nog bezig was.

Voor Nederlandstaligen vraagt die keuze extra aandacht. Het Nederlands kan met één onvoltooid verleden tijd meerdere betekenissen uitdrukken: ik woonde, ik werkte, het regende. Het Frans kijkt nadrukkelijker naar de manier waarop je de situatie presenteert. J’habitais à Lyon beschrijft een toenmalige situatie; J’ai habité à Lyon pendant deux ans stelt die woonperiode als afgerond geheel voor. De Nederlandse vertaling alleen vertelt je dus niet altijd welke Franse tijd nodig is.

Een bruikbaar beeld is dat l’imparfait het decor en de lopende filmbeelden levert, terwijl de passé composé vaak de gebeurtenissen markeert die het verhaal vooruitbrengen. Dat is een beginnerregel, geen absoluut natuurverschil: context en het gekozen gezichtspunt blijven bepalend.

Hoe het werkt

De basisvorm maken

Neem de nous-vorm van de tegenwoordige tijd, haal -ons weg en voeg de uitgangen van l’imparfait toe. De stam is het deel dat vóór de uitgang blijft staan.

Franse vorm Betekenis Afleiding
nous parlonsparl- wij spreken je parlais
nous finissonsfiniss- wij eindigen tu finissais
nous attendonsattend- wij wachten il attendait
nous faisonsfais- wij doen/maken vous faisiez
nous avonsav- wij hebben elles avaient

Dezelfde zes uitgangen gelden voor vrijwel alle werkwoorden:

Persoon Uitgang parler finir
je -ais je parlais je finissais
tu -ais tu parlais tu finissais
il / elle / on -ait il parlait elle finissait
nous -ions nous parlions nous finissions
vous -iez vous parliez vous finissiez
ils / elles -aient ils parlaient elles finissaient

De uitgangen -ais, -ait en -aient klinken in de standaarduitspraak hetzelfde. Je hoort daarom vaak niet of het onderwerp je, il of ils is; onderwerp en context geven dat aan. De vormen met nous en vous hebben wel duidelijk hoorbare uitgangen.

De uitzondering être

Être volgt niet de gewone afleiding uit nous sommes. Het gebruikt de stam ét-, maar krijgt verder de normale uitgangen.

Persoon Vorm Nederlandse betekenis
j’ étais ik was
tu étais jij was
il / elle / on était hij/zij/men was
nous étions wij waren
vous étiez u/jullie waren
ils / elles étaient zij waren

Dit is de enige werkwoordstam die voor de vorming van l’imparfait echt onregelmatig is. Andere stammen kunnen er onverwacht uitzien, maar volgen gewoon hun nous-vorm: boire → nous buvons → je buvais, prendre → nous prenons → je prenais en faire → nous faisons → je faisais.

Spelling bij -ger, -cer en een dubbele i

Sommige schrijfwijzen bewaren de juiste uitspraak:

  • Bij werkwoorden op -ger blijft de e vóór a: je mangeais, ils mangeaient. Voor i is die niet nodig: nous mangions, vous mangiez.
  • Bij werkwoorden op -cer wordt c vóór a een ç: je commençais, elle commençait. Vóór i blijft c: nous commencions.
  • Als de stam al op i eindigt, staan er in de nous- en vous-vorm twee i’s: nous étudiions, vous étudiiez. Dat is correct, ook al oogt het ongewoon.

Wanneer gebruik je l’imparfait?

1. Een gewoonte of herhaling vroeger

Signaalwoorden als souvent (vaak), toujours (altijd), tous les jours (elke dag) en chaque été (elke zomer) passen vaak bij l’imparfait.

Tous les dimanches, nous déjeunions chez mes grands-parents. — Elke zondag aten we bij mijn grootouders.

2. Een beschrijving of toestand

Gebruik l’imparfait voor leeftijd, weer, tijd, uiterlijk, gevoelens, wensen en andere toestanden die het kader vormen.

Il était tard et j’avais sommeil. — Het was laat en ik had slaap.

3. Een handeling die bezig was

L’imparfait kan overeenkomen met Nederlands was aan het .... Een korte gebeurtenis in de passé composé kan die lopende handeling onderbreken.

Je dormais quand le téléphone a sonné. — Ik sliep toen de telefoon ging.

4. Gelijktijdige situaties

Als twee handelingen allebei als lopend worden voorgesteld, kunnen ze beide in l’imparfait staan.

Pendant que je cuisinais, Léa mettait la table. — Terwijl ik kookte, dekte Léa de tafel.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Toelichting
Quand j’étais petit, je jouais souvent dehors. Toen ik klein was, speelde ik vaak buiten. Toestand en gewoonte
Il faisait beau et les oiseaux chantaient. Het was mooi weer en de vogels zongen. Beschrijving van het decor
Nous habitions à Lyon près de la gare. We woonden in Lyon, vlak bij het station. Voortdurende situatie
Chaque matin, elle prenait le même bus. Elke ochtend nam ze dezelfde bus. Herhaalde handeling
À cette époque, vous travailliez à domicile. In die tijd werkten jullie thuis. Situatie in een periode
J’avais vingt ans et je voulais voyager. Ik was twintig en wilde reizen. Leeftijd en wens
Je mangeais quand tu as appelé. Ik was aan het eten toen je belde. Lopende handeling en onderbreking
Pendant que nous parlions, les enfants dormaient. Terwijl wij praatten, sliepen de kinderen. Twee gelijktijdige handelingen
Il pleuvait depuis le matin. Het regende al sinds de ochtend. Voortdurende weerssituatie
On ne comprenait pas la question. We begrepen de vraag niet. Mentale toestand
Vous faisiez beaucoup de sport à l’université? Sportte u veel op de universiteit? Vraag naar een vroegere gewoonte
Elles lisaient tranquillement lorsque la lumière s’est éteinte. Ze zaten rustig te lezen toen het licht uitging. Achtergrond en plotselinge gebeurtenis

Veelgemaakte fouten

De infinitief als stam nemen

  • Onjuist: Je finirais tôt tous les jours.
  • Juist: Je finissais tôt tous les jours.
  • Waarom: De stam komt van nous finissons: zonder -ons blijft finiss-. Je finirais is bovendien een vorm van de conditionnel en betekent doorgaans “ik zou eindigen”.

De passé composé gebruiken voor elke Nederlandse verleden tijd

  • Onjuist: Quand j’ai été petit, je jouais ici.
  • Juist: Quand j’étais petit, je jouais ici.
  • Waarom: Klein zijn is hier een toestand en geen afgeronde gebeurtenis. Het Nederlands “ik was” dwingt niet automatisch één Franse tijd af.

Een afgeronde gebeurtenis als achtergrond behandelen

  • Onjuist: Hier, le train arrivait à huit heures, als je één concrete aankomst bedoelt.
  • Juist: Hier, le train est arrivé à huit heures.
  • Waarom: Eén voltooide aankomst hoort normaal in de passé composé. Le train arrivait à huit heures kan wel een dienstregeling of herhaalde gewoonte beschrijven.

Een verkeerde stam voor être gebruiken

  • Onjuist: Nous sommions fatigués.
  • Juist: Nous étions fatigués.
  • Waarom: Être heeft in l’imparfait de speciale stam ét-.

De spelling bij -ger en -cer vergeten

  • Onjuist: Je mangais / je commencais.
  • Juist: Je mangeais / je commençais.
  • Waarom: De extra e en de cedille houden respectievelijk de zachte g- en s-klank vóór a in stand.

Alleen op een signaalwoord vertrouwen

  • Onjuist denkpatroon: “Er staat toujours, dus het moet l’imparfait zijn.”
  • Beter: Kijk eerst naar de bedoelde betekenis.
  • Waarom: Toujours kan ook “nog steeds” betekenen: J’ai toujours aimé ce quartier (“Ik heb altijd van deze wijk gehouden”). Een signaalwoord helpt, maar beslist niet zelfstandig.

Gebruiksnotities

L’imparfait is niet per definitie “lang” en de passé composé niet per definitie “kort”. Il a plu toute la journée beschrijft een afgeronde dag regen, hoewel die lang duurde. À huit heures, il pleuvait laat de duur open en toont de regen als lopende achtergrond. Denk dus eerder aan perspectief dan aan gemeten tijdsduur.

Ook het soort werkwoord bepaalt de tijd niet volledig. Werkwoorden als savoir, vouloir, pouvoir en avoir staan vaak in l’imparfait omdat ze een toestand uitdrukken: Je savais la réponse. Maar een andere context kan een omslag of afgerond resultaat benadrukken: J’ai su la vérité hier betekent dat ik gisteren de waarheid te weten kwam.

In gesproken Frans is l’imparfait zeer gebruikelijk. De vaak gelijk klinkende uitgangen maken de spelling lastiger dan de uitspraak. Let bij luisteren daarom op het onderwerp en bij schrijven op de persoon: il parlait maar ils parlaient.

Verder dan de basis

De volgende toepassingen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.

Een beleefde of voorzichtige formulering

Met bepaalde werkwoorden kan l’imparfait een verzoek minder direct maken:

Je voulais vous demander un renseignement. — Ik wilde u iets vragen.

De spreker wil het meestal nog steeds vragen. De verleden tijd creëert hier beleefde afstand; hij verwijst niet noodzakelijk naar een wens die voorbij is.

Een voorstel met si

Si plus l’imparfait kan een voorstel inleiden:

Si on allait au cinéma? — Zullen we naar de bioscoop gaan?

Bij een denkbeeldige voorwaarde staat eveneens l’imparfait in de bijzin en de conditionnel in de hoofdzin:

Si j’avais plus de temps, je lirais davantage. — Als ik meer tijd had, zou ik meer lezen.

Gebruik na deze voorwaardelijke si dus niet de conditionnel: niet si j’aurais, maar si j’avais.

Vertelstijl en bijzonder perspectief

In verhalen kan een schrijver l’imparfait soms gebruiken voor een begrensde gebeurtenis om de lezer als het ware midden in de scène te plaatsen. Dit heet wel het verhalende imparfait. Bijvoorbeeld: Deux jours plus tard, il quittait définitivement Paris. In gewone A2-communicatie is de passé composé voor zo’n afgeronde gebeurtenis de veiligere keuze.

Gewoonte tegenover afgerond aantal

Een herhaling krijgt vaak l’imparfait zolang het aantal open blijft: Elle téléphonait souvent. Zodra de spreker een afgerond aantal of begrensde reeks presenteert, ligt de passé composé meer voor de hand: Elle a téléphoné trois fois hier. Dit verschil helpt meer dan de simpele gedachte “herhaling betekent altijd imparfait”.

Oefentips

  1. Werk vanuit de nous-vorm. Kies dagelijks vijf werkwoorden, schrijf eerst nous parlons, nous finissons, nous prenons en leid daar pas de imparfait-stam uit af. Neem être apart mee.
  2. Maak decor plus gebeurtenis. Schrijf korte paren zoals Il pleuvait quand je suis sorti. Onderstreep de achtergrond en omcirkel de afgeronde gebeurtenis. Zo oefen je de keuze samen met de vorm.
  3. Vergelijk twee Franse versies. Vertaal een Nederlandse zin als “Ik woonde twee jaar in Parijs” zowel met j’habitais als met j’ai habité, en noteer welk perspectief elke versie geeft. Dat voorkomt dat je woord voor woord vanuit het Nederlands kiest.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Passé composé in het FransA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen L'Imparfait in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen